Grote gebieden in Irak vervuild met niet ontplofte explosieven

‘De zelfgemaakte bommen van IS zitten overal: een pakje bloem, kinderspeelgoed, een jerrycan’

© Handicap International

Handicap International sensibiliseert de Iraakse burgers over de acute risico’s van niet ontplofte explosieven die na opeenvolgende conflicten in steden, velden en huizen achtergebleven zijn.

Een typisch oorlogskind noemt Sara Shwani (28) zichzelf. De Iraakse werd geboren met een oorlog, groeide op in een andere, en oorlog is waar het in haar job om draait, tenminste de gevolgen ervan.

Na de oorlog tegen IS die Irak van 2014 tot 2017 in de greep hield, blijven voormalige IS-gecontroleerde steden als Mosoel en Hawija en hun omgeving nog steeds zeer gevaarlijke plekken. Nieuw in deze oorlog zijn de niet-conventionele wapens: zelfgemaakte bommen die op de meest alledaagse plekken werden verborgen.

Ik ben eigenlijk Iraakse, zegt Sara Shwani als we haar ontmoeten in Brussel. Ze zegt het lachend maar gedecideerd. De gesprekken over haar identiteit hoeft ze niet meer te voeren, vindt ze. Toch gooit ze het snel op de tafel: haar vader is een Koerd uit Kirkoek, haar moeder is een Arabische uit Bagdad. Kwestie van duidelijkheid. En toch, zij mag die liefdescombinatie terecht de evidentie zelve vinden, dat is ze niet zomaar in een land als Irak waar etnie steeds meer een politieke invulling heeft gekregen. Haar dubbele wortels trokken, net als de opeenvolgende oorlogen in Irak, ook lijnen door Sara’s leven. Toen ze nog zeer jong was, begin jaren negentig, trok het gezin weg uit Shwani’s geboortestad Bagdad. Bestemming: de Koerdische Autonome Regio in het noorden van Irak.

‘We woonden in een Arabische wijk in Bagdad en mijn vader werd, als Koerd, letterlijk achtergesteld, soms ook lastiggevallen. Hij vond geen job, miste de netwerken daartoe. Mijn moeder, wiens familie wortels had in Bagdad, liet haar familie, haar job achter en volgde mijn vader.’ De familie trok naar de Iraakse-Iraanse grens om in een vluchtelingenkamp in Iran terecht te komen.

Van mijnenveld tot betwiste stad

‘Op weg naar Iran trokken we dwars door een mijnenveld. Mijn vader herhaalde de hele tijd: blijf in mijn sporen, wijk niet af, zelfs geen stap. Waarom we die stap naar links of rechts niet konden zetten, wisten we niet’

Shwani weet wat het is om intern ontheemd of vluchteling te zijn. ‘Ik ben een geboren oorlogskind. Toen ik als baby voor het eerst mijn ogen opende, speelde zich achter mijn moeders glimlach al een oorlog af. En de oorlogen zouden me twee keer doen verhuizen, soms ook via gevaarlijke vluchtroutes. Ik was vier jaar oud, en ook mijn broer was nog heel jong. Op weg naar Iran trokken we dwars door een mijnenveld. Mijn moeder hield mijn hand heel stevig vast, en mijn vader bleef de hele tijd herhalen: blijf in mijn sporen, wijk niet af, zelfs geen stap. Waarom we die stap naar links of rechts niet konden zetten, wisten we niet. Ik snapte alleen dat het om iets groot ging. Het was mijn eerste echte ervaring met de verborgen gevaren van oorlog.’ Shwani woonde na Bagdad lang in Suleimaniyah om na de Amerikaanse-Britse invasie in 2003 naar Kirkoek, de geboorteplaats van haar vader te verhuizen. Het werd haar definitieve nest, ook tijdens de driejarige oorlog tegen IS die in juni 2014 het kalifaat in Irak uitriep.

Sara Shwani: Kirkoek was al jaar en dag betwist gebied. Zowel de centrale regering in Bagdad als de Koerdische in de Koerdische Autonome Regio claimde de stad. Officieel luidde het vanuit de Koerdische overheden dat we ons opnieuw moesten laten registeren, en we werden zeer sterk “geadviseerd” om terug te keren naar onze “oorspronkelijke woonplaats”. Deden we dat niet, dan zou mijn vader zijn job verliezen, wij zouden geen onderwijs meer kunnen genieten. Het zijn campagnes die vandaag opnieuw gebruikt worden om mensen te laten terugkeren naar hun woonplaatsen. Alleen was Kirkoek toen we verhuisden wel veilig en is Irak, nadat de regering de overwinning op IS uitriep, vandaag niet veilig.

Irak kreeg een nieuwe oorlog over zich heen

En dan kwam juni 2014, IS bezette Mosoel en andere plaatsen in Irak in een recordtempo, terwijl de hele wereld toekeek.

Sara Shwani: Die dag was ik aan het werk in Erbil (hoofdstad van de Iraakse Autonome Regio, td). Toen ik met mijn moeder in Kirkoek belde, besefte ik hoe acuut de situatie was. Mosoel is een zeer grote stad, een cultureel epicentrum waar veel mensen wonen. Ik kende de stad ook als een plek waar het leger en andere veiligheidsdiensten sterk aanwezig waren. Toch was die grote stad Mosoel in één dag veroverd. Waarom zou Kirkoek niet volgen?

Een nieuwe oorlog volgde. In veel steden in de provincie Kirkoek vonden zware bombardementen plaats, en zoveel mensen stierven. Pal tegenover ons huis in de wijk Qadisiyah ontsnapte mijn moeder net aan een bomaanslag in een auto. Was ze vier minuten langer in de winkel vlakbij gebleven, dan zou ze er vandaag niet meer geweest zijn. Wie erachter zat, weten we niet. Wat ik met zekerheid weet is dat die dag mensen stierven en moeders hun kinderen en mannen verloren.

© Handicap International

De oorlog lijkt voorbij, maar achtergebleven zelfgemaakte explosieven van IS zorgen nog steeds voor gevaar

In 2014 werd in Irak opnieuw een oorlog geïntroduceerd. Hoe manifesteerde zich dat in vluchtcijfers?

Sara Shwani: 2014 bracht een nieuwe volksverhuizing in Irak voort. Meer dan drie miljoen mensen werden van 2014 tot vandaag gedwongen ontheemd, de meeste uit gebieden die gecontroleerd en bezet werden door IS. Mensen vluchtten van hun woonplaats die vernield was naar een andere plek die nauwelijks veiliger was. In heel Irak was de chaos groot: er vonden bombardementen plaats in Kirkoek maar ook in Bagdad en Diyala. Wie kon, ontsnapte. Anderen bleven, afgesneden van de buitenwereld, in IS-gebied. Wie een telefoon of televisie had, werd koud afgemaakt.

Ook wie vluchtte, maakte zeer vaak pure gruwelen mee. Vluchtelingen moesten door mijnvelden, de verhalen komen naar buiten van vluchtelingen die gewonde of te zwakke familieleden tijdens de tocht moesten achterlaten zodat ze met de rest van hun familie verder konden. Mensen stierven van dorst en honger.

Een verhaal dat me bijblijft, is dat van een jonge vluchteling uit Hawija, die vertelde me hoe de situatie in Hawija was: “Er was geen voedsel, geen water, er was geen communicatie, de vijand zat achter je en recht voor je was alleen maar meer gevaar. Wat konden we doen?”, zei hij, “de enige veilige weg liep omhoog langs de hemel. Het was hopeloos.” Zijn vrouw kwam om, maar ze trokken verder, op kapotte schoenen, velen blootsvoets. Mensen die een veilige plek hadden bereikt, stuurden via verschillende tussenpersonen schoenen naar de vluchtelingen. Maar de schoenen werden onderschept door IS die er zelfgemaakte bommen in stak. De rest laat zich raden.

Irak is niet veilig

Je begon zelf in 2016 voor Handicap te werken, in een job die rechtstreeks gelieerd is aan de oorlog tegen IS, onder meer met terugkeerders in de provincie Kirkoek. De regering riep ook, voor de verkiezingen in mei, op om terug te keren. Maar hoe veilig is Irak nu?

‘De regering verklaarde einde vorig jaar de oorlog als “beëindigd”. Maar daarmee is het gevaar nog niet voorbij. Hele gebieden zijn vervuild met niet ontploft oorlogsmateriaal’

Sara Shwani: De regering verklaarde einde vorig jaar de oorlog als “beëindigd”. Maar nog los van de vraag of dit daadwerkelijk zo is, moet je weten dat daarmee het gevaar niet voorbij is. Dat geldt voor Mosoel, Hawija, Anbar, Tikrit… Hele gebieden zijn vervuild met niet ontploft oorlogsmateriaal.

Een stad als Hawija, het laatste bolwerk van IS, is letterlijk een mijnenveld, waarnaar mensen niet kunnen terugkeren. Tijdens een veldonderzoek in Hawija bleek dat veel gebouwen in de stad nog vergeven zijn van explosieven: granaten, mijnen, raketten, zelfgemaakte bommen die zich overal bevinden. Vooral de zelfgemaakte explosieven, afkomstig van IS, vormen een nieuw gegeven. Ze kunnen overal in aangebracht zijn: een glas water, een pakje rijst, in de oven, op een gesloten deur, in kinderspeelgoed, in games, in jerrycans… Telkens wordt het ontstekingsmechanisme zeer goed verborgen. Wanneer je bijvoorbeeld buiten, op straat of op een plein, in de buurt van zo’n boobytrap in een jerrycan komt, is dat uiterst gevaarlijk. Het is immers heel moeilijk om te weten waar je moet stappen omdat de draden en het ontstekingsmechanisme in de grond zijn ingegraven. Laat ik het duidelijk stellen: de meeste mensen die in contact komen met zo’n zelfgemaakte bom, overleven het niet.

Transparantie in Irak is ver zoek

Tussen september 2015 en januari 2017 ontmantelden de MAG (mijnadviesgroepen) 7500 zelfgemaakte bommen in Irak en Syrië, maar de nood is veel groter.

In 2016 werden in Irak, na Afghanistan en Kroatië, mondiaal de meeste mijnen ontmanteld.

Irak kreeg mondiaal de grootste internationale steun in 2016 voor ontmijning.

Inzake transparantie en rapportering over het aantal slachtoffers, het aantal nieuwe mijnen, scoort Irak zeer slecht en is er sprake van grote onderrapportering.

(De cijfers komen van de Landmijnenmonitor 2017, een samenwerking tussen internationale organisaties in het kader van de anti-mijnencampagne)

Voor Handicap International sensibiliseer en informeer je mensen over de acute gevaren en risico’s van de oorlogsvervuiling. Wat kunnen mensen doen?

Sara Shwani: De meeste mensen weten dat ze uiterst voorzichtig en op hun hoede moeten zijn. Wij gaan verder, geven informatie over de verborgen risico’s, hoe de verschillende explosieven eruit zien, wat je wel of niet kan doen als je in de buurt komt van een niet ontplofte mijn. Bij een raket kan je je gemakkelijk verplaatsen en een waarschuwing plaatsen voor je de hulplijn belt. Bij een mijn of een zelfgemaakte bom is het gevaar veel acuter vermits de sleutels dus vaak verborgen zijn onder de grond. Een verkeerde stap zetten kan fataal zijn. Het is heel belangrijk dat mensen bij het waarnemen van verdachte voorwerpen onmiddellijk de noodlijn, die daarvoor is opgericht, bellen.

Hoe effectief is die noodlijn?

Sara Shwani: Wanneer een persoon belt naar het noodnummer dat we doorgeven, wordt de oproep door de organisaties die betrokken zijn in de Iraakse Mijnactie, eerst doorgestuurd naar de DMA – het Iraaks Directoraat voor Mijnactie. Het is een kwestie om te voorkomen dat er dubbel werk wordt ingestoken. De lijn krijgt massaal oproepen. Dat is uiteraard een goede zaak, alleen kan de overheid, die de noodlijn beheert, de situatie niet aan.

De omvang is te groot, er is te weinig budget. Het ontmantelen van de vele explosieven op uiteenlopende plaatsen in Irak, neemt heel veel tijd in beslag en de kosten zijn bijgevolg zeer hoog omdat je ook gespecialiseerde mensen nodig hebt. Ik vroeg nog recent aan de DMA welke stappen ze onderneemt als mensen de noodlijn bellen. Het antwoord was dat “er een plan is” om na zo’n oproep de lokale autoriteiten te bellen om ontmijningsteams naar de bewuste plek te sturen. Er is dus “een plan”. Op dit moment doet de DMA niet meer dan advies geven — “plaats een waarschuwing op de bewuste plaats en blijf er weg”. Van ontruiming door de overheid is geen sprake.

Cijfers en transparantie ontbreken

Weten jullie hoeveel mensen gewond of gedood werden door mijnen?

Sara Shwani: De cijfers waarover we kunnen beschikken zijn nooit volledig of up-to-date, ze zijn gefragmenteerd. Er is geen centrale databank en vaak worden slachtoffers — doden en gewonden — niet eens geregistreerd.

Zelfs onze eigen cijfers zijn onvolledig omdat Handicap International niet in alle gebieden mag werken. We hebben bijvoorbeeld wel bij de Iraakse overheid aangevraagd om in Sinjar en Mosoel te kunnen werken maar vandaag zitten we daar nog niet. De registratieprocedure duurt lang.

‘Schaapherder moeten hun dieren wel laten grazen. Sommigen nemen risico’s, anderen blijven weg. Dat vertaalt zich als een inkomenslijn die doorgeknipt blijft. De veiligheidssituatie houdt de economie aan de grond’

Wat we zeker weten is dat bepaalde groepen extra risico lopen. Er worden veel schaapherders gedood om de simpele reden dat ze hun dieren wel moeten laten grazen, ook al liggen veel velden nog vol explosieven. Ze nemen soms risico’s, anderen blijven weg, boeren durven de velden niet meer betreden. Dat vertaalt zich uiteraard keihard als een inkomenslijn die doorgeknipt blijft. De veiligheidssituatie houdt de economie in sommige gebieden enorm aan grond. De landbouw in en rond Hawija bijvoorbeeld ligt letterlijk op apegapen door de contaminatie van het gebied.

Hoeveel tijd schat je dat de opkuis zal duren?

Sara Shwani: Alleen al het opkuisen na de IS-oorlog zal veel tijd vragen. Op tien jaar krijg je Irak niet opgekuist, als je weet dat zelfs oorlogsexplosieven van veertig jaar geleden op Iraakse gronden nog niet zijn opgekuist. De zelfgemaakte bommen die IS gebruikte zijn bovendien bijzonder moeilijk om te deactiveren — enkel de persoon die het explosief in elkaar heeft gestoken weet hoe het kan worden ontmanteld.

© Handicap International

Handicap International sensibiliseert de Iraakse burgers over de acute risico’s van niet ontplofte explosieven die na opeenvolgende conflicten in steden, velden en huizen achtergebleven zijn.

Daarenboven is er nog altijd een oorlog bezig in Irak — tussen Kirkoek en Mosoel, in Hawija, in Mosoel. Er zijn nog steeds slapende cellen van IS en andere gewapende groepen aanwezig. We zien dagelijks wraakacties tussen groepen en families. In de grensgebieden vinden nog gevechten plaats, ook met buitenlandse inmenging. Elke dag vallen er doden in Irak, verspreid over het hele land.

Je spreekt over slapende cellen, beschouw je de oorlog tegen IS dan niet gewonnen?

‘Irakezen gaan slapen en staan op met het idee dat de oorlog tegen IS nog niet echt gewonnen is’

Sara Shwani: Nee. IS is nog aanwezig. Er zijn nog bomaanslagen geweest nadat de regering verkondigde dat “de oorlog gewonnen was”, terreuracties die door IS werden opgeëist. De Irakezen gaan slapen en staan op met het idee dat de oorlog nog niet echt is gewonnen. IS of een nieuwe groep kan elk moment tevoorschijn komen – we noemen dat het nulmoment – en toeslaan.

Zelf ben ik heel wantrouwig en waarschijnlijk over-voorzichtig, een neveneffect van mijn job. Elk voorwerp waar een draad aanhangt, beschouw ik als een potentiële bom. Elke kamer die ik binnenkom, onderwerp ik meteen aan een snelle scan, ik check altijd de grond.

We weten allemaal hoe onstabiel Irak is, ook al zegt de regering dat de veiligheid al voor een groot stuk is teruggekeerd. De Iraakse overheid wil maar al te graag dat de mensen terugkeren naar hun huizen. Het is echter niet veilig om terug te keren. En toch zie je vluchtelingen terugkeren omdat ze hun kinderen niet meer ingeschreven krijgen in de scholen, omdat ze geen job vinden. En dus blijven de slachtoffers vallen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur