Irak stuurt honderdduizend mensen op de vlucht terug naar nergens

Nieuws

‘Velen hebben geen plek om naar terug te keren’

Irak stuurt honderdduizend mensen op de vlucht terug naar nergens

Irak stuurt honderdduizend mensen op de vlucht terug naar nergens
Irak stuurt honderdduizend mensen op de vlucht terug naar nergens

Een winter voor de deur. Een pandemie die door het land trekt. Enorme puinhopen die nog lang niet geruimd zijn. In die omstandigheden sluit Irak halsoverkop vluchtelingenkampen en stuurt het land mensen terug naar een huis dat er niet langer is.

© Karim Abraheem

Meer dan 1 op de 5 mensen die gedwongen worden om uit Hamam al-Alil te vertrekken is jonger dan vijf jaar.

© Karim Abraheem

Sinds kort sluit Irak in een sneltempo kampen voor interne vluchtelingen. De internationale hulporganisatie Norwegian Refugee Council trekt aan de alarmbel: ‘Dit gaat te snel en treft minstens honderdduizend kwetsbare mensen.’ ‘Veel van deze mensen hebben geen plek of huizen om naar terug te keren. Anderen vrezen vervolging in hun herkomstregio’s wegens al dan niet vermeende linken aan gewapende groepen.’

Midden oktober kondigden zowel de Iraakse premier als de Iraakse minister van Ontheemden en Migratie aan dat het land kampen voor interne vluchtelingen zou beginnen sluiten.

‘Maar ze hebben daarbij een specifieke tijdslijn noch informatie over de kampen die ze viseren, gegeven’, zegt persverantwoordelijke van de Norwegian Refugee Council (NRC) Marine Olivesi vanuit Tunis. ‘De communicatie is zeer lastminute. We waren echt verrast dat de Iraakse regering meteen de daad bij het woord voegde, en zonder enige coördinatie of overleg met de bewoners en met de hulporganisaties kampen begon sluiten. Mensen hebben zelfs geen tijd gekregen om zich voor te bereiden.’

Helft kampbewoners kan niet terugkeren

In heel Irak worden kampbewoners nu gedwongen halsoverkop te vertrekken. In Bagdad, Kerbala, Divala, Suleimaniya, Anbar, Kirkoek en Nineve krijgen mensen te horen dat ze hun tenten snel moeten verlaten. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de vraag of ze ook daadwerkelijk kùnnen terugkeren.

‘Ze trekken naar andere kampen, maar ook die worden afgebroken door de regering. Dit is dus een vicieuze cirkel van ellende.’

Ook Hamam al-Alil, een groot vluchtelingenkamp dat zich op een kleine dertig kilometer van Mosoel bevindt, wordt gesloten. Het kamp, dat onder beheer staat van NRC, huisvestte tot voor kort 8100 mensen die dak- en thuisloos werden door de oorlog tegen terreurgroep IS.

‘Sinds 5 november hebben al 1002 families het kamp verlaten’, zegt Marine Olivesi. ‘Specifiek betreft het vijfduizend mensen en 3178 kinderen. Een groot deel van deze mensen komt uit buurten die nog volledig vernield zijn. Een deel van hen riskeert vervolging wegens vermeende banden met gewapende groepen, inclusief IS. Velen hebben nog geen veiligheidsmachtiging verkregen, een document dat hen vrijstelt van verdenking.’

Bijna de helft van de mensen die intussen uit Hamam al-Alil zijn vertrokken, liet aan NRC weten dat ze niet zullen teruggaan naar hun herkomstregio. ‘Ze trekken naar andere kampen, maar ook die worden afgebroken door de regering. Dit is dus een vicieuze cirkel van ellende’, zegt Olivesi.

Iraakse puin is nog niet geruimd

De kampbewoners van Hamam al-Alil komen vooral uit Mosoel, Hamam al-Alil en de bredere omgeving. De bevrijdingsoorlog in 2016 en 2017 woedde hevig in deze streek. Het stadje Hamam al-Alil werd bijna dag op dag drie jaar geleden, op 7 november, bevrijd van IS. De prijs die de Irakezen daarvoor betaalden was ongemeen hoog. De bevrijdingsoorlog ging gepaard met de kille executies door IS van honderden burgers. Vrouwen en kinderen werden als levende schilden gebruikt en meegesleurd in dodelijke luchtbombardementen.

Toen MO* een jaar geleden, in oktober 2019, Mosoel bezocht, was het puin nog lang niet geruimd en bleek een groot deel van de stad nog onbewoonbaar.

De stad Mosoel zelf werd met geweld bevrijd tussen oktober 2016 en juli 2017, een oorlog waarbij vooral het westen van de stad werd vernietigd. De oude stad werd voor bijna 90 procent vernield. Toen MO* een jaar geleden, in oktober 2019, Mosoel bezocht, was het puin nog lang niet geruimd en bleek een groot deel van de stad nog onbewoonbaar.

‘Er is helaas niets veranderd sinds vorig jaar’, zegt Olivesi. ‘Er is geen vooruitgang geboekt. Noch op politiek vlak, noch op vlak van herstel en verzoening voor de samenleving.’ Irak kreeg in het voorbije jaar niet alleen te maken met grootschalige protesten en een politieke crisis, ook de bijkomende strijd tegen COVID-19 zette een rem op de heropbouw van het land.

De uitdagingen waar Irak tegenaan kijkt zijn immens. De puinhopen zijn fysiek maar ook mentaal. De Iraakse samenleving kreeg in de voorbije twintig jaar immers zware klappen. Na de Amerikaanse invasie in 2003 en de daarmee gepaarde val van het Baathistische regime van Saddam Hoessein, volgden perioden van burgeroorlog, sektarische conflicten, de zeer gewelddadige bezetting van delen van het land door terreurgroep IS, en ten slotte de bloedige bevrijdingsoorlog.

Een terugkeer die er geen is

Volgens de laatste gegevens van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR telt Irak 1,353 miljoen intern ontheemden en 4,7 miljoen terugkeerders. Opvallend is dat UNHCR de terugkeerders meerekent bij de groep ‘zorgbehoevende Irakezen’.

‘Dat klopt’, zegt Marine Olivesi. ‘Mensen uit bijvoorbeeld Hamam al-Alil die wel terugkeren naar hun oorspronkelijke woonplaats, hebben soms geen andere optie dan een tent te zetten in en op het puin van hun vernietigde huis. Ze keren terug naar buurten en afgelegen plekken waar niets is. Ze hebben dus ook geen toegang tot basisdiensten, laat staan tot een job of inkomen. NRC deed recent onderzoek naar de leefsituatie van mensen die tijdens een vorige sluitingsronde van Iraakse vluchtelingenkampen terugkeerden. Daaruit blijkt dat de helft slechte toegang heeft tot basisvoedsel, en één op vier geen toegang heeft tot gezondheidszorg.’

© Karim Abraheem

Weduwe Khadija krijgt nauwelijks hulp van de regering. Haar man was IS-strijder.

© Karim Abraheem

De situatie is ook nu bijzonder problematisch voor mensen die het al moeilijk hebben, zegt Olivesi. ‘We hoorden zelfs verhalen van onze medewerkers dat sommige gedwongen terugkeerders hun enige bezit, hun tent, verkopen om het transport uit het kamp te kunnen betalen.’

Elke familie die terugkeert zou nochtans aanspraak kunnen doen op een steunbijdrage voor hervestiging in hun oorspronkelijke gemeenschap, staat te lezen in een artikel van het Iraakse-Koerdische nieuwsnet Rudaw.

Die maatregel is niet nieuw en het zou gaan om 1250 dollar, aan te vragen bij het Iraakse ministerie van Ontheemden en Migratie. Maar alleen al het aanvragen van de bijdrage blijkt een bijzonder moeizaam proces te zijn. ‘Zelf heb ik geen zicht op de toekenning ervan’, zegt Marine Olivesi. ‘Het kan zijn dat sommigen die bijdrage hebben gekregen, maar ik vrees dat het bij enkelingen is gebleven.’

Winter en een pandemie erbovenop

De winter begint in Irak, zegt Olivesi. Bovendien is het land ook niet gevrijwaard van COVID-19, wat een grote impact heeft op de toegang tot hulpverlening, maar ook op de sector zelf, die veel minder mobiel is geworden. Het zijn factoren die de omstandigheden voor terugkeerders alleen maar precairder maken.

‘We hameren erop dat Irak een terugkeer- en re-integratieplan voorziet’, zegt Olivesi. ‘Wij vragen aan de Iraakse regering om een strategie op te zetten voor de sluiting van de kampen. De autoriteiten moeten kampbewoners te informeren en hen minstens een maand tijd te geven zodat ze voorbereidingen kunnen treffen.

Er moet ook een coördinatieplan komen met de lokale autoriteiten en met de ordediensten aan de checkpoints op de wegen, zodat mensen die terugkeren niet worden gearresteerd of teruggestuurd. We moeten als internationale hulporganisaties ook weten waar mensen naartoe gaan, zodat ze bereikbaar blijven voor humanitaire hulp. Zonder dat kan je niet spreken over het begin van een duurzame terugkeer.’