Van Irak naar “Holland”: ‘Nieuwsgierigheid in het Westen moet je stil beleven. Ik stelde te veel vragen’

Schrijver Rodaan Al Galidi: ‘Ik besloot dat ik altijd een bezoeker zal blijven’

© ID/ Fred Debrock

Holland: de thuis van een ondoorgrondelijk volk dat zo graag vasthoudt aan routines en agenda's. Of zo ervaart Semmier het toch, het hoofdpersonage van Rodaan Al Galidi's nieuwste roman Holland. De Iraaks-Nederlandse schrijver pelt in de roman én in een interview met MO* de laagjes van zijn nieuwe landgenoten: 'De mensen hier zijn zo goed in het verbergen van hun emoties.'

Met Rodaan Al Galidi in gesprek gaan — of het nu via mail, WhatsApp of via de telefoon is — is als een boek binnenstappen. Koffie of thee is inbegrepen. De schrijver zit ook op donkere decemberdagen vol verhalen. Hij vertelt beeldend, met opeengestapelde laagjes fantasie, vol humor maar ook kwetsbaar.

Al acht maanden heeft Rodaan Al Galidi zich in 'La Bastille' teruggetrokken, als een muis in zijn holletje. Die Bastille is zijn schuur in Zwolle, het schrijvershol waar hij ook leest, gitaar speelt en vulpennen herstelt.

Dat zijn publieke leven stilligt is voor de schrijver een zegen. Dankzij het versteende leven dat COVID-19 bracht heeft hij de geestelijke ruimte en zijn honderdveertig boeken herontdekt. Een wederzien dat hem weinig inkomsten oplevert, ‘maar als muis komt hij toe met een klein stukje kaas’. Dat scheelt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Om de rusteloosheid tegen te gaan wandelt hij af en toe met de honden van anderen. Maar bovenal is zijn hoofd rustig en is het deze maanden volledig bezet door nóg een nieuw boek. Dat boek, zo zegt hij, sprong zomaar in zijn hoofd, ‘onverwacht en ongeroepen’. Zes hoofdstukken liggen er intussen. Het is een nieuw verhaal, geen vervolg op Holland.

Maar ook dat vervolg — laten we het gemakshalve ‘Irak’ noemen — komt zeker, zegt de schrijver. ‘Ik moet de lezer toch laten weten waar de asielzoeker Semmier vandaan komt.’

Ook Holland moest er komen, vertelt Al Galidi. In zijn eerste boek, Hoe ik talent voor het leven kreeg, tekende hij het verhaal op van de jaren die hoofdpersonage Semmier in een Nederlands asielzoekerscentrum (AZC) doorbracht. In Holland krijgt Semmier, na negen jaar in het centrum, eindelijk een verblijfsvergunning.

Wat volgt is een reis door Holland, waar Semmier kennismaakt met het volk in de plaats van met het systeem waarin hij al die jaren vastzat. ‘Maar ik moet het niet enkel over het systeem hebben, want Nederland bestaat namelijk ook uit het volk.’

Groeien of sterven

Beide boeken vertellen het verhaal van Rodaan Al Galidi zelf. Hij kan niet schrijven over iets dat hij niet zelf heeft meegemaakt, zegt hij daarover.

'Personages moeten loskomen van de schrijver. Ze moeten groeien, anders gaan ze dood.’

Evenmin kan hij schrijven als een personage uit het verhaal de pen niet zelf overneemt. ‘Als ik aan het schrijven ben en een personage groeit niet uit tot een persoon die zelf bepaalt wat hij zegt of doet in het boek, dan zit het fout. Dan begin ik opnieuw of ik gooi het hele verhaal gewoon weg. Personages moeten loskomen van de schrijver. Ze moeten groeien, anders gaan ze dood.’

Dat loskomen mag je bij Rodaan Al Galidi heel letterlijk nemen. Om tastbaar te maken wat hij bedoelt, stuurt hij me een gedicht op over Lidewij, een personage uit Holland. Zij is de grote liefde van asielzoeker Semmier. ‘Ze is het eigenlijk zat om in het boek vast te zitten. Ze wil naar zee’, laat hij weten.

De zee leest niet

Alsjeblieft,
ik ben wonen in die 400 pagina’s beu.
Moe van de titel waarachter ik leef.
Ik mis de zee,
zegt een personage van mijn laatste roman.

Ik bel de redacteur, en vraag of hij
Lidewij naar zee kan brengen.
Hij zegt dat hij de zinnen waarin zij leeft
dieper kan maken,
maar dat hij helaas
niet in staat is om haar
naar zee te brengen.

Als ik haar vertel dat ze nu in krachtiger taal leeft
en thuis kan zijn zonder de zee,
zegt ze dat ze nog verlangt naar zeilen, schelpen,
de warmte van het witte zand.
De zee is haar leven.

Ik bel de uitgever,
en vraag naar de mogelijkheden
om Lidewij naar zee te brengen.
Hij zegt dat hij haar bij boekhandels kan bezorgen,
maar niet bij zee.
De zee koopt geen boeken.

Het is mijn schuld.
Ik wist dat ze van de zee hield,
maar ik
heb haar geschreven,
zodat ze naar lezers reist,
en niet
naar golven.

© Rodaan Al Galidi

Hoe lees je een Europeaan?

‘Dit boek is gewoon Holland', zo staat het op de achterflap. Maar dat gewone Holland en zijn volk zijn niet zomaar te doorgronden. Zeker niet wanneer je zoals Semmier in dat Holland binnenkomt als een puber ‘die een Iraakse cultuur in zich draagt'. Of zoals de schrijver Rodaan Al Galidi zelf in 1998 voor het eerst in Nederland aankwam.

‘Irakezen dragen niet zoveel laagjes in zich. Ze groeien meer op met gevoel dan met gedachten. Hun buiten- en binnenkant zijn meer op elkaar afgestemd.'

De omgangscodes van Holland zijn niet gemakkelijk te kraken, Nederlandse mensen blijken soms verrassend moeilijk om te lezen, zo ondervindt Semmier. In het studentenhuis waar Semmier terechtkomt is het bijvoorbeeld de conservatieve Marga die haar kamer aanbiedt en zijn het net de progressieve studenten die asielzoeker Abdoelsalaam en daarmee ook Semmier eruit zetten. Of het zijn net de ‘asocialen van Bloemwijk’, de vermeende vreemdelingenhaters, die Semmier het meest zichzelf laten zijn in Nederland.

In Nederland heb je echt ervaring nodig om te weten wie de mensen van binnen zijn, ondervond de schrijver. Voor een buitenstaander is het moeilijk om Europeanen te lezen. Zeker als die buitenstaander net als Al Galidi ‘uit een simpel land als Irak’ komt.

‘Irakezen dragen niet zoveel laagjes in zich. Ze groeien meer op met gevoel dan met gedachten. Hun buiten- en binnenkant zijn dus meer op elkaar afgestemd. Hier is dat anders. Vanbuiten krijg je alleen het masker van de mensen mee. De mensen hier zijn zo goed in het verbergen van hun emoties. Ze kunnen zowel hun woede verbergen als de goedheid die ze in zich dragen. Er zijn zoveel laagjes.’

De onmogelijkheid om thuis te zijn

De gelaagde binnenkant van Holland mag dan moeilijker te lezen zijn, het geroutineerde Holland laat zich gemakkelijker kennen. Nadat hij uit het asielzoekerscentrum kwam, verdiepte Rodaan Al Galidi zich in Nederland, net als het hoofdpersonage uit zijn boek. Een zoektocht die hem schijnbaar dieper in de Nederlandse samenleving onderdompelde dan de doorsnee Nederlander.

‘Ik kan nog altijd oprecht verbaasd zijn over het feit dat sommige Nederlanders de straat achter hun huis niet kennen, omdat ze er gewoon niet komen. Ze nemen nooit eens een andere route, maar hebben tegelijk wel die enorme nieuwsgierigheid voor al wat langs hun raam passeert.’

Dat heeft volgens Al Galidi deels te maken met ingesleten gewoonten. ‘Nederlanders springen heel geroutineerd om met hun leven. Je weet precies waar, wanneer en in welke staat je hen vindt. Je weet of ze haastig zullen zijn of niet, of ze met een hond zullen wandelen of op de fiets zullen zitten, of ze zich richting het station of richting de psycholoog zullen begeven. Ze hangen vast aan hun agenda’s en hebben minder tijd om hun achterburen te leren kennen.’

‘Nieuwsgierigheid in het Westen moet je stil beleven. Ik stelde te veel vragen. Het schrok de mensen af: “Wat wil hij van me?”, dachten ze.’

Al Galidi was aanvankelijk heel nieuwsgierig naar Nederland, vooral naar al die variaties of hokjes in zo’n kleine ruimte. ‘Het personage Semmier en ikzelf hadden nooit de mogelijkheid om in een Nederlands hokje thuis te horen. Dus wat doe je? Je springt van het ene hokje naar het andere en volgt de mogelijkheid van het moment.'

'Na mijn verblijf in het asielzoekerscentrum heb ik een studentenkamer ondergehuurd, ik heb in een klooster verbleven, heb op een boot gewoond met een kat die Spinoza heet… Mijn trektocht had minder te maken met het verlangen dan met de onmogelijkheid om ergens thuis zijn.’

Als ik hem vraag of hij nu nog steeds nieuwsgierig is, klinkt een zucht van opluchting door de telefoon. ‘Gelukkig niet. Mijn neus heeft zoveel betaald voor mijn nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid in het Westen moet je stil beleven. Ik stelde te veel vragen. Het schrok de mensen af: “Wat wil hij van me?”. Ze dachten dat ik mijn neus in hun zaken wilde steken. Niet dus. Ik laat die neus met rust.’

De bevrijding van het bezoeker-zijn

Hoe vlot het ook praten is met Al Galidi, hij voelt zich niet zo thuis tussen mensen, zegt de schrijver. Hij kan het beter vinden met personages uit boeken.

‘Vaak heb ik zulke mooie gesprekken met Don Quichot, of met Miskin uit De idioot van Dostojevski, met Natascha uit Oorlog en vrede of met Anna Karenina van Tolstoj. Die mensen van inkt begrijpen mij beter en veranderen niet met de tijd van gedachten. Ze geven mij bovendien de kans om hun diepste gedachten te lezen. Ze zijn stil of ze praten wanneer ik dat wil.’

Semmier, het hoofdpersonage uit Holland, wende net als Al Galidi wel aan het leven tussen de Nederlanders, maar bleef een buitenstaander. Iets als volledige integratie is, zoals geweten, een illusie. Bovendien, zegt Al Galidi: ‘Hoe meer je integreert, hoe meer je te horen krijgt dat je nog meer je best moet doen.'

‘Ik besloot om altijd te onthouden dat ik Irak verliet omdat het gevaarlijk was voor mijn leven. Ik onthoud dat mijn leven in Nederland veilig is.

‘Ik ben al zo vaak in Spanje geweest. Daar vraagt niemand mij of ik er werk of dat ik een toerist ben. Niemand vraagt er hoe lang ik blijf, wanneer ik terugga en waarnaartoe. In Nederland krijg je dat soort vragen om de haverklap. Men wil niet per se weten wie ik ben en wat ik mooi vind, wel waarom ik hier eigenlijk ben.’

En dus heeft Al Galidi zich voorgenomen om voor altijd een bezoeker te blijven.

‘Dat is mijn bevrijding. Gaat het goed, dan vertel ik dat ik gastvrij word ontvangen. Gaat het niet goed, dan moet ik mijn bezoek verkorten, niet denken dat ik me hier thuis voel.'

'Beeld het je zo in dat ik door iemand ben uitgenodigd in zijn huis. Ik mag gebruikmaken van zijn tuin, zijn logeerkamer, zijn douche, de diensten van zijn advocaat en zijn dokter. Als het afvoerputje van zijn douche niet werkt, zal ik niets zeggen. Als blijkt dat zijn familie het familiehuis ooit onrechtmatig heeft verkregen, zal ik zwijgen. Als zijn dochter roept: “Klootzak, dit is mijn huis”, zal ik niet terugroepen: “Klootzak, dit is ook mijn huis.”’

‘Ik hou mijn mond en vergelijk dergelijke moeilijke situaties dan met de situaties in mijn land, Irak. Ik besloot om altijd te onthouden dat ik Irak verliet omdat het gevaarlijk was voor mijn leven. Ik onthoud dat mijn leven in Nederland veilig is. Dat is de kern van mijn vlucht. Ik kwam hier om gebruik te maken van de situatie, niet om de situatie te veranderen.’

Zijn bezoekersstatus bevrijdt Al Galidi van woede en teleurstellingen. Maar het is zijn eigen methode om rust te vinden in zijn ontwortelde leven, niet die van andere asielzoekers, zegt hij erbij. ‘Het is mijn persoonlijke yoga om thuis te zijn in het Westen. Wat ik hier zeg geldt dus enkel en alleen voor de asielzoeker genaamd Rodaan Al Galidi.’

Shoarma in de bibliotheek

Het enige wat de schrijver graag wil, is via zijn boeken een eerlijke spiegel zijn. ‘Als lezers dat willen, kunnen ze zichzelf in mij zien.’ Dat hij iets zou doen met taal zat er altijd in. Hij ontwikkelde in het Arabisch een talent voor schrijven, groeide op met westerse schrijvers.

Toen Al Galidi verhuisde naar een andere taal, dacht hij dat het vlot zou gaan. ‘Maar het bleek een onhandige combinatie. Alsof je als kind met een talent voor voetbal moet leren voetballen met een basketbal op een basketbalterrein. Er is een sport, maar de bal, het veld en de spelregels zijn helemaal anders.'

'Het is misschien de grootste fout in mijn carrière geweest,' bedenkt de schrijver, 'verhuizen van het Arabisch naar het Nederlands. Ik ben nu niet zo goed meer in het Arabisch als ik was, en ik ben niet zo goed als ik zou willen zijn in het Nederlands.’

‘Als je boeken geen geluiden mag laten maken, dan wordt de bibliotheek een begraafplaats van taal, en de boeken de grafzerken.’

Voor iemand wiens beste vrienden in boeken wonen is een boekenkast de beste huiskamer. Of een heilige plek zoals de openbare bibliotheek. In Holland noemt Al Galidi de bibliotheek ‘de enige plek waar je nooit hoeft te betalen om er te zijn.’

Het doet me terugdenken aan een gesprek met een vriendin die in een Vlaamse stadsbibliotheek werkt, vertel ik hem. De vriendin houdt betogen voor 'bibliotheekhuizen'. Als warmteplekken voor iedereen. Ook voor mensen die er geen boeken uitlenen, maar die er gewoon tussen de boeken, de lezende mensen en de veilige muren willen zitten.

Holland kwam eerder dit voorjaar (2020) uit

‘Dat begrijp ik helemaal’, zegt Al Galidi. ‘Het is zoals je ook in kerken en moskeeën kan gaan zitten. Alleen hebben die elk maar één boek, wat zoveel saaier kan zijn dan bibliotheken, met hun schat aan boeken. Maar als een bibliotheek zich gaat gedragen als een heiligdom, wordt het ook saai. Een bibliotheek mag ook geluiden voortbrengen. Het moet er echt niet zo stil zijn.'

'Wanneer boeken geen geluiden mogen maken, dan wordt de bibliotheek een begraafplaats van taal, en de boeken de grafzerken. Er liggen in die boekenrekken miljoenen woorden, die woorden moeten in de lucht. Een bibliotheek moet een festival van woorden zijn. Voor iedereen. En dus past in de bibliotheek ook een tafeltennistafel en kunnen er zeker ook shoarmabroodjes verkocht worden.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur