Dagboek van de angst uit Burundi

‘Noem mij maar Franck. Ik gebruik liever niet mijn echte naam, want ik ben bang. Ik ben bang dat ze mij gaan vinden. Ze zoeken iedereen, want iedereen is hier verdacht.’ Een heel reëel dagboek van toenemende repressie en angst in Burundi. Alleen de naam van de auteur is fictief.

  • Globovisión (CC BY-NC 2.0) 13 mei 2015 wanneer de mislukking van de putsch duidelijk werd. Globovisión (CC BY-NC 2.0)
  • GovernmentZA (CC BY-ND 2.0) President Nkurunziza in november 2014 op bezoek bij president Jacob Zuma in Zuid-Afrika. GovernmentZA (CC BY-ND 2.0)

Mijn naam is Franck. Ik ben 26. Ik woon in Nyakabiga, een wijk in de hoofdstad Bujumbura, Burundi. Vraag me niet tot welke bevolkingsgroep, hutu of tutsi, ik behoor. Ik ben gewoon Burundees. Etnie speelt geen rol.

Vier jaar geleden sloot ik mijn secundair onderwijs af met een diploma management. Mijn moeder was gelukkig. Een diploma is een fortuin waard. We wonen met drie in ons huis: moeder, mijn broertje en ik. Vader vertrok toen ik drie was en nu ik ‘groot’ ben, neem ik zowat zijn rol over.

Begon aan een zoektocht naar een job. Het duurde niet lang of ik kon aan de slag als boekhouder. Niet iedereen heeft zoveel geluk als ik. Achterop een taxi-moto vertrek ik elke ochtend naar mijn werk in een andere wijk van Bujumbura. Broertje zit nog op de lagere school en kan te voet naar de les.

Moeders leuze: Never give up! Dat is echt wel het enige wat ze in het Engels kan zeggen. En ik geef nooit op. Het zit me helemaal ingebakken. Ik ben een doorzetter. Tijdens de week ga ik werken, de weekends zit ik op de bank van de universiteit. ‘s Avonds gaan de voetbalschoenen aan of dribbelt de basketbal op het schoolplein van de wijk.

‘Niet iedereen heeft zoveel geluk als ik.’

Helaas moest deze tekst in een verleden tijd. Helaas is alles nu zo anders sinds president Nkurunziza zich aan een derde mandaat waagde. Hoe snel werd de hemel een hel! Politiek is echt niet aan mij besteed, maar je wordt er wel serieus mee geconfronteerd. Je kunt hier gewoon niet neutraal bij blijven.

Om de macht te behouden gaat hij niks of niemand uit de weg. Wereldleiders sméékten onze president zich niet kandidaat te stellen. Maar de man luistert naar niemand, behalve dan naar zichzelf en naar zijn volgelingen of trawanten. Hij bewerkt zijn aanhangers. Hij wordt zelf ook gemanipuleerd door zijn directe entourage. Vrije media worden uitgeschakeld zodat alleen het woord van de regering de ether in gaat. Officiële versie, heet dat. Journalisten worden bedreigd en zelfs geëlimineerd.

Hij schakelt jongeren in die opgeleid worden tot militie. Les Imbonerakure zijn uiterst gevaarlijk. Gewapend gaan ze door de wijken en rekenen af met iedereen die zich ook maar een beetje anti-derde-mandaat gedraagt. Er vallen dagelijks slachtoffers die we terugvinden in grachten, dood. Of ze worden ontvoerd en uitgeleverd aan beulen die in politie-uniform opereren. Wie zijn ‘ze ’? Les Imbonerakure, de adolescenten in hun uniformen. De jagers van de jachtpartij.

Ik woon helaas in de ‘foute buurt’. Veel jongeren hier namen deel aan protestacties. Daar worden we om gestraft. Onze buurt wordt geregeld omsingeld. Niemand kan er nog in of uit. Vaak duren die blokkeringen dagen. Kinderen kunnen niet naar school. Zieken kunnen niet naar het hospitaal. Je kan nergens nog voedsel kopen.

De huizen worden doorzocht. Dikwijls of doorgaans worden we afgeperst en worden we van ons geld beroofd. Er volgen aanhoudingen. Vooral jongeren worden opgepakt tot grote wanhoop van de ouders. Niemand weet waar ze heen worden gevoerd. Niemand weet of ze levend terug komen. Vaders en moeders huilen. Dit is onmacht.

Jongeren bouwen barricades. Ik kan geen taxi-moto meer vinden om naar mijn werk te gaan. Het is onderhandelwerk om te voet voorbij die versperringen te komen. Soms moet je terugkeren. Soms moet je betalen. En als het donker wordt, blijf je best thuis met de deuren dicht. Je hoopt dat de nacht rustig blijft. Maar geregeld is dat niet het geval. Je hoort granaten. Je hoort mitraillettes ratelen. Moeder, klein broertje en ik zijn heel bang. We willen hier uit!

Ik ga geregeld de grens over naar Kigali. Broertje moet toch naar school! Jammer genoeg kom ik steeds terug zonder oplossing. Bovendien is het een riskante reis. De Burundese regering beschuldigt het Rwandese van het onderbrengen van Burundese muiters en opstandelingen, putschisten. Vooral transport van en naar het buurland Rwanda wordt hardhandig gecontroleerd.

Uit het dagboek van Franck

26 april: Pierre Nkurunziza kandidaat…

Verdomde dag! Al drie jaar wacht ik op DEZE dag. Ik nodigde vrienden uit. Het was mijn verjaardag eergisteren. Het is zaterdag vandaag, de perfecte dag om dat te vieren. Ik maak een programma, stuur het naar mijn kameraden.

Zeven uur. Ik ga een beetje joggen. De dag begint goed met zon en sport. Ik laat mijn telefoon thuis om op te laden. Mijn MP3-speler ook. Ik loop lekker een eind weg. Ik ren naar de wijk Kiriri. Daar zijn altijd veel joggers. Ik stop, zie vrienden. We praten over alles en niets. We lachen als gek. Ja, zo gaat dat bij de jeugd. ‘Hey guys, vandaag is de dag dat CNDD-FDD de volgende kandidaat kiest voor de presidentsverkiezingen!!’ Ik gil: ‘Whaaaat??? Nooooo, niet vandaag, het is MIJN DAG!’

Iedereen kijkt met angst uit naar die dag. We zijn op onze hoede voor die Pierre Nkurunziza.

Je verwacht je aan het ergste, maar je hoopt dat het anders loopt. De oppositie beloofde op straat te komen mocht Pierre Nkurunziza zich kandidaat stellen. Ik heb niets tegen die partij, verre van dat, maar Pierre Nkurunziza heeft het recht niet om aan dat derde mandaat te beginnen. Point final!

Ik loop terug naar huis. Ik controleer mijn internetberichten. Inbox vol! ‘Poufff! ‘

Facebook, Twitter, WhatsApp. Het schreeuwt berichten! Het is nu officieel bevestigd. President Nkurunziza is ‘verkozen’ tot kandidaat voor een derde termijn.

Stilte. Mijn hoofd loopt leeg en vult zich met verontwaardiging. Hoe DURFT hij!
De GSM biept onophoudelijk. Beep 1: ‘Hello again HBD, man … maar ik wil mij excuseren. Ik denk echt niet dat ik naar je feestje kom. Mijn pa wil dat ik thuis blijf.’

Totale teleurstelling.

Beep 2 ‘Eeeh weshaaa. Gaat dat feest door?? In ieder geval durf ik niet in die wijk van jou komen. De zot is kandidaat.’

Ow my Goood! In deze wijk is iedereen, zonder uitzondering, tegen die kandidaat. Uit is het feest. Want niemand komt.

GovernmentZA (CC BY-ND 2.0)

President Nkurunziza in november 2014 op bezoek bij president Jacob Zuma in Zuid-Afrika.

13 mei: Let’s Putsch!

13 mei, een dag als alle andere. Zoals altijd ben ik vroeg wakker. Ik kijk op internet. Wij volgen allemaal SOS Media Burundi hier in Bujumbura. We bekijken lijken. Elke dag wordt wel ergens een kadaver gevonden. Sinister is dat. Schaamteloos worden ze gedropt in onze straten.

Zes uur. De jongeren zijn al op straat. Ze zingen hun ongenoegen. Ze fluiten de regering uit. Ze branden banden. Er hangt levenslust en grote boosheid in die zwarte lucht.

‘Vandaag gaan we de stad in! Vandaag bestormen we het centrum. Place de l’Indépendance here we come!’ Niemand kan deze mensen stoppen. Vrouwen lopen voorop, gevolgd door jonge meisjes en mannen. Vrouwen zijn altijd moediger dan mannen.

Ik moet gaan werken. Ik doe dat te voet want er rijden geen taxi-moto’s meer door de wijk. Verder dan de barrage kom ik niet. Betogers houden de wacht. Je gaat manifesteren of je helpt de manifestant. Iedereen helpt op een eigen manier. Er zijn er die zorgen voor eten en drinken. Anderen nemen foto’s en gooien die op internet. Weer anderen verzorgen gekwetsten. Elk draagt zijn steentje bij.

Tien uur. ‘Bip! Bip!’ Telefoon. Of ik onmiddellijk naar kantoor kan komen, er is dringend werk. Ik trek gauw wat sportkleren aan. Ik moet eruit zien als een demonstrant, anders kom ik die barrage niet over.

Elf uur dertig. Ik ben op kantoor. Ik probeer me op het werk te concentreren, maar het gaat heel moeilijk. Ik hoor de vrienden zingen, roepen en fluiten. Ik denk aan mijn kameraden daar op straat en hoe de politie hen behandelt. Ze worden geslagen en vernederd. Ze zitten gevangen in wolken traangas.

‘De levensduur van de Burundees bedraagt vanaf nu vierentwintig uur, eventueel verlengbaar.’

Om aandachtiger te kunnen werken zet ik de radio af. Het is een kleine transistorradio waarop ik het nieuws volg.

Twee uur in de namiddag. Beep! Beep! Ik antwoord, het is een vriend die me belt. Hij vraagt​​ waar ik ben. Ik leg uit dat ik aan het werk ben. ‘Ben je gek, man? Weet je wat hier gebeurt?’

Ik weet niks want ik zette de radio af. Ik zet het toestel aan. En boooom, ik hoor een verklaring van een generaal, een putschist. Ze kondigen een staatsgreep aan.

Yeeeebabaweeeee! Ce n’est pas vraiiiii! Een staatsgreep!

Ik raadpleeg snel WhatsApp, Facebook… Ik lees: ‘C’est notre jour!! Le COUP d’état au Burundi.’ Ik zie foto’s op Facebook voorbijkomen van vrienden die vieren als gek. Aan ons de overwinnning! Ik zie ze op pantserwagens klimmen. Ik zie ze rechtopstaand in de laadbak van pick-ups. Wat een vrolijkheid!

Ik kan het niet uitleggen, maar ik heb een naar voorgevoel … iets zegt me: ‘Eeeuh, petit ne danse pas trop vite. Il est encore trop tôt!’ Ik kan het dus eigenlijk nauwelijks geloven.

Ik hoor geweerschoten in de stad, startschoten van een overwinning !! Ik loop snel naar huis, naar moeder en broertje.

Ik kom in mijn wijk. Olalallalala, wat een razernij hier, haha, echte waanzin! Iedereen danst en bier vloeit door de straten. C’est la fête quoi!

Ik ben thuis. Ik dank God voor zijn medewerking. Daar heb ik om gebeden! We praten en we drinken met de buren. Het huis loopt vrolijk vol.

We besluiten te gaan feesten in de stad. We nemen de auto van een vriend, een autootje voor vier passagiers, maar we zijn met zeven. Ach, niemand zal ons tegenhouden. Vandaag viert IEDEREEN de overwinning! Waanzin in de stad Bujumbura. De vriend scheurt het autootje door de straten. Het ding rijdt 180 kilometer per uur.

Acht uur ’s avonds. RTNB, de officiële radiozender, kondigt plots de mislukking van de putsch aan. Uuuh we weten niet wat te zeggen. Bonjour la peur! Ik word heel erg bang! Ik realiseer me de ernst van deze zaak. Mijn hart begint te bonzen. Ik ga slapen en bedenk hoe we nu verder moeten leven… De levensduur van de Burundees is vanaf nu vierentwintig uur, eventueel verlengbaar.

3 september: Gevangen in huis

Ik zat twee dagen vast in huis. We konden niet in of uit de wijk. De hele buurt zat gevangen. Wat een miserie! Nu ben ik eindelijk vrij. Het is zes uur ‘s avonds en ik zoek brood. Het is donker en alle winkels zijn dicht. Ik heb toch nog een brood kunnen kopen voor moeder en broertje , voor mij. Ik hoop dat ze ons morgen met rust laten. Zo is die situatie hier.

3 oktober: mijn stoppen slaan door!

Het is hier onleefbaar, een hel. Echt waar, ik denk dat de stoppen gaan doorslaan. Ik zit in de problemen en zoek een oplossing voor mijn broer. Die moet naar school. We moeten die jongen naar Kigali brengen. Maandag ga ik dat proberen. Ik ga een school zoeken in Rwanda. Hij moet weg uit die verdoemde toestand.

9 oktober: In de greep van Imbonerakure

Ik ben terug en ben gestresseerd tot en met. Ik heb geen school gevonden voor broer. We moeten wachten tot februari. Maar wat ik meemaakte op die terugreis…

Bij het uitstappen aan de eindhalte in Bujumbura, in Kamenge (dicht bij Iwabo n’abantu) word ik als enige aangehouden. Op mijn identiteitskaart staat namelijk mijn adres vermeld en de wijk waarin ik leef. Omdat die wijk als wijk van opstandelingen wordt beschouwd, bekijken ze mij ook als oproerling. Ik sta op het punt te wenen. De Imbonerakure staan op wacht. Ik word van vanalles en nog wat beschuldigd.

‘Ben ik nog ergens veilig thuis?’

Ze pakken me mijn papieren af. Oh my god! wat ben ik bang. De bagage wordt gecontroleerd. Ze laten iedereen gaan, behalve mij. ‘Toi, viens avec moi. Les autres vous pouvez continuer le chemin.’ Ik zit midden in een nachtmerrie. Ik beef over mijn hele lijf. Ik voel mijn armen niet meer. Ik raap alle moed bijeen en vraag waarom ik hen moet volgen. ‘Je t’ai dit de venir avec moi!!!’ Ik kijk in hun afschuwelijke blik.

De andere passagiers raden mij aan hen te volgen, om te horen wat ze mij kwalijk nemen. De andere passagiers laten mij echter niet achter en blijven bij de bus zolang ze niet zien dat ik veilig en wel terug keer. Ik word ondervraagd. Ik ben zo bang. Ik weet wat er met andere lotgenoten is gebeurd en dat ze die enkele dagen later gemarteld en dood in de gracht terug vonden. Ik vrees voor mijn leven.

Ze vragen: ‘Wat ben jij daar in Rwanda gaan doen? Op je papieren staat dat jij al twee keer naar Rwanda ging op één maand tijd. Waarom ga jij zo twee keer naar Rwanda? Geef toe dat je een rebel bent! Geef toe dat je hen bevoorraadt!’ En dat gaat zo door…

Veertig minuten van pure angst! Gelukkig zijn de medereizigers blijven staan en vertikken ze weg te gaan zonder mij. Ik moet mijn rugzak afgeven. Daarin zit mijn laptop. Ze vragen mij die laptop open te maken om die grondig te kunnen onderzoeken. Mijn batterij is niet opgeladen en ik kan de computer niet aan zetten.

‘Waar is de factuur van die aankoop?’ vraagt er één. Wat? Ik kreeg dat ding cadeau en het is al 5 jaar oud! Wie loopt er in godsnaam met de factuur van zijn computer op zak. Het zweet breekt me uit. Ik ben helemaal nat. De medepassagiers reageren en vragen de Imbonerakure mij vrij te laten.

‘Eh, petit ! Laisse-nous quelque chose, sinon tu ne vas pas rentrer. On va te faire comme tu le sais déjà… ’ Hier geldt dus: je geld of je leven! Ik haal snel een briefje van 10.000 francs rwandais boven. Ze laten me gaan. Oeoeoeoeoef! Moeders komen mij met hun pagnes het zweet afdrogen. Pole, kibondo. Kalm, mijn kind!

Ik ben nu veilig thuis. Ben ik nog ergens veilig thuis trouwens? Ik zit nog met de bibber.

22 oktober: Ik kan niet naar huis

Sinds maandag zit ik in het binnenland. Ik kan niet terug naar huis. Moeder zegt dat ik nu echt niet mag terug komen. De wijk wordt weer doorzocht. Moeder laat weten dat de buurvrouw is opgepakt. Niemand weet waarom. Ik ben niet op mijn gemak. Ik laat moeder en broertje niet graag alleen achter. Ik schrijf me de angst uit het lijf.

31 oktober: ze schieten op iedereen!

Ik kom dit weekend terug naar huis. Ik krijg steeds slecht nieuws te horen. Ik ben in shock na de afgrijselijke gebeurtenissen van vandaag. Kan je zoiets snappen? Waarom doen mensen zo’n vreselijke dingen met elkaar.

Het bericht: BURINGA- MENSEN OP TERUGWEG VAN BEGRAFENIS ONDER VUUR GENOMEN-MEERDERE DODEN

De aanval vond zaterdagochtend plaats in Buringa, Gihanga, in de buurt van het vliegveld in de buurt van Bujumbura, ter hoogte van de begraafplaats Mpanda. Verschillende mensen waren terug van een begrafenis toen ze werden aangevallen door politieagenten van de oproerpolitie.

‘We waren op de terugweg naar huis. We woonden gewoon een begrafenis bij van een jongen genaamd Djibril. Hij werd gedood deze week bij een vuurgevecht en explosies in Cibitoke (ten noorden van de hoofdstad Bujumbura). Ik reed met de fiets en merkte officieren van de oproerpolitie. Ze lagen op wacht in de gracht. Een van hen was in burgerkledij. Ik zag hoe Desire Uwamahoro het bevel gaf om het vuur te openen. Ze vuurden op een Coaster en twee Probox type auto’s. Twee mensen werden ter plekke gedood ‘, zei een overlevende.

Nog volgens deze getuige vluchtte de rest van de begrafenisgangers. De gewonden werden naar het gezondheidscentrum van Buringa gebracht.

De politie spreekt over één dode, maar volgens getuigen zijn dat er veel meer (tussen 14 en 17).

09 november: er ligt weer een lijk in mijn wijk

Er ligt weer een lijk in de wijk. Ik heb het niet zelf gezien. Ik las het op Facebook. De sukkelaar kwam daar muisstil terecht. Gebruiken ze geluidsdempers? Gebruiken ze kogels die niet fluiten? Waar zijn de kogels trouwens… Er zijn geen kogels. Deze jonge man is gelukkig onbekend voor mij, geen vriend of zo. Hij komt uit Ngozi. Maar hij werd hier als een brokstuk gedumpt.

Het ultimatum van Nkurunziza is verstreken. Hij beloofde keihard op te treden om iedereen die nog wapens bezit te ontmaskeren. Hij zou alle anti-mandaadgangsters oppakken, straffen. Wie, waar, hoe dan ook!

Denkt hij dan echt dat ze wapentuig onder de matras verstoppen, in een al geviseerde wijk? Waarom zo’n offensief, het gevaar loert buiten onze wijken. Het gevaar loert misschien buiten onze grenzen of tussen het groen van de heuvels… Ik ben er van overtuigd dat er zich groepen vormen, rebellen. Maar die gaan niet in busjes naar begrafenissen… Of die drinken geen bier in de bar in de wijk. Waarom schieten ze die mensen hier allemaal dood?

‘We wachten op een ommekeer, een gigantische transformatie.’

Ja, ik geloof dat ze dat soms uit puur plezier doen, dat mitrailleren. Net als vorige week toen ze dat busje met mensenlevens aan flarden schoten. Familie, vrienden en buren van een eerder gevallen slachtoffer werden gefusilleerd. En die aanslag in een bar. Zoveel dode gasten.

Soms liquideert men met een doel. Zoals ze die bloedverwanten van Pierre Claver Mbonimpa afmaakten. Die vader verliest zoon en schoonzoon, verloor bijna zijn dochter en zichzelf.

Dag en nacht bidt moeder dat ze MIJ niet komen halen, of broertje. Iedereen kan zomaar verdwijnen.

Goed nieuws (al is het niet helemaaaal goed). De buurvrouw werd vrijgelaten. De politie heeft die vrouw erg veel pijn gedaan, gefolterd. Ze had eten bereid voor manifestanten, was het verwijt.

We wachten op een ommekeer, een gigantische transformatie van de situatie. Hopen dat Nkurunziza zich bij mirakel plots realiseert wat hij mensen aandoet. Hopen dat hij opeens aankondigt: ‘C’est fini! De ellende is voorbij.’ Maar aan aftreden denkt hij nog geen seconde, natuurlijk.

Wordt vervolgd…

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift