'Racisme zonder racisten'

Brazilië en de mythe van de multiculturele democratie

In februari sprak MO* met Prof. Kabengele Munanga (71), hoofd van het Centrum voor Afrikaanse Studies van de universiteit van Sao Paulo over de relaties tussen Brazilië en Afrika (zie MO* Magazine #83 ‘Diplomatie van de harten’). Er ontspon zich een verhaal over racisme, discriminatie en de strijd van de zwarte beweging in Brazilië. Op 21 maart vierden we, zoals elk jaar, de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. De Verenigde Naties verklaarden 2011 bovendien het Internationale Jaar voor Personen van Afrikaanse afkomst. Munanga’s relaas doet vermoeden dat dit geen overbodige luxe is,  zelfs niet in een land als Brazilië, gekend als de smeltkroes van de wereld.

  • Olivia U.Rutazibwa Prof. Kabengele Munanga (71), hoofd van het Centrum voor Afrikaanse Studies van de universiteit van Sao Paulo Olivia U.Rutazibwa

In 1940, in volle Belgische kolonisatie, wordt Kabengele Munanga geboren in de Congolese Kasaï regio. Eind jaren ’60 studeert hij als allereerste antropoloog af aan de Universiteit van Lubumbashi en komt naar België om te doctoreren. Na een korte terugkeer naar thuisland Congo, trekt hij omwille van de moeilijke politieke situatie in 1975 met een Braziliaanse beurs naar de Universiteit van Sao Paulo om zijn carrière verder te zetten. Daar hij zit hij vandaag, 36 jaar later, nog steeds. Volgend jaar gaat hij met pensioen maar een ‘gekleurde’ opvolger om het Centrum Afrikaanse Studies te leiden zit er niet in. Brazilië, een land waar meer dan de helft van de bevolking van Afrikaanse origine is , zou maar een handjevol hooggeplaatste zwarte professoren hebben.

Munanga: Het beeld van Brazilië als harmonieuze smeltkroes is wat we hier de mythe van de raciale democratie noemen. Het is een mythe want die democratie bestaat niet. Er zijn nauwelijks zwarten in leidinggevende functies in de Braziliaanse samenleving. Of het nu om de politieke, economische, sociale structuren gaat. We vinden zelfs nauwelijks zwarten in de universiteiten. Ze zijn erg schaars en  bijna geheel onzichtbaar. In de favela vind je blank en zwart. Maar wanneer deze de favela verlaten en naar dezelfde job dingen, de blanke de job zal wegkapen. Wanneer je naar een vijf sterren hotel gaat, zal je geen zwarte meisjes vinden aan de receptie. Als je een vliegtuig neemt, zal je moeilijk een zwarte hostess vinden. Af en toe zal je nu een halfbloed zien, maar het haar moet strak naar achter getrokken zijn.

U schetst een heel ander beeld van Brazilië dan dat wij gewoonlijk hebben van het land.

Munanga: Natuurlijk, als je naar het stadium gaat zal je blanken en zwarten vinden. In de selectie van de nationale voetbalploeg vind je  blanken en zwarten. In de samba vind je blank en zwart. Dat schept verwarring voor buitenstaanders. De gemiddelde Braziliaan zal ontkennen dat dit discriminatie en racisme is. Voor hem is het een kwestie van klasse en inkomen. Gedurende een tijdje dacht men hier dat het om een ideologisch probleem ging. Dat, indien we de Braziliaanse samenleving zouden omvormen tot een socialistisch systeem, dat daarmee ook het probleem van de discriminatie zou ophouden. Die tegen de zwarten, tegen vrouwen, mannen. Maar ze hebben zich gerealiseerd dat dit land een kapitalistisch zal blijven, net zoals de Verenigde Staten (VS).

Is het racisme in Brazilië dan te vergelijken met dat van de VS?

Munanga: Het racisme was in de VS geïnstitutionaliseerd. Het was neergeschreven in wetten, zoals het apartheidsysteem van Zuid-Afrika. Hier is het nooit geïnstitutionaliseerd geweest, maar gaat het meer om een feitelijk racisme tussen blank en zwart. Wat er interessant is, is dat het hier volgens mij om de meest gesofistikeerde raciale ideologie gaat. Omdat de racist onzichtbaar is. Enkele jaren geleden heeft de belangrijkste krant hier, Fohlo do Sao Paulo, een enquête uitgevoerd. 80 procent van de mensen zei dat er wel discriminatie en racisme zou kunnen zijn. De volgende vraag was: ‘hebt u zelf al gediscrimineerd?’ Het antwoord was: ‘neen’. Er is racisme maar er zijn geen racisten in Brazilië.  Als je een Braziliaan op heterdaad betrapt zal hij dit ontkennen omdat hij is aangeleerd niet openlijk tegen een zwarte te zeggen dat hij minderwaardig is, maar hij zal het achter de schermen zeggen. Men heeft hem geleerd om tegen een zwarte een ‘gekleurde’ te zeggen of een ‘bruine’. Zelfs ik word de ‘bruine’ professor genoemd. (lacht). Deze ideologie is zo gesofistikeerd dat het zelfs het bewustzijn van het slachtoffer in de war brengt. De zwarten hebben dit geïnternaliseerd. Ze zijn genaturaliseerd en hebben geen instrumenten om hier tegen te vechten zoals in de VS of in Zuid-Afrika waar de segregatie zeer duidelijk en expliciet was.

Betekent dat dat de Amerikaanse strijd tegen racisme niet erg nuttig is voor Brazilië?

Munanga: Toch wel. Vandaag is er in de VS een zwarte elite ook al maken de Afro-Amerikanen maar dertien procent van de samenleving uit. Er is ook een zwarte middenklasse, groter dan die in Brazilië, ook al worden wij gezien als een multiraciale democratie. Dat is omdat de Amerikanen, na het opheffen van het institutioneel racisme in de wetgeving, affirmatieve beleidsmaatregelen heeft moeten doorvoeren, gericht op de slachtoffers van het racisme. Op die manier hebben sommigen een opwaartse beweging kunnen maken. Vandaag zijn daar zwarten in belangrijke posten op de universiteit, in de politiek en zijn ze er zelfs in geslaagd een zwarte president te kiezen. De Brazilianen hebben zich gerealiseerd dat ze tijd verloren hebben. Dat het hoog ti

‘In de selectie van de nationale voetbalploeg vind je blanken en zwarten. Dat schept verwarring voor buitenstaanders.’

is dat ze naar oplossingen gaan zoeken, en dat de VS een goed voorbeeld zijn.

Wanneer en hoe is dit besef precies gegroeid?

Munanga: Sinds 1995-6 is hierover een discussie ontstaan. Dat was naar aanleiding van de herdenking van de dood van de zwarte leider Zumbi dos Palmares 300 jaar eerder. De zwarte bewegingen verzamelden 30 000 mensen in een mars in de hoofdstad Brasilia en vroegen voor het eerst om quota’s en affirmatief beleid. Vier jaar later was er de 3econferentie van de VN over racisme en raciale discriminatie in Durban, Zuid-Afrika. Daar was een grote Braziliaanse aanwezigheid om van de officiële Braziliaanse delegatie af te dwingen dat er, eenmaal terug in Brazilië, werk zou gemaakt worden van affirmatieve beleidsmaatregelen. Zo heeft in 2001 de allereerste staatsuniversiteit, die van Rio de Janeiro, een quota-wet doorgevoerd. Een toegangsquota voor de zwarten en arme blanken. Het is op dat moment dat het debat, in de media, bij de overheid en de zwarte bewegingen echt begint in Brazilië. Voordien werd er niet over gediscussieerd, ook al was die discussie in de VS al meer dan een halve eeuw aan de gang. Brazilië is dus met de nodige vertraging begonnen.

De huidige zwarte beweging in Brazilië is anders dan de vorige. Die wilde zich inschrijven in de Braziliaanse samenleving door hun eigen geschiedenis achter zich te laten. Die van vandaag beschouwt zichzelf als deel van de Braziliaanse geschiedenis omdat de zwarten hebben deelgenomen aan de opbouw van de Braziliaanse geschiedenis en samenleving, maar ze hebben een eigen geschiedenis en achtergrond die erkend moet worden. We hebben een identiteit die erkend en onderwezen moet worden.

Is iedereen het dan eens met quota’s als beleidsinstrument  tegen racisme en discriminatie?

Munanga: Neen. Er zijn voor- en tegenstanders van een quota systeem. Er zijn er die zeggen dat quota’s inderdaad de oplossing zijn en anderen dat er universele socio-economische maatregelen nodig zijn die op iedereen van toepassing zijn. Ikzelf ben in de grote kranten al bekritiseerd omdat ik quota’s verdedig. De kritiek is dat het een beleid zou zijn dat gekopieerd is van de VS dat niets te maken heeft  met de Braziliaanse realiteiten. Maar wat interessant is, is dat terwijl we hierover discussieerden, er bepaalde Braziliaanse universiteiten uit eigen beweging de beslissing namen om met quota’s te werken. Nu hebben we dus een 80-tal universiteiten die verschillende quotasystemen toepassen. Maar de discussie tussen de twee standpunten gaat onverminderd verder.

Wat is het standpunt van de tegenstanders van het quota systeem?

Munanga: Zij zouden eerder gaan voor het verbeteren van het niveau van de overheidsscholen zodat de zwarten op voet van gelijkheid met de anderen zouden kunnen concurreren. Deze stroming waarschuwt er ook voor dat dit de Braziliaanse samenleving zou racialiseren. Dat er raciale spanningen zouden gecreëerd worden zoals in de VS die in Brazilië nooit bestaan hebben. Maar de afgelopen acht jaar hebben aangetoond dat er geen raciale conflicten zijn ontstaan in Brazilië. Het gaat dus om een vals probleem. Er was ook de vrees dat een quota systeem het niveau van de universiteiten naar beneden zou halen. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat acht, tien jaar na de eerste invoering ervan, de studenten die via quota’s zijn binnengeraakt minstens hetzelfde niveau bereiken als de andere studenten en in sommige gevallen zelfs beter scoren. De tegenstanders hebben dan hun heil gezocht in de grondwet. Daarin staat namelijk dat alle burgers gelijk zijn voor de wet, en het universitair quota systeem zou hier tegen indruisen. Dat is waar we vandaag staan, het quota systeem wordt op haar grondwettelijkheid getoetst.

Wat gebeurt er op beleidsniveau, naast deze quota’s in de universiteiten?

Munanga: De laatste regering, die van Lula, heeft een ministerie gecreëerd, een secretariaat voor de raciale vooruitgang in Brazilië. Om een instituut te hebben dat een anti-racisme- en discriminatiebeleid toepast zodat we niet dezelfde fouten maken en het niet enkel een discours blijft. Dit organisme werkt samen met de andere ministeries, zoals die van werk, economie en gezondheid om toe te zien op de ontwikkeling van de zwarte in al deze domeinen. Dus, de overheid heeft erkend dat er racisme is in Brazilië, ander had die nooit zo een ministerie gecreëerd. Intussen heeft de regering onlangs ook een statuut van raciale gelijkheid aangenomen. Ze hebben hier tien jaar over gedaan omdat het werd tegengewerkt door enkele congresleden. Dit bewijst voor mij dat er wel degelijk een probleem is van raciale ongelijkheid, waarom anders een Statuut aannemen?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur