Leerkrachtenprotesten in Rabat neergeknuppeld

Marokkaanse volksprotesten weigeren stil te vallen ondanks repressie

© Magharebia

De 20-Februaribeweging van 2011 creëerde een nieuw momentum in Marokko, haalde de kritische volksgeest uit de fles

In de Marokkaanse hoofdstad Rabat was het woensdag 20 februari hommeles. Een protestmars van leerkrachten tegen het toenemende gebruik van tijdelijke arbeidscontracten in het onderwijs, werd letterlijk neergeslagen door de Marokkaanse politie. Toen de leerkrachtenvakbonden een straatje naar het nabijgelegen koninklijk paleis wilden nemen, trad de politie agressief op. Tientallen demonstranten werden voor verzorging naar het ziekenhuis gebracht.

Opvallend is de symbolische datum van de dag: 20 februari, of de achtste verjaardag van de “Marokkaanse Lente” in 2011. Die datum luidde het begin in van een nieuwe golf van Marokkaanse sociale protesten. In tientallen steden over het hele land kwam de Marokkaanse bevolking toen massaal op straat om politieke en economische veranderingen te eisen. Acht jaar later vallen diezelfde eisen nog altijd op de straatstenen.

De eisen mogen dezelfde zijn, de datum mag symbolisch zijn, toch is het leerkrachtenprotest niet rechtstreeks gelinkt aan de 20-Februaribeweging, zegt Koen Bogaert die voor de UGent de politieke evoluties in Marokko en de Arabische wereld onderzoekt.

Jobzekerheid

Bogaert verwijst naar het feit dat in Marokko dagelijks tientallen protesten plaatsvinden. Al jaren komen mensen op straat voor een betere welvaartsherverdeling, meer investeringen in onderwijs en gezondheidszorg, meer lokale rechten en betere infrastructuur, noem maar op. Vaak vinden de protesten — minder opgemerkt — plaats in kleinere dorpen en steden. ‘Maar wie gezien wil worden, trekt naar de hoofdstad.’

‘Marokkanen weten dat een vast contract in de publieke sector in het algemeen veel meer zekerheid biedt dan de privésector’

De Marokkaanse leerkrachtenvakbonden eisen in de eerste plaats meer jobzekerheid, naast betere lonen en garanties om pensioenrechten op te bouwen. Als besparingsmaatregel krijgen steeds meer leerkrachten een tijdelijk contract aangeboden, waar gezondheidszorg en pensioenrechten niet zijn inbegrepen.

‘Marokkanen weten dat een vast contract in de publieke sector in het algemeen veel meer zekerheid biedt dan de privésector’, zegt Koen Bogaert. ‘Leerkrachten worden onderbetaald in Marokko. Maar ook al wordt een job in de publieke sector niet per se goed betaald, ze geeft tenminste quasi garantie op een maandelijks inkomen tot je pensionering.’

De diplômés chômeurs vs liberalisering

Bogaert legt de link met de diplômés chômeurs of de gediplomeerde werklozen. Deze protestbeweging die in de jaren 1990 begon, protesteerde tot 2011 dagelijks voor het parlement. ‘Tot de jaren 1980 verzorgde de staat een historisch sociaal contract voor hoger opgeleiden. Iedereen met een universiteitsdiploma was daardoor bijna automatisch verzekerd van een job bij de overheid.’

Door de wereldwijde oliecrisis, droogtes en dus oogstrampen in de landbouw, en door het conflict in de Westelijke Sahara, kampte Marokko in dezelfde jaren 1980 met zware overheidstekorten. Om leningen aan te gaan bij internationale instituten importeerde Marokko noodgedwongen en met de hulp van het Internationaal Muntfonds een doorgedreven vrijemarktvisie. Er werden zware bezuinigingen opgelegd zoals een drastische privatisering en het terugvoeren van de tewerkstelling in de publieke sector.

‘De middenklasse in Marokko is sindsdien steeds meer onder druk komen te staan. Dat was de kiem voor de sociaaleconomische protesten. Eigenlijk kan je stellen dat de diplômés chômeurs een nieuwe vorm van protest ingeleid hebben. Dit was een vorm van protest die zich vooral richtte op sociaaleconomische rechten en minder vertrok vanuit een oppositiehouding tegenover het koningshuis, wat uiteraard ook een groter risico op repressie betekende.’ Maar, voegt Bogaert toe, vanaf 2011 werden ook die sociaaleconomische eisen meer gepolitiseerd.

Politieke protesten

De 20-Februaribeweging van 2011 creëerde een nieuw momentum, haalde de kritische volksgeest uit de fles, maar draaide om andere eisen dan de vele groepen die anno 2019 nog dagelijks protesteren. ‘De 20-Februaribeweging was vooral een jongerenbeweging die via sociale media opriep om zich te scharen achter de eisen van de Arabische revoltes voor democratisering en regimeverandering. Leerkrachten, maar gezondheidswerkers, mijnwerkers en anderen maakten gebruik van dat momentum om in het hele land op straat te komen met concrete eisen die sociaaleconomisch waren. Dat werd ook meer getolereerd door het regime’, aldus Bogaert.

Dat politieke protesten gevoeliger liggen, bewijst de manier waarmee de Marokkaanse overheid de Riffijnse protestbeweging Hirak aanpakt. ‘In het toenemende protest in Marokko sinds 2011 was Hirak – die vanuit het noorden, vanuit de Rifregio in 2014 opgang maakte – het hoogtepunt. Maar zeker vanaf 2016 reageerde de overheid steeds repressiever, zegt Bogaert. De impact daarvan werd duidelijk toen de leiders van de Hirakbeweging, waaronder Nasser Zafzafi, vorige zomer veroordeeld werden tot zware celstraffen.

De regering wacht

Sinds de staatsrepressie tegenover Hirak leek het stiller in Marokko, alvast inzake politieke protesten. Toch is de vraag vanwaar de agressie van de ordediensten kwam tegenover de demonstrerende leerkrachten in Rabat. ‘De protesten waren al een week aan de gang. Het is interessant dat men zenuwachtig werd toen de demonstrerende leerkrachten richting Koninklijk Paleis stapten’, reageert Bogaert.

‘Om terug te komen op de Riffijnse protestleider Nasser Zafzafi: hij begreep zeer goed dat de echte macht op de troon in het paleis zit. Zafzafi was niet geïnteresseerd in politici die naar Al Hoceima kwamen om te praten met de demonstranten. Hij wilde met de koning praten, niet met diens lakeien. “De koning is de enige die iets te zeggen heeft in dit land”, zei hij.’

De Marokkaanse regering is een kei in commissiepolitiek, zegt de Marokkaanse journalist Reda Zaireg voor Middle East Eye. Telkens een protest – of het nu de 20-Februaribeweging, de Hirak, de boycotbeweging is – grote aanhang krijgt, richt de Marokkaanse overheid een commissie op om de probleemstelling achter het protest te onderzoeken. Die commissies leiden nergens toe, schrijft Zaireg: ‘wachten is een keuze van beleid voeren geworden’. Die keuze voor een “limbobeleid” is symptomatisch voor Marokko volgens de journalist. ‘Het duidt het onvermogen van de regering aan om concrete antwoorden te bieden op sociale eisen. Want de echte macht ligt in de handen van de koning.’

De koning zwijgt

De Marokkaanse koning Mohammed VI wordt verweten dat hij onverschillig blijft voor de sociale eisen van het volk van wie hij ver weg staat. Als hij al antwoordt op sociale protesten is dat maanden later, in de hoop dat het protest doodbloedt. Een andere tactiek die hij hanteert, zegt Zaireg, is dat hij weigert toe te geven dat hij actie onderneemt op basis of onder druk van volksprotesten. Hij stelt hervormingsgerichte acties altijd voor als authentieke ideeën die vanuit zijn eigen hervormingsgezinde geest zijn ontsproten.

‘Veel Marokkanen zijn overtuigd dat het land uit elkaar valt als de koning of het “Instituut Koning” wegvalt. Maar dat neemt tegelijk de groeiende onvrede niet weg.’

In een bijdrage over de Marokkaanse protesten die Koen Bogaert schreef voor het boek Het Midden-Oosten, the times they are a-changin’, beschrijft hij hoe de Marokkaanse koning Mohammed VI bij een groot deel van de bevolking nog steeds zeer geliefd is. Dat was 2012. De Marokkaanse koning suste het volk in 2011 door grondwetshervormingen door te voeren maar dat bleek al snel vooral een kunstgreep. Mohammed VI blijft, samen met de Makhzen of zijn directe entourage, de economische touwen stevig in handen hebben, is nog steeds de belangrijkste en machtigste kapitalistische investeerder van het land.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Ik weet niet of zijn populariteit is gedaald’, zegt Bogaert. ‘Je zou denken van wel. Er wordt immers al eens cynisch of spottend over de koning gepraat. Hij krijgt ook kritiek over het feit dat hij veel ziek is, vaak in Frankrijk vertoeft. Maar tegelijk zie je dat iedereen die kritiek heeft, met name online nieuwsmedia zoals Lakome of Demain Online meteen de mond wordt gesnoerd. Bovendien is het bijzonder delicaat om zijn positie in vraag te stellen, omdat veel Marokkanen overtuigd blijven dat het land uit elkaar valt als de koning of het “Instituut Koning” wegvalt. Maar dat neemt tegelijk de groeiende onvrede niet weg, dat bewijzen de aanhoudende protesten. Het is een zeer goede graadmeter: dit toont aan dat niets veranderd is in Marokko, integendeel.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift