‘Voor de verandering van ons voedselsysteem hoef je niet te wachten op de val van het kapitalisme’

Interview

Filosoof Julian Baggini schreef bestseller over de voedingsindustrie

‘Voor de verandering van ons voedselsysteem hoef je niet te wachten op de val van het kapitalisme’

Collage met een portretfoto van Julian Baggini
Collage met een portretfoto van Julian Baggini

Kunnen we het eens worden over de principes van een eerlijk, gezond en duurzaam voedselsysteem en de marktregels daarop afstemmen? De Britse publieksfilosoof Julian Baggini onderzoekt in zijn boek Hoe de wereld eet hoe mensen uit verschillende culturen en met uiteenlopende belangen daarover denken. ‘Ik ben sceptisch over hoeveel systeemverandering je als individu kunt bereiken.’

Ons voedselsysteem bracht ongekende overvloed, maar de prijs voor klimaat en milieu, gezondheid, dieren, arbeiders en boeren, zit vaak niet begrepen in de winkelprijs. Kunnen we evolueren naar een meer gereguleerd systeem waarin overheden de regie in handen hebben en bedrijven betalen voor de kosten die ze veroorzaken?

Julian Baggini wil mensen en organisaties met verschillende belangen samenbrengen rond enkele fundamentele principes voor het voedselsysteem. Zo’n nieuwe mondiale voedselfilosofie is ambitieus. Ze raakt aan internationale handel, landbouwbeleid, dierenwelzijn, klimaat, economische ontwikkeling en de macht van grote bedrijven. Toch is ze volgens Baggini geen utopie.

‘Veel maatschappelijke veranderingen beginnen langzaam. Er ontstaat steun bij een minderheid, dan bereik je een kantelpunt en vervolgens kan verandering snel gaan. Dat zien we vandaag op verschillende terreinen. Ik ben het dan ook oneens met wie zegt dat het systeem zo gebrekkig is dat alleen de val van het kapitalisme verandering kan brengen. Dát is utopisch, misschien zelfs dystopisch.’

Hoe verandering dan wel komt? ‘Je hoeft alleen de regelgeving te wijzigen en bedrijven zullen veranderen. Dat leerde ik van Marion Nestle, de bekroonde Amerikaanse voedingsdeskundige en emeritus hoogleraar Voedingswetenschappen die ik voor mijn boek interviewde. Ze verwees bijvoorbeeld naar Finland, waar de nationale overheid niet alleen voedselbeleid opstelde, maar dat ook succesvol uitvoerde.’

‘De Scandinavische landen gelden als uitstekende landen om zaken te doen, ondanks hoge belastingen, sociale uitgaven en veel regelgeving. Die dingen kunnen samengaan. We moeten de vrije markt dus niet afschaffen, maar veranderen hoe die wordt gereguleerd en welke maatschappelijke doelen ze dient.’

Behalve Finland onderzocht Baggini ook conflicten en interessante praktijken in Tanzania, het Noordpoolgebied, Bhutan, Nederland, Zanzibar, de VS, Finland, Mexico en Myanmar. We lezen ook waar de ‘‘Belgische chocolade’’ vandaan komt, en wat de Afrikaanse cacaoboer ervoor betaald krijgt.

Julian Baggini

Sociale rechtvaardigheid

Hoe kan ik nog een chocoladereep eten als de cacaoboer er minder aan verdient dan ik ervoor betaal in een Europese supermarkt?

Julian Baggini: ‘De beste chocolade is gespecialiseerde bean-to-bar-chocolade. Daarbij koopt de producent rechtstreeks bij de teler. Maar ik ben sceptisch over hoeveel systeemverandering je als individu kunt bereiken. Een kleine minderheid koopt fairtrade, ethische en biologische producten. De meeste mensen zijn óf onvoldoende geïnteresseerd, óf niet goed geïnformeerd, óf ze kunnen het zich niet veroorloven.’

Sociale rechtvaardigheid kan niet de verantwoordelijkheid van de consument zijn?

Julian Baggini: ‘Precies. Maar dat is geen vrijbrief voor onverschilligheid. Je kunt het juiste doen omdat het juist is, niet omdat je denkt daarmee het systeem te veranderen. Voor sommige mensen is dat simpelweg onmogelijk. Dat is het probleem met de verheerlijking van individuele autonomie, eigen keuze, vrijheid en verantwoordelijkheid. Je kunt iemand uit de onderste 20 procent van de inkomens in de EU niet verantwoordelijk maken voor het aanpassen van zijn levensstijl om mensen elders te helpen. Dat maakt alleen zijn eigen leven moeilijker, zonder werkelijk effect.’

De onrechtvaardigheid in de mondiale voedselketen is geen fout in het systeem, maar een kenmerk ervan, schrijft u.

Julian Baggini: ‘Boeren uit het Globale Zuiden die weinig betaald krijgen voor het voedsel dat ze produceren, maken deel uit van complexe bestuurslagen en machtsverhoudingen. De postkoloniale erfenis speelt daarin nog altijd een grote rol. In veel opzichten vervullen rijke landen nog steeds dezelfde rol als in de koloniale tijd. Ze profiteren van goedkope arbeid en goederen uit arme landen. Die landen moeten ook hun welvaart kunnen uitbouwen, sterker worden en hogere prijzen vragen. Alleen zo wordt het systeem écht eerlijker.’

Ziet u heil in bewustmakingscampagnes over de gevolgen van onze voedselkeuzes?

Julian Baggini: ‘Dat is een ongelijke strijd. De voedingsindustrie en retailers geven miljarden uit om ons ongezond voedsel te doen kopen. Daartegenover staat het minuscule bedrag dat overheden, de VN en de EU uittrekken om gezonde voeding te promoten.’

‘Bovendien moet de etikettering op producten beter. Voedingsmiddelen mogen zichzelf gezond noemen, zonder dat daarvoor reden is. Voor vlees en zuivel zou een label moeten aangeven uit welk type boerderij het product komt. Als op een kip staat dat de dieren leefden op een oppervlakte ter grootte van een vel papier, weet je tenminste wat je koopt. Nu kan een bedrijf koeien in een wei op de verpakking van een hamburger zetten, terwijl die dieren nooit buiten kwamen.’

Kunnen schokkende video’s helpen?

Julian Baggini: ‘Neen, die werken evenmin. Vrijwel iedere vleeseter heeft weleens zo’n video gezien, maar slechts een kleine minderheid wordt daardoor veganist of vegetariër. Ik ben een tijdlang vegetariër geweest, maar at wel nog zuivel, terwijl de omstandigheden in de zuivelindustrie vaak nog slechter zijn dan in de vleesveehouderij. Nu probeer ik vooral bewust te eten. Ik eet vlees en zuivel, maar kies zoveel mogelijk voor systemen waarin dierenwelzijn centraal staat.’

‘Educatie en individuele consumentenkeuzes zijn de moeite waard, maar ze transformeren het systeem niet.’

Wat verandert het systeem dan wel?

Julian Baggini: ‘Wetgeving. Ik geef je een voorbeeld. Toen mensen voor recyclage ver moesten rijden, deed slechts een kleine minderheid dat. De cijfers stegen pas toen sorteren verplicht werd en afval thuis werd opgehaald. Overheden kunnen onze keuzeomgeving dwingender sturen. Er bestaan al veel voedselregels, het gaat dus vooral om een verbetering of andere toepassing daarvan.’

Sommige mensen zeggen dat de overheid daarmee onze autonomie aantast.

Julian Baggini: ‘En als bedrijven onze autonomie manipuleren, is dat wel oké? Ik wil ook niet dat de overheid individuele levens micromanaget, dat liberale principe blijft overeind. Maar je kunt de keuzeomgeving veranderen. Dan zullen de meeste mensen hun gedrag aanpassen.’ 

Baggini boek

Overheid versus vrije markt

Kunnen overheden wel op tegen grote voedselbedrijven?

Julian Baggini: ‘Je mag de macht van bedrijven niet overschatten en denken dat regeringen niets kunnen doen. Met tabak, bijvoorbeeld, hebben ze wél iets gedaan. Roken werd niet verboden, maar wel sterk teruggedrongen. Ook voor alcohol gelden tegenwoordig strenge regels en in het Verenigd Koninkrijk bestaat een suikertaks. Het gaat om politieke wil.’

‘Daarom doet het mij pijn dat het Verenigd Koninkrijk de EU verliet. De EU is verre van perfect, maar heeft enkele van de strengste landbouwstandaarden ter wereld. Ze kan regels aanscherpen en producten weigeren die niet aan minimumnormen voldoen.’

Gebeurt dat ook?

Julian Baggini: ‘EU-regels hielden de slechtste soorten rundvlees en andere producten uit de VS tegen. Nu neemt de druk vanuit de regering-Trump toe. Daar moeten we weerstand aan bieden. Sommige Amerikaanse staten is kennen de slechtste vormen van veehouderij ter wereld. 99 procent van de kip die Amerikanen eten komt uit chicken farms, tegenover 72 procent wereldwijd. Als voedsel overal vandaan kan komen en overal naartoe kan worden geëxporteerd, hoe beschermen we dan volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn?’

‘Kijk, wie klaagt over “bemoeienis met de vrije markt” vergeet hoeveel regelgeving er al is. Zelfs in de VS. Ook daar grijpt de overheid sterk in. Denk maar aan de enorme overheidssteun aan boeren. We moeten veranderen hóé de overheid ingrijpt.’

‘Dat iedereen in de voedingssector tegen regelgeving is, is bovendien een mythe. Henry Dimbleby, die een Britse overheidscommissie voor de voedselstrategie leidde, vertelde me dat mensen uit de voedingsindustrie hem juist vroegen om regelgeving. Overheden moeten af van het idee dat bedrijven onaantastbaar of onwillig zijn. Net zoals ecologisten af moeten van het idee dat bedrijven de vijand zijn.’

Waarom zouden bedrijven baat bij hebben bij meer regels?

Julian Baggini: ‘Omdat regels een gelijk speelveld creëren. McDonald’s ging scharreleieren en biologische melk gebruiken, niet per se omdat klanten daarom vroegen. De extra kosten waren beperkt en beheersbaar. Als regelgeving een minimumnorm voor dierenwelzijn oplegt, heeft McDonald’s niet langer een concurrentienadeel, want iedereen moet eraan voldoen. Bedrijven zijn goed in het aanpassen aan veranderende wetgeving en markten. Als ze zichzelf flexibel en innovatief noemen, moeten ze dat ook bij regelgeving kunnen tonen. Voorwaarde is wel dat de regels voor de hele sector gelden.’

Minder vlees eten

Hoe gaan we om met kosten die bedrijven veroorzaken maar die niet bij de voedselprijs inbegrepen zitten?

Julian Baggini: ‘Niet elke kost kun je financieel waarderen. Op dierenleed moet je geen prijs zetten, de ergste vormen ervan moeten gewoon verboden worden. De markt zal zich dan vervolgens aanpassen. Voorstanders van de vrije markt spreken over het marktgenie. Dat bestaat. Als de prijs van vlees morgen verdubbelt, zullen voedselproducenten zich aanpassen.’

‘Dat geldt ook voor milieuschade. Ik schrijf in mijn boek over een boerderij bij de Wye Valley in Engeland en Wales, waar het schoonmaken van kippenvlees de rivier vervuilt. Kip blijft goedkoop omdat het bedrijf die vervuiling niet hoeft te voorkomen of betalen. Kan kip duurder worden als het bedrijf daarvoor zou moeten betalen? Jazeker. Maar de beste oplossing is toch dat we er minder van eten.’

We weten dat de geïndustrialiseerde wereld veel minder vlees en zuivel moet consumeren. Hoe ziet u die overgang?

Julian Baggini: ‘Het Eat-Lancet-rapport – het belangrijkste mondiale rapport over voedsel, milieu en gezondheid – pleit voor een enorme vermindering van vlees- en zuivelconsumptie. Mensen zijn eraan gewend geraakt om voortdurend deze producten te consumeren doordat intensivering ze goedkoper maakte.’

‘Een illustratie van hoe diep dat is doorgedrongen: in Groot-Brittannië bestaat “Meat Free Monday”. Slechts één vleesloze dag per week. Daarmee tonen we juist dat zeven dagen vlees eten de norm is. Dat is absurd. Voor het grootste deel van de menselijke geschiedenis konden mensen zich dat niet veroorloven.’

‘We moeten naar een wereld waarin mensen weer relatief kleine hoeveelheden vlees eten. In Groot-Brittannië spreken we over “less and better meat”: minder en beter vlees. Beter vlees is duurder, waardoor je er minder van eet maar uiteindelijk wel hetzelfde uitgeeft.’

Technologie en de voedseltransitie

Kunnen technologie en menselijke vindingrijkheid de principes uit uw boek vooruithelpen?

Julian Baggini: ‘Zeggen dat technologie alles kan oplossen zonder te bepalen welke principes ze moet bevorderen, is gevaarlijk. Ook technologie inzetten om productiviteit tegen elke prijs te verhogen, is problematisch. Maar voor de juiste doelen kan technologie een immense kracht ten goede zijn. Meer voedsel per hectare met minder input en vervuiling zou fantastisch zijn. Als technologie daarvoor kan zorgen, waarom niet? Wageningen University & Research doet belangrijk onderzoek op dat vlak.’

Technologie inzetten bij industriële landbouw is dus niet per definitie een probleem?

Julian Baggini: ‘Precies. Maar ook op biologische boerderijen kan technologie nuttig zijn. Neem nu pesticiden. Kleine, gerichte hoeveelheden pesticiden kunnen zonder gezondheidsgevaar en met vrijwel geen milieu-impact worden toegepast. In plaats van een heel veld met grote hoeveelheden te bespuiten, maakt technologie precisietoepassing mogelijk: alleen waar en wanneer nodig. Zo kunnen pesticiden, fungiciden en insecticiden sterk worden verminderd en tegelijk gewassen worden gered.’

‘Ik las over een biodynamische boerderij in Italië waar druivenoogsten in slechte jaren verloren gingen omdat men geen fungicide wilde gebruiken. Wil je werkelijk landbouwgrond gebruiken voor druiven die uiteindelijk niet worden gebruikt? Je verspilt grondstoffen alleen omdat je zelfs een kleine hoeveelheid chemische middelen weigert. Een dergelijke antitechnologische houding is absurd.’

Politiek leiderschap

Klimaat- en voedselrechtvaardigheid behoren tot onze grootste uitdagingen, maar lijken weinig prominent in het publieke debat. Waar zijn de leiders? 

Julian Baggini: ‘In Groot-Brittannië zijn sommigen enthousiast over Zach Polanski, van de Green Party. Maar gaat het alleen om inspirerende of demonische leiders of om onderliggende sociaal-economische en technologische krachten? Het is beide. De juiste persoon kan dingen de goede kant op duwen, maar heeft maatschappelijke steun nodig. Burgers moeten het onderwerp op de agenda houden. Er is tegenwoordig weinig politieke stimulans om het voedselsysteem centraal te stellen. Kiezers geven prioriteit aan economie, immigratie en misschien defensie.’

We hebben dus niet alleen meer regulering nodig, maar ook politici die mensen overtuigen en belangen verzoenen.

Julian Baggini: ‘We hebben visionaire leiders nodig die verschillende groepen inspireren en gezag hebben zonder een elitair imago. Hervormingen kunnen door betrokkenen als elitair of radicaal worden ervaren. Maar met de juiste boodschap van de juiste persoon kunnen ideeën toch ingang vinden.’

‘Nu is er veel politieke lafheid. In Groot-Brittannië leek ontslagnemend premier Keir Starmer bijvoorbeeld bang om de middenklasse te verontrusten. Hij sprak niet met de passie van activisten en de Labour-achterban, maar overtuigde ook de politieke middenmoot niet omdat die hem niet authentiek vond.’

In de zogenaamde stikstofcrisis in Nederland konden rechts-populistische leiders profiteren van de onvrede over pogingen om overproductie, de enorme veestapel en de vervuilde bodem aan te pakken. Wat ging mis?

Julian Baggini: ‘Wie een landbouwtransitie wil realiseren, moet boeren daarbij betrekken en ervoor zorgen dat die er uiteindelijk beter van worden. De populistische reactie ging niet zozeer over het principe, maar over de ervaring dat Nederlandse boeren schade werd berokkend. Terwijl zij volgens het verhaal ooit Nederland van de honger hadden gered.’

‘De meeste boeren zijn niet tegen regelingen en stimuli die hen helpen om beter voor de natuur te zorgen. De Nederlandse ervaring bewijst dus niet dat zulke veranderingen onmogelijk zijn, maar dat ze zorgvuldig, collaboratief en consultatief moeten worden aangepakt.’

‘Een doel van mijn boek was te laten zien dat dat mogelijk is. We moeten coalities kunnen vormen van burgers, bedrijfsleven, biologische en regeneratieve landbouw en overheid. Als iedereen het dan ook eens kan worden over de basisprincipes van een nieuw voedselsysteem, kunnen we beginnen.’

‘Ik probeerde die principes te formuleren in mijn boek en hoop dat mensen mijn conclusies zo weinig controversieel vinden dat ze misschien saai lijken. Maar dat vind ik juist krachtig. Als je mensen eerst moet overtuigen dat het kapitalisme vervangen moet worden, wordt het moeilijk.’

Hoe de wereld eet: een mondiale filosofie, Julian Baggini. Uitgegeven door Ten Have, 2025. 432 blz. ISBN 9789025913458

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in

Tags