De verkiezingen als gemiste kans

Onze verkiezingen door een internationale lens

Hoe het bootje van ons kleine land vakkundig door de onstuimige zee van globalisering en klimaatverandering sturen, is een van de meest fundamentele vragen waar elk land dezer dagen voor staat. Toch komen grote internationale uitdagingen maar beperkt en selectief aan bod tijdens deze verkiezingen. Die zijn sowieso een bot instrument om het volk naar zijn mening te vragen over die onderwerpen maar ze worden ook weinig aangegrepen om de bevolking meer inzicht te verschaffen in die uitdagingen. Dat is spijtig. Verkiezingen zijn tenslotte momenten van maatschappeljike bezinning en mogen best een educatief aspect hebben. 

  • Brecht Goris John Vandaele. Brecht Goris

De verkiezingen in ons land gaan over iets, dankzij Rekening 14, dat de programma’s van de partijen tegen het licht houdt, en dankzij de partijen zelf die – de N-VA op kop – een maatschappelijke verandering op tafel leggen. Dat is positief.

Want verkiezingen en democratische politiek worden geacht het volk antwoorden laten geven op de problemen waar we als samenleving voor staan. Of toch minstens de richting aan te geven.

Een aantal van die problemen zijn vooral binnenlands van aard – verkeersveiligheid of onderwijs – maar als klein land worden we natuurlijk ook geconfronteerd met de globale problemen.

En als we willen dat de bevolking ook daar haar antwoord op geeft, of daar op zijn minst bij betrokken wordt, moeten die globale onderwerpen wel op een of andere manier ook aan bod komen in de verkiezingscampagne. En dan moeten we vaststellen dat verkiezingen daarin te kort schieten.

Europese reuzenstappen onder de radar

De globale uitdagingen geraken vaak ondergesneeuwd onder tal van andere onderwerpen. Een reden daarvoor is dat de Europese verkiezingen, waar het internationale sowieso meer op de voorgrond kan komen, in het verdomhoekje belanden omdat er op hetzelfde moment regionale en federale verkiezingen zijn. Dat verklaart waarom een van de belangrijkste beslissingen van de voorbije decennia, dat nationale begrotingen voortaan goedgekeurd moeten worden door Europa, in de Belgische verkiezingen gewoon niet aan bod komt als issue.

Zelfs de aanpak van de grootste crisis van de voorbije zeventig jaar, die toch ook goeddeels door de Europese Unie is bepaald, is amper een gespreksonderwerp.  

Een van de grote uitdagingen waar we als Europa voor staan, is dat ons soortelijk gewicht in een snel veranderende wereld steeds kleiner wordt.

Een van de grote uitdagingen waar we als Europese landen voor staan, is dat ons soortelijk gewicht in een snel veranderende wereld steeds kleiner wordt. Over twintig jaar zal de Chinese economie een veelvoud bedragen van zelfs de Duitse economie.

En vermits de economie – het maakvermogen van een land – de basis is van haar macht en invloed, weten we dat Europese staten moeite zullen hebben om zich nog te laten horen, als ze hun belangen willen verdedigen: belangen inzake vrede en veiligheid, de organisatie van de wereldhandel, en het internationale financiewezen.

Hoe belangrijk dat laatste is, hebben we ondervonden met de financiële crisis die ons van over de oceaan tegemoet kwam. Dat bijvoorbeeld de Europese samenwerking een antwoord hierop kan zijn, is een thema dat amper aan bod komt. Of de EU de Oekraïense crisis goed heeft aangepakt, is eveneens een non-thema.

Selectieve internationalisering sociaal-economisch debat

Maar de marginalisering van de Europese verkiezingen is absoluut niet het hele verhaal. Minstens even belangrijk is dat de communautaire tegenstelling voor de derde verkiezing op rij centraal staat: de voortdurende kritiek op het “PS-model” door de veruit grootste Vlaamse partij, bewijst die zware communautaire dimensie.

De N-VA verbindt daarmee het communautaire heel expliciet aan de sociaal-economische uitdagingen en die zijn wel ten dele internationaal van aard. De quasi-consensus onder de partijen dat de Belgische loonlasten omlaag moeten, heeft veel te maken met het feit dat die loonlasten in andere landen en continenten veel lager zijn, en we ons dus uit de wereldmarkt prijzen: we slagen er vooral moeilijk in voet aan wal te krijgen in de opkomende landen.

De internationale dimensie van de loonlastenkwestie komt maar zeer selectief in beeld.

De manier waarop we de loonlasten aanpakken, en dus de hervorming van de sociale zekerheid en de sociale gevolgen daarvan,  staan nogal centraal in deze verkiezingen. De internationale dimensie van deze kwestie komt evenwel maar zeer selectief in beeld.

Opvallend is dat verschillende partijen – socialisten en christendemocraten  – voor het eerst benadrukken dat ons land het inzake inkomensongelijkheid de voorbije decennia relatief goed heeft gedaan. Anders dan de meeste rijke landen is die bij ons niet toegenomen. Dat heeft onder meer met dienstencheques te maken, die Duitse mini-jobs een statuut boden en met de CAO’s die in ons land voor alle bedrijven gelden, en op nationaal niveau worden afgesloten: alle werknemers kunnen dus mee profiteren van de vakbondsmacht in ons land.  

Als de N-VA de CAO’s op sectoraal niveau wil brengen, tornt ze aan dit gelijkheidsmodel. De partij zal dan ook zelden naar voor schuiven dat België het goed doet inzake gelijkheid. De N-VA gebruikt de internationale vergelijking liever om te onderstrepen dat België als enige iets doet en dat dit dus wel onverstandig moet zijn: onze indexkoppeling of onze werkloosheidsuitkeringen die niet beperkt zijn in de tijd.

De internationale vergelijking wordt selectief gemaakt. Vraag is of een aantal van onze ‘speciale’ sociale regelingen er niet mee voor hebben gezorgd dat we ook speciaal zijn inzake het tegengaan van de ongelijkheid.

Ongelijkheid is dezer dagen een belangrijk internationaal onderwerp. Zelfs het Internationaal Muntfonds, traditioneel de meest behoudende van alle internationale instellingen, erkent nu dat teveel ongelijkheid slecht is voor de economische groei en dat herverdeling met mate goed is voor de groei. Als België de crisis goed is doorgekomen, is het onder meer omdat we de ongelijkheid niet lieten groeien, en de koopkracht – ook onderaan de inkomenspiramide - op peil hielden.

Dat veel erop wijst – onder meer de analyse van Thomas Piketty maar ook onderzoek van het IMF naar globalisering – dat ongelijkheid bij ongewijzigd beleid, (verder) zal toenemen, komt in de verkiezingen weinig aan bod. Alleen linkse partijen anticiperen daarop enigszins door de vermogensbelasting op tafel te leggen.

Goe bezig, Maggie!

Vergrijzende samenlevingen kunnen best wel wat migratie gebruiken.

Migratie is een ander thema dat per definitie internationaal is. Het is niet heel expliciet in de campagne aanwezig maar meer impliciet als één groot ‘Goe bezig, Maggie’. Dat Maggie De Block de asielprocedure saneerde waardoor er minder asielzoekers zijn en er meer mensen terugkeren, wordt door velen als positief ervaren. Dat is het spiegelbeeld van de foto van Vlaanderen waar de angst voor massa-immigratie prominent aanwezig was. En toch: vergrijzende samenlevingen kunnen best wel wat migratie gebruiken.

De campagne wordt weinig aangegrepen om dat aan de bevolking duidelijk te maken. Toen De Wever het in De Zevende Dag kon hebben over actieve migratie haalde hij een document boven tafel dat Kris Peeters’ onaanvaardbare campagnetechnieken moest bewijzen en bleef het geplande onderwerp van de actieve migratie onaangeroerd.

Geen klimaat voor het klimaat

Klimaatverandering en het daarmee nauw verwante energiebeleid is een per definitie mondiaal thema dat amper de campagne haalt. Als het er al over gaat, dan vooral over het feit dat de energieprijzen te hoog zijn, en wat daaraan te doen valt. Maar een grondige bespreking van de grote ecologische uitdagingen, hoe ons land daarop reageert, en wat we in de toekomst moeten/zullen doen, dat komt in deze verkiezingen amper aan bod. It’s the economy, stupid geldt meer dan ooit, maar dan in enge zin als de noodzaak van klassieke groei.

De gedachte dat een bloeiende Vlaamse economie groen zou kunnen zijn, aan de spits in het vinden van oplossingen voor ecologische problemen, wordt feitelijk alleen door Groen echt op de agenda geplaatst. Waar Duitsland voor de N-VA hét voorbeeld is als het gaat om kostenverlaging, wordt de Duitse groene keuze voor een Energiewende doodgezwegen. Op dat gebied lijken de verkiezingen een gemiste kans.

Het perspectief van de ander

Minstens even spijtig is dat de zin en onzin van het voeren van een ontwikkelingsbeleid haast onbesproken blijft. Een echt ontwikkelingsbeleid is veel meer dan wat ontwikkelingshulp maar houdt rekening met de ontwikkelingsnoden van (ontwikkelings)landen op allerlei relevante domeinen. Een goed onderwijsbeleid verschaft leerlingen inzicht in de wereld. Een goed klimaatbeleid in de rijke landen creëert groeiruimte voor opkomende landen. Een goed migratiebeleid biedt kansen aan migranten zodat die met het teruggestuurde geld en de opgedane kennis en vaardigheden bijdragen tot de ontwikkeling in hun land van herkomst. Enzovoort. Dat soort beleid is gebaseerd op het vermogen om je in te voelen in de noden van (de burgers van) andere landen,  Dat perspectief wordt zelden naar voor gebracht tijdens de verkiezingen. Het is begrijpelijk dat Belgen tijdens Belgische verkiezingen vooral met hun eigen belangen en verlangens bezig zijn. Toch is het goed dat burgers tijdens verkiezingen - momenten van maatschappelijke bezinning - ook geconfronteerd worden met de noden van andere naties en continenten. Ook op dat gebied had het wel ietsje meer mogen zijn.

 

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift