Taliban blazen op Pasen spelende kinderen en gezinnen op

In de Pakistaanse stad Lahore pleegde een extremistische fractie van de Taliban een aanslag op een park waar christelijke families Pasen vierden. Met 70 doden en 350 gewonden is het de ergste aanslag van de jongste jaren. Maar het is niet de enige uitdaging van extremistische militanten aan de Pakistaanse staat.

  • © Mohsin Raza / Reuters Vrouwen rouwen om de dood van hun familieleden bij de verschrikkelijke aanslag in de Pakistaanse stad Lahore. © Mohsin Raza / Reuters

Er was geen overgang tussen de onschuldige kreten van spelende kinderen en het harverscheurende schreeuwen van honderden gewonden en wanhopige mensen. Alleen een oorverdovende knal. Het geroezemoes van volwassenen die genoten van een heerlijke hoogdag in een van de weinige groene ruimtes van de miljoenenstad Lahore was op een fractie van een seconde verdwenen en voor altijd vervangen door de herinnering aan gruwelijk en onbegrijpbaar geweld.

De aanslag in het Gulshan-e-Iqbal park kostte al zeventig doden en een 350-tal gewonden. De Jamaat-ul-Ahrar, een afgescheurde fractie van de Pakistaanse Taliban, eiste de aanslag op en verklaarde dat die gericht was tegen de christenen die Pasen vierden, en dat er nog meer dergelijke aanslagen zouden volgen zo lang de sharia niet ingevoerd wordt in Pakistan. Toch blijken ook bij deze aanslag meer moslims gedood te zijn dan christenen. En de bewering van de Jamaat-ul-Ahrar dat ze niet de bedoeling hadden vrouwen en kinderen te treffen, lijkt een laffe poging om de feiten te ontkennen. De zelfmoordterrorist liet zijn bom immers afgaan op een plek die voorbehouden was aan vrouwen en kinderen.

De Jamaat-ul-Ahrar ontstond in 2014 omdat een aantal Taliban-commandanten het niet eens waren met de stap naar de onderhandelingstafel onder de nieuwe leider Mullah Fazlullah. Die onderhandelingen liepen overigens al gauw stuk, maar de afgescheurde fractie bleef wel bestaan. Vorig jaar leek het even alsof ze zou aansluiten bij IS, maar dat zou toch niet doorgegaan zijn.

Aanslag op christenen?

Christenen maken zo’n twee procent uit van de Pakistaanse bevolking. Volgens de grondwet zijn ze volledig vrij in het beleven van hun godsdienst, net als andere religieuze minderheden zoals sikhs. Toch staat die grondwettelijke godsdienstvrijheid onder toenemende druk. Bij godsdienstrellen in Lahore in 2009 werden drie kerken en 45 huizen van christenen afgebrand. In 2013 zorgde een gerucht over de belediging van de profeet voor een nieuwe aanval op een christelijke wijk in Lahore, terwijl in datzelfde jaar in het noordwestelijke stad Peshawar een bomaanslag in een kerk gepleegd werd, waarbij 80 doden vielen. In maart 2015 werden opnieuw twee kerken gebombardeerd in Lahore, met 14 doden tot gevolg. En dat is allesbehalve een exhaustieve lijst.

Overigens zijn niet enkel christenen het doelwit. Het geweld tegen sjiieten is de voorbije jaren veel dodelijker nog geweest, en de Amhadiyya-sekte is zelfs haar grondwettelijke rechten ontnomen -met veel burgergeweld tot gevolg.

Punjab is traditioneel de machtsbasis van de Muslim League, de partij van de broeders Sharif, én van het Pakistaanse leger.

De aanslag in Lahore van zondag zorgde meteen voor gelijklopende reacties van burgerlijke en militaire gezagsdragers. Zowel de Pakistaanse premier Nawaz Sharif als zijn broer Shahbaz Sharif, die minister-president is van de provincie Punjab waarvan Lahore de hoofdstad is, lieten weten dat er hard opgetreden zal worden tegen de groepen militanten die vooral vanuit Zuid-Punjab opereren.

Dat is nieuw, want tot nu werd vooral ingezet op de strijd tegen Taliban en aanverwante gewapende groepen die vanuit de noodwestelijke grensregio met Afghanistan opereerden. Punjab is traditioneel de machtsbasis van de Muslim League, de partij van de broeders Sharif, én van het Pakistaanse leger.

Ook legerleider Raheel Sharif (geen familie van premier en minister-president) kondigde militaire actie aan in de regio waar duizenden radicale seminaries al jaren zorgen voor een voortdurende stroom religieus gevormde extremisten. Ook de aanslag in het Californische San Anselmo van 2015 wordt overigens gelinkt aan de extrelmistische kringen in Zuid-Punjab.

Vorig jaar werd de extremistische leider van Lashkar-e-Janghvi, een van de organisaties die vooral in het noordwesten een stroom aanslagen pleegden tegen sjiieten en andere minderheden, in het zuiden van Punjab, in Muzaffarnagarh, doodgeschoten. Leger en justitie gingen toen echter niet door op deze zaak, waardoor er verder niets gebeurde aan het netwerk van militante organisaties.

In de reactie op de Brusselse aanslagen zei journalist en auteur Zahid Hussain vorige week nog: ‘De militaire operaties tegen de vrijhaven in Noord-Waziristan en elders kostten al meer dan 5000 militairen het leven, maar leveren eerste resultaten op. Het is nu van belang om ook de broeihaarden van extremisme in de rest van het land op te ruimen, anders is al dat bloedvergieten misschien voor niets geweest.’ Daarmee doelde hij onder andere op de netwerken van Zuid-Punjab.

Moordenaar of martelaar?

Daags voor de aanslag in Lahore vond in Islamabad een grote manifestatie plaats, waarbij zeker 10.000 mensen hun ongenoegen uitten over de terechtstelling vorige maand van Malik Mumtaz Hussain Qadri, de veiligheidsagent die begin 2011 de toenmalige gouverneur van Punjab, Salman Taseer, doodschoot. De reden voor die aanslag was de oproep van Taseer om de draconische wetten op godslastering te herzien, omdat ze al te vaak misbruikt werden om christenen onterecht te vervolgen.

De draconische wetten op godslastering worden al te vaak misbruikt om christenen onterecht te vervolgen

In de nasleep van die moordaanslag toonden de politieke organisaties van de meer soefistische stroming van de soenni-islam in Pakistan –de Barelvi’s- zich even radicaal als de Deobandi-moslims die al langer gekend stonden voor hun meer dogmatische en onbuigzame lezing van de islam. Het waren opnieuw die Barelvi-organisties die zaterdag de mars in Islamabad organiseerden en eisten dat Qadri erkend zou worden als martelaar die gestorven was omwille van zijn verdediging van het geloof. De betoging liep uit op ernstige rellen, waarbij heel wat overheidsgebouwen en –voertuigen het moesten ontgelden. Ook zondag waren er nog minstens 25.000 demonstranten op de been in de Pakistaanse hoofdstad, die de neutrale zone rond het parlement belegerden.

Het beleid is te onduidelijk

‘We hebben al heel veel aanslagen gekend in Lahore’, reageert de bekende juriste en mensenrechtenverdedigster Asma Jahangir enkele uren na de de zelfmoordaanslag in het park. ‘En elke aanslag lijkt eerder de angst te verhogen dan de bereidheid om de verantwoordelijken grondig aan te pakken. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat overheden geen duidelijk standpunt hebben en daardoor geen legitimiteit bij de bevolking.’

Jahangir, die in 1998 de Koning Boudewijnprijs voor Ontwikkelingssamenwerking kreeg, pleit met andere woorden voor een compromisloze aanpak van het terrorisme, in Pakistan maar ook in Brussel –voegt ze er aan toe, maar ze vraagt tegelijk een groter engagement van de overheden met al hun burgers. Voor Brussel betekent dat: ook met de moslimbevolking. In Pakistan betekent dat: zonder toe te geven aan de tendensen die de religie almaar meer radicaliseren tot een uitsluitend politiek project.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur