Ondernemen met/zonder voedselzekerheid

‘Van overleven tot ondernemen’: dat is het basisidee van de strategienota Landbouw en Voedselzekerheid, die vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo vandaag voorstelde. Maar kan die aanpak de honger uit de wereld helpen?

  • Oxfam East Africa(CC BY 2.0) Oxfam East Africa(CC BY 2.0)
  • Bron: Strategienota Landbouw en Voedselzekerheid 2017 Bron: Strategienota Landbouw en Voedselzekerheid 2017

‘Afrika heeft een landbouwrevolutie nodig. Weg van weinig productieve overlevingslandbouw naar duurzame ondernemingslandbouw.’ Met die woorden vat minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo zijn nieuwe strategienota rond landbouw en voedselzekerheid samen.

De nota zet de krijtlijnen uit voor projecten rond landbouw en voedselzekerheid in de twaalf partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking in Sub –Sahara Afrika. De overheid maakt daar in principe jaarlijks 15% van de officiële ontwikkelingshulp voor vrij. Of dat budgettaire voornemen wordt waargemaakt – in 2015 was dat met 9,28% niet het geval – zal pas blijken met oudjaar. Vandaag is de vraag of de nota bijdraagt aan minder honger in de wereld en of ze in Sub-Sahara Afrika voedselzekerheid kan garanderen.

Landbouwondernemers

De huidige voedselcrisis in Oost-Afrika en de prognose van meer dan 70 miljoen mensen die onder hongersnood lijden voor dit jaar bevestigen het belang van de nota. Experts wereldwijd toonden intussen aan dat ons landbouwbeleid een andere weg moet inslaan, willen we nog meer honger vermijden. Welke weg we best nemen, beschreef Esmeralda Borgo, beleidscoördinator bij BioForum, de sectororganisatie van de biologische landbouw en voeding, recent in haar MO* paper Armoede is de echte oorzaak van honger, agro-ecologie de oplossing.

Ook minister De Croo gelooft dat honger het gevolg van armoede is. Armoede die hij wil bezweren door landbouwers met potentieel te laten uitgroeien tot echte “landbouwondernemers”. Ergens halverwege de nota staat een piramidediagram dat de grondgedachte samenvat: landbouwers met commercieel vermogen krijgen hulp om hun bedrijf rendabel te maken en zich in regionale, lokale of internationale ketens in te schakelen. Landbouwers die hun activiteit niet kunnen commercialiseren, worden beter richting loonarbeid – bij plaatselijke landbouwbedrijven of in de verwerkende nijverheid – geheroriënteerd. Die sectoren zullen met ontwikkelingsgeld worden ondersteund.

Bron: Strategienota Landbouw en Voedselzekerheid 2017

 

Good governance

Op het eerste zicht lijkt dat een goed plan. Alleen: de waarheid is dat de verwerkende nijverheid in de meeste landen momenteel amper bestaat. Tegelijk is de vraag naar werkgelegenheid van een grote groep jongeren vandaag al heel urgent. ‘Bovendien hebben loonarbeiders recht op duurzaam werk”, stelt de Coalitie tegen de Honger (een samenwerkingsverband van 20 Belgische ontwikkelingsorganisaties). “Daarvoor heb je een wetgevend kader nodig dat hun rechten respecteert en hen goede arbeidsvoorwaarden garandeert.”

‘Samenwerking met de privé-sector, kan pas nadat die is gereguleerd’ (Coalitie)

De minst ontwikkelde landen waar het gros van de Belgische ontwikkelingshulp heen gaat, blinken niet meteen uit in good governance. De nieuwe strategie maakt van goed bestuur dan ook één van zijn drie actiegebieden. “Klopt”, klinkt het bij de Coalitie, “maar wij geloven dat dat actiegebied een prioriteit moet zijn. Vandaag leidt een gebrek aan wetgeving en controle in de meeste landen van sub-Sahara Afrika tot rechtenschendingen bij kleine boeren en arbeiders. Terwijl die eerste hun recht op grond, water en zaaigoed niet wordt gerespecteerd, kampen de tweede dikwijls met mensonwaardige arbeidsomstandigheden. De minister wil samenwerken met privé-investeerders om werkgelegenheid te creëren. Maar dan moet de privésector eerst worden gereguleerd.”

‘Het lokale middenveld moet overheid en bedrijven op hun verantwoordelijkheid wijzen’ (De Croo)

In een reactie bevestigt De Croo het belang van ‘goed beleid’, maar wijst daarbij meteen op ieders verantwoordelijkheid. “Om privé -investeringen mogelijk te maken heb je in de eerste plaats nood aan een aantrekkelijk ondernemersklimaat. Er moet dus een begin van rechtszekerheid zijn, een stabiel wetgevend kader en een basis aan fysieke veiligheid.”

Uiteraard moet ook de privé-sector zelf blijk geven van een ‘goed beleid’. Een onderneming die in het zuiden investeert kan, zich niet zomaar wat permitteren. Is het lokaal wetgevend kader onvoldoende uitgebouwd, dan moeten bedrijven verantwoordelijkheid nemen. Zij kunnen zich hiervoor baseren op principes zoals die van het Committee on World Food Security. Ook certificaten die door de consumenten of supermarkten worden gevraagd, kunnen bijdragen tot respectvolle investeringen. Ten slotte speelt het lokale maatschappelijke middenveld een belangrijke rol om de lokale bedrijven en overheden voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen. In de strategie worden daarvoor middelen voorzien.” Of ‘good governance’ een prioritaire actielijn wordt, laat de minister in het midden.

Niet overleven

Wat de nota wel heel duidelijk stelt, is dat de landbouw moet renderen. “We moeten ons bevrijden van het idée fixe van de kleinschalige familiale landbouwer die ten alle prijze moet kunnen blijven voortploegen, maar er niet eens in slaagt voldoende voedsel bijeen te brengen voor zijn eigen familie”, stelt minister De Croo. Productiviteitsverbetering heeft enkel zin als de landbouwer zijn producten kan verhandelen. Maar niet iedereen is die mening toegedaan. “Inzetten op ondernemen is positief, op voorwaarde dat net de familiale landbouwers, groot of klein, de kans krijgen om eerst voor zichzelf te produceren en zichzelf goed te voeden”, stelt Lieve Vercauteren, directeur van BioForum Vlaanderen. “Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kun je overschotten realiseren voor de handel.”

‘Inzetten op ondernemerschap is ok, op voorwaarde dat de landbouwers eerst zelf kunnen eten’

Zo’n productieverhoging gebeurt volgens Vercauteren liefst volgens de agro-ecologische principes, die haar collega Esmeralda Borgo in de MO* paper (Armoede is de echte oorzaak van honger, agro-ecologie de oplossing’) beschrijft. Bioforum sluit zich aan bij de visie van Olivier De Schutter, voormalig VN-rapporteur voor voedselzekerheid en huidig co-voorzitter van IPES Food, een internationaal panel van experts in duurzame voedselsystemen. De Schutter stelt dat een agro-ecologische aanpak de beste garanties biedt op een duurzaam resultaat. Typisch voor het agro-ecologisch model is dat boeren slechts gering afhangen van externe productiemiddelen, dat ze produceren voor hun nabije gemeenschap, dat er variatie in hun productie is en dat ze werken in korte handelsketens.

De vrees leeft echter dat door een te eenzijdige focus op de inschakeling van landbouwers in lokale, regionale en internationale waardeketens mensen zich in één marktgewas gaan specialiseren. Volgens de Coalitie tegen de Honger brengen ze zo hun eigen voedselvoorziening in gevaar, omdat ze zijn niet langer tegen economische of klimaatschokken zijn opgewassen. ‘Als de oogst mislukt of de markt stort in elkaar, hebben ze geen inkomen maar ook geen eten. Overleven is een eerste voorwaarde om duurzaam te kunnen ondernemen.’

‘De agro-voedingssector moet ons helpen’ (Decroo)

Minister De Croo begrijpt de bezorgdheid, maar werpt tegelijk tegen: ‘De inschakeling in waardenketens is absoluut noodzakelijk om kleinschalige boeren te helpen overschakelen van overlevingslandbouw naar commercieel en duurzaam ondernemerschap. Het zou daarbij niet goed zijn om landbouwers te pushen naar de kweek van één diersoort of de teelt van één gewas. Diversiteit bewaren en zelfs versterken is erg belangrijk. Via technische expertise kunnen we de kleinschalige landbouwers helpen diversifiëren. Zo kan je bijvoorbeeld rijstboeren in Senegal helpen hun rijstproductie te verhogen om met de meeropbrengst hun eigen groentetuintjes uit te bouwen. De diversiteitsgedachte staat echt centraal in de duurzaamheidsagenda. We zien trouwens ook meer en meer dat familieleden van boeren het platteland verlaten en elders gaan werken. Op die manier wordt het gezinsinkomen ook gediversifieerd. We moeten er dan wel voor zorgen dat er ook tewerkstelling komt. De uitbouw van een lokale agro-voedingssector moet daarbij helpen.’

CIAT (CC BY-SA 2.0)

Geen garanties

Van die agro-en voedingssector wordt duidelijk veel verwacht. De minister lanceert een oproep aan Belgische bedrijven om ook in Afrika aan de slag te gaan. Dat kan, maar zullen zij ook de agro-ecologische principes aanhouden? Lieve Vercauteren (BioForum Vlaanderen) hoopt het, maar houdt hout vast : ‘Agro-ecologie betekent ook respect voor de kennis en de rechten van de boer. De huidige strategische nota voor ontwikkelingssamenwerking biedt te weinig garanties dat de rechten van de lokale kleinschalige boeren niet geschonden zullen worden in het voordeel van privé-investeerders. Ze riskeert net die kleine boeren verder in een armoedespiraal en dus in een situatie van permanente honger te duwen.’

De nota werd vandaag gelanceerd, met duidelijke “voors” en “tegens”. De toekomst zal of ze zal bijdragen tot meer of minder honger in de wereld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift