Rachida Lamrabet en Btisam Akarkach over de opstand in de Rif

‘Ik denk dat Marokko en de Rif nu pas aan het ontwaken zijn’

© Reuters

Recent verscheen het boek Opstand in de Rif over de twee jaar durende opstand in de provincie waar veel van onze Marokkaanse Vlamingen hun roots hebben. MO* dronk koffie met initiatiefneemster Btisam Akarkach, blogster, filmkenner, lector in een hogeschool. En hing aan de telefoon met schrijfster Rachida Lamrabet die ook een hoofdstuk schreef in het boek.

Een update. Op 26 oktober 2016 werd in het Marokkaanse Al Hoceima een visboer verpletterd in een vuilniswagen toen hij protesteerde tegen de inbeslagname van zijn lading zwaardvis. De vernederende dood van Mohsin Fikri werd de geboorte van de volksopstand of de Hirak. Na Fikri’s dood was het genoeg voor de Riffijnen. Ze kwamen in opstand tegen de decennialange economische, sociale en culturele verwaarlozing van hun provincie. Een zeer woelige tijd volgde, Al Hoceima werd een bezette stad en honderden mensen werden gearresteerd, waaronder de charismatische leider van de beweging, Nasser Zafzafi.

Het Casablanca-proces tegen de 54 Hirakactivisten mondde uit in zware straffen, met onder meer 20 jaar celstraf voor Zafzafi. Toch is de opstand daarmee niet dood, zeggen velen. Meer zelfs, het overtuigt mensen, ook buiten de Hirak, om verder te gaan met sociale protesten. Koen Bogaert (UGent) verwijst in zijn bijdrage in het boek Opstand in de Rif naar de geschiedenis van sociale protesten in de Rif maar ook elders in Marokko. De Hirakbeweging is geen uitzondering, zegt hij. ‘Het is wel de zoveelste bevestiging van wat al jarenlang fout loopt in Marokko.’

Net daarover is zo weinig geweten, zegt Btisam Akarkach, ook bij de Riffijnse en Marokkaanse Belgen.

Btisam Akarkach: De Riffijnen die in de jaren zestig migreerden hadden de protesten van 1958 en 1959 meegemaakt, en het repressieve antwoord van Hassan II, de koning van het pas onafhankelijke Marokko. Het is nauwelijks geweten dat de migratiegolf in de jaren zestig wel degelijk een gevolg is van dat terreurklimaat. Een gelijkaardige migratiegolf volgde in de jaren negentig, na de studentenopstanden in de jaren tachtig.

Ik merkte bij mezelf dat ik daar bijzonder weinig van wist, ook omdat er weinig tot geen literatuur of documentatiemateriaal in het Nederlands over terug te vinden was. Ik herinner me het moment toen ik op vakantie in Al Hoceima jonge werkloze doctoraatsstudenten zag demonstreren. Ze wilden een job, een universiteit, zaken die al langer dan vandaag maar nu, in het kader van de Hirak, meer dan ooit op de tafel liggen. Ik leerde het pas begrijpen toen ik de geschiedenis begon te kennen.

Die vroegere protesten in kaart brengen, en linken aan de Hirak, die opgestane volksbeweging voor gelijke rechten en een betere samenleving. Dat moest belicht worden. Ik voelde de verantwoordelijkheid om dit niet te laten voorbijgaan, om dit te documenteren, ook voor de jonge zoekende Riffijns-Vlaamse generatie.

Rachida, heb jij getwijfeld toen je de vraag kreeg om mee te werken aan het boek?

(C) Koen Broos

Rachida Lamrabet

Rachida Lamrabet: Ik vond het wat dubbel. Ik ben immers geen experte, maar een schrijfster die van op de zijlijn volgt.
Anderzijds vind ik het wel belangrijk om mijn solidariteit met de Riffijnse volksbeweging te tonen. De mensen van Hirak moeten gezien en gehoord worden.

Het sociale onrecht is al lang bezig en net daarom is dit ook ons verhaal, geen ver-van-mijn-bed-zaak. Ook mìjn vader is in de jaren zestig uit Marokko vertrokken omwille van de repressie. De eisen en bekommernissen die demonstrerende burgers in de Rif toen naar voor schoven, waren dezelfde als deze die nu zo krachtig werden verwoord door Nasser Zafzafi, de leider van de Hirak. Mensen willen als evenwaardige burgers kunnen leven in hun eigen land. Ze hebben recht op de meest basale voorzieningen: werkgelegendheid, onderwijs, gezondheidszorg. Dat mijn vader die basisrechten elders moest gaan zoeken, zegt veel over de verwevenheid tussen nu en de geschiedenis. Net dit maakt het protest steviger: de cirkel moet gebroken worden.

Zelfs de repressie is niet nieuw

Alleen lijkt dat niet evident. Het Marokkaanse regime reageert zeer repressief.

Btisam Akarkach: Dat is niet nieuw. Vergeet niet dat de Rif het enige gemilitariseerde gebied is, waardoor de staat er militaire rechtbanken kan oprichten naar eigen believen. Dat is zo sinds 1958. Vandaag worden kinderen en jongeren massaal gearresteerd, omdat ze luidop zeggen dat de corruptie van de elite moet stoppen. Anderzijds komen ze wel degelijk op voor hun mening, dat was een aantal jaar geleden niet zo. Toen zagen mensen de corruptie voor hun ogen, maar mochten of durfden ze dat niet benoemen.

‘Je ziet de verbijstering bij de hele Marokkaanse-Belgische gemeenschap met de dag groeien, ook over de eigen Belgische overheid’

De Marokkaanse, regeringskritische journalist Ali Mrabet zegt in een interview het volgende over de repressie: het verschil tussen koning Hassan II en de huidige koning is dat Mohamed VI handelt volgens de gewoonten van de eenentwintigste eeuw.

Btisam Akarkach: Wat Ali Mrabet wilde zeggen is dat Hassan II openlijk journalisten folterde of deed verdwijnen. In datzelfde interview zegt hij dat Mohamed VI even represssief is, maar op een andere manier: hij gaat via de legale paden. Hij zet de rechtbanken onder druk om harde straffen uit te spreken en tegelijk heeft hij begrepen dat het zwakke punt van de pers haar zwakke financiële situatie is. Journalisten die berecht worden, moeten soms onbetaalbaar hoge boetes ophoesten. En je kan ook tegenwerken door onafhankelijke media te boycotten en advertenties in te trekken.

Maar opnieuw, al die zware straffen maken de Hirak niet monddood. Na de uitspraken werd ook in niet-Riffijnse steden als Casablanca geprotesteerd en hier, in Europa, demonstreerde de diaspora tegen de ondemocratische rechtsgang. Je ziet de verbijstering bij de hele Marokkaanse-Belgische gemeenschap met de dag groeien, ook over de reactie van de eigen Belgische overheid die achterwege blijft.

Rachida Lamrabet: Toen het monsterproces tegen Hirak-activisten startte, zaten er welgeteld twee Europese politica’s in de rechtszaal. Dat is anders bij de processen in Turkije tegen journalisten en schrijvers die veel massaler worden opgevolgd. Ik kan me niet ontdoen van de indruk dat geopolitieke en economische belangen een grote rol spelen. Naast Turkije speelt ook Marokko de rol van Europese gatekeeper tegenover de vluchtelingen. Toch zie je een verschil in benadering, in verontwaardiging.

Btisam Akarkach: Iemand als Driss El-Yazami, voorzitter van de Marokkaanse Nationale Raad voor de Mensenrechten, kreeg heel veel kritiek omdat hij weigert zich uit te spreken tegen de massale mensenrechtenschendingen in de Rif, over de folteringen in de gevangenissen.

Hij blijft in die spreidstand staan, ook toen hij onlangs in het Europees Parlement kritische vragen kreeg, bleef hij wat binnensmonds mompelen. En toch kreeg hij van onze minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders een Leopoldsorde uitgereikt.

‘Ik denk dat Marokko nu pas echt aan het ontwaken is, ondanks de geschiedenis van sociale protesten die al achter ons ligt’

Kan het verschil in verontwaardiging ook deels te maken hebben met een zwakker middenveld in Marokko, dat minder kon mobiliseren?

Rachida Lamrabet: Ik vrees daar wat voor. Je mag niet vergeten dat Marokko ook een land is van armoede. Mensen moeten dagelijks strijd leveren om brood op de plank te brengen. Anderzijds heeft het middenveld nooit grond gekregen om te bloeien. Direct na de onafhankelijkheid in 1956 is koning Hassan II aan de macht gekomen en installeerde hij een terreurregime. Elke oppositie, elke dissidente stem werd op slag monddood gemaakt. In die teneur kon een middenveld ook niet groeien. Dat heeft tijd nodig.

Ik denk dat Marokko nu pas echt aan het ontwaken is, ondanks de geschiedenis van sociale protesten die al achter ons ligt. We zijn ons bewust dat we “een volk” zijn dat een aantal rechten heeft, die we -op een legitieme manier- zouden kunnen opeisen. Er wordt al samengewerkt, maar ik denk dat er nog veel meer kan dan wat nu bezig is.

Het is ook moeilijk, de kopstukken van de Hirak zitten vast. De beweging wordt voortdurend gediskrediteerd. Men maakt de mensen doodsbang door te zeggen dat de Hirak een separatistische beweging is, die van Marokko een tweede Syrië wil maken. Er is ook een groep mensen die het ongehoord vindt om de sacraliteit van de monarchie of de almacht van de koning in vraag te stellen. In Marokko is het taboe om te zeggen dat het volk en niet de koning op de eerste plaats komt.

© Arnaud Dedecker voor MO*

Solidariteitsprotesten met de Rif in Brussel

De opstand is van en voor iedereen

Dat was exact wat Silya Ziani zei. Rachida, jij schrijft in het boek een open brief aan deze kunstenares, studente en jonge activiste van de Hirakbeweging. Waarom koos je haar?

Rachida Lamrabet: Ik ben blij om te zien dat de vrouwen in de Marokkaanse volksbeweging toch ook op straat komen en ook op de voorgrond staan, zoals Silya en nog anderen. Ik heb haar gekozen omdat ik me er misschien wel het meest verwant mee voel: ze is actrice, muzikante.

De Hirak is ook een strijd om vrouwenrechten. Dat moet. Als dat niet het geval zou zijn, is het geen beweging voor vrijheid en gelijkheid. Dan is het een zoveelste beweging die slechts een aantal privileges wil veiligstellen. Dan is het een verloren strijd. Hirak voor mij is per definitie ook een strijd om vrouwenrechten, maar ook om de rechten voor alle onderdrukte groepen tout court.

Btisam Akarkach: Wat dat laatste betreft: iemand als Mohamed Jelloul verwoordt dat heel goed. Hij is een Marokkaanse leraar en mensenrechtenverdediger die na de februari-opstanden in 2011 jaren in de cel zat en nu opnieuw is gedetineerd omdat hij de eisen van de Hirak openlijk onderschrijft. Jelloul verwijst heel duidelijk naar dat alomvattende karakter van de Hirak, gekoppeld aan de nood aan dekolonisering. ‘Wie denkt dat de koloniale strijd achter de rug is, leeft in een illusie’, zegt hij. ‘De kolonisator heeft een ander gezicht gekregen. Marokko, niet alleen de Rif, wordt nog steeds gekoloniseerd.’ De Hirak is één beweging voor alle ideologieën, alle genders, ongeacht cultuur, etniciteit.

Het is natuurlijk zo dat de Rif een conservatieve regio is, maar tegelijk zie je dat de vrouwen een belangrijke rol spelen in de beweging. Niet iedereen doet dat vanuit feministische overwegingen. Ook Karima Amhaouel die in het kader van ons boek werd geïnterviewd door Najet Boulafdal, die intussen naar Europa is gevlucht, nam niet deel als feministe maar als burger.

De revolutie is levenslang

Rachida, je verwijst in je brief ook naar een citaat van de Amerikaanse schrijfster en activiste Angela Davis: ‘de revolutie is een ernstige zaak. Diegene die zich verbindt aan de strijd, verbindt zich levenslang.’ Dat is onomkeerbaar. Wat betekent dat voor jullie in het kader van activisme voor of solidariteit met de Rif?

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Rachida Lamrabet: Ik heb lang zitten kauwen op de idee dat we ons in het Westen ook activisten noemen, terwijl we maar luxe- of loftactivisten zijn. We voeren actie maar keren na die actie terug naar de normaliteit om uit te rusten.

In de Hirak of in andere vormen van activisme leggen mensen hun hele lijf in de weegschaal, geven hun werk, leven en tijd op voor een hoger belang. Dat is wat Davis bedoelt en dat is dus ook heel heftig, omdat het zo’n radicale keuze is. Ik vraag me af of het effectief dat moet zijn of dat je op andere manieren verzet kan plegen. Kan je het vrijblijvender doen? Ik ben daar niet uit.

Btisam Akarkach: Als ik het citaat toepas op mijzelf -ik ben geen activiste- vertaal ik het als volgt: eens je je bekommert om mensenrechten, kan je niet meer terug. Er is geen schakelaar om die overtuiging op welbepaalde dagen af te zetten. Als je de mensenrechten op een bepaalde plek verdedigt, kan je niet ontsnappen aan die van een andere plek.

Je ziet mensen die de mensenrechten van de Palestijnen verdedigen maar veel minder als het over hun jaarlijkse vakantiebestemming gaat. Ik begrijp dat mensen bang zijn om hun banden met Marokko te verliezen. Ik verwacht niet van iedereen dat hij of zij zich activistisch opstelt. Maar het draait wel om solidariteit versus onverschilligheid.

Er wordt vaak verwezen naar het opstandige karakter van de Rif.

Rachida Lamrabet: Dat vind ik de grootste onzin. Waar komt dat toch vandaan, die verwijzing naar ‘de Riffijnen als de heldhaftige, moedige opstandelingen’? Het doet onrecht aan de waarheid. Het gaat niet om etnische zaken, het gaat om mensen die onrechtvaardig en mensonwaardig behandeld worden, die dit beseffen en daartegen in verzet gaan. Dat is overal zo, van Palestina tot Standing Rock.

De Hirakbeweging mag dan begonnen zijn in de Rifstreek, maar er zijn intussen solidariteitsbetuigingen uit heel Marokko. Toen de straffen werden uitgesproken tegen de Hirakkopstukken en journalisten, zijn er in verschillende steden in heel Marokko spontane acties ontstaan. In Rabbat en Cassablanca sloten winkeliers zelfs hun zaken uit protest. De verbindingen kunnen ook verder gaan. De strijd draait wereldwijd rond dezelfde zaak: sociaal onrecht.

Hogra - of de vernedering die niet te vertalen valt

Zitten onrecht en strijd ook vervat in de Arabische term hogra? Het is een term die meermaals naar voor wordt geschoven door de Hirak. Wat betekent het nu?

Rachida Lamrabet: Dat is een heel moeilijke term om te vertalen. Als ik het woord uitspreek, voel ik dat echt letterlijk in mijn buik. Hogra verwijst naar onrecht, vernedering, menselijke onwaardigheid. Hoe ik het zelf aanvoel, betekent hogra dat iemand je onrecht aandoet, maar dat bijna doet vanuit een sadistisch genoegen. Het gaat erom dat iemand je vernedert vanuit een soort van zelfverklaard geboorterecht.

Btisam Akarkach: Het begrip hogra zit heel erg vervat in het gevoel dat de dood van Mohsin Fikri opriep. De verontwaardiging was zo massaal omdat het ging de vernederende manier waarop hij werd vermoord. Hij protesteerde tegen de manier waarop zijn vis in beslag werd genomen en bekocht zijn protest op dezelfde wijze. Die vernedering is hogra. Maar het staat evengoed voor de verwaarlozing van de Rif, die het al decennialang moet stellen zonder ziekenhuizen, universiteiten, investeringen.

‘Zelfs de familieleden van de Riffijnen die in de cel zitten, zeggen: wij zijn en blijven Marokkanen’

De Marokkaanse autoriteiten zouden er alles aan doen om de Hirak weg te zetten als een separatistische beweging, een beweging die Marokko verdeelt. Merken jullie dat dit werkt in België?

Rachida Lamrabet: Dat die twijfel over de “Rifrepubliek Bis” echt wel gezaaid wordt, is het grootste gevaar. De beweging zelf, bij monde van Nasser Zefzafi, heeft nochtans al herhaardelijk gezegd dat de Hirak géén separatische beweging is. De Hirak benadrukt voortdurend dat ze de eenheid van het land niet wil opbreken maar sociale rechten wil.

En toch slagen de autoriteiten erin om die twijfel te zaaien, vanuit dat bekende verdeel-en-heers-spel. Ze verwijzen daarbij steeds opnieuw naar de Rifvlaggen bij de betogingen en bij een deel van de bevolking werkt dat. Die angst zit er. Er zijn helaas ook een paar activitische intellectuelen in het Westen met een separatistische agenda en die proberen om de beweging te kapen. Maar die worden wel echt tegengewerkt door de Hirak zelf.

Zelfs de familieleden van de mensen die in de cel zitten, zeggen: wij zijn en blijven Marokkanen. Het gaat -opnieuw- over werkgelegenheid, een ziekenhuis, een universiteit, een halt aan de corruptie.

Btisam Akarkach: Bij het ontstaan van de Hirak liet de overheid betijen, dacht ze dat het wel zou overwaaien. Toen de Marokkaanse regering merkte dat het protest aanhield, begon ze de Hirak af te schilderen als een beweging die wordt gesteund vanuit Algerije en vanuit de Westelijke Sahara. En later werd het inderdaad een separatistische beweging die ze dus nadrukkelijk niet is. Als daarover twijfel bestaat bij de Marokkaanse diaspora in Vlaanderen, heeft dat te maken met een gebrek aan informatie.

Om af te sluiten: de Hirak zit in een lastig parket. Btisam, jij schrijft echter: hoe meer angst, hoe meer tegengas

Btisam Akarkach: Het is de eerste keer dat de kloof tussen Marokkanen en de diaspora verkleind is, de eerste keer dat mensen van buitenaf deze opstand begrijpen. De Hirak heeft wel degelijk iets substantieel naar de oppervlakte gehaald. There’s no way back.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur