Hoe Michel Bauwens Gent een “partnerstad” ziet worden

De stad Gent vroeg de gerenommeerde transitiedenker Michel Bauwens om ’s werelds eerste stedelijke “commons” transitieplan uit te tekenen. Dat plan wil een stevige impuls geven aan de nu al welig tierende burgerinitiatieven van Gent. Is een andere stad mogelijk waar bestuur en burger elkaars partner zijn? 

  • Sebastiaan ter Burg (CC BY 2.0) Michel Bauwens ziet veel potentieel in Gent als partnerstad Sebastiaan ter Burg (CC BY 2.0)
  • De Gentse bestuursploeg onder leiding van burgemeester Termont zet in op participatie

John Vandaele

MO*redactie
Globalisering & wereldpolitiek, Oost-Azië, Centraal-Afrika
24 juni 2017

Wat  zijn eigenlijk de “commons” waar Michel Bauwens en zijn medewerker Yurek Onzia naar op zoek togen in de Arteveldestad? Commons is een Engelse term die zoveel als ‘gemeenschappelijk bezit’ betekent, een meent in het oud-Nederlands. Bauwens ging bij zijn definitie van wat een commons is, uit van drie criteria: ‘Het gaat ten eerste om een gedeeld goed, materieel of immaterieel zoals een software. Tweede element is dat dit goed gedragen door een gemeenschap, en niet door een private persoon, door de stad of de staat. In het kader van een stad gaat het meestal om burgercollectieven. Derde element is dat die gemeenschap min of meer zelfstandig regels en normen ontwikkelt om dat goed te beheren. Commons worden dus gedefinieerd door een drieluik: een object van samenwerking, een activiteit van mensen en een beheers-en eigendomsvorm.’

Commons steunen op de samenwerkende mens

Bauwens wijst erop dat de commons ook staan voor een andere manier om goederen en diensten te verdelen in een samenleving: naast de markt via het prijsmechanisme, de staat via herverdelende belastingen, de wederkerigheid van de giften zijn er dus de commons die staan voor het “dingen samen hebben”.   Bauwens: ‘Commons gaan uit van een ander mensbeeld dan de markt die rekent op rationele individuen die louter voor het eigenbelang gaan. De commons verwachten hun heil van mensen die samenwerken, van verbinden en van collectieve oplossingen, van wat professor Tine De Moor de “homo cooperans” noemt.’

In zijn speurtocht naar Gentse commons hanteerde Michel Bauwens evenwel een soepeler definitie. Indien aan een of twee van de drie criteria was voldaan, werd het initiatief meegeteld als een commonsgerichte activiteit. Bauwens: ‘Bij Community Supported Agriculture, landbouw die gedragen of gesteund wordt door een bepaalde gemeenschap, zoals een zelfplukboerderij, is de grond niet noodzakelijk eigendom van die gemeenschap. Het is best mogelijk dat het land gepacht wordt. Maar er is rond de exploitatie van het land wel een samenwerkingsverband van mensen met eigen regels en afspraken.’

Met een strakke toepassing van zijn definitie van commons zou Bauwens in Gent amper commons geteld hebben. Door zijn definitie op deze soepele manier toe te passen, kwam Bauwens tot 450 commonsgerichte activiteiten. Zegt Bauwens: ‘De stad Gent heeft zeer actieve burgers. Het is een zeer dynamisch veld met vooral veel activiteit rond voedsel, wonen, mobiliteit en energie.’

Gelijkenis met digitale commons

Michel Bauwens verwierf internationale faam met zijn analyse van de nieuwe vormen van economie die mogelijk werden in de digitale wereld: hoe dankzij het internet mensen van overal ter wereld vrijwillig samenwerken aan Wikipedia, een mondiale encyclopedie. Hoe met Linux een zeer performant besturingssysteem werd ontwikkeld door ‘open source’ – met de software open en toegankelijk voor iedereen - te werken en zodoende de beste ideeën uit alle windstreken te betrekken.

Bauwens stelt vast dat stedelijke commons dikwijls dezelfde structuur hebben als digitale commons. ‘Er is eerst het initiatief zelf. “Rabot op je bord” bereidt ambachtelijke maaltijden met de overschotten van de stadsakker Rabot en van de sociale kruidenier van het Rabot. Maar er zit een infrastructurele organisatie achter: Samenlevingsopbouw dat dan weer gefinancierd wordt met subsidies. Daarnaast zie je de tendens om initiatieven te versterken door het oprichten van generatieve bedrijven. Zo zijn er op DOK zes bedrijfjes ontstaan die zorgen voor inkomsten.’  

‘Gent heeft uitzonderlijk veel geëngageerde ambtenaren’

Die infrastructurele organisaties worden vaak mogelijk gemaakt door middenveldorganisaties en/of overheden. Bauwens stelde vast dat de stad Gent een erg actief middenveld heeft, dat de commonsgerichte initiatieven ondersteunt. Ook de overheid zorgt dikwijls voor de infrastructurele organisatie die burgerinitiatieven ondersteunt of dat nu rechtstreeks is door ruimte ter beschikking te stellen, of indirect via het stadslabo Timelab (dat nieuwe samenwerkingsvormen en zo verandering wil mogelijk maken, jvd) of de complementaire munt Torekes die financieel ondersteund wordt door de stad.

Bauwens: ‘Gent beschikt over een redelijk unieke administratieve cultuur. Ik zag nog nooit een stad met zoveel geëngageerde ambtenaren. Ik zeg dat niet omdat Gent mij betaalt, maar omdat ik het meen.’ Bauwens wijst tevens op het feit dat de relatief grote politieke stabiliteit met socialisten en liberalen al decennia in het bestuur heeft toegelaten om een bepaalde visie op iets langere termijn door te voeren. Bauwens: ‘Roodgroen is doorgaans een goeie combinatie voor de commons, dat zien we ook elders. Daarnaast zijn er de sociale liberalen die in het DNA van Gent lijken te zitten. Ze speelden destijds een rol in het opzetten van de coöperatie van Vooruit en brengen nu het ondernemersverhaal binnen in de Gentse beleidsvisie.’

‘Commons is meer dan sociale economie’

Bauwens onderstreept dat al die Gentse bedrijvigheid ook een verhaal is van mensen. ‘Commonsgerichte initiatieven worden in veel gevallen gedragen door actieve burgers met een belangrijk educatief en sociaal kapitaal. Een betere ondersteuning van deze sleutelfiguren zou veel kunnen betekenen voor de uitbouw van de commons. Dat zou kunnen door middel van een soort “transitie-inkomen” voor sectoren waar vooruitgang nodig is. Veel burgerinitiatieven worden ook gesteund door individuen uit middenveldorganisaties of door ambtenaren in hun persoonlijke capaciteit als burger. Hiermee heeft Gent een uitzonderlijk groot menselijk kapitaal om in te zetten voor de verdere ontwikkeling van de commons.’

De zwakkere punten

Dat betekent niet dat Bauwens alleen maar goed nieuws heeft over Gent. Heel wat burgers maakten bij hem hun beklag over teveel controle en wantrouwen vanwege de overheid of té veel regels die het burgerinitiatief dwarsbomen – vaak ook regels op Vlaams of Belgisch niveau.

Bauwens stelt vast dat de burgerinitiatieven ook erg gefragmenteerd zijn: ‘Er is weinig coördinatie. Daardoor moet men telkens van nul naar oplossingen zoeken. Er is ook betrekkelijk weinig meta-denken over de commons als nieuw politiek, economisch en sociaal gegeven.’

Veel commonsgerichte initiatieven slagen er niet in nieuwe Gentenaren te betrekken

Veel commonsgerichte initiatieven slagen er bovendien moeilijk in om de nieuwe Gentenaren te betrekken. De commons die voortkomen uit de migratie staan apart, en blijven dan weer grotendeels onzichtbaar voor de mainstream. 

Veel trekkers van commonsgerichte initiatieven in Gent leven in financieel precaire situaties. Bauwens: ‘De mensen die De Koer trekken in de Brugse Poort werken bijvoorbeeld meer dan voltijds voor een halftijds loon.’

Een andere tekortkoming is volgens Bauwens dat de commons te zeer gezien worden als ‘iets voor arme mensen, of om werk te geven aan wie geen werk heeft. Maar commons zijn veel breder dan de sociale economie. Denk aan Linux, een heel competitieve commons. Of Wikipedia. Ook de kloosters van de Cisterciënzers in de Middeleeuwen richtten heel productieve bedrijven op die gemeenschappelijk bezit waren.’

“Alles moet van ons zijn”

Bauwens stelt dat de generatieve economie zwak is in Gent, in vergelijking met een stad als Barcelona. Het bedoelt daarmee bedrijven die ontwerpen op een open manier en daarbij tevens duurzaam en fair zijn. ‘Er is momenteel geen sprake van een sterke commonsgerichte maakindustrie in het Gentse. Dat is spijtig als je het rijke industriële verleden van deze stad kent.’

IMEC gaat in tegen de commonsgedachte

Bauwens vernoemt speciaal het Interuniversitair Micro-Electronica Centrum (IMEC) als een bedrijf dat ingaat tegen de commonsgedachte: ‘Zij willen alles privatiseren. Daar heb ik veel klachten over gehoord. “Je kan met hen niet samenwerken omdat alle data van hen moeten zijn”, of “al wat je maakt, moet van ons zijn”. Zo’n bedrijf mag bestaan maar het mag niet het enige zijn, er moet ook ruimte zijn voor open sourcesamenwerking die toelaat alle innovaties van iedereen in de wereld te benutten.’ 

Ook de Universiteit Gent wil volgens Bauwens, uitdrukkelijk geen leidende rol naar de burgers toe opnemen. ‘Dat is me door één iemand zelfs expliciet gezegd. Ik vind dat vreemd. Ze willen wel leidend zijn in de publiek-private samenwerking of in de privatisering van de kennis. Maar samenwerking met de burgers stoot veeleer op tegenwind, ook al zijn er uiteraard gemotiveerde individuele academici. Ik verwacht een andere houding van een instelling die gefinancierd wordt met publieke middelen.’

Geen radicale breuk

Bauwens wil graag dat Gent voorbouwt op zijn potentieel en doet daarom een aantal voorstellen. Het zijn voorstellen die rekening houden met de huidige politieke realiteiten. Dat leiden we af uit volgende passage in het rapport: ‘De beperkingen die inherent zijn aan de huidige dominante modellen – grondspeculatie bijvoorbeeld – blijven een structurele rem op het aanpakken van fundamentele problemen zoals de grond-en ruimteschaarste.  De structurele commons die echt een verschil kunnen maken – grond, werk en geld – kunnen zich om die reden niet doordrukken.’

De krachtsverhoudingen zijn er niet naar om gronden of ruimte aan te slaan en te herverdelen

Bauwens: ‘Zelfs de linkerzijde aanvaardt tegenwoordig bepaalde neoliberale mechanismen. Ik heb er daarom naar gestreefd voorstellen te maken die haalbaar zijn, die niet te radicaal breken met de dominante modellen. In Brussel is er een half miljoen vierkante meter leegstand. In Europa zijn er dertig miljoen daklozen terwijl 64 miljoen lege appartementen zijn. Dat is schrijnend maar momenteel zijn de krachtsverhoudingen er niet opdat de overheid grond of ruimte in beslag zou nemen om die beter te verdelen. Wat wel mogelijk zou moeten zijn, is een belasting op de meerwaarde. Vaak neemt de waarde van privéwoningen vooral toe door publieke investeringen die in een bepaalde omgeving worden gedaan. Het is niet fair dat die hele meerwaarde dan vervolgens bij de verkoop geprivatiseerd wordt.’

Voortbouwen op wat er is.

Bauwens zoekt naar mechanismen om de energie en drive van de commonsgerichte initiatieven meer impact te geven in Gent. ‘Ik maak daarbij graag gebruik van de zaadvormen die er al zijn. Gent heeft met “Gent en garde” een voedselstrategie die de transitie-eisen onderschrijft.’ Die strategie wil een zichtbare, kortere voedselketen, duurzame productie en consumptie van voedsel, minder voedselverlies, hergebruik van voedselafval en sociale meerwaarde rond voedingsinitiatieven.

Staten-generaal van de commons moet hun stem versterken

Bauwens: ‘Gent heeft een beleidsgroep waarin veel verschillende spelers zitten van Boerenbond en de universiteit over Samenlevingsopbouw en Oxfamwereldwinkels tot Bioforum  en Velt. Dat is het representatieve orgaan van de sector (al ontbreken daarin opvallend de warenhuizen, jvd). Daarin is ook de werkgroep stadslandbouw vertegenwoordigd. In die werkgroep zijn de commonsinitiatieven aanwezig en geldt een contributieve logica: wie bijdraagt, krijgt een stem. Hoe kan je gaan van de representatieve democratie naar een democratie plus die ook recht doet aan nieuwe bijdragen van burgers? Als je een transitie wil naar een duurzame samenleving, moet je wie het goed doet, meer gewicht geven. En dat kan door een staten-generaal van de commons bijeen te roepen. Die moet het gewicht van de commonsgerichte activiteiten versterken.’

Een Linux van de landbouw 

Bauwens wil tevens zogenaamde generatieve bedrijven meer kansen geven: dat zijn de bedrijven die sociaal-ecologisch willen werken. Bauwens: ‘Klassieke beursgenoteerde bedrijven wentelen hun negatieve externaliteiten op ecologisch en sociaal vlak af op de gemeenschap. Het klassieke model gaat ervan uit dat je dit kan rechttrekken door die bedrijven vervolgens te belasten en zo de schade op te vangen of te herstellen. Generatieve bedrijven werken vanuit een sociaal-ecologische visie en hebben het soms moeilijk om zich staande te houden op de markt tegenover bedrijven die alleen aan winst denken.’

Bauwens wil de generatieve bedrijven meer ademruimte geven en stimuleren door middel van wat hij circulaire financiën noemt. ‘De inspiratie komt van het financieringsmodel van Linux. Vijftien jaar geleden besliste IBM om zijn interne software-infrastructuur grotendeels via Linux te ontwikkelen, waarbij het verwachtte om tot negentig procent van zijn interne investeringen te kunnen vermijden. Maar het besliste tevens om vijftien procent van de bespaarde kosten opnieuw in Linux te investeren. Zo schiep IBM een “virtueuze” cirkel voor de ontwikkeling van de software commons. Hetzelfde is mogelijk in de landbouw. Terre des Liens, een coalitie van organisaties die bioboeren verenigt in Frankrijk, heeft een gedetailleerde studie gemaakt over de kosten van watervervuiling waarbij een gelijkwaardig effect mogelijk wordt. Als het aantal bioboeren toeneemt, verminderen de kosten van de watervervuiling dramatisch en kan ook daar een “virtueuze” cirkel worden gecreëerd.’

Bauwens wil graag dat een pilootproject in die zin wordt opgezet in de Gentse bioregio waarbij natuurlijk de vraag is of en hoe waterzuiveringsbedrijven bereid zijn om geld op tafel te leggen voor de bioboeren.

Een miljoen schoolmaaltijden in de Gentse bioregio produceren

Nog in de landbouw-en voedingssector stelt Bauwens voor om het miljoen schoolmaaltijden dat jaarlijks in Gent wordt geserveerd lokaal te produceren. Daarmee sluit hij zich aan bij het projectvoorstel Lunch met LEF (Lokaal Ecologisch Fair) van WERVEL. Nu betrekken sommige Gentse scholen hun maaltijden uit een Limburgse grootkeuken. Vraag is of dat niet lokaler en biologischer kan tegen een aanvaardbare prijs. Bauwens: ‘Als je dat lokaal zou produceren, geef je de Gentse bioregio een enorme impuls en crëer je banen: er zijn 250 koks nodig hiervoor. Je kan het voedsel met CargoVelo aanvoeren zodat de ecologische voetafdruk drastisch wordt verlaagd. Ook andere ankerinstituties zoals hospitalen of universiteiten kunnen duurzamer gaan eten.’

Na de PPP’s de PCP’s, de Publiek-Civiele Partnerships

Als een overheid wil samenwerken met private partners, beschikt ze daartoe over vaste modellen en regels. Voor samenwerking met commonsgerichte initiatieven liggen de modellen minder voor het grijpen. Bauwens wil graag dat er ook publiek-civiele akkoorden komen. Ook tripartite akkoorden tussen de stad, private spelers en burgerinitiatieven moeten mogelijk worden.

95 procent van de juridische obstakels kan je met creatieve interpretatie aanpakken

Dat vergt innovatief juridisch werk. Dat is overigens een algemene vereiste om de commons te stimuleren, aldus Bauwens. ‘Een van de grootste hinderpalen voor de verdere ontwikkeling van de commonsgerichte initiatieven is onaangepaste regelgeving. 95 procent van die problemen kan opgelost worden met een creatieve toepassing van bestaande regels, maar het vergt kennis om die creatieve interpretatie tot stand te brengen. En soms zijn ook nieuwe regels noodzakelijk. Wij stellen een juridische cel voor die bestaat uit twee juristen, een aangesteld door de stad, een andere voorgedragen door de commons initiatieven. Zo mogelijk kan ook de universiteit een of twee juristen leveren.’

In de Italiaanse stad Bologna werd het recht op initiatief in het leven geroepen nadat burgers tevergeefs hadden geprobeerd om zelf banken te plaatsen in hun buurtparkje. Bauwens wil met een soort Recht op initiatief het recht van burgers om voorstellen te doen “institutionaliseren”. Een evaluatieprocedure moet dan de waarde voor het initiatief afwegen en onderzoeken welk soort steun de stad kan verlenen aan het initiatief. De stad blijft altijd de regisseur van het gebeuren want commons kunnen de neiging vertonen alleen het belang van de betrokken gemeenschap voor ogen te hebben.

Platformcoöperaties in plaats van de “stofzuigers” van Silicon Valley

Bauwens pleit voor een sociale vorm van deeleconomie. ‘Bedrijven als Uber, Airbnb of Deliveroo werken als een stofzuiger, een tolsysteem dat dertig procent van de gemaakte omzet uit de regio wegzuigt. Ik moedig Gent aan om  zogenaamde platformcoöperaties te ontwikkelen waarbij de gebruikers en/of de leveranciers zelf de digitale platformen scheppen en bezitten waarop goederen en diensten worden uitgewisseld.’

Bauwens verwijst naar het denkwerk van Trevor Scholz over platformcoöperaties (zie:  http://www.mo.be/analyse/het-democratische-antwoord-op-de-reuzen-van-silicon-valley ) waar vooral in de VS taxichauffeurs of schoonmakers zelf hun eigen platformen uitbouwen, soms met steun van bestaande vakbonden. Dat vereist uiteraard dat vakbonden niet corporatistisch denken en vooruitziend ook bekommernis tonen voor freelancers.

Steden kunnen de creatie van eigen stedelijke Airbnb’s faciliteren

Maar ook steden kunnen hier een rol spelen. In Zuid-Korea worden steden aangemoedigd om hun eigen platform van korte termijnverhuur van kamers tot stand te brengen, als antwoord op Airbnb. Samenwerking tussen steden kan voorkomen dat iedereen zijn eigen platform van nul af moet opbouwen.  Bauwens: ‘Een specifiek engagement van de stedelijke Dienst Economie in samenwerking met de instellingen van de coöperatieve economie zoals Coopkracht en Febecoop lijkt ons hier aangewezen.’

Gent opnieuw een “makersstad”?

Bauwens wil ook dat Gent een pilootproject opzet in het nieuwe industriële model van “open ontwerp”. ‘Een mogelijkheid is het zelf produceren van een aantal wagens voor het gemeentelijk wagenpark via het EDIT-project dat’s werelds eerste modulaire, open en zelfrijdende wagens produceerde. Er zijn uiteraard ook andere mogelijkheden maar het is belangrijk zich te positioneren als leider in die nieuwe creatieve economie. Gent zou zo op termijn zeer aantrekkelijk kunnen worden als Mekka van de makerseconomie. Een pilootproject is noodzakelijk om het proces in gang te zetten en te versnellen.’

Gent kan Mekka van nieuwe maakindustrie worden.

Of op die manier een ‘betaalbare’ wagen kan geproduceerd worden, is onduidelijk maar Bauwens wijst erop dat tegenover het scaling up – de schaalvoordelen – van de klassieke industrie, de ‘scoping up’ van de commons economie staat: globale productieve en technische gemeenschappen die hun kennis voortdurend delen en aanscherpen om vervolgens ‘lokaal’ te produceren.

Bauwens wil ook dat de relatie tussen de commons en de kennisinstellingen – met op kop de universiteit – versterken door het opzetten van een dialoog die kan verlopen via commonsgerichte onderzoekers.

Stadsbank

Bauwens durft dromen. Hij wijst erop dat initiatieven die gemeenschappelijke waarde produceren moeilijk financiering weten aan te trekken. Ook een ethisch gerichte bank als Triodos verwacht dat er geprivatiseerd intellectueel eigendom wordt geproduceerd als tegenwaarde voor kredieten. Bauwens: ‘Daarom zou de stad kunnen nadenken over de oprichting van een lokale bank van de commons die een alliantie aangaat met bestaande ethische financieringsbronnen. In afwachting is een fonds voor commonsprojecten essentieel: de specifieke rol ervan is om te kunnen investeren in projecten die effectief ‘gemeenschappelijk bezit’ creëren.’

Nog in de financiële sector stelt Bauwens voor dat Gent, in navolging van Zwitserland met de WIR en Sardinië met de Sardex een complementaire munt schept die specifiek op lokale bedrijven is gericht. Dergelijke munt laat bedrijven toe aan elkaar krediet te geven. Bauwens suggereert dat Gent eerst met dergelijke munt van start gaat vooraleer een eigen munt voor burgers en consumenten op te starten.

Het verhaal van de commons vertellen als open merk voor stadsontwikkeling

Bauwens vindt dat commons niet alleen een realiteit zijn, maar ook een verhaal dat meer en meer aanspreekt. Dat bleek toen Bauwens en Onzia hun rapport kwamen voorstellen in de Gentse herberg Macharius: hoewel het event maar even ervoor werd aangekondigd, zat de herberg stampvol.

Een commons-toer kan de bezoeker wegwijs maken door de Gentse burgerintiatieven

Bauwens: ‘Dat Gent als eerste stad in de wereld specifiek vroeg om een commons transitieplan en de vraag stelt hoe een overheid zich ten opzichte van de commonsgerichte burgerinitiatieven moet opstellen, is een wereldprimeur en een vernieuwend gegeven.  Ons onderzoek wijst uit dat Gent op dat gebied boven de norm scoort. We kregen reeds aanvragen van stadsbesturen en commonsgroepen uit Rijsel, Brussel en Rotterdam die Gent specifiek om die reden willen bezoeken. Duizenden commonsorganisaties organiseren wereldwijd regelmatig congressen. Gent kan zich hier perfect als een ideale commonsstad profileren.  Dit draait niet om holle stadsmarketing maar om een transparante communicatie van wat er reëel in de stad bezig  is. Meer bezoekers van de stad zouden zo in contact komen met de vernieuwende initiatieven en individuen van de stad: je zou een Gentse commonstoer tot stand kunnen brengen.’

Deze toer moet, naast het opzetten van een jaarlijks CommonsFest en een creatief Commons FilmFestival de commonswereld die in Gent onluikt, op de kaart zetten voor de buitenwereld en voor… de Gentenaren. Aan de Muide doet de term commons immers nog niet al te veel belletjes rinkelen.

LEES OOK

Burghard (CC0)
Milieuorganisaties zijn tevreden met het Elia-rapport over de kernuitstap in 2025.
© Brecht Goris
Het huidige beleid is duidelijk niet van plan om vluchtelingen te helpen, stelt Sabrine Ingabire in haar column. Ze vraagt zich af of we dan misschien de armen zullen helpen.
© SustEcon Conference
‘Heerlijk vond ik het, academici, weldenkende mensen die vanuit hun analyse komen tot dergelijke revolutionaire praat’, schrijft zeronaut-blogger Mike Van Acoleyen.
FaceMePLS (CC BY 2.0)
Voorstanders van bedrijfswagens stellen vaak dat bedrijfswagens een noodzakelijk kwaad zijn, een gevolg van de hoge loonkosten in ons land.

Meest recent van John Vandaele

riik@mctr
Maaltijden Brussels Airlines ‘niet te vreten’, beaamt boordpersoneel
John Vandaele geeft Brussels Airlines een goed bedoelde feedback. 
© Kevin McElvaney/Greenpeace
CO2-bom in Congo: ‘De bomen hier spreken Frans’
De Greenpeace-expeditie in Congo bevestigt dat er ook in Congo-Kinshasa veel veengronden en dus veel koolstof aanwezig is in de ondergrond van het regenwoud.
© Kevin McElvaney/Greenpeace
De ontdekking van een reusachtige CO2-bom in de Congolese moerassen
In Bonn wordt onderhandeld over een beter klimaatbeleid. Zo’n beleid verliest best de CO2-bom niet uit het oog die de mensheid in het Congobekken aan het ontdekken is.
Public Domain (CC0)
Fietsen in Gent: een verademing
John Vandaele maant steden aan om een voorbeeld te nemen aan het fietsbeleid van Gent.