Journalist-activist Bill McKibben over het verschil tussen klimaatgedrag en klimaatbeleid

Bill McKibben over klimaatstaking vrijdag: ‘Uitzonderlijke tijden vragen uitzonderlijke acties’

Belga

Journalist en noodgedwongen klimaatactivist Bill McKibben in scheidsrechterstenue, voor een actie tegen de corruptie van oliebedrijven.

Het jaar waarin de Berlijnse muur viel en de wereld op weg leek naar vrede, voorspoed en welvaart voor iedereen, publiceerde de Amerikaanse journalist en ondertussen klimaatactivist Bill McKibben het eerste boek over klimaatverandering voor het bredere publiek. Vandaag helpt hij om wetenschappers te verzamelen voor de klimaatstaking van volgende vrijdag.

In The End of Nature schetste Bill McKibben de uitdaging waar we toen, in 1989, voor stonden. Niet alleen de ontwrichting van een tot dan redelijk stabiel klimaat door het massaal opstoken van fossiele brandstoffen, maar ook het uitsterven van talrijke soorten en het toen nog pulserende gat in de ozonlaag boven de poolgebieden.

Hoe pessimistisch de titel van het boek ook klonk, van de pagina’s spatte hoop en daadkracht af. Ja, de wereldeconomie dreigde de planeet waarop ze geënt was te verwoesten, maar het goede nieuws was dat men wist wat eraan te doen. We zouden zonnepanelen uitrollen en windmolens oprichten, een energiesysteem uitbouwen zonder fossiele brandstoffen.

De tijd leek er rijp voor. Uiteindelijk had de nieuw verkozen president van de Verenigde Staten, George H.W. Bush, campagne gevoerd met de slogan dat hij tegenover het broeikaseffect een Witte Huis-effect zou plaatsen. In het Engels klonk dat als een voltreffer en een plan van aanpak: beating the greenhouse effect with the White House effect.

Dodelijke leugen

We kunnen het ons nu nog amper voorstellen, een Republikeinse presidentskandidaat die openlijk pleit voor natuurbescherming, voor het herstel van planetaire grenzen en voor een belasting op CO2. We zijn zelfs vergeten dat het gebeurd is, en dat zegt alles over de vele jaren die verloren gingen aan een debat dat vooral een schijngevecht was van een fossiele industrie, die besloot geen deel van de oplossing te worden maar de kern van het probleem te blijven.

‘Oliebedrijven wisten begin jaren tachtig al alles wat er te weten viel over de klimaatverandering. Ze besloten te zwijgen.’

Of zoals McKibben het verwoordt: ‘We meenden dat politici hun conclusies zouden trekken op het moment dat de feiten onomstotelijk vaststonden. Midden jaren negentig was het zover: klimaatwetenschappers waren zeker van hun stuk. De klimaatverandering was een feit. Maar wij hadden ons vergist.’

‘Het debat ging niet over feiten en redelijkheid. Het ging over geld en macht en over de andere kant van het spectrum, die bereid was te liegen. Oliebedrijven als Exxon en Total wisten begin jaren tachtig alles wat er te weten viel over de klimaatverandering. In plaats van te handelen, besloten ze te zwijgen en miljoenen te pompen in het verspreiden van twijfel, desinformatie en valse wetenschap.’

McKibben noemt het de meest verreikende leugen van de menselijke geschiedenis, een leugen met dodelijke gevolgen. Hij voegt er met een pijnlijke grimas aan toe dat hij overdrijvingen haat.

Maar, gaat McKibben verder, het moedwillige klimaatnegationisme van de fossiele industrie heeft ons niet alleen dertig kostbare jaren gekost, het heeft ons als mensheid in ongekend gebied gebracht.

In Het verlies van de aarde, dat in juni verscheen, duikt journalist Nathaniel Rich onder in die wonderjaren van de klimaatpolitiek. Hij rakelt dat ene cruciale moment op dat er in de Verenigde Staten over partijgrenzen heen een consensus bestond over de oorzaken en existentiële risico’s van de klimaatverandering. Er lag een koolstoftaks op tafel. Die er ook weer af donderde.

McKibben knikt. ‘Stel je voor dat men dertig jaar geleden had doorgeduwd. Een prijs op CO2 had de tanker van de wereldeconomie een paar graden naar stuurboord gestuurd en had ons dertig jaar later in andere wateren gebracht. We deden het niet. We stoomden lustig verder. Sinds 1990 spuwden we meer CO2 de lucht in dan in de honderdvijftig jaar ervoor.’

‘De wetenschappers zonden waarschuwingssignalen uit en we versnelden onze uitstoot. Nu zijn we waar we zijn en hebben we ingrijpende actie nodig om resultaat te boeken. Treuzelen heeft het erger gemaakt.’

‘ik ben niet geboren als activist. Ik ben een schrijver. Maar of we nu willen of niet, we moeten uit onze comfortzone komen.’

Het is een van de redenen waarom het nieuwste boek van McKibben, Falter, een meer donkere ondertoon heeft. Niet dat hij ontmoedigd is geraakt. ‘Ik heb wel lessen getrokken’, zegt hij. ‘Dit is een gevecht waarvan niet zeker is of we het zullen winnen en wat die winst zal betekenen. Met de wetten van de fysica onderhandel je niet. Bovendien is er een tijdslimiet. Als we niet snel winnen, dan verliezen we allemaal. Daarom is dit zo urgent.’

Uit de comfortzone

Zijn smartphone trilt. Tersluiks werpt hij een blik op het bericht dat binnenkomt. ‘Sorry’, prevelt hij. ‘Maar we zijn wetenschappers aan het verzamelen die mee staken op 20 september, of die openluchtklassen willen geven aan iedereen die het horen wil.’

Hij zet zijn telefoon uit. ‘Kijk, ik ben niet geboren als activist. Dat is allesbehalve mijn natuurlijke omgeving. Ik ben een schrijver. Ik doe niets liever dan me terugtrekken in mijn werkkamer en aan zinnen schaven. Maar ik ben de voorbije jaren noodgedwongen activist geworden.’

‘Dat is niet altijd een pretje. Ik heb doodsbedreigingen gekregen, ik werd bewaakt door de fossiele industrie, ik werd geboeid afgevoerd voor niets. In een redelijke en rationale wereld volstaan de waarschuwingen van wetenschappers om politiek te handelen. Maar dit is geen zuiver rationele wereld. Of we nu willen of niet, we moeten uit onze comfortzone komen.’

Het is wat McKibben na de publicatie van End of Nature deed. Om iets te ondernemen, richtte hij 350.org op en zette in op divestment, het wegtrekken van geld uit de fossiele
industrie door universiteiten, pensioenfondsen en andere investeerders te overtuigen niet langer te investeren in obligaties en aandelen in de sectoren van fossiele brandstoffen.

Gordon Johnson (Public domain CC0)

 

‘Onze hoop was een beetje glans van deze zogenaamde huisvaderaandelen weg te schrapen, om ze sociaal minder aanvaard te maken. Ieder miljoen dat niet gebruikt wordt om fossiele energie te ontginnen, is winst. Ondertussen is er 8 biljoen dollar – dat zijn twaalf nullen – gedesinvesteerd. Shell had het verleden jaar over een materieel risico voor hun business. En stilaan klagen oliebedrijven dat het moeilijker wordt geld te vinden om uit te breiden. Dat is goed.’

West-Europa kreunde deze zomer onder drie hittegolven. Boven de noordpoolcirkel woekerden branden op een schaal die de voorbije tienduizend jaar niet meer vertoond is.

In IJsland monteerden wetenschappers een gedenkplaat voor de eerste gletsjer die officieel wegsmolt door het ontwrichte klimaat. De Okjökull verschrompelde van een massieve ijsrivier van vijftien vierkante kilometer tot een ijsplek van amper een vierkante kilometer. ‘We weten wat er gebeurt en wat er moet gebeuren. Jullie weten of het gelukt is’, luidt de boodschap aan de toekomst.

Voortdurende verbetering

De feiten zijn wat ze zijn. De vraag is hoe lang we ze nog durven negeren, naast ons neerleggen of minimaliseren.

‘Het is een van die lessen die ik willens nillens heb moeten trekken’, vertelt McKibben. ‘Wetenschappers zijn conservatief in hun begrip van de wereld om hen heen. We dachten dat we meer marge hadden, maar de planeet is al veranderd.’

‘Een planeet zou niet mogen veranderen op dertig jaar. We hebben nu vijftig procent minder zomerijs in arctische gebieden. Vorige zomer stond ik op de reusachtige ijsplaat van Groenland. Ik zag hoe grote stukken ijs afbraken, minuut na minuut, en in zee stortten. We zitten nog maar aan één graad opwarming. De oceanen zijn dertig procent zuurder. We dachten dat dat in 2080 zou gebeuren, of in 2150. Maar de waarschuwing van toen is nu al realiteit.’

U was een jongen van acht toen u Apollo 11 naar de maan zag vertrekken. De toekomst zag er toen fantastisch uit.

McKibben: We dachten dat we op weg waren naar voortdurende verbetering. Het was moeilijk te voorspellen dat diezelfde wereld geconfronteerd zou worden met de existentiële uitdaging waar we middenin zitten.

‘Zelfs klimaatbeleid is vaak gereduceerd tot individuele gedragswijziging. Begrijp me niet verkeerd: iedere individuele actie is goed. Maar het is niet voldoende.’

Vooral omdat het tot op zekere hoogte dezelfde technologieën zijn die ons zo veel welvaart gebracht hebben, die nu het voortbestaan van zo veel soorten bedreigen. Maar lange tijd waren we ervan overtuigd dat de wereld langzaamaan enkel een betere en rechtvaardigere plaats zou worden.

Het waren de jaren van de burgerrechtenbeweging, van ontvoogding en emancipatie. In 1970 kwamen op Earth Day twintig miljoen mensen op straat. Het was het startschot van een hele rist wezenlijke milieumaatregelen. Van de Clean Air Act tot de Endangered Species Act. En dat allemaal onder de allesbehalve milieuvriendelijke president Nixon.

Maar tezelfdertijd was een kleine groep superrijke mensen bezig macht te vergaren. Allemaal hadden ze dezelfde auteur op hun nachtkastje liggen: Ayn Rand. Het was het begin van het waanidee dat er “niet zoiets is als een samenleving, maar enkel elkaar beconcurrerende individuen”.

Weerstand

McKibben schudt het hoofd. ‘Zelfs klimaatbeleid is vaak gereduceerd tot individuele gedragswijziging. Begrijp me niet verkeerd. Iedere ledlamp, iedere vegetarische maaltijd en iedere uitgespaarde vliegtuigreis is goed, maar het is niet voldoende. Het enige wat je als individu kan doen, is minder individualistisch worden en je organiseren.’

In uw boek Falter probeert u door te dringen tot de kern van het menselijke. Wie is de mens, volgens u?

McKibben: We kunnen vernietigen en we kunnen beslissen niet te vernietigen. Dat is onze superkracht. Wat het betekent mens te zijn, is geëvolueerd doorheen de geschiedenis.

De best denkbare mens op dit moment van onze geschiedenis is de mens die weerstand biedt. Dit is zo’n prachtige planeet, met zo veel wonderlijke wezens, waarvan de mens er een is.

Het zou zonde zijn dit alles te verliezen. Het zou zonde zijn te moeten vaststellen dat dat grote brein uiteindelijk toch niet zo’n succesvolle evolutionaire aanpassing was.

Silicon Valley broedt op de oplossing voor dat probleem: de verbeterde mens, een symbiose van mens en algoritme. U waarschuwt voor de gevaren van een doorgedreven artificiële intelligentie en pakweg designerbaby’s.

McKibben: Voor alle duidelijkheid: ik ben geen technofoob. Maar niet iedere technologische ontwikkeling is even zinvol en we worden niet gedwongen om elke ontwikkeling te omarmen. De genetische manipulatie van de mens is een hellend vlak dat we strikt moeten controleren.

‘Stel: je schraapt je geld samen om het best denkbare embryo te kopen. Vijf jaar later is dat kind wat Windows 2000 nu is: achterhaald.’

Natuurlijk is het fijn te mijmeren over de mogelijkheden de mens slimmer, sterker, meer empathisch te maken door te morrelen aan onze genetica. Maar het is een beetje ingewikkelder dan dat.

Wie de eigenschappen van zijn kind kan kiezen uit een catalogus, zal snel tot de vaststelling komen dat ieder product te maken krijgt met technologische veroudering. Stel: ik schraap al mijn geld samen om het best denkbare embryo te kopen. Vijf jaar later is dat kind wat Windows 2000 nu is: achterhaald.

Dat is een inherente eigenschap van technologie, niet van biologie. Wij zijn nog min of meer dezelfde wezens als de voorouders die uit de bomen kropen en over de vlakten begonnen te dolen.

Precies daarom zijn we niet in staat klimaatverandering resoluut aan te pakken, zeggen psychologen. We reageren op onmiddellijk gevaar, niet op gevaar op lange termijn.

McKibben: Dat klinkt misschien goed, maar ik denk dat het voor de klimaatverandering niet langer klopt. Mensen zijn absoluut bereid er iets aan te doen. Er is een kleine groep
mensen die met handen en voeten gebonden is aan de fossiele industrie, die alles in het werk stelt om ervoor te zorgen dat we nooit zullen doen wat nodig is, namelijk hun businessmodel onderuithalen. Het tijdperk van olie, gas en kool is voorbij. Punt.

Het is hoog tijd dat volwassenen zich massaal achter de klimaatspijbelaars scharen. Het is behoorlijk gênant dat we veertienjarigen het werk laten doen.

Overal staan mensen recht die actie willen ondernemen. Van ingenieurs die zonnepanelen ontwerpen over politici en burgers die zich achter de Green New Deal scharen tot Extinction Rebellion en schoolkinderen die spijbelen voor een ambitieus klimaatbeleid.

Het is trouwens hoog tijd dat volwassenen zich massaal achter die kinderen scharen. Het is behoorlijk gênant dat we veertienjarigen het werk laten doen. We moeten onze eigen business as usual durven doorbreken. Uitzonderlijke tijden vragen uitzonderlijke acties.

350.org (CC BY-NC-SA 2.0)

‘Overal staan mensen recht die actie willen ondernemen. Het is behoorlijk gênant dat we veertienjarigen het werk laten doen. We moeten onze eigen business as usual durven doorbreken.’

Als kind van acht keek u vol trots naar de toekomst. Hoe ziet de toekomst voor kinderen van acht er nu uit?

McKibben: Een belangrijke taak voor iedere ouder is kinderen verliefd te laten worden op de natuurlijke schoonheid van deze planeet. Leer hen bloemen, bomen, dieren kennen.
Laat hen verwonderd kijken naar vleermuizen in de avondschemering. Laat hen een bos ruiken.

Een mens beschermt en draagt zorg voor wat hij liefheeft. Het is bijzonder moeilijk verliefd te worden op iets wat in jouw ogen terminaal ziek is. Daarom mag je kinderen zo lang mogelijk in het ongewisse laten over de gevolgen van de klimaatverandering. Antwoord op hun vragen, maar overdonder hen niet.

We moeten hen de kans geven om echte verandering te realiseren. En dat doe je door je te engageren voor wat je liefhebt. Daarom zijn die jonge klimaatbetogers zo sterk en indrukwekkend. Ze weten waarvoor ze strijden. Om de pracht van deze planeet.

Falter door Bill McKibben, Henry Holt and co is uitgegeven door Headline Publishing Group. 304 blzn. ISBN 9781472266507.

Alles over de wereldwijde klimaatstaking op globalclimatestrike.net

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's