Indiaas auteur Manu Joseph: ‘In India is ongelijkheid een gewoonte’

Interview

Als de rijken de rekening maken van de armen

Indiaas auteur Manu Joseph: ‘In India is ongelijkheid een gewoonte’

Manu Joseph
Manu Joseph

MO* journalist Gie Goris had moeite met het cynisme waarmee de Indiase auteur Manu Joseph de titelvraag van zijn boek Why the Poor Don’t Kill Us beantwoordt. Even wou hij het geplande interview annuleren. De nieuwsgierigheid en professionaliteit wonnen het echter van de weerzin, maar een gemakkelijk gesprek werd het geenszins.

Manu Joseph begon zijn schrijvende carrière als journalist en was tot 2014 hoofdredacteur van Open Magazine. Hij schreef drie succesvolle romans: Slimme mannen, Het onzichtbare geluk van andere mensen en Miss Laila, gewapend & gevaarlijk. Why the Poor Don’t Kill Us verscheen midden 2025 en is een uitgebreid essay over de schrijnende ongelijkheid in India.

De titel wekte mijn interesse al, de achterflap wakkerde die nog aan: ‘De armen weten hoeveel we uitgeven op één dag, aan één maaltijd, en ze kennen de prijs van Atlantische zalm en avocado’s. Waarom tolereren ze dit? Waarom kruipen ze niet uit hun catastrofes om een einde aan ons te maken? Waarom trekken de meiden, die als kikkers hurken naast de afwasbakken, de haren van hun zelfbewuste bazinnen, die hen nooit eens een dag verlof geven, niet uit? Waarom is er vrede?’

India is een van de ongelukkigste naties ter wereld, stelt Manu Joseph vast. Of ten minste, dat leest hij in het World Happiness Report 2025, waarin India op de 116de plek van 147 onderzochte landen staat. ‘Erger dan Oekraïne, Irak en Pakistan’, voegt hij eraan toe. Die toevoeging mag je meteen lezen als een cynische opmerking over de waarde van zulke lijstjes – want zeg nu zelf, hoe kan dat?  

Het zijn de West-Europeanen die zichzelf het gelukkigst vinden, stelt hij vast. ‘De moraal van dit verhaal is dat het geheim van geluk kan liggen in het koloniseren, brutaliseren en plunderen van grote delen van de wereld, zodat je op een dag een financieel gepamperde en sociaal meevoelende bevolking kan hebben die met de fiets naar het werk gaat.’ Dat is een typische passage voor Manu Joseph. Hij wijst op een terechte tegenstelling – want ja, de welvaart van West-Europa is gebouwd op kolonisering en plundering –, maar hij negeert volkomen de sociale strijd die tot herverdeling en de welvaartsstaat geleid hebben. Bovendien ridiculiseert hij sociaal medevoelen en ecologische keuzes. Het typeert zijn kijk op de wereld.

Ik wil weten wat Manu Joseph bezielt en bedoelt, en waarom zijn scherpe observaties hem zo cynisch maken over sociale bewegingen

‘Armoede is relatief’, schrijft Joseph op het einde van zijn provocerende boek. Hij argumenteert dat de armen best gelukkig zijn met hun familie, liefde, jeugd, kracht, verstand of heerlijke dorp. Het is de afgunst die dat geluk bedreigt, niet de armoede. Het is de ongelijkheid en de zichtbaarheid van wat de hogere middenklasse kan kopen. En het zijn de deugpronkers die hen slachtofferschap aanpraten, omdat dat het enige businessmodel is dat ze kennen. Bovendien is ongelijkheid niet alleen onvermijdelijk, de ‘armen van Mumbai hebben vandaag een hogere levensstandaard dan de Mogolkeizers in hun tijd.’

Ik klap het boekje dicht en sta op het punt het interview af te blazen, maar uiteindelijk stem ik tegen mijn eigen resolutie. Ik ben tenslotte journalist, en dus wil ik ook praten met mensen waarmee ik het hartsgrondig oneens ben. Ik wil weten wat Manu Joseph bezielt en bedoelt, en waarom zijn scherpe observaties hem zo cynisch maken over sociale bewegingen.

Al dat geblaat over gelijkheid

Als de armen een probleem hebben met de onaanvaardbare ongelijkheid, dan hebben de rijken een probleem met het onaangename voorkomen van armoede. Dat “esthetische probleem”, schrijft Manu Joseph, doet zich voor wanneer arm India de leefruimtes van rijk India zichtbaar binnendringt. Hij citeert een mededeling van een welgesteld residentieel complex in Bengaluru: ‘Het is moeilijk om hen (het huispersoneel; red.) overal in het park, het amfitheater en de belvedères te zien rondhangen. Bewoners kunnen zich ongemakkelijk voelen wanneer ze overal omringd worden door meiden... Koks, schrijnwerkers en loodgieters zetten zich op de sofa bij de receptie. De meesten onder ons gebruiken die sofa intussen wellicht niet meer.’

Dat voorbeeld toont dat het niet enkel gaat over klasse en ongelijkheid, maar ook over kaste en hiërarchie, maar daarover hebt u het niet.

Manu Joseph: ‘Veel meiden zullen spontaan hurken of op de grond gaan zitten...’

... omdat ze de hiërarchie geïnternaliseerd hebben.

Manu Joseph: ‘... en tegelijk leven we in een samenleving waarin we meestal elkaars kaste-achtergrond niet kennen. Mijn dienstmeid is bijvoorbeeld iemand uit een middenkaste en in haar dorp behoort ze wellicht tot de middenklasse. Maar als ze in mijn huis komt, zit ze op de vloer. Hetzelfde met de chauffeur. Als hij al binnenkomt, dan zit hij ook op de vloer. Wij zien dat niet als een kastengegeven, het is een gewoonte.’

U ziet ongelijkheid als een gewoonte?

Manu Joseph: ‘Het is ook geen onbeleefdheid om de loodgieter of de chauffeur geen thee aan te bieden. Het is gewoonte. Kaste speelt in grootstedelijk India sowieso een minder grote rol, tenzij het over huwelijken gaat. Of als het om positieve discriminatie gaat. Dan krijg je zelfs het bizarre effect dat mensen een lagere kastenstatus opeisen, zodat ook hun gemeenschap zou kunnen profiteren van de quota op universiteiten of voor overheidsbanen.’

‘Als er één groep vandaag de universele onderkaste vormt, zijn het de moslims. En dat is met name hard voor de moslimelites, die het gewoon waren tot de bovenlaag van de samenleving te behoren, maar nu gediscrimineerd worden. Niet omdat moslims door de hindoenationalisten geweerd worden, of dat het zelfs mogelijk zou zijn hen uit de samenleving te verwijderen, maar omdat ze zichzelf buiten de mainstream plaatsen. Wat in de weg staat van een goede co-existentie, is al dat geblaat over gelijkheid.’

Als moslims zouden aanvaarden dat ze tweederangsburgers zijn, dan staat niets de vreedzame co-existentie nog in de weg?

Manu Joseph: ‘Aanvaarden dat je een minderheid bent in een land met een duidelijke meerderheid hoeft niet te betekenen dat alles in wetteloosheid vervalt. Er zijn incidenten, natuurlijk. Als een hindoeprocessie door de stad trekt en een groep moslims blokkeert de weg omdat ze aan het bidden zijn, dan krijg je hommeles. Maar dat lost zichzelf wel op. Overigens is communautair geweld geen eenrichtingsverkeer. Ja, moslims worden er het slachtoffer van. Maar op andere momenten zijn hindoes het slachtoffer. India kent mensenrechten, die moeten gerespecteerd worden. Grondwettelijk is India seculier, al zijn Indiërs dat niet.’

India wordt door chaos geregeerd

Het verbaast me dat u zo zwierig praat over hoe Indiërs zijn en denken. India telt meer dan 1,4 miljard mensen met enorme verschillen in taal, cultuur, religie en omgeving. Enige nuance lijkt dan toch wel op zijn plaats?

Manu Joseph: ‘Ik zeg niet dat alle Indiërs hetzelfde zijn, maar ik praat wel over de dingen die ze delen. Het vuilnis in de openbare ruimte is een probleem dat zich toch letterlijk bijna overal voordoet. Dat verbindt ons meer dan Bollywood of spiritualiteit, wat eigenlijk koloniale clichés zijn. Vuilnis, en het onvermogen om een opgelegde orde te respecteren. Probeer maar eens netjes in de rij te staan en toch aan het loket te geraken.’

‘De idee dat een samenleving verandert door bewuste hervormingen is een mythe die gecreëerd werd door de linkse elite’

U omschrijft het etaleren van rijkdom en de vulgariteit daarvan als typisch Indiaas. Elders schrijft u dat welvarende groepen zoals de jaïns uit Gujarat of de Syrische christenen uit centraal Kerala hun rijkdom niet etaleren omdat ze veel waarde hechten aan soberheid en matiging. Zij zijn dus niet typisch Indiaas?

Manu Joseph: ‘Alle gemeenschappen in India die soberheid voorstaan en beleven, zijn rijk. En ja, als deze handelaars en financiers India zouden leiden, dan was dit een ordentelijker land. Maar dat is het niet. Het is een land dat door chaos geregeerd wordt. En misschien kun je die chaos terugbrengen tot de onafhankelijkheidsstrijd en de beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid die definitief een mentaliteit heeft gecreëerd die ingaat tegen wat de machthebbers willen of decreteren. De regering zegt dat ik mijn afval in de vuilnisbak moet stoppen? Dan gooi ik het op straat.’

Vrede met harde ongelijkheid

U bekritiseert de “amateur-Indiërs”, zoals u Engelssprekende en progressieve Indiërs noemt, omdat ze er niet in slagen hun hooggestemde idealen te verwezenlijken. Maar wat is het alternatief? ‘Enjoy poverty!’, in plaats van: ‘Maak een einde aan de armoede!’?

Manu Joseph: ‘De idee dat een samenleving verandert door bewuste hervormingen is een mythe die gecreëerd werd door de linkse elite. Het is niet dat Indiërs geen verbeteringen willen, maar ze willen die liefst gratis. Dat beperkt de mogelijkheden.’

Vervolgens adviseert u alle jongeren die bij hun verstand zijn om activisme op te geven, en in de plaats daarvan in zaken te gaan en geld te verdienen. Daar zou iedereen beter van worden. Geldt dat advies ook voor hindoenationalistische activisten?

Manu Joseph: ‘Neen. Ik heb het rechtse politiek activisme nooit gelijkgesteld met humanitair activisme. Jongeren die voltijds vrijwilligerswerk doen voor de hindoenationalistische basisbeweging RSS (Rashtriya Swayamsevak Sangh, Nationaal Vrijwilligerskorps; red.), beschouwen dat meestal als een vorm van tewerkstelling. Wellicht omdat ze nergens anders terechtkunnen. Aan de andere kant van het politieke spectrum neigen de meeste studenten menswetenschappen naar een of andere vorm van voltijds activisme, ook al noemen ze het “journalistiek”, of “documentaires maken” of “art house cinema”. Hen wil ik met de vinger wijzen.’

Er zijn naar schatting 50.000 vrijwilligers bij de RSS. Dat zijn allesbehalve richtingloze tieners. Toch lijkt u de intenties en ambities van de nieuwe hindoenationalistische elite zonder verdere kritiek voor waar en waarachtig aan te nemen.

Manu Joseph: ‘Neen, dat klopt niet. Ik hou helemaal niet van de nieuwe elite. Misschien ontgaat je dat omdat deze tekst voor Indiërs geschreven is, en ik sommige grappen of sarcastische verwijzingen dus niet moet uitleggen.’

Als u sarcastisch bent, dan gaat het over de Engelsprekende en progressieve elites die duurzaamheid en diversiteit nastreven, asperges eten en literatuurfestivals bijwonen. Daartegenover plaatst u de gewone man, alsof die rechts geboren is. Wie pleit voor duurzaamheid of mensenrechten, wordt weggezet als posh en hypocriet, maar de nieuwe elites met hun verhalen over de gouden hindoe-eeuwen worden wél ernstig genomen.

Manu Joseph: ‘Ik probeer duidelijk te maken wat de gevolgen zijn van de manier waarop de elite kijkt naar de wereld en neerkijkt op de mensen. Dat is anders met de nieuwe rijken die cultureel veel dichter staan bij de armen en onder andere dezelfde taal spreken. Ze verhuizen hun identiteit niet om sociaal te promoveren. Veel heeft met symboliek te maken. Elke Indiase politicus is multimiljonair, maar hun imago is eerder dat van een dorpsleider dan van iemand die tot een rijke elite behoort. Dat vertaalt zich ook in het ontstaan van een nieuwe popcultuur. Die hanteert niet langer het Engels, maar gebruikt Indiase talen.’

‘Wellicht zit hierin de sleutel tot het antwoord op de titelvraag van het boek – waarom vermoorden de armen ons niet? De armen en de rijken delen in toenemende mate taal, verbeelding en symbolen. Het is dus niet dat links zich met nutteloze zaken bezighoudt, integendeel. Het is vooral dat Indiërs, en met name de armen, hun politieke emoties vooral reserveren voor nutteloze zaken zoals geloof. Het resultaat is een samenleving die vrede lijkt te hebben met de harde ongelijkheid.’

Verontwaardiging over ongelijkheid is hypocriet

Zowel in Miss Laila als in The Poor vergelijkt u de 21 verdiepingen tellende familietoren van Mukesh Ambani – de op een na rijkste man in Azië – in het centrum van Mumbai, met het appartement van schrijfster Arundhati Roy in Jor Bagh, de groene wijk van Delhi. Telkens komt de obscene rijkdom van Ambani er beter vanaf dan de alles bij elkaar bescheiden woonst van Roy.

Manu Joseph: ‘Ik vergelijk de twee niet echt, maar waar ik me bij Arundhati Roy vooral aan stoor, is de schijnheiligheid. Kapitalisten beweren tenminste niet dat ze sober en bescheiden zijn.’

Zo maakt u het rechts en de rijken wel erg makkelijk. Als ze maar brutaal genoeg zijn, kan je hen niets verwijten.

Manu Joseph: ‘Dat is niet wat ik bedoel. Voor mij gaat het eerder over een zelfingenomen houding van morele superioriteit, en die tref ik vooral aan bij linkse activisten en schrijvers. Waar ik grote moeite mee heb, is met de bubbel van mensen die hoge ethische normen en betrokkenheid voorstaan, maar daar in de persoonlijke levensstijl of keuzes niets van terecht brengen. Wie profiteert van ongelijkheid heeft geen recht om die ongelijkheid met veel vertoon van morele verontwaardiging aan te klagen.’

Juwelenreclame in slum in India

Juwelenreclame in een sloppenwijk in Jharkhand, India.

U bedoelt dat wie goed zijn kost verdient, zijn mond moet houden over armoede?

Manu Joseph: ‘Ramachandra Guha, een van de vooraanstaande leden van het seculiere schrijversgilde en brahmaan van geboorte, haalde onlangs uit naar de brahmaanse privileges en naar de gewijde draad die brahmanen dragen als teken van hun superieure kaste. Maar diezelfde Guha stuurt zijn kinderen wel naar Harvard om te studeren. Dat is zijn heilige draad, maar daarover hoor je hem niet. Wat is er fout aan een teken waarmee je je toebehoren tot een kaste vormgeeft? Ook dalits (vroeger de onaanraakbaren, red.) geven hun kaste, en daarbij horende beroepen zoals slachters en leerbewerkers, van generatie op generatie door. De verontwaardiging over ongelijkheid in kaste is hypocriet als je zelf voordeel haalt uit de ongelijkheid in klasse of rijkdom.’

Brahmaanse ouders die geloven in het belang van kaste en hun kinderen naar Harvard sturen, beleven gewoon hun culturele eigenheid, maar ouders die kritiek hebben op de kasteprivileges die ze ongevraagd krijgen en ongetwijfeld doorgeven aan hun kinderen, die zijn hopeloos hypocriet?

Manu Joseph: ‘Ja. Kan een man zich feministisch noemen en tegelijk een salaris aanvaarden dat 25% hoger ligt dan dat van zijn vrouwelijke collega? Ik zou die man niet aanraden om zijn baan op te zeggen, maar wel om zijn mond te houden over feminisme. Dat kan je uitbreiden naar andere vormen van privilege. Je kan die niet altijd weigeren, je bent er niet altijd zelf verantwoordelijk voor, maar ze maken je welsprekende tussenkomsten over ongelijkheid wél ongeloofwaardig.’

‘Er is dus meer verontwaardiging over een arme Uber-chauffeur die wat te nadrukkelijk in het decolleté van zijn welvarende passagier kijkt dan wanneer die rijke passagier hem slecht betaalt’

‘In de hiërarchie van uitsluiting staat gender vandaag hoger genoteerd dan klasse. Er is dus meer verontwaardiging over een arme Uber-chauffeur die wat te nadrukkelijk in het decolleté van zijn welvarende passagier kijkt dan wanneer die rijke passagier hem slecht betaalt. De elite heeft niet alleen een boel privileges, ze heeft ook nog eens de macht om te bepalen welke vormen van ongelijkheid ertoe doen en welke niet. Als je moreel zelfingenomen bent en tegelijk profiteert van ongelijkheid, dan ben je hypocriet. Dat is mijn basisstelling.’

U bouwt gewoon voortdurend stropoppen om ze met veel vertoon te kunnen aanvallen.

Manu Joseph: ‘Daar heb je misschien wel een punt. Ik heb me de voorbije tien jaar iets te makkelijk opgewonden over mensen en zaken, en dat heeft mijn proza er ook niet beter op gemaakt. Een andere vergissing die ik maak, is dat ik een discussie met een of twee specifieke mensen voorstel als een kritiek op een strekking of een groep. Als mijn kritiek op de menswetenschappen bijvoorbeeld niet aantoonbaar opgaat voor de meerderheid van de proffen aan die faculteiten, dan zou ik de moed moeten hebben om degenen die ik viseer bij naam te noemen.’

Aanvoelen van onrecht neemt toe

U beschrijft de armen als mensen die eeuwen achteroplopen. Niet omdat ze “achterlijk” zijn, maar omdat ze – in tegenstelling tot moderne mensen – niet verwachten dat ze controle hebben over hun leven.

Manu Joseph: ‘Inderdaad. Toen het kind van mijn chauffeur stierf, was hij ’s anderendaags weer op post. Voor mensen uit de middenklasse betekent zo’n overlijden het einde van de wereld, maar armen kunnen zich dat niet veroorloven. Wat niet betekent dat ze hun kinderen minder graag zien. De groeiende welvaart in het land zorgt er wel voor dat meer mensen de mogelijkheid van vrijheid en controle ervaren, waardoor hun aanvoelen van onrecht toeneemt.’

‘Eens je proeft van een ander leven wordt het lastig om terug te schakelen naar wat voordien vanzelfsprekend of onvermijdelijk leek. En die “ervaring” kan ook betekenen dat je getuige bent van dat andere, betere leven. Dat brengt ook onrust mee. Hoe meer India vooruitgaat, hoe meer het gevoel van tekort toeneemt.’

Leidt dat groeiende gevoel van onrecht dan toch tot een moment waarop de armen het allemaal niet meer pikken?

Manu Joseph: ‘Dat denk ik niet. Wel groeit de kans dat de criminelen onder de armen zich gesterkt voelen om hun slag te slaan. Tot vandaag is de kans klein dat je als overmoedige crimineel uit de arme meerderheid ouder wordt dan twintig. Je overleeft de ziektes niet, je raakt dodelijk gewond tijdens een buurtgevecht, of je loopt tegen de lamp van de politie en die rekent wel met je af.’

De brutaliteit van de politie is één van de redenen die u in het boek noemt voor het uitblijven van een echte opstand van de armen. Ik citeer: ‘Ik vraag me af hoe lang Indiase steden hun relatieve veiligheid kunnen handhaven in een veranderende wereld waarin er meer compassie is voor de armen en de onevenwichtigen, en waarin de gevaarlijken onder hen veel langer zullen overleven dan voorheen. Wat staat er te gebeuren als India de brutaliteit niet meer kan opbrengen waarmee in verborgen kamertjes parallelle gerechtigheid verstrekt wordt?’ U méént het!

Manu Joseph: ‘Kijk naar Zuid-Afrika. Het einde van de apartheid leidde er tot het krachtig maken van de armen. Dat vertaalde zich in een uitgesproken aversie tegen brutaal politiegeweld en steun voor Europese standaarden voor mensenrechten, waar ik niet tegen ben. Maar de omwenteling resulteerde daardoor eerder in een toegenomen ruimte voor gewelddadige misdadigers, dan in een algemene verbetering voor de massa armen. Het gevolg daarvan is extreme onveiligheid voor iedereen. In India wordt dat nog vaak opgelost door een standrechterlijke executie die voorgesteld wordt als een “vuurgevecht” tussen politie en misdadigers of andere “vijanden van de natie”.’

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld. 

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in