Na de helden en de slachtoffers, ziehier de alledaagse Palestijn!

‘Je kan in Palestina ook strijden zonder activist te zijn’, zegt filmmaker Muayad Alayan. MO* sprak met hem over helden en anti-helden, de drang om te migreren en toch te blijven, de noodzaak om eigen verhalen zelf te vertellen. ‘Gewoon dagelijks leven in Palestina is al een heroïsche daad.’

  • © Lieve Neerman Filmmaker Muayat Alayan © Lieve Neerman
  • © Love, theft and Entanglements Moussa ontdekt Avi, de Israëlische soldaat, in zijn koffer © Love, theft and Entanglements
  • © Love, theft and Entanglements Hoofdpersonage Moussa tijdens zijn migratie-interview © Love, theft and Entanglements
  • © Love, theft and Entanglements Avi en Moussa, samen op de vlucht voor de Palestijnse milities © Love, theft and Entanglements

Het zal je maar gebeuren: je steelt een auto om de onderdelen te slijten en je ontdekt na een paar uur dat de koffer een extra lading bevat: een ontvoerde Israëlische soldaat. In de film “Love, Theft and entanglements” (2015) zet de Palestijnse filmmaker Muayad Alayan met de nodige humor het verhaal neer van Moussa, een Palestijnse anti-held.

Het verhaal van hoofdpersonage Moussa speelt zich af in de post-Oslo-periode, het tijdsbestek waarin regisseur Muayad Alayan zelf opgroeide. Een periode van uitzichtloosheid, deprimerend en frustrerend, noemt Alayan — in België in het kader van Eye on Palestine en filmfestival MOOOV — het. Die uitzichtloosheid zit in Moussa’s verhaal vervat, maar in de eerste plaats is de film een persoonlijke reis langsheen het hobbelige parcours van Moussa, een ordinaire autodief die vooral gewend is voor zichzelf te kiezen.

De protagonist

Muayad Alayan: Doorheen de film probeert Moussa met zichzelf in het reine te komen. Hij is zeker niet Prince Charming, doet domme dingen, maar is eigenlijk ook geen slechte kerel.

‘De verhalen over de held, de patriot/vrijheidsstrijder of het slachtoffer hebben we vaak genoeg gehad.’

We wilden niet nog eens een verhaal vertellen over een personage dat al zo vaak wordt opgevoerd in Palestijnse films. We wilden niet kiezen tussen de heldenrol — de patriot/vrijheidsstrijder — of het slachtoffer — de arme, de 1948-vluchteling. Die personages en hun verhalen hebben we vaak genoeg gehad.

Moussa is geen doorsnee Palestijn maar hij is toch alledaags. Zijn belangrijkste dagtaak bestaat eruit om zijn dagelijkse problemen, problemen die hij zelf heeft veroorzaakt, op te lossen. Zijn verhaal is een verhaal van gewone mensen, een verhaal dat we niet vaak horen.

Hij schreeuwt het in een bepaalde scene ook uit: ‘hij is geen strijder, wil dat ook niet zijn’. Is het moeilijk om geen strijder te zijn in Palestina?

Muayad Alayan: Je kan er moeilijk aan ontsnappen. Zo je wil, is gewoon dagelijks leven in Palestina al een heroïsche daad (lacht). Ik bedoel maar: het dagelijkse leven in Palestina slingert je heen en weer en smijt je geregeld op de grond. In staat zijn om te overleven in mentale gezondheid en in een permanente staat van bezetting en restricties, in staat zijn om lief te hebben, jezelf te ontplooien en te werken, dat vormt allemaal een grote uitdaging. Dat wil ik duidelijk maken: je kan ook strijden zonder activist te zijn.

Moussa hangt, via overspel, vast aan de liefde van zijn leven — een taboe. Heb je het thema met opzet opgediept?

Muayad Alayan: Niet echt. De situatie waarin hij zit – seks met een getrouwde vrouw die de moeder is van zijn kind ­– is deel van zijn personage. Hij heeft de relatie met zijn geliefde verpest, kon het niet aan om het juiste te doen, om verantwoordelijkheid op te nemen als ze zwanger werd. Zij, niet hij, heeft een manier gevonden om zichzelf en haar kind te redden van de schande. Dat hij er niet was, is deel van zijn litteken, van de geest uit zijn verleden die hem blijft kwellen tot nu. Het is een heel universeel gegeven: dat mensen zich blijven vastklampen aan een verloren liefde, ook al weten ze dat het voorbij is.

Moussa ontdekt Avi, de Israëlische soldaat, in zijn koffer

De plek

De enige plaatsnaam die ik in de film terugvond was Deir al-Hawa. Heeft die een speciale betekenis?

Muayad Alayan: Deir al-Hawa is een vernietigd Palestijns dorp in het district Jeruzalem, “pre-1948”, van voor de oprichting van de Israëlische staat. Vluchtelingen van Deir al-Hawa daarentegen wonen grotendeels in vluchtelingenkampen rond Betlehem. Anders dan ikzelf — ik woon in Jeruzalem — mogen deze vluchtelingen de dorpen waar hun roots liggen, waar hun grootouders woonden, niet bezoeken. Het is natuurlijk droevig dat ik, met mijn blauwe verblijfskaart van Israël, hun dorp wel kan bezoeken en de dorpelingen, die in de Westelijke Jordaanoever wonen, zelf niet. Overigens is de film niet opgenomen in Deir al-Hawa maar in Betlehem en Jeruzalem, en omringende plaatsen.

Hoe moeilijk of gemakkelijk kan je, als Palestijn, filmen in je eigen thuisomgeving, dat als conflictgebied geboekstaafd staat?

Muayad Alayan: Filmen in Palestina is zeker geen sinecure. We hebben ook in West-Jeruzalem gefilmd. Daar was het kwestie van “filmen en rennen”. We filmden tijdens de sabbat, in een rustige buurt, die ik kende omdat mijn vader er voor 1948 had geleefd.

‘Filmen in Palestina is een kwestie van creatief omgaan met kleine opportuniteiten.’

Concreet: we hadden geen toestemming. Omdat we met een zeer klein productiebudget werkten, hadden we immers niet het geld of de tijd om een Israëlisch bedrijf te betalen om onze draaivergunningen te regelen of ons door de Israëlische censuurprocedure te leiden. Het was een kwestie van creatief omgaan met opportuniteiten.

Dat lukt niet altijd. Zo planden we onze opnames in Jeruzalem rond Pasen, omdat sommige christelijke Palestijnen dan toestemming krijgen om de Heilige Grafkerk in Jeruzalem te bezoeken. Het draaide anders uit: het Israëlisch leger was te laat met de toelating en dus moesten we alles opnieuw agenderen, nieuwe aanvragen doen enzovoort.

Een andere kwestie was het gebruik van wapens in onze productie. Die moesten we aanpassen aan de plaats van de opnames.

Om in Zone A[*] van de Westelijke Jordaanoever te filmen, hadden we toelating nodig van de Palestijnse politie en veiligheidsdiensten. We filmden met echte machinegeweren, maar de veiligheidsdiensten waren constant bij ons. In Zone B en C[*] moesten we plastic speelgoedrevolvers gebruiken, èn was het ook een kwestie van “filmen en rennen”.

Eigenlijk kan je, aan de hand van het verschil in wapens, zien waar we gefilmd hebben (lacht).

De context

Moussa wil naar Europa, om zijn eigen problemen te ontvluchten, en omdat de politieke context hem geen andere keuze laat. Zijn vader vindt dat een kwestie van verraad. Hoe staan de Palestijnen tegenover emigratie?

Muayad Alayan: Voor Moussa zelf is weggaan aanvankelijk een goede oplossing: voor zijn liefdesproblemen, voor zijn financiële problemen, voor de mentale depressie waar zijn hele generatie zo vatbaar voor is.

© Love, theft and Entanglements

Hoofdpersonage Moussa tijdens zijn migratie-interview

Maar om je vraag te beantwoorden: zowat elke Palestijn komt op een dag tot het idee dat weggaan misschien een verfrissende oplossing is. Het biedt een uitweg uit het vermoeiende bestaan in Palestina, weg van de frustraties waarmee elke Palestijn kampt. Gelukkig beslissen de meeste mensen om toch te blijven. De meeste Palestijnen houden vast aan de liefde voor hun land, hun grond, hun zaak.

Zou je “blijven” een vorm van verzet kunnen noemen?

Muayad Alayan: We noemen het Soemoed: weerbaarheid, innerlijke kracht. Kijk, ik ken een aantal mensen die de kans hebben om te vertrekken, en toch doen ze het niet. Toch blijven ze in hun uitzichtloze land. Er bestaat wel degelijk een collectieve overtuiging om het Palestijnse land te beschermen, om de strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid verder te zetten.

De filmmaker

Een Palestijnse filmschool bestond niet. Om filmmaker te worden, moest je naar het buitenland. Vanwaar de idee om films te gaan maken?

‘Onze generatie ontdekte de camera als verzetsinstrument, tijdens de Tweede Intifada.’

Muayad Alayan: Onze generatie ontdekte de camera als verzetsinstrument, tijdens de Tweede Intifada. Toen Jeruzalem psychologisch in brand stond, beseften we dat de digitale technologie nieuwe middelen bood om onze strijdvaardigheid, de strijd voor vrijheid te tonen. We documenteerden de geschiedenis, coverden het nieuws.We zagen de Israëlische dominantie in de mondiale communicatie, zagen hoe ze het propagandaspel beheersten, hoe ze ons vlotjes in de media overheersten, hoe ze de grootste mediatoegangen controleerden.

In deze tijd stond ook een eerste generatie van Palestijnse filmmakers op om andere verhalen te vertellen, om het Israëlische narratief uit te dagen. Het idee was dat als we de wereld zouden tonen wat werkelijk gebeurde, de dingen zouden opgelost worden. Yeah right! (lacht) Het was met dat idee dat ik echt een filmmaker wilde worden.

Na je studies in de Verenigde Staten, ging je terug naar Jeruzalem om, ik citeer: ‘organische cinema te maken voor en door de Palestijnen als een gemeenschap’. Wat bedoel je daar juist mee?

Muayad Alayan: Ik volgde een filmopleiding in San Francisco omdat mijn broer Rami er woonde. San Francisco gaf en leerde me veel: over gemeenschapsactivisme en participatieve processen, over onafhankelijkheid van de filmindustrie, weg van de studio’s.
Die kennis nam ik mee naar Palestina want ik was filmmaker geworden om verhalen uit en van Palestina te brengen.

‘We zoeken een actieve synergie tussen ons als filmmakers en het verhaal en de omgeving van onze film.’

‘Er is een dorp nodig om een kind op te voeden’, luidt het spreekwoord. Dat geldt ook voor film: om een film te maken heb je ook een dorp nodig. Mijn allereerste kortfilm Lesh Sabreen filmde ik in mijn thuisomgeving, en gaat over een trouwfeest. De filmset en de omgeving waarin de set was opgebouwd, liepen in elkaar over. De hele familie stapte in de film, bouwde mee aan de set, leende zichzelf als personage, mensen zetten hun huizen open om de filmploeg te eten te geven, te slapen te leggen. We zoeken met andere woorden een actieve synergie tussen ons als filmmakers en het verhaal en de omgeving van onze film.

Avi en Moussa, samen op de vlucht voor de Palestijnse milities

Je kiest voor de onafhankelijke film. Dat betekent kleine budgetten.

Muayad Alayan: Voor ons is het cruciaal om vrij en onafhankelijk te zijn, omdat je kan vasthouden aan je eigen verhaal en dat van je gemeenschap als inspiratiebron. Niemand dicteert welk verhaal je moet of kan brengen. Dat is nu eenmaal anders als je in zee gaat met de industrie. De Palestijnse fictiefilms uit de jaren negentig en jaren tweeduizend zijn in coproductie met Europese of Arabische landen gemaakt.

‘De film is onafhankelijk gedraaid door een volledig Palestijnse filmploeg, met een Palestijnse hoofdcast.’

Palestijnse regisseurs en acteurs hebben gevochten om de verhalen te vertellen die zij willen vertellen. Maar ik ken echt wel een hoop filmprojecten die in nachtmerries ontaardden, films die zelfs niet gemaakt werden. Een Franse of Zweedse producent wil dat het scenario aangepast wordt aan de Franse of Zweedse normen en het publiek dat in de filmzalen zit.

Een ander gevolg is dat je in een coproductie afhankelijk bent van de partners om een filmploeg samen te stellen. Afhankelijk van uit welke pot of welk fonds het geld van een partnerland komt, gaat het geld ook naar een deel van de productieploeg uit die landen; de cinematografen, geluidstechnici, opmakers.

Love Theft and entanglements is gedraaid door een volledig Palestijnse filmploeg, met een Palestijnse hoofdcast.

Is er intussen een doorslag naar professionalisering in de Palestijnse cinema?

Muayad Alayan: In de jaren negentig hadden we geen ervaren filmploegen, we moesten op zoek naar niet-Palestijnse art-directors, geluidstechnici, fotografen. We hebben nog steeds geen post-productiefaciliteit om de grading te doen. Dus dat deed ik in België, de soundmixing in Griekenland. Maar ja, er is intussen veel veranderd: de markt groeit, de Palestijnse filmomgeving is volwassener, productiever geworden. In de jaren negentig hadden we één fictiefilm om de vijf jaar, vorig jaar hadden we vier of vijf Palestijnse fictiefilms.

Om af te sluiten: hoe ga je om met taboes en eventuele censuur?

Muayad Alayan: Palestina kent uiteraard zijn rode lijnen, zowel op politiek als sociaal vlak. Maar tegelijk denk ik dat we gezegend zijn. In tegenstelling tot veel andere Arabische landen vandaag, worden we niet gedomineerd door een conservatieve geestestoestand.

‘Palestijnen, hoe moe ze ook zijn, hebben wel een geschiedenis van verzet en dus een ingebakken verzetscultuur.’

Er is nog ruimte voor debat en uitdaging in de kunsten. Ik zelf daag mijn publiek graag uit, zonder daarbij per se taboes te willen doorbreken.

Wat censuur betreft: de Palestijnse Autoriteit heeft gewoon de tijd niet om zich bezig te houden met censuur, ook al zou ze dit waarschijnlijk best willen naar Jordaans of Egyptisch voorbeeld. En vergeet ook niet dat de Palestijnen, hoe moe ze ook zijn, wel een geschiedenis van verzet en dus een ingebakken verzetscultuur hebben. We aanvaarden niet zomaar extra onderdrukking. Dat is hoopvol.

Love, theft and entanglements is nog te zien op woensdag 27/4 in Roxy Theatre Koersel, en op donderdag 28/4 in Rotterdam. Info: MOOOV
Meer info over het programma van Eye on Palestine: www.eyeonpalestine.be

[*] De Palestijnse Bezette Gebieden zijn opgedeeld in Zones A, B en C. Zone A staat onder de civiele en veiligheidscontrole van de Palestijnse Autoriteit. Zone B staat onder civiele controle van de PA en onder een gezamenlijke Israëlische-Palestijnse veiligheidscontrole. Zone C staat onder de civiele en veiligheidscontrole van Israël.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3058   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur