‘De toekomst van uw kopje thee hangt samen met die van miljoenen kleine boeren’

Boubaker Ben-Belhassen (FAO)

28 mei 2026
Opinie

‘De toekomst van uw kopje thee hangt samen met die van miljoenen kleine boeren’

Thee is na water de populairste drank ter wereld, goed voor een miljardenbusiness die ook nog eens sterk kan groeien. Maar de theeteelt bouwt voor een groot deel op het werk van kleine landbouwers in landen als Sri Lanka, Malawi en Kenia. Ze moeten ondersteund worden met investeringen nu de klimaatverandering ook deze sector onder druk zet, schrijft Boubaker Ben-Belhassen, handelsexpert bij de FAO.

Het kopje thee waarmee u de ochtend misschien bent begonnen of dat u later op de dag zal drinken, begon zijn reis in een ver land, door het werk van iemands handen. Handen waarbij de meesten van ons nooit stilstaan. Vrijwel zeker waren het in dit geval de handen van een kleine landbouwer die een stukje land bewerkt en vervolgens manueel de theebladeren plukt tijdens lange ochtenden vol mist en regen. Twee blaadjes en een knop. Twee blaadjes en een knop. En dat duizenden keren opnieuw.

Kleine theeboeren zijn goed voor ongeveer 60 procent van de wereldwijde aanvoer van thee. De industrie die op hun arbeid voortbouwt, is 19,5 miljard dollar (bijna 17 miljard euro) per jaar waard en ondersteunt de economieën van sommige van de armste landen ter wereld. Maar toch staan de omstandigheden die dat werk mogelijk maken – ecologisch, economisch en klimatologisch – steeds meer onder druk.

Populair

Thee is na water de populairste drank ter wereld. De wereldwijde productie bedroeg vorig jaar 7,3 miljoen ton en de consumptie per hoofd van de bevolking blijft stijgen. Van buitenaf gezien lijkt de sector het goed te doen.

Toch hebben de miljoenen kleine boerengezinnen achter die groei in China, India, Kenia, Sri Lanka, Oeganda, Malawi, Rwanda en daarbuiten, meer steun nodig om het momentum van de sector niet te laten passeren. 

De geografie van de theeproductie is er ook een van economische noodzaak, en houdt verband met patronen van economische afhankelijkheid en het levensonderhoud op het platteland. Kenia is binnen de sector wereldwijd de grootste uitvoerder van thee.

Sri Lanka, Oeganda, Malawi en Rwanda behoren tot de wereldwijde top tien. In al deze economieën helpen de inkomsten uit thee-export de invoer van voedsel te financieren en het levensonderhoud op het platteland in hele regio's in stand te houden. De sector blijft ook een belangrijke bron van werkgelegenheid en inkomen voor miljoenen arme gezinnen wereldwijd.

En dat inkomen blijkt meer kwetsbaar dan de krantenkoppen doen vermoeden die het over het succes in de sector hebben. De internationale theeprijzen, gecorrigeerd voor inflatie, dalen namelijk al vier decennia. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) heeft in kaart gebracht wat dit op het niveau van de gezinnen betekent: als de prijzen dalen, bezuinigen kleine boerengezinnen op uitgaven voor voedsel, onderwijs en gezondheidszorg.

Werkgelegenheid voor vrouwen 

Kleine boeren hebben bovendien te maken met beperkte markttoegang, ontoereikende informatie, slechte toegang tot kredieten en technologie, en een hardnekkig onevenwicht in de verdeling van de waarde binnen de toeleveringsketen.

Naarmate de productiekosten stijgen en prijsstijgingen ongelijkmatig doorwerken in de markt, hebben veel boerengezinnen moeite om voldoende opbrengsten te genereren om te herinvesteren in vernieuwing van hun bedrijf, aanpassing aan het klimaat of productiviteitsoptimalisatie. Die druk vergroot de inkomensvolatiliteit en maakt langetermijnplanning steeds moeilijker.

Dit alles staat tegenover het feit dat de productie en verwerking van thee ook belangrijke bronnen van werkgelegenheid en inkomen zijn voor vrouwen in Oost-Afrika en Zuid-Azië. Wanneer kleine theeboerengezinnen welvarend zijn, zal de economische participatie van vrouwen bepalen of die welvaart en stabiliteit zullen standhouden.

Programma's die vrouwen rechtstreeks ondersteunen aan de hand van opleidingen, markttoegang en financiële middelen, leveren consequent betere resultaten op voor zowel gezinnen als hele gemeenschappen. In veel gebieden waar intensief aan theeteelt wordt gedaan, zorgen vrouwen er niet alleen voor dat het huishoudboekje klopt, maar ook voor de continuïteit van de kennis en arbeid waarvan de teelt afhankelijk is.

Extreem weer

De theeteelt heeft nood aan heel specifieke agro-ecologische omstandigheden: de hoogteligging van de plantages, neerslagpatronen en temperaturen die zich in de loop van eeuwen geleidelijk hebben gevormd in de regio’s waar de productie zich concentreert.

Deze omstandigheden worden steeds moeilijker te voorspellen en steeds lastiger in stand te houden. Onregelmatige neerslag, schommelende temperaturen en extreme weersomstandigheden hebben nu al gevolgen voor zowel de opbrengst als de kwaliteit.

Voor een kleine boer zonder spaargeld of verzekering is een mislukte oogst geen tijdelijke tegenslag. Het heeft onmiddellijk gevolgen voor de huishoudelijke uitgaven aan voedsel, medicijnen en onderwijs.

De ongelijke verdeling van die last vormt een centrale uitdaging. Grotere bedrijven beschikken vaak over meer mogelijkheden om zich aan te passen door middel van irrigatie, diversificatie, modernisering en financiële reserves.

Kleinere producenten daarentegen komen vaak klem te zitten tussen toenemende klimaatrisico’s en beperkte investeringscapaciteit. Investeringen moeten worden afgestemd op de realiteit van de kleinschalige theeteelt, in plaats van op aannames die zijn afgeleid van grotere commerciële bedrijven.

Klimaatstress

Wat er op het spel staat, reikt ook verder dan de grondstoffenmarkt. Verschillende landschappen waar thee wordt verbouwd, zijn door de FAO officieel erkend als ‘Globally Important Agricultural Heritage Systems’. Deze landschappen werden over generaties heen gevormd door doorgegeven landbouwkennis en samenwerking tussen land, gewas en gemeenschap.

De theeteelt is immers afhankelijk van een delicaat evenwicht tussen schaduw, hellingsgraad, neerslag en bodemgezondheid, maar ook overgeleverde kennis die generatie na generatie is opgebouwd. Klimaatgerelateerde stress vormt een bedreiging voor deze landschappen en voor de bestaansmiddelen en de continuïteit van de landbouw die zij in stand houden.

Efficiëntere, inclusievere en meer duurzame waardeketens, met onder meer een grotere lokale toegevoegde waarde, zijn essentieel om ervoor te zorgen dat de voordelen van de groeiende thee-economie ten goede komen aan zowel de mensen als het milieu waar deze economie op is gebouwd. De theeconsumptie per hoofd van de bevolking blijft in veel producerende landen relatief laag, wat wil zeggen dat het groeipotentieel van de sector nog steeds aanzienlijk is.

Om de levensvatbaarheid van de sector te waarborgen is echter meer nodig dan alleen een stijgende consumptie. Kleine boeren hebben behoefte aan betere toegang tot financiering, markten, technologie en ondersteuning bij klimaatadaptatie die is afgestemd op hun realiteit.

Meer transparantie en evenwicht in de waardeketens, gerichte investeringen die vrouwen rechtstreeks ten goede komen, en een sterkere beloning voor herinvestering op boerderijniveau zullen bepalen of de toekomstige groei van de sector economisch en sociaal duurzaam blijft.

De boer die uw thee heeft verbouwd, staat morgenochtend weer voor zonsopgang op. De toekomst van de sector hangt af van het feit of dit een levensvatbare bron van inkomsten blijft. Zo ja, ligt een lange toekomst voor uw kopje thee in het verschiet.

Boubaker Ben-Belhassen is directeur van de afdeling Markten en Handel bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Tags