De uitdagingen voor de Spaanse linkerzijde

‘Unidad Popular’, zo luidt de succesformule van de Spaanse regionale en gemeenteraadsverkiezingen van zondag 24 mei, de dag waarop het bipartidismo van de rechtsconservatieve Partido Popular (PP) en de sociaaldemocratische PSOE een onfortuinlijk einde kende. Rechts kan uit koers geslagen worden, maar de uitslag stelt de oude en de nieuwe linkerzijde voor een aantal strategische uitdagingen, aldus historicus Vincent Scheltiens.

  • Press Cambrabcn (CC BY-SA 2.0) 'In Barcelona stond Ada Colau Ballano, de 41-jarige activiste die bekend werd als woordvoerster van de strijd tegen de uithuiszettingen van mensen die hun hypotheek niet meer konden aflossen, centraal in de campagne.' Press Cambrabcn (CC BY-SA 2.0)
  • ahora madrid (CC BY-SA 2.0) 'In Madrid was de hoop gevestigd op Manuela Carmena, de 71-jarige rechter op rust.' ahora madrid (CC BY-SA 2.0)
  • Agència Catalana de Notícies (CC BY-NC-ND 2.0) 'De partij van Albert Rivera staat voor een Catch-22.' Agència Catalana de Notícies (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Obra Social Caja Cantabria (CC BY 2.0) 'De linkse auteur Isaac Rosa wierp het de partij van Pablo Iglesias meteen voor de voeten: 'Sí se puede, pero solo no podemos': het kan, maar alleen kunnen we het niet.' Obra Social Caja Cantabria (CC BY 2.0)

Twee politiek totaal onervaren vrouwen stonden in de campagne symbool voor de aangekondigde verandering. In Barcelona was dat Ada Colau Ballano, de 41-jarige activiste die bekend werd als woordvoerster van de strijd tegen de uithuiszettingen van mensen die hun hypotheek niet meer konden aflossen (Plataforma de afectados por la hipoteca, PAH).

In Madrid was de hoop gevestigd op Manuela Carmena, 71-jarige rechter op rust, met een lang parcours van onkreukbaarheid, dat ooit begon toen in volle transcisión een neofascistisch commando haar advocatenkantoor binnenviel en vijf van haar collega’s doodde.

ahora madrid (CC BY-SA 2.0)

‘In Madrid was de hoop gevestigd op Manuela Carmena, de 71-jarige rechter op rust.’

Achter elk van deze twee populaire en gemediatiseerde vrouwen gaat een breed links samenwerkingsverband schuil waarin zowel een aantal politieke formaties (Podemos, Izquierda Unida, Equo, …), sociale basisgroepen, als intellectuelen aan een alternatief timmerden dat nadrukkelijk de lokale macht ambieerde.

Dat kwam tot uiting in de eerste benaming van dit soort van ‘Unidad Popular’ in pilootstad Barcelona: ‘Guanyem Barcelona’, laat ons Barcelona winnen, later omgevormd tot ‘Barcelona en Comú’. De ‘Ganemos’-formule werd in Madrid overgenomen en herdoopt tot ‘Ahora Madrid’. Buiten het blikveld van de internationale media kreeg dit soort grassroots-samenwerkingsverbanden navolging in tal van andere Spaanse steden.

Succesrecept

Het is onmogelijk om vandaag naast het succes van dit recept te kijken. Niet alleen in Barcelona en Madrid, maar ook in andere grote steden als Zaragoza (Zaragoza en Común), Cádiz (Por Cádiz sí se puede), Santiago de Compostela (Compostela Aberta), A Coruña (Marea Atlántica) en tal van kleinere steden en gemeenten, maken vandaag varianten van deze ‘Unidad Popular’ kans om het lokale bestuur drastisch te hervormen.

‘Deze overwinning werpt ook een aantal vragen op.’

Over de richting waarin dat zal gebeuren, bestaat geen twijfel. Centrale aandachtspunten van al deze brede linkse platformen zijn waardig en betaalbaar wonen, gezondheidszorg, onderwijs, sociale tewerkstelling, degelijke openbare dienstverlening wars van privatiseringen, vormen van participatieve democratie, bestuurlijke transparantie en een sterke en nadrukkelijke feministische en ecologische inslag op elk bestuursterrein.

Maar deze overwinning werpt ook een aantal vragen op en confronteert elke speler, met de parlementsverkiezingen van ten laatste 20 december in het achterhoofd, met een aantal grote strategische uitdagingen.

Agència Catalana de Notícies (CC BY-NC-ND 2.0)

‘De partij van Albert Rivera staat voor een Catch-22.’

De PP is haar absolute meerderheden kwijt. Om te regeren is ze op de meeste plaatsen aangewezen op een coalitie met Ciudadanos. De partij van Albert Rivera staat hiermee voor een Catch-22. Vanuit Catalonië, waar de partij zich als economisch rechts en sterk anti-Catalaans nationalistisch profileerde, veroverde het heel wat Spaanse kiezersharten als een soort van ‘rechtse Podemos’: voor heldere politiek, tegen de corruptie.

Sociaal-economisch is de kloof tussen PP en Ciudadonos niet diep. Het economisch programma van de Ciudadonos lijkt een opgefrist doorslagje van het studiewerk van de FAES, de PP-denktank en persoonlijk speeltje van voormalig premier Aznar. Nu de PP gaat depanneren, zou de prille geloofwaardigheid van de Ciudadonos echter als sneeuw voor de zon doen verdwijnen, terwijl de grootste afspraak met de kiezer – de parlementsverkiezingen – nog in het verschiet ligt.

Maar niet alleen de PP of Ciudadanos zitten met een dilemma. Om daadwerkelijk te kunnen regeren in de steden waar de ‘unidad popular’ als grootste of tweede grootste uit de stembus kwam, moet ze coalities aangaan. Behalve in Barcelona, waar er mogelijkheden zijn met linkse nationalisten, is men hiervoor meestal aangewezen op de sociaaldemocratische PSOE.

Als men echter deze horde te snel neemt, dreigt ook hier geloofwaardigheidsverlies. Behoorde in het discours van de ‘nieuwe linkerzijde’ de PSOE immers ook niet tot de vermaledijde ‘kaste’? Hield de PSOE met haar eigen mix van bezuinigingen en corruptiezaken het verketterde systeem niet recht? De PSOE negeren, betekent echter het stuurwiel niet in handen nemen en in de oppositie gaan.

‘De aan de linkerzijde eens zo machtige PSOE zal door het stof moeten kruipen of harakiri plegen.’

Voor een berg die zo’n klein muisje baart, hebben de kiezers niet gekozen. Het zou ook haaks staan op de dringendheid van een aantal maatregelen, zoals het meteen paal en perk stellen van de uithuiszettingen. Men moet zich dus verwachten aan een aantal trendbreuken die van de PSOE zullen geëist worden: afstand nemen van oude en verbrande krokodillen, een linkse economische draai, transparantie, …

Het is nu nog onduidelijk of de PSOE zo snel de oude gewaden zal afwerpen. In Andaloesië, waar de regioverkiezingen vervroegd werden, weigerde ze deze door Podemos gestelde eisen, waardoor er tot op vandaag nog steeds geen regering kan gevormd worden.

Het is ook niet niks. De aan de linkerzijde eens zo machtige PSOE zal door het stof moeten kruipen of harakiri plegen. Als ze deze ‘vernedering’ niet slikt, belandt ze zelf zowat overal in de oppositie, tenzij ze een ‘brede coalitie’ met de PP aangaat en daarmee haar doodvonnis tekent.

Obra Social Caja Cantabria (CC BY 2.0)

‘De linkse auteur Isaac Rosa wierp het de partij van Pablo Iglesias meteen voor de voeten: ‘Sí se puede, pero solo no podemos’: het kan, maar alleen kunnen we het niet.’

Podemos

Ook bij Podemos moeten een aantal knopen ontward worden. De linkse auteur Isaac Rosa wierp het de partij van Pablo Iglesias meteen voor de voeten: ‘Sí se puede, pero solo no podemos’: het kan, maar alleen kunnen we het niet (met allusie op de partijnaam Podemos).

Als de formule van ‘Unidad Popular’ ook in andere steden had toegepast geweest, hadden Sevilla, Málaga, Valladolid, Murcia, Córdoba en nog andere plaatsen in linkse handen kunnen vallen. Onderlinge onenigheid en een terughoudende attitude vanwege de nationale Podemos-instanties verhinderden dergelijke akkoorden.

‘Als Podemos in de regio’s aan de macht wil, zal ze moeten onderhandelen.’

Maar de succesformule kan ook na 25 mei Podemos interesseren, dat alles op alles zet op de parlementsverkiezingen. Met een ‘Unidad Popular’ formule lijken de kansen om zeer hoog te scoren groter dan alleen. Ook dan zouden immers Izquierda Unida (met een sterk uitgebouwd apparaat), Equo, en honderden basisgroepen samen optreden als één alternatief blok.

Geven de cijfers Isaac Rosa gelijk? In de regioverkiezingen deed Podemos het uitstekend, maar nergens slaagde ze erin de PP of de PSOE achter zich te laten. Voor de parlementsverkiezingen zou dat scenario een mislukking betekenen.

Als Podemos in de regio’s aan de macht wil, zal ze – net als een aantal lokale ‘Unidad Popular’ initiatieven – moeten onderhandelen met de PSOE. Fundamenteel verschil is dat Podemos kleiner is dan de PSOE, wat op lokaal vlak met de ‘Unidad Popular’ varianten niet het geval is.

Hier geldt bijgevolg zowat hetzelfde als wat opgaat voor Ciudadanos ten opzichte van de PP: een overeenkomst sluiten en geloofwaardigheid verliezen, of trachten krachten verder op te bouwen vanuit de oppositie, maar het beleid aan anderen overlaten.

Uitdelers van brevetten van linkse ideologische zuiverheid kunnen alvast hun oproepen tot ‘waakzaamheid’ herhalen of even wegkijken. Podemos, en op gemeentelijk vlak, de ‘Unidad Popular’ hebben het bipartidismo gebroken en zichzelf tot de hoogste afdeling gepromoveerd. De race om de titel kan beginnen. Goede strategische keuzes zijn cruciaal.

Vincent Scheltiens is verbonden aan de vakgroep Power in History van het Centre for Political History van de Universiteit Antwerpen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur