‘We laten ons nog steeds opsluiten in valse beloftes van vooruitgang’

Interview

Congolees kunstenaar Hilary Balu

‘We laten ons nog steeds opsluiten in valse beloftes van vooruitgang’

Hilary Balu aan het werk aan zijn schilderij 'La promesse du vide'

Hilary Balu bij zijn werk ‘La Promesse du Vide’

Hilary Balu aan het werk aan zijn schilderij 'La promesse du vide'

Hilary Balu bij zijn werk ‘La Promesse du Vide’

Het moest in 1913 de koloniale illusie van het Belgische “beschavingswerk” voeden: het Congopanorama, een schilderwerk van honderdvijftien op veertien meter. Vandaag zet de Congolese artiest Hilary Balu zijn antwoord op doek. ‘Het zelfvertrouwen is steeds zwaar getekend door de kolonisatie en door de koloniale en religieuze propaganda.’

De Eerste Wereldoorlog loerde om de hoek, maar de wereldexpo van 1913 in de Arteveldestad wekte nog het gevoel van voorspoed en vooruitgang. De voorstelling van die wereld aan het begin van de 20ste eeuw was allesbehalve neutraal. In mensentuinen in het- huidige Citadelpark in Gent werden Senegalezen en Filipijnen tentoongesteld als dieren. En in het Congopaleis werd een uiterst romantisch beeld geschetst van de Belgische kolonisatie, die nochtans gekenmerkt werd door racisme, geweld en onderdrukking.

Met een indrukwekkend kunstwerk wou de Belgische minister van Koloniën de criticasters van antwoord dienen. De Belgische staat had vijf jaar eerder de kolonie overgenomen, nadat internationale verontwaardiging was ontstaan over de gruwelpraktijken in Congo-Vrijstaat onder het persoonlijke bewind van koning Leopold II. Hoewel er in werkelijkheid eerder sprake was van een verderzetting dan een breuk met die praktijken, moest het imago van België in de wereld worden opgepoetst.

Dus bestelde de minister van Koloniën naar aanleiding van de wereldexpo een stuk koloniale propaganda. Schildersduo Alfred Bastien en Paul Mathieu kreeg de opdracht toegekend. Centraal in het Congopaleis zou een cirkelvormig panorama komen, een schilderwerk op een canvas van maar liefst honderdvijftien op veertien meter, dat het zogenaamde “beschavingswerk” van de Belgen in beeld moest brengen.

Met een artistieke beurs van het ministerie van Koloniën reisden Bastien en Mathieu zo naar Belgisch Congo, onder meer naar de havenstad Matadi. Na afloop van hun reis legden ze de schetsen ter goedkeuring voor aan de minister en assembleerden ze die tot een groot propagandawerk.

schilder aan het werk (oude foto uit 1911)

Schilder Alfred Bastien werkt aan de schetsen voor het Congopanorama.

Bijna 250.000 bezoekers van de wereldtentoonstelling kregen het Congopanorama in Gent te zien. Na afloop werd het Congopaleis afgebroken en het gigantische doek opgerold. Jarenlang lag het bewaard in de archieven van Defensie. Tot een Belgisch-Portugees onderzoeksteam het eind 2022 fotografeerde en in virtual reality weer toegankelijk maakte voor het publiek.

Mechanismen van onderdrukking

Vandaag wijdt ook het AfricaMuseum in Tervuren een tentoonstelling aan het werk. Die is er nog tot september 2026 te bezichtigen. In de expo Het Congopanorama 1913. Koloniale illusie doorprikt is een verkleinde reproductie te zien van het doek van Bastien en Mathieu. Onderzoekers en kunstenaars dienen het van hedendaagse antwoorden en duiding. Een van hen is de Congolese kunstenaar Hilary Balu. Met Promesse du vide zette hij zijn repliek op doek. Aan MO* legt hij uit hoe zijn kleurrijke en ogenschijnlijk vrolijke werk vol scherpe boodschappen zit.

Het schilderij 'la promesse du vide' van Hilary Balu

La Promesse du Vide

Wat trof u het meest bij uw studie van het Congopanorama?

Hilary Balu: ‘Het is op het eerste gezicht een subliem landschap. Heel wat  ontsnapt aan het oog van de kijker. Maar wie goed kijkt, ontdekt drie grote mechanismen van controle en onderdrukking. Het eerste is de koloniale administratie, een instrument van macht. Het tweede is arbeid, het grondprincipe van het kapitalisme. In het Congopanorama is dat voorgesteld met een schijnbare zachtheid, bijna zonder geweld, maar altijd onder toezicht van koloniale soldaten. Het derde mechanisme is religie. Haast onzichtbaar in dit schilderij, maar religie functioneerde als een machine van transformatie en uitwissing. Elk fragment, elk detail is een onderdeel van het systeem. Door ze met elkaar te verbinden, wordt een kritische lezing mogelijk.’

In uw kunstwerk benadrukt u de religieuze beelden heel sterk. Was politieke kolonisatie onmogelijk geweest zonder religieuze missionering?

Hilary Balu: ‘Religie is altijd een instrument geweest in dienst van het Europese kapitalisme. Het paradijs was een belofte in ruil voor onderwerping.

“De mens is het enige wezen ter wereld dat niet alleen fysiologische of biologische behoeften heeft, maar ook behoeften verbonden aan zijn verbeelding en bewustzijn”, zegt de historicus Jean-Charles Coovi Gomez. Het is precies op deze behoefte aan verbeelding dat Europese verkenners en missionarissen hun spirituele handel bouwden.’

‘Ik leefde dan wel in een zwarte omgeving, het verbeelde paradijs bleef wit.’

‘Voor België was katholicisme een manier om een nieuwe Congolese samenleving te vormen, die volgzaam en onderdanig was. Dat politieke en religieuze mechanisme zag je ook samenkomen in de huizen gebouwd voor Congolezen, de zogenaamde évolués (een selecte elite Congolezen die zich aanpaste aan de westerse, katholieke leefstijl en daardoor meer rechten kreeg, red.).’

Met de figuratieve gietijzeren poorten in de achtergrond van uw kunstwerk deelt u ook het belang van die huizen voor évolués, die vooral op het einde van de kolonisatie werden gebouwd. Welke rol hebben deze huizen vandaag nog?

Hilary Balu: ‘Alle figuren die Congo tot vandaag hebben geleid, stammen af van deze generatie évolués, die gemodelleerd werden naar westers model. Zelf groeide ik ook op in het huis van mijn grootouders, dat betaald werd met een “koninklijke lening” aan het koloniale bestuur. Met die leningen moest je het dorp inruilen voor de stad, een huis naar westers model zetten én je moest ook christelijk zijn. Kortom: als je instemde met de voorwaarden van het koloniale bestuur, kon je deel uitmaken van wat het als vooruitgang beschouwde.’

‘Het katholieke geloof was een van die voorwaarden. Kwam je het huis van mijn grootouders binnen, dan zag je eerst Maria en Jezus. Finaal leefde je niet in een plaats van vooruitgang, maar werden die huizen een plaats van controle. De verbeelding werd er gecontroleerd en opgesloten. Die huizen staan voor mij symbool voor die loze belofte van vooruitgang.’

portretfoto van Hilary Balu

Marsreizigers

Zelf bent u bijna dertig jaar na de onafhankelijkheid geboren. Religie is nog heel aanwezig in het sociale leven in Congo. Wat betekent dit voor uw generatie?

Hilary Balu: ‘Ik leefde dan wel in een zwarte omgeving, het verbeelde paradijs bleef wit. Sloot ik mijn ogen en probeerde ik me God te verbeelden, dan was die wit. Een groot deel van de Congolese bevolking is in dat universum verder grootgebracht. Het gevolg is een verlies van cultuur en identiteit. Het zelfvertrouwen is steeds zwaar getekend door de kolonisatie en door de koloniale en religieuze propaganda. We blijven kampen met dat minderwaardigheidsgevoel. Alsof we nog steeds niet in staat zijn ons een toekomst in te beelden zonder afhankelijkheid van het Westen.’

Dat gebrek aan geloof in een eigen toekomst vertaalt u in Promesse du vide in een astronautenhelm. De helm is een terugkerend element in veel van uw recente werk. Is het een kritiek op de migratie van jongeren die dromen van een beter leven buiten Europa?

Hilary Balu: ‘Net als ruimtereizigers die naar Mars vertrekken omdat de aarde onleefbaar is geworden, verlaten ze hun land. Ze ontvluchten hun leven, dat onleefbaar is geworden door politieke chaos. Ze dromen van westerse bestemmingen, maar ook steeds vaker van Dubai. Ze geloven in die prachtige maar misleidende beelden van westerse moderne steden en hoge gebouwen in Dubai.’

‘Dat hun leven niet leefbaar lijkt, heeft te maken met de relatie tussen Europa en Afrika, die nog steeds ongelijk is. Dus pakken ze wat ze hebben in hun goedkope zakken van verhard plastiek. Die zakken staan eveneens bedrukt met beelden van mooie wagens, palmbomen en dure gebouwen. Dezelfde beelden die ze verbinden met hun gedroomde eindbestemming verwerk ik in de helmen.’

Hilary Balu aan het werk aan zijn schilderij 'La promesse du vide'

Leegte is de prijs

Meer dan een eeuw na de twee Belgische schilders van het Congopanorama nam u ter voorbereiding van dit werk ook de bus van Kinshasa naar Matadi. Wat leerde die reis u?

Hilary Balu: ‘Mijn reis was minder lang dan die van Bastien en Mathieu. Na drie- à vierhonderd kilometer kwam ik aan en wandelde ik toevallig een internetcafé binnen. Mijn oog viel op schreeuwerige posters die er de muren decoreerden. Beelden van erg geseksualiseerde mannen en vrouwen van Europese, Aziatische en Afro- Amerikaanse origine werden gefotoshopt naast beelden van luxewagens en -villa’s. Op elke poster prijkte ook een feestelijke verjaardagstaart. De eigenaar maakte die posters zelf en wist ze vlot te verkopen aan jongeren die er thuis de woonkamer mee decoreerden.’

‘De smaak van suiker is vluchtig, net als verzonnen dromen.’

‘Meer dan honderd jaar later, op de plaats waar Bastien en Mathieu schetsen maakten voor wat uiteindelijk een vals beeld van vooruitgang zou worden, bots ik op hedendaagse fantasieën ervan. Op dezelfde plaats waar de religieuze beelden hingen die ons Afrikanen verlossing beloofden, hangt nu steeds vaker een nieuw beeld van verlossing.’

Is daarom de taart een opmerkelijk element geworden in de compositie van Promesse du Vide?

Hilary Balu: ‘Op de posters geven die verjaardagstaarten jongeren het gevoel van een verlangen of een beloning. Maar de smaak van suiker is vluchtig, net als die verzonnen dromen.’

‘Socioloog en antropoloog Joseph Tonda schreef ooit dat Afrikanen verbeeldingen zijn van de dromen van de ander. Als we ons niet bevrijden van dat beeld dat anderen over ons creëren, als we blijven leven in de dromen van een ander, dan creëren we nooit onze eigen realiteit. De Congolezen werden onder de kolonisatie gevormd naar de droom van die Belgische kolonisator, maar vandaag is dat niet anders. Wat begon onder het kolonialisme gaat voort onder de neokoloniale economische structuren, die Congo nog steeds reduceren tot een mijn voor grondstoffen.’

‘Om de vrouw die in mijn werk op de communiebank ligt alvast van dat juk te bevrijden, veegde ik op het einde van mijn residentie in Tervuren het houweel waarop ze leunde weg. De exploitatie van Congo heeft ons collectief geheugen uitgewist. Dus haalde ik het houweel van die mijnwerksters weg. Daardoor lijkt ze uit balans, en lijkt ze over die leegte, dat verlies, te zweven. Die leegte is de prijs die we betalen voor die oude en nieuwe beloftes van vooruitgang.’


MO* is mediapartner van de tentoonstelling Het Congopanorama 1913. Koloniale illusie doorprikt. Nog tot 27 september 2026 te zien in het AfricaMuseum, Tervuren.

Dit interview werd afgenomen voor MO*158, het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.