Indonesië: diplomatie met fluwelen handschoentjes

Indonesië dicht zichzelf de rol toe van diplomatisch onderhandelaar in de Zuidoost-Aziatische regio. Toch gaat ook het Indonesische defensiebudget de hoogte in en breidde de krijgsmacht uit met zo’n 100.000 militairen. Wat vinden de Indonesiërs eigenlijk van die defensie-uitgaven? MO* sprak erover met Gerry van Klinken, professor in Zuidoost-Aziatische geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

© UVA

Gerry Van Klinken © UVA

Hoe kijkt de Indonesische bevolking aan tegen de uitbreiding van het leger?

Van Klinken: ‘Je moet weten dat het Indonesische leger anders werkt dan hoe wij hier in Europa gewoon zijn. De doorsnee Indonesiër ziet het leger als een politieke macht, niet als een verdedigingsorgaan voor mogelijke buitenlandse conflicten. Ten tijde van Soeharto [1967-1998, nvdr.] viel de politiemacht immers samen met de legermacht.

Op het einde van de militaire dictatuur van Soeharto werden deze machten gescheiden, al behield het leger wel haar territoriale kazernes en structuur. Dat houdt in dat ze nog steeds sociaal-politieke verantwoordelijkheden hebben, zoals het ondersteunen van de politie bij terreurdreiging of bij communaal geweld. [In 2004 laaide het geweld tussen moslims en christenen op in onder meer de Molukken, nvdr.] Ze treden vaak sneller op dan van hen verwacht wordt, omdat ze van mening zijn dat de huidige politiemacht de situaties niet aankan. Potentiële buitenlandse conflicten hebben voor het leger dus geen prioriteit. 

‘Bij het defensiebudget zal de Indonesiër wel even stilstaan.’

Over die potentiële conflicten denkt een Indonesische burger trouwens heel weinig na. Bij het defensiebudget zullen ze wel even stilstaan. Het nieuws over de verhogingen wekt immers dubbele gevoelens op: aan de ene kant vinden de Indonesiërs het goed dat het leger kan professionaliseren om te kunnen ingrijpen bij eventuele conflicten. Anderzijds zijn ze bang dat het budget besteed zal worden om de teruggedrongen politieke macht van het leger opnieuw uit te bouwen.’

Voorzichtig met stoute jongens

Welke rol speelt Indonesië in de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN)?

Van Klinken: ‘Indonesië is de grootste islamitische democratie en daar is het erg trots op. Die trots weerspiegelt in de profilering van het land op het diplomatieke toneel. 

Indonesië heeft een enorme demografische, economische en geografische kracht. Het land heeft een grote en jonge bevolking, kent een periode van economische bloei en ligt vlak aan een uiterst belangrijke handelsroute, de straat van Malakka. Onder Soeharto heeft het niet de diplomatieke rol gespeeld die het had kunnen spelen. Dat wil het nu veranderen.

‘Onder Soeharto heeft Indonesië niet de diplomatieke rol gespeeld die het had kunnen spelen.’

Wat de ASEAN betreft: alle zetelende landen zijn eigenlijk heel voorzichtig met elkaar. Ze zullen mekaar nooit de les lezen. Dat zie je ook bij “stoute jongen” Myanmar: het land is een militaristische multi-etnische samenleving waarin het vaak tot etnische conflicten komt. Toch wordt het nooit op het matje geroepen. Indonesië beschouwt Myanmar als een land dat zoals Indonesië zou kunnen zijn. Beide landen hebben immers een multi-etnische samenleving met militaristische tradities.’

Stellen de Indonesiërs zich tegenover China vijandig op nu Beijing via de zogenaamde Negenstreepjeslijn zowat tachtig procent van de Zuid-Chinese Zee claimt?

‘Dat is eigenlijk opvallend: een eeuw lang heerste er in Indonesië een antipathie tegenover de Chinezen. Die is nu zo goed als verdwenen. In het begin van de twintigste eeuw was Indonesië een nationalistische samenleving, waarin Chinezen niet geduld werden. Ook in de jaren veertig, vijftig en zestig waren er geregeld uitbraken van anti-Chinees geweld. De anticommunistische mentaliteit van de jaren zestig had daar zeker ook mee te maken. Ten tijde van Soeharto werden Chinese lettertekens en namen gebannen.

‘Ten tijde van Soeharto werden Chinese lettertekens en namen gebannen.’

©United Nations Photo CC BY-NC-ND 2.0

Nog geen twintig jaar geleden viel de politie samen met het leger.

Na 1998 verdween deze antipathie geleidelijk. Etnische Chinezen zijn trots op hun roots en gedragen zich daar ook naar. Chinese moslims worden bijvoorbeeld uitgenodigd in tv-programma’s waarin ze de Indonesische bevolking [bijna 90 procent is moslim, nvdr] advies geven over de juiste interpretatie van de Koran.’

Nochtans bedreigen de territoriale claims van China de Indonesische economische zone: in de Zuid-Chinese Zee liggen onder meer de Natuna-gasvelden, waar Indonesië veel belang aan hecht. Ook het steeds verder inplanten van de Chinese boorplatformen bedreigt hun economische belangen.

Dat alles veroorzaakt dus wel wat nervositeit, maar ze spreken zich er niet over uit. Die nervositeit zal trouwens vooral bij de Indonesische ministeries en denktanks opduiken, maar nog niet meteen bij de Indonesische bevolking.’

Vanwaar de getemperde reactie?

Van Klinken: ‘China is een belangrijke handelspartner met een krachtige economie. De Indonesiërs hebben hier bewondering voor. Bovendien wordt China als een tegengewicht voor de VS beschouwd. “De VS valt moslimlanden aan”, redeneren de Indonesiërs sinds de inval in Irak onder George W. Bush. Dat doet China niet, het land is steeds een goede wereldburger en een goede handelspartner voor de Indonesiërs.’

Tot slot: de Indiase media wordt gesponsord door grote bedrijven, die de Indiase minister-president steunen. Dat zorgt voor een ietwat gekleurde berichtgeving. Ziet het Indonesische medialandschap er ook zo uit?

Van Klinken: ‘Indonesië is een van de meest vrije landen wat betreft pers in Zuidoost-Azië, althans sinds 1998. Dat is een van de grote hervormingen van Habibie [Indonesisch president van 1998 tot 1999, nvdr]. Let wel: de vrije media worden beheerd door rijke zakenmensen met politieke belangen, die je in zekere mate kan vergelijken met een soort inheemse Rupert Murdoch.’

©Ikhlasul Amal CC BY-NC 2.0

‘Indonesië is een van de meest persvrije landen in Azië.’

‘Toch zijn er echt kwaliteitskranten in Indonesië, zoals Kompas. Ook op televisie heb je een uitgebreid aanbod aan kwaliteitsvolle programma’s. De Indonesische overheid had lange tijd een eigen nieuwsbureau, ANTARAnews. Andere media waren vroeger verplicht om nieuwsberichten van dit bureau over te nemen, maar tegenwoordig is ANTARA net afhankelijk van vrije media. Als de commerciële pers de ANTARA-berichten niet deelt, heeft het bureau maar een klein bereik.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift