Politieke macht blijft mannelijk: in amper 1 op de 7 landen vrouw aan de macht

Nieuws

Politieke macht blijft mannelijk: in amper 1 op de 7 landen vrouw aan de macht

Mette Frederiksen

De Deense premier Mette Frederiksen in gesprek met NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte.

Mette Frederiksen

De Deense premier Mette Frederiksen in gesprek met NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte.

Wereldwijd blijft de politieke macht sterk in handen van mannen. Anno 2026 hebben slechts 28 landen een vrouwelijke president of premier, terwijl in 101 landen zelfs nog nooit een vrouw aan de macht is geweest.

De cijfers komen van de Inter-Parliamentary Union (IPU) en VN Vrouwen. Op dit moment wordt wereldwijd slechts een op de zeven landen geleid door een vrouw als staatshoofd of regeringsleider.

Het illustreert hoe ver de wereld nog verwijderd is van gelijke politieke vertegenwoordiging: vrouwen ontbreken in de politieke top waardoor beslissingen over vrede, veiligheid en economie worden genomen zonder dat de helft van de wereldbevolking mee aan tafel zit en inbreng heeft.

Aandeel vrouwelijke ministers daalt

In sommige gevallen is er zelfs sprake van achteruitgang, vooral binnen regeringen, stelt het onderzoek.

Wereldwijd bekleden vrouwen vandaag 22,4% van de ministerposten. Dat is minder dan twee jaar geleden: in 2024 lag dat aandeel nog op 23,3%. De daling betekent een breuk met jaren van langzame maar gestage vooruitgang.

Toch tonen sommige landen dat een evenwichtige vertegenwoordiging wel degelijk mogelijk is. Veertien landen hebben inmiddels een regering waarin mannen en vrouwen even talrijk zijn. Tegelijk zijn er nog acht landen waar geen enkele vrouw minister is.

In parlementen gaat de vooruitgang iets sneller, maar ook daar blijft het tempo laag. Wereldwijd wordt 27,5% van de parlementszetels bezet door vrouwen. Dat is een lichte stijging tegenover 27,2% in 2025. De toename van amper 0,3 procentpunt betekent echter het tweede jaar op rij met de traagste groei sinds 2017.

In januari 2026 waren er wereldwijd 54 vrouwelijke parlementsvoorzitters. Dat komt neer op 19,9 procent van alle voorzitters, net geen vijfde dus. Het aandeel daalde ook met bijna vier procentpunten in vergelijking met het jaar voordien en vormt de eerste terugval in meer dan twintig jaar.

Intimidatie 

Volgens de onderzoekers speelt het politieke klimaat wellicht een belangrijke rol. Vrouwelijke politici krijgen vaker te maken met intimidatie en vijandigheid dan hun mannelijke collega’s.

Uit een enquête onder parlementsleden blijkt dat 76% van de vrouwelijke parlementariërs intimidatie door burgers ervaart, tegenover 68% van de mannen. Die druk komt zowel online als offline voor en schrikt vrouwen af om zich kandidaat te stellen voor een politiek mandaat.

Als vrouwen dan toch politieke topposities bereiken, blijven die vaak geconcentreerd in een beperkt aantal beleidsdomeinen. Zo staan vrouwen aan het hoofd van 90 % van de ministeries die zich bezighouden met gendergelijkheid en van 73% van de ministeries voor gezins- en kinderbeleid.

Ministeries zoals defensie, binnenlandse zaken, justitie en economische zaken worden nog steeds bijna uitsluitend geleid door mannen. 

Goed bestuur

‘Op een moment van groeiende mondiale instabiliteit en toenemende conflicten verzwakt het uitsluiten van vrouwen uit de politieke leiding het vermogen van samenlevingen om op grote uitdagingen te reageren’, zegt Sima Bahous, uitvoerend directeur van VN Vrouwen. 

Bahous benadrukt dat vrouwen andere ervaringen en perspectieven meebrengen naar de besluitvorming. ‘Wanneer vrouwen volledig betrokken zijn bij politiek leiderschap, worden landen stabieler, werken beleidsmaatregelen beter voor burgers en zijn samenlevingen beter voorbereid op de crises van vandaag.’

Ook IPU-voorzitter Tulia Ackson benadrukt dat gendergelijkheid niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid is. Volgens haar is het ook essentieel voor goed bestuur. 

‘Gelijkheid is een morele noodzaak, omdat vrouwen evenveel recht hebben om beslissingen te beïnvloeden die hun leven bepalen’, zegt ze. ‘Maar het is ook gewoon verstandig. Instellingen nemen betere beslissingen wanneer ze de samenleving weerspiegelen die ze dienen. En als vrouwen uit diverse achtergronden aanwezig zijn en invloed hebben, groeit ook het vertrouwen van de bevolking.’

Volgens de organisaties blijft het doorbreken van structurele obstakels cruciaal. Discriminerende wetgeving, geweld tegen vrouwelijke politici en ongelijke toegang tot middelen maken het voor vrouwen moeilijker om een politieke carrière uit te bouwen.