Dossier: 

5 opvallende nationalismes van 2015 (en 1 afwezige)

Je kan moeilijk zeggen dat 2015 het jaar van de terugkeer van het nationalisme was. Daarvoor is het ideeëngoed nooit ver genoeg weggeweest. Maar het was wél een jaar waarin nationalisme zowel ter linker- als ter rechterzijde voor politieke passie (en verwarring) zorgde. Een bericht over Schotland, Catalonië, Hongarije, Rusland en India. En Vlaanderen.

De idee dat iemands toebehoren tot een natie –niet te verwarren met een toevallige staat- zo belangrijk en onontkoombaar is, dat het zijn of haar andere identiteiten definitief in de schaduw stelt, lijkt aan belang te winnen op een moment dat de staten en hun grenzen onder toenemende druk staan. De mondialisering van de economie, het groeiende belang van EU en VN, de –letterlijk- grenzeloze impact van klimaatverandering, vluchtelingencrisis en epidemies… worden beantwoord met het herbevestigen van nationale eigenheid en lokale traditie. En die optie werd dit jaar ook – en succesvol – gekozen door linkse krachten.

1. Schots nationalisme scoort bij verkiezingen

De Schots-nationalistische aanloop naar een jaar van aangescherptnationalistisch bewustzijn werd al gegeven op 18 september 2014, toen de Schotten zich bij een referendum konden uitspreken over de mogelijkheid om de onafhankelijkheid van de Britse kroon uit te roepen. Dat werd een teleurstelling voor het vurige YES-kamp.

Volgens de Brits-Pakistaanse auteur en politiek analyst Tariq Ali verloren de nationalisten het referendum omdat ‘de meerderheid van de kiezers toch voorbehoud had bij de radicale breuk, maar ook omdat de centrumpartijen de ene belofte na de andere deden. Alleen werden die beloftes al meteen na het referendum overboord gegooid. Het gevolg was dat de SNP, tijdens de drie weken nadat ze het referendum verloren had, er honderdduizend leden bij kreeg.’

© Phyllis Buchanan

Schotland kreeg snel een soort herkansing, in de vorm van de Britse parlementsverkiezingen op 7 mei. Kort voor die verkiezingen interviewde ik Tariq Ali over de toestand van de democratie, maar we hadden het uiteraard ook over de opiniepeilingen die de Scottish National Party (SNP) een bijna absolute berkiezingsoverwinning bneloofden. Volgens Tariq Ali is de SNP geen traditionele nationalistische partij ‘die zich baseert op etnische gronden of de tegenstelling tussen autochtonen en immigranten’.

Ali: ‘De Schotten hebben vooral het gevoel dat zij opgegeven zijn door de machthebbers in Engeland. Zij hebben het gevoel dat Londen alleen geeft om de bankiers en de bourgeoisie van Zuid-Engeland. Het is niet dat er geen draagvlak zou zijn voor sociaal-democratie in het zuiden, er is alleen niemand die deze hoop wil belichamen. De SNP positioneerde zich links van Labour en verwerpt de structuur van het Verenigd Koninkrijk alleen omdat de regering en het parlement in Londen geleid worden door mensen die de belangen van de Schotse kiezers niet behartigen. Zo lang dat in de naoorlogse periode wel gebeurde, was er weinig sprake van onafhankelijkheidsstreven.’

2. Catalaans nationalisme krijgt de wind in de zeilen

Van hetzelfde laken een pak, zo leek het enkele maanden later in Barcelona, al is het in Schotland toch eerder wol en in Catalonië katoen dat om de lenden gedragen wordt. En bovendien is het Catalaanse nationalisme minder ontstaan als verzet tegen een centraal opgelegd neoliberalisme, dan een verzet tegen de centrale staat zelf, omdat die staat onder Franco zo verdrukkend en repressief was tegen alle niet-Spaanse identiteiten, inclusief de Catalaanse.

© ETA

In een analyse die Jago Kosolosky deze zomer publiceerde, schreef hij: ‘Catalonië lijkt vooral gebrand op onafhankelijkheid om economische redenen. De regio is verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van de export van Spanje. De regio domineert door sectoren zoals toerisme en autoproductie.’

‘Catalonië is, net als Vlaanderen, een erg actieve regio die, zonder enige inspraak, veel rijkdom ziet wegvloeien naar de rest van het land’, zegt Bart De Valck, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, die goede contacten heeft in de regio. Ondervoorzitter Bernard Daelemans is het met hem eens: ‘Sociaal-economisch lijkt Catalonië erg op Vlaanderen. Ook daar heerst een sterk netwerk van KMO’s.’

Toch zijn de oorzaken volgens Sebastian Balfour, emeritus hoogleraar hedendaagse Spaanse studies aan de London School of Economics, niet louter economisch: ‘De werkelijke oorzaak vind je bij de democratische transitie die een verzameling asymmetrische relaties deed ontstaan tussen de Spaanse regio’s onderling en tussen de regio’s en het centrale bestuur in Madrid.’

Nadat Arturo Mas geprobeerd had om ook een referendum over onafhankelijkheid te forceren, maakte hij van de provinciale verkiezingen op 27 september een de facto referendum –dat de nationalisten glansrijk wonnen. Junts pel Si haalde met 62 zetels net geen meerderheid, maar kwam ontegensprekelijk als morele en politieke winnaar uit de krachtmeeting. Op het randje van 2015 slaagde Junts pel Si erin een regeerakkoord af te sluiten met een links-nationalistische partij. Daarmee kan Catalonië op sporen gezet worden, en lijkt een regeringsvorming in Madrid moeilijker nog dan ze al was.

3. Hongaars nationalisme sluit de poorten van land en toekomst

Tot daar het “goede nieuws”, of zo u wil: het nationalisme dat in 2015 het nieuws haalde met een uitdrukkelijk open of sociaal programma. Het Hongaarse nationalisme van premier Viktor Orban, of dat van zijn nog rechtsere concurrenten van Jobbik, wou zich duidelijk niet laten pramen en deed er alles aan om te tonen dat nationalisme anno 2015 nog altijd kan beantwoorden aan zijn lelijke, uitsluitende reputatie.

In juni reeds lanceerde de Hongaarse overheid een campagne waarbij ze grote reclameborden gebruikte om migranten aan te manen geen jobs van Hongaren in te pikken, maar wel de lokale wetten te respecteren. De boodschappen waren vreemd genoeg gesteld in het Hongaars en leken dus eerder voor het lokale (kies)publiek bedoeld dan voor de toevallige nieuwkomers, waarvan weinigen het Magyar machtig zijn. ‘De huidige rechts-populistische regering van Viktor Orbán (Fidesz) tracht met zulke campagnes terug terrein te winnen op het extreemrechtse en anti-semitische Jobbik, de partij die in de peilingen aan populariteit wint’, schreef Arthur Debruyne in zijn reportage over De grote leegloop van Hongarije.

© Katalin Erdélyi & Gergely Kovács

En toen moest de zomer met zijn massale vluchtelingenstroom, die onder andere het aanzien van de buurt rond het Keleti-station in Boedapest zou veranderen, nog beginnen. In zijn reportages over de Balkanroute, schrijft Toon Lambrechts: ‘Sinds 2010 is het Fidesz, de partij van minister-president Viktor Orban, die de plak zwaait in Hongarije. Fidesz staat een duidelijk rechts beleid voor, maar migratie was nooit echt een thema. Tot voor kort.

Het laatste half jaar kwam president Orban met gespierde uitspraken dat ‘Hongarije geen migranten nodig heeft’ en beloofde ‘Hongarije Hongaars te houden, wat Brussel ook moge beslissen’. Er werd een nationale consultatie afgekondigd met migratie als thema, een soort veredelde volksraadpleging. Het anti-migratiediscours van de regerende Fideszpartij loopt samen met haar dalende populariteit. Maar de strategie heeft niet gewerkt, integendeel. Fidesz blijft stemmen verliezen aan Jobbik, de ultranationalistische oppositiepartij.’

4. Russisch nationalisme floreert dankzij conflict met Westen

Verder oostwaarts wordt de schone kunst van het nationalisme ook beoefend, en wel met blijvend succes. ‘Het nationalisme bloeit overal, maar in Rusland wel heel uitbundig’, schreef Bert Wagendorp een jaar geleden in de Volkskrant. 2015 heeft hem overschot van gelijk gegeven.

Julie Reniers schreef dit jaar in MO*: ‘De Krim is weer thuisgebracht!’ toeterde Vladimir Poetin en zijn aanhang toen de Russische Federatie vorig jaar het schiereiland in de Zwarte Zee annexeerde. Het gebied was immers zo’n beetje per ongeluk bij Oekraïne komen te horen, was hun redenering, toen partijsecretaris Chroesjtsjov het in de Sovjettijd cadeau gedaan had aan die deelrepubliek. De Sovjetleider had zich op dat moment echter in zijn wildste dromen niet kunnen voorstellen dat Oekraïne ooit buiten het rijk dat vanuit Moskou bestuurd werd zou vallen. En daarom moest de Krim nu gered worden.’

Andrew Butko (CC by-sa 3.0)

Robbie Vinogradov heeft het in dat verband over Russisch imperiaal nationalisme dat ‘de ineenstorting van de Sovjet-Unie en Ruslands minderwaardigheidscomplex tegenover het Westen moet compenseren.’ De annexatie van de Krim moet in dat licht bekeken worden, net als de niets ontziende strijd tegen autonomie in de Kaukasus. Vinogradov wijst echter ook op het bestaan van ronduit “etnisch of xenofobisch nationalisme” in Rusland. Dat ‘baseert de nationale identiteit op orthodox-christelijke waarden en de Russische cultuur en tradities, en beschouwt deze als bedreigd onder de “vreemde” invloeden van de niet-Slavische volken. Tegenwoordig bestaat er een verscheidenheid aan kleine, gewelddadige neonazistische groeperingen en politieke nationalisten die een etnisch-nationalistische agenda aanvoeren in de Russische politiek. En de verwachting is dat deze rechtse groepen aan invloed zullen winnen.’

De toenemende confrontatie tussen het Westen en Rusland resulteert in een fikse en duurzame opstoot van nationalisme in Rusland. KU Leuven-docent Ronin zei eerder dit jaar over de Dag van de Overwinning, de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog vooral borstgeklop: ‘Alle nuances zijn verdwenen. Op internetfora lees ik steeds vaker dat de Tweede Wereldoorlog een oorlog tegen het volledige Westen was, waar Rusland als overwinnaar uitgekomen is.’

5. Hindoenationalisme krijgt artistieke tegenwind

Eigenlijk kan er geen hindoenationalisme bestaan, als het hindoeïsme een religie is en geen volk of staat. En volgens veel experts kan je zelfs nauwelijks van één religie gewagen. Anderzijds zijn er wel degelijk groepen en politici die de Indiase natie definiëren aan de hand van de vage gemeenschappelijkheid die hindoes dan toch tot hindoes maakt. Voor hen zijn christenen, moslims en atheïsten misschien wel welkom, maar ze blijven buitenstaanders in Hindoestan. Kortom: het politieke hindoeïsme heeft wel degelijk belangrijke strekkingen die je hindoenationalisten zou kunnen noemen. Anderen zijn hindoe-extremisten of gematigde politieke hindoes. En in mindere of meerdere mate voelen ze zich allemaal vertegenwoordigd door Narendra Modi en zijn partij, de Bharatya Janata Party, die sinds 2014 aan de macht is.

Al Jazeera (CC by-sa 2.0)

Modi begon zijn regeerperiode met de belofte om de economische groei te herstellen –volgens de eigen rapporten lukt dat behoorlijk goed- en de betrouwbaarheid van het bestuur te verhogen –dat lijkt minder goed te lukken. In elk geval was er bij aanvang weinig te merken van de xenofobie (en erger) van een deel van Modi’s traditionele achterban. De internationale markten stonden centraal, niet de heropbouw van de tempel in Ayodhya, al was dat laatste wel opgenomen in het verkiezingsmanifest van de BJP.

In de loop van 2015 leed Modi twee vernederende verkiezingsnederlagen (in Delhi en in Bihar), waardoor zijn aura van onoverwinnelijkheid duidelijk geschonden werd, en maakte het vooruitgangsoptimisme van de premier stilaan plaats voor de onverdraagzaamheid van de rechtervleugel van zijn partij. Die wordt verantwoordelijk gesteld voor onder andere de dood van een rationalistische academicus, een aanval op een moslim die (onterecht) beschuldigd werd van het bewaren van rundsvlees in zijn koelkast. Als reactie op die incidenten begonnen Indiase kunstenaars hun prijzen en onderscheidingen terug te sturen naar de officiële instanties die ze uitgereikt hadden. Intussen hebben tientallen kunstenaars aan die actie deelgenomen. Ze kregen daarvoor ook steun van internaitonaal gerenommeerde kunstenaars als Salman Rushdie en Anish Kapoor.

Ten slotte: Alles is stil op het Vlaamse front?

De Schotse en Catalaanse nationalismen deden in 2015 sloten (digitale) inkt vloeien en de Hongaarse en Poolse nationalismen riepen de ergste Europese demonen op. Uitgerekend in datzelfde jaar leek er vanuit Vlaanderen –toch een van de voortrekkers van volks- of regionaal nationalisme in Europa- niets te bewegen. Nochtans staat er een Vlaams-nationalistische partij aan het roer in het Vlaamse gewest en de Vlaamse gemeenschap, en heeft diezelfde partij een dominante positie in de Belgische, federale regering. Ze bestuurt ook de grootste Vlaamse stad en is quasi permanent aanwezig geweest in alle grote media.

Het is dus niet dat het nationalisme van de Nederlandstalige Belgen plots uitgespeeld is, het is dat dit nationalisme, eenmaal aan de macht, besloten heeft om prioritair werk te maken van een diepgaande maatschappelijke verandering in plaats van alles op alles te zetten voor een ontmanteling van de gehate centrale staat.

Niet België wordt gesplitst, maar de samenleving.

Niet België wordt gesplitst, maar de samenleving. De rijkste ondernemers worden gezien als motoren van onze welvaart. Zij krijgen belastingvoordelen, goedkope elektriciteit en de mogelijkheid hun megafraude af te kopen in plaats van ervoor te boeten in de cel. De kwetsbare groepen moeten inleveren op bescherming, rechten en inkomen. Het is kort door de bocht, maar het is niet geheel een karikatuur.

Twee caveats bij deze vaststelling. Eén: de N-VA dekt niet de volledige breedte van het Vlaamse nationalisme. Vooral ter rechterzijde is er een vleugel die zich niet vertegenwoordigd voelt, al wordt dat elektoraal ruimschoots gecompenseerd door kiezers uit het centrum die zich niet herkennen in het uitgesproken nationalisme van de partij van voor de machtsovername. Een aantal nationalisten hebben dit jaar best dappere pogingen gedaan om het plotse succes van de Schotse en Catalaanse broeders te gebruiken als springplank om hun eigen separatistische ambities nieuw leven in te blazen. Ze kregen echter nul op het rekest op het eigen partijhoofdkwartier.

Twee: de N-VA is weliswaar de machtigste partij in België, Vlaanderen en Antwerpen, ze bestuurt nergens alleen. Dat leidt bij partijtop en –achterban tot een vast refrein telkens de partij kritiek krijgt op het gevoerde overheidsbeleid: ‘Waarom wordt slechts één partij verantwoordelijk gesteld voor het beleid van een coalitie?’ Die tegenwerping is tegelijk correct (de Vlaamse christendemocraten en de beide liberale partijen zijn zeker mee verantwoordelijk voor het gevoerde beleid) en achterhaald. Ze geeft weer dat het Vlaams-nationalisme zo diep geworteld is in historische achterstelling en vernedering, dat het zich nog moeilijk kan identificeren met de macht die het vandaag heeft –al oefent de partij die het Vlaamse nationalisme het meest succesvol vertegenwoordigt die macht wel zonder veel terughoudendheid uit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur