Dossier: 
‘Enerzijds rennen we onszelf voorbij, anderzijds wachten we op Godot om de klimaatcrisis aan te pakken’

‘Ons ontegensprekelijke geluk? Dat we kinderen van de zon zijn’

© Tine Danckaers

Kaat Van Doren in haar in-situ installatie.

Er zijn van die momenten die dit moeilijke jaar moeiteloos overstijgen. Dat was in mijn geval zonder twijfel een ontmoeting tussen kunstenares Kaat Van Doren en sterrenkundige Katrien Kolenberg. Of hoe een gesprek over de wonderlijke zekerheid van het alledaagse zonlicht en de nabijheid van de natuur een van mijn lichtpunten in 2020 werd. ‘Een mensenleven is een knipoog als je weet dat een ster miljoenen tot miljarden jaren leeft.’

Kaat Van Doren was een buitenkind. Eentje dat altijd aangetrokken was tot de zon, en keek hoe het licht verandert met de seizoenen, verschijnt en weer verdwijnt, schaduwen werpt en hoe die bewegingen eindeloos terugkomen. En hoe elk land, dier en mensenleven onderling afhankelijk is van deze cyclus. Deze fascinatie voor de zon als onvoorspelbare en levensnoodzakelijke natuurlijke lichtbron nam de Mechelse kunstenares mee in haar werken doorheen de jaren.

© Kaat Van Doren

Het is maart 2019 als Kaat Van Doren haar in-situ installatie Golden Hour opstelt in een voormalige winkelpui, een kamer aan de straatkant van haar Mechelse stadswoning. In het kader van een breder onderzoek naar de verstaanbaarheid van de natuur zal de kunstenares er een jaar lang het zonlicht zintuiglijk waarnemen.

Via haar installatie wil Kaat Van Doren aantonen hoe de natuur in de stad meer aanwezig is dan we denken. Ze wil die natuur ook beter leesbaar maken. Want met dat lezen van de stedelijke natuur is het niet zo goed gesteld.

Van Doren observeert hoe de zon met de aardse tijd meeglijdt langs de muren, lichtpatronen schept, en weer verdwijnt uit haar atelier. Met eenvoudige papieren plakband omlijnt ze de lichtpatronen, schrijft de dagen, de uren en minuten op waarop de projecties plaatsvonden.

Van Doren vertrekt daarbij van die ene vraag: keert de zon ooit terug naar juist dezelfde plaats op juist dezelfde tijd ?

De zon keert altijd terug

© Tine Danckaers

Katrien Kolenberg in de in-situ installatie Golden Hour.

In mei 2020 schrijft Kaat Van Doren een brief naar hoogleraar in de astrofysica Katrien Kolenberg. Ze vertelt over haar semi-wetenschappelijke kunstproject en nodigt de Leuvense uit voor een koffie in Mechelen. ‘Te nuttigen in de in-situ installatie Golden Hour.’ Gebeten door de verbinding tussen kunst en wetenschap, beantwoordt de sterrenkundige de brief van de kunstenares, ‘dat ze graag komt’. Ook omdat ze de liefde voor de zon deelt. Of ik ook aanwezig kan zijn, om eventueel notitie te nemen van het gesprek, vraagt Van Doren.

Wanneer de twee elkaar in juni ontmoeten is de dag warm en wordt de koffiekan vervangen door een waterkaraf. In de installatie Golden Hour valt de zon binnen wanneer Van Doren en Kolenberg er zich installeren. Langzaam schuift een lichtvlak tussen de lijnen van de licht verbleekte papiertape op de betonnen zitbank. Tot een haarscherpe kopie nauwgezet samenvalt met de zonneprojectie van precies een jaar geleden. Het is kwart voor vijf. Exact een jaar en een minuut geleden viel de zon op juist dezelfde plaats binnen.

Het zonlicht dat een jaar later terugkeert binnen dezelfde plakbandlijntjes. Het lijkt een banaal fait-divers en toch is de simpele waarneming ervan magisch. Het beklemtoont net dat wat Van Doren wil vertellen: de mens beheerst de zon niet. Op een bewolkte dag hadden we dit moment gemist. ‘Net dat niet te controleren aspect van de zon is een belangrijk onderdeel van mijn in-situ installatie. Ik had gehoopt dat de zon zou schijnen tijdens onze afspraak maar was niet zeker.’

Het afwezige aanwezig maken

Langzaam schuift de zon, terwijl de minuten verstrijken, met de draaiing van de aarde, weg uit het één jaar oude plakbandpatroon, op naar een volgende cyclus.

‘De menselijke drang om de tijd vast te houden is ook een hopeloze romantische paradox tussen verlies en verlangen.’

Anders dan de terugkerende zon, komt de tijd niet terug. Dat de tijd, een constructie van de mens, voorbijgaat is een vaststelling die de mens al eeuwen uitdaagt. In Golden Hour, zo werpt Kaat Van Doren op, deed ze eigenlijk wat de schilderkunst al eeuwen probeert te doen: de beperkte tijd vastleggen.

‘Plinius de Oude beschreef al in de eerste eeuw van onze tijd hoe schilderkunst voortkomt uit een gemis en de poging om dat gemis tegen te gaan’, legt Van Doren uit. ‘Met een verhaal over twee minnaars illustreerde hij hoe de schilderkunst begon door de contouren van schaduwen vast te leggen. Om haar minnaar, van wie ze straks afscheid moet nemen, dicht bij zich te houden, tekent de minnares de contouren van zijn schaduw op de muur. Op die manier zou hij eeuwig bij haar blijven.’

Het afwezige aanwezig maken is mooi, zegt Van Doren. ‘Maar die menselijke drang om de tijd vast te houden is ook een hopeloze romantische paradox tussen verlies en verlangen.’

Een mensenleven is een knipoog

De vergankelijke tijd was iets dat Katrien Kolenberg als kind al fascineerde. ‘Ik ervoer tijd als een bijzonder en ongrijpbaar gegeven’, vertelt de sterrenkundige. ‘Ik probeerde mijn kleine menselijke zijn te meten tegenover dat onbevattelijke universum. Ik wilde weten wat geboren worden, leven en gewoon doodgaan betekent als je dat tegenover de eeuwige — of de kosmische — tijd plaatst.’

© Kaat Van Doren

Via de astrofysica leerde Kolenberg tijd anders benaderen. ‘Het universum maakt de menselijke tijd — de tijd zoals wij die percipiëren — heel relatief. Een mensenleven is een knipoog als je weet dat een ster miljoenen tot miljarden jaren leeft. Het is zo wonderlijk dat je als mens in het verleden kijkt wanneer je naar de sterrenhemel, die zo tot de verbeelding spreekt, tuurt. Door de eindige snelheid van het licht is wat ons bereikt uit het universum al voorbij. We zien de meest nabije ster zoals ze vier jaar geleden was, de zon zoals ze acht minuten vroeger was.’

'Plaats je daartegenover hoe wij met tijd omgaan, dan is dat best stuntelig', reageert Kaat Van Doren. Het etalageraam van het voormalige winkelpand waarin de in-situ installatie zich bevindt, kijkt uit op een van de commerciële assen van de stad Mechelen.

Exact die ligging legt voor de kunstenares tegenstellingen bloot in onze handhaving van tijd. Ze vertelt hoe haar waarnemingen in Golden Hour momenten zijn waarin ze niets anders doet dan kijken naar een poëtisch veranderingsproces waar onze samenleving geen oog meer voor schijnt te hebben.

‘Mijn installatie neemt letterlijk veel tijd in beslag. Buiten, aan de andere kant van de etalage, bevindt zich een snelle samenleving. In onze samenleving staat tijd gelijk aan geld. Stilstaan is verlies.’ Maar, zegt Van Doren, onze drang om geen minuut onbenut — niet-productief — te laten botst ook en vooral frontaal met onze stilstand om de toekomst goed aan te pakken.

‘Enerzijds hebben we die angst om tijd letterlijk te missen en rennen we onszelf voorbij. Anderzijds wachten we op Godot om een urgent probleem als de opwarming van de aarde aan te pakken. Of kijk hoe we mondiaal krachtig reageren op een virus, terwijl we weigeren om de klimaatverandering aan te pakken.’

Natuur als leermeester

Jaren geleden begon Kolenberg de geluiden van sterren te bestuderen. Of het goed is dat we even naar die geluiden luisteren, vraagt Kolenberg terwijl ze een computer tevoorschijn haalt. Ze heeft een paar sterverklankingen meegebracht en opent aan het tafeltje in het atelier haar laptop.

Sterren trillen, ze borrelen en koken, laten winden. Uit die trillingen kunnen we heel wat afleiden over de inwendige structuur van een ster. De geluiden, infrasoon en voor het menselijk oor niet te horen, zijn hoorbaar nadat ze een paar miljoen keer werden versneld. En dus horen we de Rode Reus die een zinderend en kloppend geluid voortbrengt, de schrille klank van de Witte Dwerg en het laag ruisende geluid van de zon. Of hoe het beluisteren van zoemende, ronkende sterren het universum dichterbij brengt.

© Tine Danckaers

Katrien Kolenberg die de sterrengeluiden laat horen.

Het leidt Van Doren tot de vraag of wetenschappers als Katrien Kolenberg ooit genoeg hebben van die onstuwbare hang naar waarnemen, naar weten. Die drijfveer heb je nodig, knikt de sterrenkundige bevlogen.

‘Al twintig jaar volg ik een trillende ster. Deze krimpt en zet uit, wordt feller en minder helder, en we weten waarom. Maar er zit variatie op deze regelmatige cyclus. Waarom dat zo is, weet niemand. Al honderd jaar observeren we dat fenomeen — die variaties — bij gelijkaardige sterren, op zoek naar een verklaring.

Als er dan nieuwe gegevens komen, die je dichter bij een antwoord brengen, zoals tien jaar geleden, is dat fantastisch. Mijn geluk staat of valt niet met het antwoord. Misschien zal ik het in mijn leven niet kennen maar ik wil het wel proberen te weten. Ik vind het superspannend om in een tijdperk te leven waarin we zoveel nieuwe data vanuit ons universum ter beschikking hebben. Die ons iets dichter kunnen brengen bij wat meer inzicht over onze positie in het ganse plaatje.’

De natuur kan meer

Op het kamerbrede raam van haar atelier kleefde Kaat Van Doren een oranje folie. Het gefilterde licht komt sindsdien met een warm roodoranje gloed binnen. Het gouden uur, dat magische moment waarop de rode lichtgolven ‘s avonds nog door de luchtlagen geraken, eindig niet. Ook op deze zomerse namiddag, lang voor zonsondergang.

‘Ooit staan we misschien zo ver in de klimaatopwarming, dat door luchtvervuiling het volledige zonlicht niet meer tot bij ons geraakt. Dan leven we permanent in een gouden uur.’

‘Maar dan zag ik in januari 2020 die apocalyptische beelden van de bosbranden in Australië. Het oranje licht dat letterlijk uit mijn tv kwam, bracht me terug naar mijn gouden uur. Ik vond de gelijkenis angstaanjagend en fascinerend. Fascinerend omdat die rode lichtgolven van de zon in staat zijn om nog door de rookontwikkeling de luchtvervuiling zichtbaar te maken voor het menselijk oog.

Dat gebeurt ook wanneer de Antwerpse petrochemische bedrijven procesgassen affakkelen, waarbij de lucht ook oranje kleurt. Opnieuw kom je dan tot de vaststelling dat de zon niet liegt. ‘Het is angstaanjagend. Ooit staan we misschien zo ver in de klimaatopwarming, dat door luchtvervuiling het volledige zonlicht niet meer tot bij ons geraakt. Dan leven we permanent in een gouden uur.’

Kolenberg minimaliseert de impact van de mens op de planeet niet, maar betwijfelt of de mens zelf in staat zou zijn om het krachtige zonlicht langdurig te dempen. ‘De wetenschappelijke consensus is helder: de klimaatopwarming is onweerlegbaar een gevolg van menselijke activiteit op de aarde. Maar, en ik zeg dat zonder die menselijke impact te relativeren, de natuur kan nog veel meer.

Zo zijn vulkaanuitbarstingen of zandstormen in staat om lichtstralen te filteren of tijdelijk tegen te houden. Denk maar aan de impact van de vulkaanuitbarsting van de Eyjafjallajökull tien jaar geleden, hoe die een deel van de wereld lamlegde. Daar staan wij dan als mensen machteloos tegenover. Of kijk naar de impact van een minuscuul virus dat een wereldwijde pandemie kan veroorzaken.’

Ons onmetelijke geluk

De kracht van de natuur drukt ons vaker dan we willen toegeven met de neus op de feiten: we zijn afhankelijker van de natuur dan we denken. ‘De vraag is of we in deze hoogtechnologische tijden ook nog genoeg aandacht en geduld vinden om de natuur naar waarde te schatten en ervan te leren’, zegt Van Doren.

De mens moet ophouden pretentieus te zijn, vindt de sterrenkundige. ‘We hebben wel degelijk invloed op de atmosfeer. We moeten beseffen dat ons menselijk bestaan afhangt van dat dunne laagje rond de aarde. Op het universum heeft dat echter geen invloed. Met andere woorden: we kunnen onszelf of andere diersoorten vergiftigen, en we doen dat jammer genoeg ook. Maar de rest is evolutie.’

Ook onze planeet aarde, die er al 4,6 miljard jaar is, kan perfect verder zonder de mens die veel minder lang meedraait, gaat Kolenberg verder. ‘We leven als diersoort op een planeet die rond een ster draait. Die ster is op zijn beurt een van de honderden miljarden sterren in een sterrenstelsel. Dat is op zijn beurt een van de honderden miljarden sterrenstelsels die deel uitmaken van het zichtbare universum.’

Die wetenschap had en zou de mens bescheidenheid kunnen bijbrengen. ‘De vraag die we ons als mensen moeten stellen is simpel: willen we onszelf bijsturen in ons leven op aarde of willen we verdergaan met de vernietiging van onze leefomgeving?’

Kolenberg beklemtoont het onmetelijke belang van de leefbaarheid op aarde. ‘Onze planeet is samen met de zon ontstaan, draait er op een perfecte afstand rond. We krijgen niet te veel, niet te weinig zonnestraling. Anders dan op de veel te warme planeet Venus en anders dan op Mars is het hier perfect leefbaar.’

‘Zolang de zon blijft bestaan, en dat duurt nog wel even, kan de aarde blijven bestaan. Dat is toch prachtig. We zijn ons te weinig bewust van het ontegensprekelijke geluk dat we kinderen van de zon zijn.’

De in-situ installatie is doorlopend te bezichtigen in Mechelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3146   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur