‘Conflict in Iran jaagt niet alleen de voedselprijzen de hoogte in, maar toont ook de mechanismen erachter’

Mihaela Siritanu

08 mei 2026
Opinie

‘Conflict in Iran jaagt niet alleen de voedselprijzen de hoogte in, maar toont ook de mechanismen erachter’

De nieuwsmedia hebben het vooral over de stijgende olie- en gasprijzen door de oorlog in Iran. Maar ook de voedselprijzen schieten omhoog en dat heeft vooral te maken met de financiële markten, schrijft Mihaela Siritanu, hoofd Economisch Bestuur bij het Bretton Woods Project, een organisatie die toezicht houdt op het beleid van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. 

Terwijl de aanvallen van de VS en Israël op Iran nog steeds op pauze staan, zijn alle ogen gericht op olie. Tankers kunnen de Straat van Hormuz niet door, olieprijzen stijgen en verzekeringspremies schieten omhoog. Maar terwijl de krantenkoppen zich vooral blijven richten op energie, gaan ook op de markt voor voeding alarmen af.

De wereldwijde voorraden aan tarwe en maïs blijven relatief groot, en de productie is nog niet significant verstoord. Maar er zijn tekenen aan de wand: de Britse tarwefutures zijn gestegen tot bijna 183 pond per ton - het hoogste niveau sinds half november 2025. En de prijzen van kunstmest - een belangrijke grondstof voor toekomstige oogsten - zijn sinds begin dit jaar verdubbeld.

Financiële mechanismen

Dat zijn vroege waarschuwingssignalen — niet van mislukte oogsten, maar van hoe het huidige voedselsysteem reageert op de crisis. De voedselprijzen beginnen te stijgen, met een gestage toename van de FAO-voedselprijsindex in februari en maart. Zo ontvouwt de crisis zich in realtime, nog voordat er daadwerkelijk een fysiek tekort is ontstaan.

Natuurlijk spelen reële factoren een rol in de voedselprijs, maar die werken op een heel andere manier. Wanneer de olieprijzen stijgen, heeft dat gevolgen voor de voedselproductie via hogere kosten voor kunstmest, transport en energieverbruik op de boerderijen.

Dat zijn geleidelijke drukfactoren: ze werken zich maandenlang door het systeem heen, naarmate boeren grondstoffen kopen, gewassen planten en oogsten naar de markt transporteren. Prijzen die aan die kosten zijn gekoppeld, zouden normaal gesproken langzaam stijgen, in lijn met de daadwerkelijke veranderingen in de productie.

Maar nu zien we dat de prijzen onmiddellijk reageren - minder gedreven door huidige tekorten, eerder door de verwachtingen over wat zou kunnen gebeuren. Markten anticiperen op toekomstige verstoringen en drijven de prijzen sneller op dan de onderliggende omstandigheden zouden rechtvaardigen. In dat systeem weerspiegelen financiële markten niet langer gewoon de realiteit – ze geven er actief vorm aan.

Activa

De afgelopen decennia zijn landbouwproducten getransformeerd van goederen tot financiële activa. Tarwe, maïs en rijst worden nu niet alleen verhandeld door boeren en handelaren, maar ook door hedgefondsen, investeringsbanken en institutionele beleggers in hun zoektocht naar rendement.

Financiële instrumenten zoals grondstoffen-indexfondsen kanaliseren grote hoeveelheden kapitaal naar die markten, vaak losgekoppeld van de werkelijke vraag en aanbod. Grote bedrijven opereren zowel op de fysieke als op de financiële markten, waardoor ze kunnen profiteren van volatiliteit in plaats van die te beperken.

Wanneer er geopolitieke schokken optreden, verplaatst dat kapitaal zich snel. Beleggers anticiperen op verwachte verstoringen, waardoor de termijnprijzen stijgen, met gevolgen voor importeurs, detailhandelaren en uiteindelijk de consument. De crisis in Iran verhoogt dus niet alleen de reële kosten voor de voedselproductie - ze activeert een heel financieel systeem dat erop is ingesteld om die kosten te versterken.

Waaier aan gevolgen

De gevolgen zijn wereldwijd voelbaar, maar niet overal gelijk. In rijkere landen zetten hogere voedselprijzen de gezinsbudgetten onder druk. Maar in het mondiale Zuiden, waar voedsel een groter deel van dat budget uitmaakt, kunnen dezelfde prijsstijgingen gezinnen in hongersnood storten. Landen die afhankelijk zijn van import, kunnen niet anders dan de prijzen betalen die op de wereldmarkten worden vastgesteld.

En het blijft niet beperkt tot puur economische gevolgen. Stijgende voedselprijzen kunnen politiek destabiliserende effecten hebben. De Arabische Lente heeft getoond dat stijgende kosten van basisvoedsel tot sociale onrust kunnen leiden: prijsstijgingen van brood droegen bij aan de protesten in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het toont een breder patroon waarbij stijgende voedselkosten – versterkt door marktspeculatie – de kans op onrust vergroten door bestaande sociale en economische grieven te versterken.

Dat alles helpt een hardnekkige paradox te verklaren: honger blijft toenemen in een wereld die eigenlijk meer dan genoeg voedsel produceert. Het probleem beperkt zich immers niet alleen tot de productie, maar heeft ook te maken met de toegang – en in toenemende mate de manier waarop prijzen tot stand komen.

Wereldbank en IMF

Dat systeem is in de loop van decennia opgebouwd. Enerzijds door de deregulering van de grondstoffenmarkten in het mondiale Noorden, die de deur opende voor grootschalige speculatie. Anderzijds door de wereldwijde deregulering die werd gestuwd door programma’s van het IMF en de Wereldbank, die marktliberalisering, privatisering en de ontmanteling van publieke mechanismen voor prijsstabilisatie hebben bevorderd. Daardoor werden veel landen kwetsbaarder voor volatiliteit.

De opkomende druk op de voedselprijzen als gevolg van het conflict met Iran moet daarom worden gezien als meer dan een tijdelijke schok. Het is een waarschuwingssignaal. Als de prijzen kunnen stijgen voordat er tekorten ontstaan, kan dat ook een voedselcrisis doen ontstaan.

Zolang dat systeem niet wordt aangepakt, zal elke nieuwe geopolitieke crisis – in Iran of elders – blijven doorwerken in de voedselmarkten, waardoor ongelijkheid toeneemt en de honger verergert. De volgende voedselcrisis groeit niet alleen op de velden - ze wordt nu al ingecalculeerd in de prijzen.

Mihaela Siritanu is hoofd Economisch Bestuur bij het Bretton Woods Project, een organisatie die toezicht houdt op het beleid van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank.

Deze opinie verscheen eerder bij nieuwsagentschap IPS. 

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.