Dr. Gert Van Hecken
Principes op de planken, deals achter de coulissen
“‘‘UAntwerpen toont dat hypocrisie niet alleen een optie is, maar een kunstvorm’’


De Universiteit Antwerpen legt opnieuw zijn morele armoede bloot, vindt professor Gert Van Hecken. Ondanks een negatief advies van zijn eigen ethische commissie blijft de universiteit samenwerken met Tel Aviv University, een instelling diep verweven met Israëls oorlogsmachine. Principes blijken louter decor in een academisch schijnspel.
De Universiteit Antwerpen heeft opnieuw een keuze gemaakt die het morele bankroet van de Vlaamse universiteiten pijnlijk blootlegt. Ondanks een negatief advies van haar eigen Ethische Commissie Mensenrechten blijft ze een onderzoeksproject coördineren met Tel Aviv University. Het is al de tweede keer dat UAntwerpen een dergelijk advies naast zich neerlegt. Met andere woorden: je stelt een commissie aan om je beleid te toetsen, maar als hun oordeel niet in je kraam past, schuif je hen achteloos opzij. Een groter brevet van hypocrisie is nauwelijks denkbaar.
En dan gaat het niet om zomaar een partner. Tel Aviv University is geen neutrale academische instelling die toevallig in een moeilijk land opereert. Het is een universiteit die actief samenwerkt met het Israëlische leger, academische legitimiteit verleent aan doctrines zoals de beruchte Dahiya doctrine – het principe van disproportioneel geweld dat systematisch wordt toegepast in Gaza, met grootschalige bombardementen op burgerwijken, infrastructuur en ziekenhuizen als gevolg – en onderzoek ontwikkelt ten dienste van militaire technologieën, van surveillancesystemen tot honden uitgerust met camera’s voor gevechtszones. Wie vandaag met Tel Aviv University samenwerkt, werkt niet met een abstracte “Israëlische kennisinstelling”, maar met een instituut dat structureel verweven is met de oorlogsmachine die in Gaza duizenden burgers afslacht.
Ironisch genoeg geeft rector Herwig Leirs zelf toe dat samenwerking met Tel Aviv University problematisch is – om de samenwerking vervolgens tóch goed te keuren.
Precies daarom gaat de kern van de discussie niet over boekhoudkundige details of nobele onderzoeksthema’s, maar over legitimiteit. Israël investeert al jaren in internationale academische partnerschappen om zijn imago op te poetsen en de banden met de wereld te verankeren. Wie blijft samenwerken, draagt niet alleen bij aan wetenschappelijk onderzoek, maar ook aan de normalisering en internationale dekking van een academische infrastructuur die medeverantwoordelijk is voor bezetting, apartheid en oorlogsmisdaden. Dat is de reden waarom academische boycots worden bepleit: omdat onderzoek nooit in een sociaal vacuüm plaatsvindt, maar altijd verweven is met netwerken van macht en legitimatie.
Ironisch genoeg geeft rector Herwig Leirs zelf toe dat samenwerking met Tel Aviv University problematisch is – om de samenwerking vervolgens tóch goed te keuren. Het probleem wordt dus erkend, maar meteen zorgvuldig weggewuifd met argumenten die even doorzichtig als gemakzuchtig zijn. De universiteit verschuilt zich achter twee redeneringen die allebei hol klinken.
De eerste is financieel-technisch: elke partner krijgt geld uit eigen land, dus er zou geen euro vanuit Antwerpen richting Tel Aviv University vloeien. Dat klinkt slim, maar is in wezen lege juridische gymnastiek. Samenwerken is samenwerken: middelen en kennis worden gedeeld, reputaties worden opgepoetst. Het is alsof je zegt: ‘We eten samen aan dezelfde tafel, maar ik heb mijn eigen vork meegebracht, dus ben ik moreel zuiver.’
De tweede redenering is moreel-emotioneel: het project gaat over onderzoek naar een behandeling voor een zeldzame vorm van epilepsie bij baby’s en jonge kinderen. Wie kan daar tegen zijn? Het beeld van zieke kinderen als moreel schild is bijna cynisch in zijn doorzichtigheid. Ja, dat soort onderzoek is belangrijk. Maar hoe kan je dit argument nog naar voren schuiven terwijl in Gaza duizenden kinderen systematisch worden vermoord, verminkt en getraumatiseerd – en dat met de morele en materiële steun van precies die universiteit waarmee je nu “uit humanitaire overwegingen” blijft samenwerken?
Rector Leirs zegt zich de gruwel in Palestina ‘nauwelijks te kunnen voorstellen’. Maar het vergt weinig verbeelding om de contradictie te zien tussen woorden en daden. De Vlaamse universiteiten riepen eerder via de VLIR op om het Europese Associatieverdrag met Israël op te schorten. Een duidelijk signaal, zeggen ze. Maar tegelijk kiezen ze er voor om, in hun eigen concrete handelen, vrolijk door te gaan. Principes voor de bühne, deals achter de coulissen.
En dan die merkwaardige contradictie: één project met Tel Aviv University wordt wel stopgezet, een ander mag doorgaan. Het eerste: een Horizon Europe-project over koolstofopslag. Het tweede: een FWO-gefinancierd project over epilepsie. Leg dat maar eens uit. Zijn de ethische bezwaren selectief toepasbaar naargelang het thema? Is samenwerking met een universiteit die mensenrechten schendt “aanvaardbaar” zolang het onderzoek zich hult in een moreel onaanvechtbare mantel?
De vraag die overblijft is oncomfortabel maar noodzakelijk: hoe krijg je dit nog verkocht? Met een moreel schild van zieke kinderen, juridische gymnastiek over geldstromen, en een bordkartonnen ethische commissie op de achtergrond? UAntwerpen toont dat hypocrisie niet alleen een optie is, maar een kunstvorm. Terwijl de universiteit zijn beslissingen in wollige rectorale taal verpakt, blijft het publiek achter met een pijnlijke constatering: hier worden principes niet nageleefd, ze worden verhandeld als decorstukken voor een academisch circus.
Gert Van Hecken is hoofddocent aan de UAntwerpen.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.