Dossier: 

Dilys Williams: 'Mode moet indruisen tegen de status quo'

Zaterdaginterview

‘Modeontwerpers zijn van nature geen kuddedieren. Per definitie dagen zij het systeem uit.’ Hoofd van het Centrum voor Duurzame Mode Dilys Williams steekt het niet onder stoelen of banken dat haar collega-ontwerpers veel macht in handen hebben. ‘Maar er is werk aan de winkel. De huidige alternatieven zijn niet genoeg.’

© Fille Roelants Photography

‘Kleding zit diepgeworteld in een maatschappij’, meent Dilys Williams. ‘Volgens mij is het belangrijk om vanuit die hoek na te denken over duurzaamheid.’

Ontwerpers worden niet automatisch laaiend enthousiast van overdreven consumptiegedrag. Belgisch designer Katrien Van Hecke niet, Brits ontwerpster en academicus Dilys Williams evenmin.

Williams is de oprichtster van het Centrum van Duurzame Mode, een onderzoekscentrum van het London College of Fashion. Als hoofd van de instelling en professor Duurzaam Design, maar ook vanuit haar ervaring als designer voor Katharine Hamnett, voor wie ze tien jaar gewerkt heeft, streeft ze een eerlijke kledingketen na.

Stadslab2050 heeft haar omwille van die boodschap en expertise uitgenodigd om te komen spreken op Fashion Flows, een netwerkevent dat het Antwerpse labo eind vorige maand in samenwerking met Flanders Fashion institute en Plan C organiseerde.

Tijdens haar lezing legt Williams de nadruk op het uitwisselen van ideeën over verschillende disciplines heen, om zo verandering af te dwingen. ‘Kleding maakt deel uit van onze identiteit’, betoogt de academicus. ‘Het gaat ons allen aan.’ Daarom werkt ze vanuit die invalshoek rond duurzaamheid. ‘De textielsector is het verhaal van David tegen Goliath’, aldus Williams. ‘Het is nodig om een dialoog aan te gaan met diegene die onze kleding vervaardigt.’

‘Design is een krachtig wapen’

U praat over kledij als een belangrijke schakel in onze identiteit. Als je als consument er bewust voor kiest om “fair fashion” te dragen, zegt dat dus veel over wie we zijn?

Dilys Williams: Kledij heeft alles met identiteit te maken. Aan de andere kant voelen we ons niet meer betrokken bij wat we dragen, net omdat we niet weten waar onze kledij vandaan komt. Als je de band met iets – hetzij een kledingstuk, hetzij iets anders – niet meer voelt, is het gemakkelijk om er niet verder over na te denken. Terwijl we net vragen moeten blijven stellen.

Onze drukke levens zorgen ervoor dat we de kudde volgen, we doen niet anders dan anderen. Mode is echter nooit het verhaal van na-apers geweest. Ze wou altijd de conventies aanvechten, vragen oproepen bij wat er rond ons gebeurt. Meer dan ooit is het tijd geworden om in te druisen tegen de status quo.

Aan de ene kant hebben we het druk, maar aan de andere kant kopen we zo veel en willen we steeds meer kledij in onze kast…

Dilys Williams: Hoeveel tijd spenderen we wel niet aan shoppen?

Als ontwerper is dat vast wel fijn?

Dilys Williams: Niet helemaal. Een van de redenen waarom ik overgestapt ben van design naar academisch onderzoek heeft te maken met de vraag of we designers opleiden om hun ontwerpen bij het grof vuil terecht te zien komen. Wat zijn we dan in godsnaam aan het doen? En denken de jonge ontwerpers eigenlijk na over wat zij verwezenlijken? Weten zij hoeveel macht zij in handen hebben? Design is een krachtig wapen. Als ontwerpers hun doen en laten in vraag zouden stellen, kunnen we de volledige cultuur rond de kledingindustrie veranderen.

‘Het huidige systeem laat verzet amper toe.’

Want waar zijn we nu mee bezig? De consument het verhaal van de klimaatverandering vertellen. Akkoord, de wetenschap liegt er niet om: 97 of 98 procent van alle klimaatwetenschappers zijn er van overtuigd dat de opwarming van de aarde ons allemaal aangaat. We beseffen dus maar al te goed wat ons te wachten staat, maar zijn nog niet in staat om onze cultuur te veranderen. Daarvoor moeten we onze gewoontes aanpassen.

Kleding zit diepgeworteld in een maatschappij. Volgens mij is het belangrijk om vanuit die hoek na te denken over duurzaamheid. Alleen is er veel tegenwind: het huidige systeem laat verzet amper toe. En daarbij heb ik het niet enkel over de mode-industrie, maar ook over de politiek en de manier waarop onze economie draait.

Samenklitten

Kunnen modeontwerpers dan wel ingaan tegen het huidige systeem?

© Fille Roelants Photography

‘We beseffen maar al te goed wat ons te wachten staat.’

Dilys Williams: Designers kunnen een verschil maken, kunnen de cultuur doen omwentelen. Al is dat niet enkel hun taak. Het gaat ook om ons, om consumenten die anders moeten gaan consumeren. De overheid speelt ook een rol: zij moet in haar wetgeving maatregelen opnemen die een duurzame revolutie mogelijk maken.

Tot slot zijn ook de grote modeketens aan zet. Vaak weten de bedrijven wel dat de manier waarop ze werken niet duurzaam is naar de toekomst toe. Maar op dit moment blijven ze geld scheppen, en dat draait hun een rad voor de ogen.

We mogen niet vergeten dat achter die grote merken ook mensen schuilgaan. Veel van die mensen beseffen maar al te goed dat waar zij mee bezig zijn in feite niet door de beugel kan. Het vergt echter veel moed om te zeggen: ‘Kijk, we verdienen nu zo veel geld, maar laten we daar mee ophouden, laten we een transitieperiode inschakelen – waarin we allicht geen cent zullen verdienen – en uiteindelijk op een duurzame manier verder ontplooien.’ Zo gaat dat nu eenmaal niet.

Toch zien we sterk leiderschap ontstaan. Ik word enthousiast van de vele kleine, alternatieve projecten die overal ter wereld opduiken, zoals hier vandaag op Fashion Flows. Ontwerpers tonen hun moed, hun waarden, hun integriteit. Als ze samenklitten, kan zo’n netwerk verandering brengen. Dat is allicht de makkelijkste weg die we kunnen bewandelen. Grote bedrijven sensibiliseren zal meer tijd vergen.

Stille revolutie

Initiatieven zoals Fashion Flows of Fair Fashion Fest trekken veel volk. Het lijkt alsof er echt iets op til is bij de consument. Kan je spreken van een globale trend?

‘Alternatieven stellen de status quo nog niet in vraag, maar trekken wel een stille revolutie op gang.’

Dilys Williams: Ik zou heel erg graag positief antwoorden op uw vraag. Maar de feiten liegen er niet om: er verandert niet genoeg. Momenteel zorgt de mode-industrie voor meer problemen dan dat ze oplossingen biedt. We kunnen dus niet spreken van een wereldwijde omslag. Het besef groeit echter nog steeds, nieuwe initiatieven bieden zich aan.

Wat we nu moeten doen, is het moment aangrijpen, het beter doen dan wat er tot nog toe gebeurt. Alle alternatieven die we overal ter wereld zien, ze zijn fantastisch, echt waar. Maar ze stellen de status quo niet in vraag. En dat is net hetgene wat mode zou moeten bereiken. Daarvoor hebben we ontwerpers nodig, maar ook bedrijven die het goede voorbeeld geven. 

Een tiental jaar geleden is mij gevraagd om, net zoals vandaag, een lezing te geven. Ik wou daarin voorbeelden kunnen geven, positieve veranderingen, maar ik kon maar op een drietal ideeën afgaan. Vandaag wou ik zo veel initiatieven voorstellen, dat ik volledig de tijd uit het oog verloor. Dat toont toch aan dat er iets verandert? Er is een stille revolutie op gang.

© Fille Roelants Photography

Dilys Williams als keynote speaker op Fashion Flows. ‘Er zijn zo veel mooie alternatieven, ik verloor volledig de tijd uit het oog bij het opsommen ervan. Dat wil toch iets zeggen?’

Het verschil tussen duurzame en eerlijke kledij

Kan kledij over de hele keten duurzaam zijn? Van katoenpluisje over confectie tot verkoop?

Dilys Williams: Ik vind niet dat duurzaamheid een stilstaand gegeven is. Zodoende kan een product ook nooit duurzaam an sich zijn. Wat het duurzaam maakt, is de manier waarop het gemaakt is en de manier waarop consumenten er mee omgaan: geven ze om hun kledingstuk, laten ze het in hun kast liggen, gooien ze het weg van zodra er slijtage op komt? Duurzaamheid is een proces, het omvat onze cultuur, de manier waarop wij leven. Het is dus een dynamisch begrip.

Kan kledij “eerlijk” zijn?

Dilys Williams: Ze kan zeker en vast eerlijk vervaardigd zijn en verkocht worden. De ethische bezwaren van kledingontwerpers en -retailers zijn iets compleet anders dan duurzaamheid, wat veeleer een holistische term is.

Ook de morele beloning voor diegenen die zo’n ethische keuze maken, is reëel. Maar ons politieke gedachtengoed maakt het ons op dit moment niet gemakkelijk. De mode-industrie is actief op zo veel verschillende locaties, in zo veel politieke systemen. De ongelijkheid binnen de industrie moet aangepakt worden, en met onze kledij kunnen we dat.

‘Duurzaamheid en eerlijkheid zijn twee compleet verschillende dingen. Natuurlijk kan een kledingstuk eerlijk gemaakt zijn.’

Dat besef is gegroeid door de omvang van Rana Plaza. Het werd zelfs echt iets persoonlijks: consumenten werden met hun neus op de feiten gedrukt en moesten zich de vraag stellen of wat in hun kast hangt een medemens de dood ingejaagd heeft. Het is dus een heel erg emotioneel onderwerp.

Het jammere eraan is dat het niet emotioneel blijft. Niet lang genoeg, alleszins. Rana Plaza was niet de eerste dodelijke ramp in de textielsector. Het is dus belangrijk om te blijven vechten. Tot het moment waarop we een politiek systeem hebben waarin onze stem gehoord wordt, het moment waarop arbeiders zich zonder problemen kunnen verenigen in vakbonden en samen hun eisen stellen, het moment waarop landen corruptie inruilen voor verantwoordelijkheid. Als progressieve samenleving moeten we hier naar streven - en dat blijven doen.

© Fille Roelants Photography

‘Het is niet alsof bedrijven vertrekken vanuit slechte bedoelingen. Maar van zodra de grote bestellingen binnenkomen, zitten ze met een dilemma. Dan is de vraag: uitbesteden of niet?’

Je impact vermenigvuldigen

Wanneer een kledingbedrijf ervoor kiest enkel nog eerlijke kledij te produceren, wat moet het merk dan concreet doen?

Dilys Williams: Het is een grote mythe dat er een soort van “checklist” bestaat van wat er moet gebeuren om te “verduurzamen”. Als bedrijf, en ook als consument, moet je voor jezelf uitmaken aan welke waarden je belang hecht, en dan een checklist op maat opstellen.

‘Ik koop enkel een kledingstuk als ik weet waar het vandaan komt’ kan je gebruiken als richtlijn. Een andere richtlijn kan zijn of je iets mooi vindt en het op de koop toe niet al te duur is. Dat zijn alvast twee heel verschillende vertrekpunten.

Bedrijven moeten in feite dezelfde afweging maken. Als start-ups hebben ze vaak goede voornemens, ethische principes waar ze waarde aan hechten, maar van zodra ze grote bestellingen binnenkrijgen, zal het moeilijk worden. Om de productie op te drijven, overwegen ze het toch om de bestelling uit te besteden, zonder al te goed te weten waarheen. Dat is een moeilijke knoop om door te hakken.

‘De keuzes die je maakt als designer zijn niet zwart-wit. Je kan niet zomaar zeggen wie goed bezig is en wie niet.’

Zelf heb ik het ervaren toen ik onder modeontwerpster Katharine Hamnett aan de slag was. Hamnett had er toen voor gekozen om de druk van bestellingen te minderen, precies omdat we niet meer wisten waar de producten gestikt werden. Het bedrijf besloot China aan te spreken over mensenrechtenschendingen. 

Hoe is dat afgelopen?

Dilys Williams: Onze collectie van destijds bestond vooral uit stoffen afkomstig uit China. Door gerechtelijke stappen te ondernemen, verloren we dus een groot deel van onze collectie. In die periode heeft Hamnett haar huis moeten verkopen. Veel collega’s werden ontslagen. Uiteindelijk moest Hamnett dus kiezen tussen haar werknemers in Londen en arbeiders in China. Dat was een moeilijke afweging. Vanuit de overtuiging dat haar werknemers in Londen wel aan een andere job zouden geraken, is ze toch voor dat laatste gegaan.

Je kan dus niet zomaar iemand op de vingers tikken en zeggen dat wat hij of zij doet helemaal niet door de beugel kan. Zo’n keuze is niet zwart-wit. Als je veel kinderen hebt en je hen een stabiele toekomst wil geven, is het opnieuw een ander verhaal. Iedereen beslist dus zelf over zijn of haar checklist. Als men daardoor actief gaat nadenken over ethiek, in plaats van zich als kuddedieren te gedragen, boeken we alsnog vooruitgang.

Wanneer een modehuis in het Westen zich uitspreekt over de mensenrechtensituatie in China of andere confectielanden, hoe weet je dan of dat echt weerslag heeft op de lokale situatie?

Dilys Williams: Ik geloof niet dat we zoiets zomaar kunnen meten. Inkomen kunnen we meten, winst, zelfs de CO₂-uitstoot… Sociale gevolgen meten ligt niet zomaar binnen handbereik. Maar ik vind wel dat als de ontwerper in kwestie zelf gelooft in zijn of haar beslissing, dat het daadwerkelijk verandering zal brengen, hoe klein dan ook. Je kiest er actief voor om niet bij te dragen aan een corrupt regime, en dat is inherent positief. Als je daarmee anderen kan beïnvloeden, is je impact ineens vermenigvuldigd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist met focus op eerlijke mode

    Sarah Vandoorne is freelance journalist, hispanoloog, Latijns-Amerika aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalees.