Geeft België genoeg humanitaire hulp?

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo, terug van een missie in Libanon, vond het ongepast dat staatssecretaris Theo Francken zich openlijk verheugde over de dalende instroom van asielzoekers in België. In landen als Libanon, Jordanië en Turkije weegt de vluchtelingencrisis nog zeer zwaar, reageert De Croo. Maar hoe zit dat nu met de cijfers? België beloofde 51 miljoen euro op de Londense donorconferentie voor Syrië. Halen we dat?

  • © Tine Danckaers © Tine Danckaers
  • © Tine Danckaers © Tine Danckaers

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo, terug van een vierdaagse in Turkije en Libanon, is het niet eens met de kritiek dat de Mondiale Humanitaire Top ‘niets nieuw onder de zon’ was. ‘Op de top in Istanboel zijn de engagementen die nodig waren, gedaan. De accenten zaten juist, zowel inzake financiële beloften als de herwaardering van instrumenten als het Internationaal Humanitair Recht. Maar tegelijk kan een conferentie over humanitaire hulp niet beoordeeld worden op de goodwill alleen. De komende maanden moet blijken of en hoe die engagementen omgezet zullen worden tot échte verandering op het terrein.’

Het belang van meer en betere politieke diplomatie kwam op de top ook uitgebreid aan bod. En daar knelde het schoentje. Eén van de kritieken op de top was net dat de belangrijkste staatshoofden hun kat stuurden. ‘Klopt’, aldus De Croo, ‘in die zin ben ik het eens met de VN-secretaris Ban Ki-moon als hij zegt dat meer internationaal leiderschap een sterk politiek signaal zou zijn geweest. De beste hulp is te vermijden dat hulp nodig is.’

Sterk leiderschap moet ook voorkomen dat politieke diplomatie en economische belangen niet tegenstrijdig zijn. Wat bijvoorbeeld te denken van de Belgische wapendeals met Saoedi-Arabië?  ‘Ik heb zeker mijn vragen bij de keuze van het Waals Gewest om aandeelhouder te zijn van FN-Herstal èn tegelijk licenties te verlenen voor wapenexport.’

Hulpindustrie moet flexibeler

Eén van de belangrijkste engagementen in Istanboel is om de zogenaamde ‘Grand Bargain’ te onderschrijven. Dit initiatief heeft als doel om de mondiale onderfinanciering van humanitaire hulp om te keren. Het idee is dat de grote donoren en de grootste humanitaire organisaties zich verbinden om hun hulpverdeling meer flexibel, efficiënter, transparanter èn effectiever te maken.

Ook België engageert zich, bij monde van minister De Croo, om zich in te zetten voor meer hulp aan lokale organisaties, in het kader van de zogenaamde ‘Grand Bargain’. 

Eén streefcijfer werd daarbij op de Mondiale Humanitaire Top vastgelegd. De donorgemeenschap verbindt zich ertoe dat 25 procent van de mondiale humanitaire hulp naar lokale organisaties moet gaan. Vandaag is dat maar zes procent. Ook België engageert zich, bij monde van minister De Croo, om zich in te zetten voor meer hulp aan lokale organisaties, in het kader van de zogenaamde ‘Grand Bargain’.

‘Ik deel niet de obsessie van sommigen om hulp te “oormerken”. Ons veldbezoek aan lokale projecten in de Noord-Libanese stad Tripoli bevestigt juist dat flexibele fondsen werken’, zegt minister De Croo. Na zijn deelname aan de top in Istanboel, reisde De Croo door naar Libanon om humanitaire hulpprojecten – gefinancierd door België – te bezoeken. De missie moet ook duidelijk maken welke gaten nog gevuld kunnen worden met Belgische hulp.

In Tripoli bezocht De Croo onder meer een project in Bab al-Tabbaneh, een wijk waar tot 2013 zware sektarische rellen waren tussen soennitische bewoners en sjiitische bewoners van omliggende wijken. Het project zet in op de bestrijding van kinderarbeid en toegang tot onderwijs aan zowel arme Libanese jongeren als jonge Syrische vluchtelingen in de wijk. Kinderarbeid bij de Syrische vluchtelingengemeenschap stijgt immers jaarlijks. Volgens VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR verrichten meer dan 25 procent van de Syrische jongens (informele) kinderarbeid. En ook de toegang tot onderwijs voor de Syrische gemeenschap blijft een grote uitdaging. Zo zou 221.221 Syrische vluchtelingenkinderen, van zes tot veertien jaar, geen toegang hebben tot onderwijs.

Minister Alexander De Croo bezocht hulporganisaties in Libanon.

Crisishulp ook voor Libanezen en Palestijnen

Toch gaat de humanitaire hulp die gelinkt is aan de Syrische crisis, niet alleen naar de Syrische vluchtelingen zelf. België financiert in dat kader ook kwetsbare Libanezen en Palestijnse vluchtelingen, groepen die extra onder druk kwamen te staan door de Syrische vluchtelingeninstroom in Libanon.

Niet alleen Syriërs, ook de Palestijnen in Libanon, en een stijgend aantal arme Libanezen hebben steeds meer moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

In 2016 ging het Syrische conflict zijn zesde jaar in, wat enorm weegt op de buurlanden Libanon, Jordanië, Turkije die de meeste Syrische vluchtelingen opvangen. Met 1,1 tot 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen op een totale geschatte bevolking van bijna zes miljoen, vangt het kleine, fragiele Libanon het meeste vluchtelingen ter wereld op.

Niet alleen Syriërs, ook de Palestijnen in Libanon, en een stijgend aantal arme Libanezen hebben grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Geschat wordt dat anno 2016 320.174 Palestijnen en 1.5 miljoen Libanezen in een kwetsbare situatie zitten.

Eén van de grootste knelpunten voor de Syrische vluchtelingen in Libanon is dat ze niet mogen werken en dus aangewezen zijn op humanitaire hulp. Het was één van de punten die Alexander De Croo besprak tijdens een bilateraal overleg met de Libanese minister van Sociale Zaken. ‘Naast de bijzonder moeilijke registratieprocedures voor Syrische vluchtelingen in Libanon, die in de illegaliteit worden gedwongen, is werk een cruciale factor om menswaardig te kunnen leven. Dat kan ook tijdelijk zijn’, aldus De Croo.

De Palestijnse donorwezen

Het recht op werk is ook een weerkerende vraag van de (naar schatting) 320.000 Palestijnse vluchtelingen in Libanon. Zij komen enkel in aanmerking voor een dertigtal ‘knelpuntberoepen’, lees: werk dat niemand wil doen.

‘Op een moment dat wereldwijd zoveel humanitaire crisissen samenkomen, heeft dat een extra negatief effect voor de vergeten Palestijnse vluchtelingen.’

‘We spreken steeds minder over Palestijnse vluchtelingen, die in de schaduw lijken te staan van de Syriërs’, zei minister De Croo tijdens zijn bezoek aan het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr el-Bared in Tripoli. Nahr el-Bared, ooit het commerciële hart van de twaalf officiële Palestijnse kampen in Libanon, werd in 2007 vernietigd door gevechten tussen Fatah al-Islam en de Libanese Gewapende Troepen. Meer dan zesduizend families – 26.000 inviduele Palestijnen – werden uit hun huizen gedwongen en vestigden zich elders in Libanon. Negen jaar later is nog maar een deel heropgebouwd en kregen nog maar 2200 families een nieuwe woonst.

‘Wat uw minister zegt, klopt’, zegt Matthias Schmale, de directeur van de Libanese afdeling van UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. ‘We zijn als hulporganisatie allang ondergefinancierd. Op een moment dat wereldwijd zoveel humanitaire crisissen samenkomen, heeft dat een extra negatief effect voor de vergeten Palestijnse vluchtelingen. Vergeet ook niet dat de meeste Palestijnse vluchtelingenkampen ook nog te maken hebben met een instroom van Palestijnse vluchtelingen uit Syrië, die druk leggen op het al krappe humanitaire hulpsysteem.’

België = nummer elf

Op de Londense donorconferentie voor Syrië in februari dit jaar beloofde België 51, 7 miljoen euro voor humanitaire hulp te geven in 2016. Daarmee doet België het goed en staat ons land op de elfde plaats van de humanitaire hulpdonoren aan Syrië. Van het beloofde budget werd al bijna 27 miljoen euro toegewezen aan zogenaamde core funding. Bij dit soort van financiering gaat het geld naar grote hulporganisaties, die het op hun beurt zelf aan lokale projectpartners besteden. Voor Syrië-gerelateerde hulp aan Libanon geeft België bijvoorbeeld 5,75 miljoen euro aan de VN-organisatie OCHA. In Libanon bezocht Alexander De Croo UNHCR, UNRWA en het Wereldvoedselprogramma, drie hulporganisaties die gezamenlijk begroot zijn op 7,5 miljoen euro (zie grafiek).

Nog eens 17 miljoen euro is voorzien voor Turkije, in het kader van het Europese-Turkse vluchtelingenakkoord. De zes miljard euro die Europa voorziet komt deels uit de Europese pot, deels van de EU-lidstaten apart. België wil wel de nadruk leggen dat zijn bijdrage uitsluitend naar humanitaire hulp gaat en niet naar bijvoorbeeld de versterking van de Turkse grensbewaking. ‘Syrië is één van de ergste humanitaire rampen op dit moment’, zegt Alexander De Croo. ‘Europa moet zijn deel doen, België doet dat al door onder meer te investeren in de regionale opvang. Maar de vluchtelingencrisis is nog zeer kritiek, zeker in de regio van het Midden-Oosten. In die zin is het genoegen dat staatssecretaris Francken schept in de dalende instroom van Syrische vluchtelingen ongepast en wereldvreemd. We leven in België niet meer onder de kerktoren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur