Dan Smith (SIPRI): ‘Door te doen alsof vrede makkelijk is, bega je een grote vergissing’

Interview

‘We weten wat te doen, we moeten alleen nog de wil vinden om het te doen’

Dan Smith (SIPRI): ‘Door te doen alsof vrede makkelijk is, bega je een grote vergissing’

Dan Smith (SIPRI): ‘Door te doen alsof vrede makkelijk is, bega je een grote vergissing’
Dan Smith (SIPRI): ‘Door te doen alsof vrede makkelijk is, bega je een grote vergissing’

Thibault Coigniez

30 maart 2024

De wereldorde wankelt en de defensie-uitgaven rijzen de pan uit. In zulke tijden bieden de rapporten van het Stockholm Peace and Research Institute (SIPRI) een broodnodige houvast. Dan Smith, directeur van het gezaghebbende vredesinstituut, gidst MO* langs de brandhaarden van de wereld.

© SIPRI

SIPRI-directeur Dan Smith: ‘Er zijn nog diplomatieke onderhandelingen en discussies. Maar er komen geen vredesakkoorden of verdragen over wapenbeheersing meer uit de bus. Dat is een erg zorgwekkende vaststelling’.

© SIPRI

De wereldorde wankelt en de defensie-uitgaven rijzen de pan uit. In zulke tijden bieden de rapporten van het Stockholm Peace and Research Institute (SIPRI) een broodnodige houvast. Dan Smith, directeur van het gezaghebbende vredesinstituut, gidst MO* langs de brandhaarden van de wereld.

‘De wereld verkeert in een helse toestand.’ Met die binnenkomer van jewelste geeft Dan Smith aan hoe hectisch zijn dagen verlopen. Want hoe woeliger de geopolitieke context is, hoe drukker Smiths agenda.

De Engelsman is eigenlijk niets anders gewend. Van 1993 tot 2003 stond hij aan het hoofd van het Oslo Peace and Research Institute. Sinds 2015 leidt Smith dat andere bekende vredesinstituut: het Stockholm International Peace and Research Institute (SIPRI).

Vanaf zijn oprichting in 1966 vergaart SIPRI data uit openbare bronnen over de mondiale wapenhandel en conflicten. Eén cijfer uit zijn databank met de militaire uitgaven trok de voorbije maanden ongetwijfeld de meeste aandacht: 2240 miljard dollar.

Dat is het schrikbarend hoge bedrag dat overheden en paramilitaire groepen in 2022 samen aan wapens en defensie spendeerden. Nog nooit lagen de wereldwijde militaire uitgaven zo hoog.

‘Wapenbedrijven functioneren zoals elke andere organisatie. Ook zij moeten uit de kosten komen.’

‘In 2023 zagen we het 29ste jaar op rij een stijging in de wapenuitgaven. Ook voor 2024 verwachten we dat die trend zich zal doorzetten. Sinds het begin van deze eeuw is het geld dat naar wapens vloeit verdubbeld’, zegt Smith.

Met de toegenomen vraag naar wapens zijn er natuurlijk altijd bedrijven die daar een graantje van meepikken. In 2022 was dat graantje volgens de SIPRI Arms Industry Database een slordige 592 miljard dollar waard. Als we Smith mogen geloven, schuilt het echte gevaar in het feit dat het militaire industriële complex zich in stand zal houden.

‘Wapenbedrijven functioneren zoals elke andere organisatie’, zegt hij. ‘Ook zij moeten uit de kosten komen. In de wapenindustrie wegen de investeringen in infrastructuur zwaar door. Met als risico dat zij ook na de oorlog in Oekraïne hun omvang zullen moeten behouden. Ze hebben dus permanent iets nodig dat inkomsten genereert.’

Europees leger

Pas met de oorlog in Oekraïne kwam de militarisering in Europa op gang. Op 28 februari riep de voorzitster van de Europese Commissie, Ursula Von der Leyen, tijdens haar toespraak in het Europees parlement nog op om ‘meer, efficiënter en Europeser in defensie te investeren’.

Maar moeten de Europese staten hun defensiebudgetten wel zo fors opkrikken? Uit cijfers van het Europese Defensie Agentschap blijkt dat alle Europese lidstaten in 2022 240 miljard euro aan defensie spendeerden. Terwijl Rusland ‘‘maar’’ aan 92 miljard euro kwam. De wereldwijde koploper blijven de Verenigde Staten met een bedrag van 877 miljard dollar. China strandt op 292 miljard dollar.

Volgens Smith speelt hun verscheidenheid de Europese landen parten: ‘Op het Europese continent zit je met een dertigtal nationale legers. Die hanteren elk andere militaire- en veiligheidsstrategieën. Daardoor moet je simpelweg meer middelen spenderen om toch een soort eenheid van commando te creëren’.

‘Dit jaar zou maar liefst 27% van het Russische staatsbudget naar defensie gaan.’

Eigenlijk staat Europa voor een heel simpele keuze, zegt hij: ‘Ofwel schorten landen hun nationale soevereiniteit op vlak van defensie deels op om richting een efficiëntere Europese aanpak te evolueren. Ofwel moeten ze gewoon echt véél meer uitgeven om de Russische inspanning bij te benen’.

Ondanks die roep om hogere defensie-uitgaven worstelen veel Europese lidstaten om 2% van hun bruto nationaal product (bnp) aan defensie te besteden. Met 1,1% in 2023 is België nog ver verwijderd van deze norm. Ook al is dat sinds 2006 een verplichting die hoort bij het NAVO-lidmaatschap.

Die 2% verbleekt bij wat Rusland aan zijn leger besteedt. ‘Het is verbazingwekkend hoe snel Poetin Rusland naar een oorlogseconomie kon doen omschakelen. In 2024 zou maar liefst 27% van het staatsbudget naar defensie gaan’, citeert Smith uit een SIPRI-rapport van december 2023.

‘Rusland is voor zijn economie wel heel afhankelijk van olie en gas. Als die inkomsten tegenvallen, zal dat de druk nog vergroten. Het grote probleem met een oorlogseconomie is dat ze amper goederen produceert. Daardoor worden producten schaars en krijg je forse prijsstijgingen. Helaas zal vooral de gewone Rus daar de pineut van zijn.’

AI als toekomstig wapen

Aan het front in Oekraïne resulteert de Russische oorlogsinspanning in grote hoeveelheden tanks en troepen, die Oekraïne met droneaanvallen probeert uit te schakelen. Voor Smith toont dat aan hoe bizar de oorlogsvoering daar verloopt.

‘Enerzijds zouden de veldslagen rond Bachmoet en Avdiivka zelfs voor een generaal uit de Eerste Wereldoorlog heel herkenbaar zijn geweest. Anderzijds lijkt het met het gebruik van onderwaterdrones en artificiële intelligentie (AI) op sciencefiction uit de 21ste eeuw’.

‘De snelheid van AI kan ons tijd schenken om informatie te interpreteren. Bij nucleaire dreigingen is tijdwinst cruciaal.’

Smith is vooral bezorgd over het gebruik van AI in wapensystemen: ‘In het bijzonder wanneer het eigenhandig de militaire doelwitten zou bepalen. Het is echt belangrijk dat er iemand van vlees en bloed aan de knoppen blijft zitten. Zeker omdat je nooit goed weet op basis van welke informatie AI bepaalde beslissingen neemt’.

‘Langs de andere kant kan de snelheid van AI ons kostbare tijd schenken om informatie te interpreteren. Bij nucleaire dreigingen is tijdwinst cruciaal. Want de grootste risicofactoren voor nucleaire catastrofes zijn misverstanden en haastige beslissingen.’

Sinds Poetin in februari 2023 uit het nucleaire ontwapeningsverdrag New START (Strategic Arms Reduction Treaty) stapte, staat de nucleaire escalatie weer op de agenda. In 2011 sloten Amerika en Rusland dat verdrag, de opvolger van het START-verdrag uit 1991, dus net om de wederzijdse nucleaire ontwapening te bespoedigen. Helaas vormt de ontbinding ervan geen unicum, maar het zoveelste voorbeeld van een zorgwekkende trend.

Diplomatieke successen blijven uit

35 jaar na de val van de Berlijnse muur is alle toenmalige euforie, die voortkwam uit het einde van de Koude Oorlog, verdwenen. Behalve uit het New START-verdrag stapte Poetin in november vorig jaar ook uit het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa. Dat verdrag bepaalt de regels voor het gebruik van grootschalige verrassingsaanvallen.

In het SIPRI-jaarrapport van 2023 staat er zelfs dat ‘als de huidige diplomatieke tendensen niet omkeren, er een nieuwe en gevaarlijke fase van wapenbeheersing in het verschiet ligt’.

Volgens Smith liggen de hoogtijdagen van de diplomatieke successen voorlopig achter ons: ‘Vanaf de jaren ’90 tot aan de oorlog in Oekraïne had je een enorme diplomatieke bedrijvigheid rond wapenbeheersing en ontwapening. Die inspanningen leverden ook akkoorden op’.

‘Een vredesproces is lang en erg moeilijk. Door te doen alsof het wel makkelijk is, bega je een erg grote vergissing.’

Het is in die diplomatieke effectiviteit dat momenteel het schoentje wringt: ‘Er zijn nog diplomatieke onderhandelingen en discussies. Maar er komen geen vredesakkoorden of verdragen over wapenbeheersing meer uit de bus. Dat is een erg zorgwekkende vaststelling’.

Voor de oorzaak van dat gebrek aan diplomatieke successen wordt vaak naar de werking van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gekeken. Als machtigste beslissingsorgaan van de VN moet die de balans tussen de grootmachten stabiel houden. Maar de vijf permanente leden (China, Frankrijk, Verenigde Staten, Engeland en Rusland) bezitten elk een vetorecht. Daardoor raken resoluties over gevoelige kwesties, zoals de oorlogen in Oekraïne en Gaza of de onderdrukking van de Oeigoeren geregeld geblokkeerd.

De VN blijven hun waarde behouden, legt Smith uit. ‘Er is nog steeds nood aan een ontmoetingsplaats voor grootmachten en aan een wetgevend kader om onderlinge relaties uit te bouwen. Maar de VN en de Veiligheidsraad dateren nog van voor de Koude Oorlog en de dekoloniseringsgolf. De instellingen zijn zeker aan een hervorming toe. De Veiligheidsraad zou gebaat zijn bij meer leden, vooral uit niet-westerse landen.’

Voor de VN zijn vredesmissies een geliefkoosd diplomatiek instrument. Al is Smith van mening dat er te veel van wordt verwacht: ‘Een vredesproces is lang en erg moeilijk. Op ieder moment loop je het risico dat een conflict terug kan oplaaien. Maar door te doen alsof het wel makkelijk is, bega je een erg grote vergissing.’

Ook is het volgens de SIPRI-directeur ook niet de taak van bijvoorbeeld de blauwhelmen van de VN-vredesmacht om de politieke koers van een land te bepalen: ‘Het gebrek aan diplomatieke successen is vooral een politiek probleem. Als staten de internationale wetgeving respecteren, kunnen VN-resoluties en vredestroepen echt wel zoden aan de dijk brengen. Maar als overheden simpelweg geen respect tonen voor de internationale wetten en waarden, zal het allemaal niets uithalen. Helaas zijn we vandaag in dat tweede scenario aanbeland.’

Een nieuwe koude oorlog?

Door de huidige geopolitieke spanningen ligt de vergelijking met de Koude Oorlog voor de hand. Eind november besloot Finland om zijn volledige en duizend kilometer lange grens met Rusland te sluiten. De parallel met het IJzeren Gordijn is snel getrokken.

Bovendien lijkt ook het escalerende handelsconflict tussen Amerika en China de kloof tussen beide grootmachten te vergroten. In een analyse uit oktober 2021 in het politieke tijdschrift Foreign Affairs bestempelde Yale-professor John Lewis Gaddis dat conflict als ‘een nieuwe koude oorlog’.

‘Het heeft echt geen zin om China als de vijand te behandelen.’

De verleiding van het Westen om de wereld in twee rivaliserende machtsblokken op te delen is in Smiths ogen ronduit misleidend. ‘Zeker in relatie tot China is het fout. Natuurlijk komen assertieve grootmachten als de Verenigde Staten en China af en toe in elkaars vaarwater. In de Zuid-Chinese Zee moet je dat zelfs letterlijk nemen. Het grote verschil met de Koude Oorlog zit in de enorme handel die tussen beide landen bestaat.’

Smith laat ook niet na om te wijzen op de noodzaak tot samenwerken: ‘Wat de klimaatopwarming betreft, hebben China en het Westen er alle belang bij om elkaar bij te staan. Ook tijdens de covidpandemie zagen we dat samenwerken langs onze kant en transparantie langs China’s kant lonen’.

‘Onze relatie met China zal altijd elementen van confrontatie en samenwerking bevatten. Zaak is om de balans juist te krijgen. Het heeft echt geen zin om China als de vijand te behandelen. Maar bij onredelijke eisen mag Europa ook wel op de rem staan. Diplomatieke coalities hoeven niet perfect te zijn. Vaak is een ‘‘goed genoeg’’-coalitie ruim voldoende om resultaat te boeken.’

Vrede biedt ons kansen

Niet alleen in Oekraïne of Gaza snakken burgers naar spoedige vredesresultaten. Volgens het SIPRI-jaarrapport van 2023 telde de wereld in 2022 maar liefst 56 gewapende conflicten. Zo zijn de rebellen in Myanmar al aan hun vierde jaar strijd tegen de militaire junta bezig. En ook in Soedan, Oost-Congo en Nigeria laait het geweld opnieuw op. Stuk voor stuk zijn het brandhaarden die zelden de aandacht van het Westen weten te trekken.

‘We besteden het gros van onze aandacht aan een zinloos conflict, waarop niemand zat te wachten.’

Volgens Smith bezit het Westen inderdaad een beperkte focus als het gaat over conflicten: ‘Toen de oorlog in Oekraïne begon, woedde de oorlog in de Ethiopische deelstaat Tigray in alle hevigheid. Na de Russische invasie op 24 februari 2022 werd dat conflict plots vergeten. En ook voor de miljoenen mensen die vluchten voor het geweld in Soedan is er amper aandacht. De Soedanezen zelf zullen deze oorlog natuurlijk allesbehalve vergeten.’

Met die beperkte aandacht van de internationale gemeenschap heeft de directeur van SIPRI duidelijk moeite. Een van de tragische gevolgen van de oorlog in Oekraïne is volgens hem dat het de aandacht en energie van andere conflicten wegzuigt.

‘Wie weet hadden we met een beetje meer moeite de strijdende partijen in Oost-Congo nu al rond de onderhandelingstafel kunnen krijgen. Maar Poetin besliste er anders over. Nu besteden we het gros van onze aandacht aan een zinloos conflict, waarop niemand zat te wachten en waaraan niemand iets heeft.’

Toch is Smith er de man niet naar om defaitistisch rond te lopen en er de brui aan te geven. Ook in dit tijdperk van toenemende militarisering ziet hij ontwapening en de-escalatie als de enige optie om uit de geweldsspiraal te raken. ‘Na de Tweede Wereldoorlog hebben de strijdende partijen hun wapenarsenaal afgebouwd. Dus ontwapening is wel degelijk mogelijk.’

Maar dat kan alleen lukken als politieke leiders beseffen dat samenwerken de enige manier is om wereldproblemen als klimaatopwarming aan te pakken: ‘We weten wat te doen. We moeten alleen nog de wil vinden om het te doen en de juiste instellingen waarbinnen we het kunnen doen.’

Zoals het een goede Brit betaamt, is zijn slotadvies een knipoog naar de popcultuur van zijn geboorteland: ‘John Lennon zingt ‘‘Give peace a chance’, maar eigenlijk is het net andersom. Alleen vrede biedt ons de kans om te slagen en om uit deze spiraal van toenemende escalatie en bewapening te raken. Succes is helaas niet gegarandeerd, maar er bestaat geen alternatief. Er is dus maar één vraag die telt: zijn we bereid om die kans ook echt te grijpen?’