Het trans-Atlantische belang van hormoonverstoorders in 5 punten

Vanaf april dit jaar publiceerde Vincent Harmsen voor MO* elf artikels over de effecten van hormoonverstoorders, maar ook over de enorme industriële belangen die verhinderen dat de politiek haar rol speelt. Een kort overzicht van wat u mist als u alleen tv kijkt.

  • Mark Hodson Photos (CC BY 2.0) Welke enorme industriële belangen verhinderen dat de politiek haar rol speelt? Mark Hodson Photos (CC BY 2.0)

‘We doen een experiment met de hersenontwikkeling van komende generaties.’ Het is één van de uitspraken in de uitzending van Panorama (zondag 4 oktober) over hormoonverstoorders, die menig ouder de angst om het hart zal doen slaan. Aan het woord was de Deense professor Philippe Grandjean, die waarschuwt voor het risico dat hormoonverstoorders - alomtegenwoordig in ons huisraad, voedsel, cosmetica en plastic - vormen voor het ontwikkelende babybrein.

We vinden de stoffen in ongekend veel consumptiegoederen – van cosmetica, tot meubels, en groente en fruit tot plastics.

MO.be publiceerde al in april van dit jaar een stevig dossier over hormoonverstoorders, en haalde verschillende elementen aan die Panorama gisteren ook naar voren bracht. Onder andere het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2012 dat hormoonverstoorders aanduidt als ‘globaal gevaar’. De WHO-onderzoekers linken de blootstelling aan hormoonverstorende stoffen, waarvan er inmiddels meer dan 800 bekend zijn, aan een toename in onvruchtbaarheid en verminderd IQ.

De WHO-studie concludeert daarbij nog iets anders, zo benadrukte MO* al in haar dossier. ‘Er zijn geen drempelwaarden voor effecten van hormoonverstorende chemicaliën’, staat in het rapport. Wat dit concreet betekent is dat zelfs al bij de kleinste dosering risico bestaat - met name voor de foetus in de baarmoeder - op permanente gezondheidsschade.

Dat feit, en daarbij opgeteld de miljarden euro’s die in Europa worden verdiend met de productie van hormoonverstorende chemicaliën, verklaart waarom toen Brussel in 2013 deze gevaarlijke stoffen aan banden wilde leggen, achter de schermen een geraffineerde lobby werd ingezet. Daarbij speelde ook Europese handelspartners als de Verenigde Staten, met wie gesprekken over vrijhandelsverdrag TTIP aanstaande waren, een rol.

Het is een affaire die het MO*-dossier gedetailleerd uit de doeken doet. Dit zijn de vijf meest opmerkelijke bevindingen uit het dossier.

Vijf opmerkelijke bevindingen uit het MO*-dossier

Lobby

Op basis van honderden interne e-mails van de Europese Commissie kon MO* de anatomie schetsen van een ongekende lobbycampagne. Het verhaal speelt in 2013, wanneer de Europese Commissie bezig is met het opstellen van wetgeving die gevaarlijke hormoonverstoorders moet verbieden. De documenten tonen een maandenlange campagne, waarbij naast intensieve correspondentie, ook meerdere ontmoetingen plaatsvinden tussen Commissie en (lobbyclubs) van de industrie.

Daarbij wordt met name één aspect van de wetgeving onder vuur genomen: het voorzorgsprincipe. Vanuit de gedachte better safe than sorry overweegt Brussel namelijk om ook ‘vermoedelijke hormoonverstoorders’ van de EU-markt te halen. Deze aanpak zou voor de Europese chemische industrie, met wereldwijde spelers als Bayer en BASF, een miljardenstrop betekenen, zo blijkt uit de e-mails.

Manipulatie van de wetenschap

De chemische industrie probeert ook invloed uit te oefenen in Brussel door zich actief te mengen in het wetenschappelijk debat over de risico’s van hormoonverstoorders. Zo schakelen de lobbygroepen van de industrie gespecialiseerde consultancy bedrijven in, zoals de Amerikaanse firma Gradient Corporation, om wetenschappelijke studies over hormoonverstoorders te publiceren.

‘Dit zijn zogeheten product defense companies’, vertelt de Franse onderzoeksjournaliste Stéphane Horel hierover aan MO*. ‘Hun doel is niet om een wetenschappelijke discussie aan te zwengelen, maar om twijfel te zaaien. Gradient is gespecialiseerd in de wetenschappelijke verdediging van chemicaliën. Ze hebben in het verleden ook de tabaksindustrie bijgestaan.’

Vrijhandelsverdrag TTIP

Op 2 juli 2013 trekt de Europese Commissie de stekker uit het verbod. Uit de interne stukken blijkt dat zij dit doet vanwege overwegingen over de economische effecten voor de industrie, maar ook vanwege handel. Op dat moment staan gesprekken tussen EU en VS over vrijhandelsverdrag TTIP op het punt van beginnen. Het doel van de onderhandelingen is om regelgeving in Europa en Amerika op elkaar aan te passen. Uit de interne e-mails die MO* kon inzien, blijkt dat de industrie TTIP gebruikte als argument bij de Commissie waarom zij het verbod moest parkeren.

Ook komt uit deze correspondentie naar voren dat de Amerikaanse overheid altijd al tegen een verbod op hormoonverstorende stoffen was. Dat laat zij Brussel zeker al in juni 2013 weten. Amerika is voorstander van een aanpak waarbij bij beperkte blootstelling hormoonverstoorders worden toegestaan. Dat is zoals milieuagentschap EPA in de VS hormoonverstoorders reguleert.

Studie naar EU-verbod

Met het verbod van tafel, presenteert de Europese Commissie in mei 2014 een nieuw plan dat moet uitmaken hoe Europa om zal gaan met hormoonverstorende stoffen. Er zal een impactstudie komen, een economische kosten-batenanalyse die de beste regelgeving moet aanwijzen. De eerste resultaten daarvan worden pas op z’n vroegst eind 2016 verwacht.

Pikant is dat binnen de studie nu wordt overwogen om bij beperkte blootstelling hormoonverstoorders toch toe te staan. Het sluit aan bij het systeem dat de EPA in de VS hanteert, en tevens – zo blijkt uit de interne e-mails van de Europese Commissie – bij waar de chemische industrie al in 2013 om vroeg.

Samenwerking met VS

Sinds oktober 2014 is de Europese Commissie op het vlak van hormoonverstoorders daarnaast gaan samenwerken met de Amerikaanse EPA. Volgens de Amerikaanse regering is het doel om regelgeving voor hormoonverstoorders gelijk te schakelen. De Commissie ontkent dit, en stelt dat het puur zou gaan om het uitwisselen van ‘wetenschappelijke informatie’.

Feit is wel dat de Commissie zich met deze samenwerking op glad ijs begeeft. Het Europees Parlement heeft op 10 juni 2015 in een TTIP-resolutie gesteld dat het vrijhandelsverdrag onder geen beding invloed mag hebben op ‘toekomstige definities’ voor hormoonverstorende stoffen. Maar de VS blijven druk uitoefenen. Zij lieten de Commissie eerder dit jaar weten dat een EU-verbod haaks staat op de ‘primaire doelstellingen’ van TTIP.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift