1300 organisaties, 35.000 vrijwilligers, 140.000 donateurs, 67 miljoen euro

Vandaag (27 februari) verzamelen 250 medewerkers van Vierde Pijler-organisaties in het Vlaams Parlement. In Vlaanderen zouden er 1300 dergelijke ontwikkelingsorganisaties zijn, die vooral draaien op vrijwillige inzet. Minister-president Bourgeois bedankt hen om hun bijdrage aan een solidair, warm en hartelijk Vlaanderen.

  • (c) Gie Goris (c) Gie Goris

De Dag van de Vierde Pijler heet de samenkomst, genoemd naar een begrip dat een tiental jaar geleden gelanceerd werd door Patrick Develtere, toen directeur van het Hoger Instituut van de Arbeid. ‘Alle initiatieven gericht op ontwikkelingssamenwerking die niet behoren tot de andere drie pijlers (overheid, multilaterale instellingen of niet-gouvernementele organisaties), zijn 4de Pijlers.’

Geen wonder dus dat minister-president Bourgeois tijdens zijn openingstoespraak de link legde tussen de Dag van de Vierde Pijler en de Week van de Vrijwilliger, die vandaag ook van start gaat. ‘Vrijwilligers’, zegt Bourgeois, ‘zeggen niet alleen hoe de samenleving beter zou kunnen worden, ze werken ook aan een betere samenleving, soms zelfs op heel kleine schaal, met heel kleine projecten. Zo dragen vrijwilligers bij aan een solidair, warm en hartelijk Vlaanderen.’

Het Steunpunt 4de Pijler, dat de dag organiseert, deed in de aanloop naar dit evenement een enquête om de omvang van het fenomeen en de impact ervan in kaart te brengen. Bourgeois, die ook verantwoordelijk is voor Ontwikkelingssamenwerking, lichtte tijdens zijn toespraak al meteen een tipje van die sluier.

Geert Bourgeois: ‘Vrijwilligers dragen bij aan een solidair, warm en hartelijk Vlaanderen.’

‘Het aantal Vierde Pijlers in Vlaanderen komt in de buurt van 1300’, citeerde Bourgeois. ‘Bij die initiatieven zijn meer dan 10.000 kernvrijwilligers en nog eens bijna 35.000 medewerkers betrokken. De enquête leert voorts dat vier vijfde (79 procent) van de Vierdepijlers aangesloten is bij een Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking, bijna het dubbele van in 2007 (toen: 44 procent).’

Daarbij aansluitend herinnerde de minister-president eraan dat hij de subsidies voor de ondersteuning van de gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking -ruim 1,2 miljoen euro per jaar- heeft overgedragen aan het Gemeentefonds.

‘De gemeenten kunnen het geld dat zij uit het Gemeentefonds ontvangen, autonoom bestemmen’, aldus de minister-president, die daarmee meteen aangaf dat er hoogstens hoop, maar geen enkele garantie is dat de gemeenten die middelen ook effectief nog aan ontwikkelingssamenwerking of internationale solidariteit zullen blijven besteden. De Vlaamse regering legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij burgers en vrijwilligers. ‘U kan daar, als Vierdepijler, helpen over waken’, aldus nog Bourgeois. ‘Gemeentelijke autonomie gaat samen met meer democratie. Democratie heeft wakkere burgers nodig.’ Het is een boodschap die voor de meeste Vierdepijlers, na de warme aanmoedigingen, eerder wrang zal klinken.

De inzet becijferd

192 organisaties -van de 610 die geregistreerd waren bij het Steunpunt- namen deel aan de enquête die het Steunpunt Vierde Pijler organiseerde. We zetten hieronder de meest markante vaststellingen op een rij:

  • De Vierde Pijlers zijn in hoofdzaak zeer lokale initiatieven. Bijna de helft (44 procent) van de Vierde Pijlers is actief in slechts één gemeente, 30 procent in drie gemeenten.
  • De meeste Vierde Pijlers zijn ook klein: 19 procent draait op de inzet van drie vrijwilligers of minder, 35 procent op maximaal zes vrijwilligers.
  • De helft (52 procent) van die vrijwilligers is minstens één dag per week met de organisatie bezig. Voor een derde van de betrokkenen is het een halftijdse of voltijdse bezigheid.
  • Tegelijk kunnen die kernvrijwilligers beroep doen op extra helpende handen als het nodig is. Per organisatie zijn dat gemiddeld 20 mensen.
  • Twee derde van de kernvrijwilligers bezoekt het gesteunde project minstens jaarlijks.
  • Twee derde van de gesteunde projecten bevindt zich in Afrika, maar het land met de meeste Vierde Pijlerprojecten is India, gevolgd door DR Congo, Senegal, Kenia en Peru.
  • 30 procent van de organisaties die deelnamen aan de enquête stellen ook mensen tewerk, soms in België (44 banen), meestal in het Zuiden (572 banen).
  • 42 procent van de Vierde Pijlers stuurt vrijwilligers naar het Zuiden. 22 procent stuurt ook stagiairs.
  • De financiële middelen van de Vierde Pijlers variëren enorm. 60 procent heeft een jaaromzet beneden 20.000 euro, terwijl 10 à 15 procent tussen de 80.000 en 500.000 euro omzetten (hoe hoger het bedrag hoe minder Vierde Pijlers).
  • Voor de inkomsten zijn giften en eigen activiteiten het belangrijkst. Subsidies en sponsoring staan onderaan de lijst van belangrijkheid.

De uitdagingen van de 21ste eeuw

Op het einde van zijn toespraak verwees minister-president Bourgeois naar de nieuwe denk- en handelingskaders voor ontwikkelingssamenwerking. De Vlaamse regering ondersteunt immers de sdg’s, de duurzame ontwikkelingsdoelen, die in september vorig jaar afgesproken werden binnen de Verenigde Naties. ‘Het nieuwe internationale ontwikkelingskader’, zegt Bourgeois, ‘gaat om meer dan solidariteit. Het gaat om gedeelde verantwoordelijkheid van alle maatschappelijke actoren om samen werk te maken van de duurzame doelstellingen.’

‘Ontwikkelingssamenwerking is een verhaal uit het verleden’

Daarmee sloot de Vlaamse regeringsleider in zekere zin aan bij een debat dat MO* eerder deze week organiseerde naar aanleiding van het verschijnen van MO*100.

Onder de titel Anno 2016 is ontwikkeling niet meer wat ze geweest is, opende het debat, net zoals de paper, met de stelling: ‘Iedereen is het er intussen over eens dat ontwikkelingssamenwerking een verhaal uit het verleden is. De duurzame en inclusieve ontwikkeling waaraan de wereld vandaag en morgen behoefte heeft, moet uit een ander vaatje tappen dan de hulp die pakweg vijftig jaar lang de relatie tussen Noord en Zuid heeft bepaald.’

Auteur Emiel Vervliet ging in gesprek met Tom De Herdt (directeur van het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer aan de universiteit Antwerpen) en Bogdan Vanden Berghe (directeur 11.11.11). De strekking van dat debat was zeker niet dat ontwikkelingssamenwerking niet langer nodig was, wel werd de vraag gesteld op welke manier de inspanningen van overheden, internationale organisaties, ngo’s en Vierde Pijlers het meest effectief kunnen ingezet worden om armoede in de wereld te bestrijden.

Emiel Vervliet vroeg veel meer aandacht voor de factor bevolkingsgroei en pleitte –in lijn met de keuze van de Belgische regering- voor de inzet van de schaarse middelen ten voordele van de armste landen. Tom De Herdt plaatste daar grote vraagtekens bij, omdat de kans volgens hem groot is dat bij die aanpak de rijke elites van die arme landen het meest zullen profiteren van de ontwikkelingsmiddelen, terwijl de grote groepen armen in middeninkomenslanden aan hun lot –of de goodwill van hun regeringen- overgelaten worden.

Bogdan Vanden Berghe was het eens met De Herdt, en voegde daaraan toe dat ontwikkeling vandaag niet meer alleen in economische termen gedacht kan worden, zonder de ecologische impact als een bepalende factor mee te nemen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur