Kilian Kaminski
“‘‘Europa recycleert zijn e-afval niet maar exporteert het probleem’’

Het verbranden van kabels in informele recyclageplaatsen voor koperwinning wordt in Europese debatten vaak geframed als een lokaal falen.

Het verbranden van kabels in informele recyclageplaatsen voor koperwinning wordt in Europese debatten vaak geframed als een lokaal falen.
‘Een continent dat mondiale normen uitdraagt, verliest geloofwaardigheid wanneer het de gevolgen van zijn consumptie exporteert’. Dat schrijft Kilian Kaminski, bestuurslid van EUREFAS, een koepelorganisatie die de renovatie-industrie vertegenwoordigt in Europa.
Europa klopt zich graag op de borst over circulaire economie. Over verantwoordelijkheid. Over mondiaal leiderschap. Maar tussen woorden en daden gaapt soms een diepe kloof, met name als het over elektronisch afval gaat.
E-afval is niet alleen een recyclageprobleem. Het is vooral ook een consumptieprobleem, bestuursprobleem én verantwoordelijkheidsprobleem. En bovendien een issue dat Europa stilzwijgend doorschuift: niet enkel figuurlijk, in statistieken of toespraken, maar ook letterlijk, in containers naar landen die noch de vruchten van de oorspronkelijke productie hebben geplukt, noch de capaciteit hebben om het afval ervan veilig te verwerken.
De cijfers zijn alarmerend maar worden vaak over het hoofd gezien. Volgens de Global E-waste Monitor produceerde de wereld in 2022 maar liefst 62 miljoen ton e-afval. Het is de snelst toenemende afvalstroom ter wereld, drie keer sneller groeiend dan huishoudelijk afval.
In Europa wordt slechts 42,8% van dat e-afval officieel geregistreerd, ingezameld en gerecycleerd. In 2025 werd in de EU 14,4 miljoen ton elektronische apparatuur verkocht, een stijging van 89% sinds 2012. Dat komt neer op een consumptie van 33 à 45 kg per inwoner in landen zoals Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië. Toch werd slechts 5,2 miljoen ton ingezameld en via officiële recyclagekanalen verwerkt. De rest verdwijnt in informele circuits, op stortplaatsen of in exportketens – geen oplossing van het probleem dus, maar een verschuiving.
Dit is geen technisch falen maar een politiek en maatschappelijk patroon: groei zonder strategie, consumptie zonder consequenties.
Blinde vlekken
Europa produceert meer e-afval per inwoner dan welke andere regio ook. Toch blijft de illusie bestaan dat het probleem “onder controle” is, zolang burgers hun apparaten naar inzamelpunten brengen of gebruikmaken van initiatieven zoals reparatiebonussen. Symbolische handelingen van afdanking zijn een manier geworden voor zowel consumenten als beleidsmakers om zichzelf moreel te sussen.
Maar daarin schuilt de ongemakkelijke waarheid: een aanzienlijk deel van wat Europa als “correct afgehandeld” beschouwt, wordt niet in Europa verwerkt. Het wordt geëxporteerd, vaak als “gebruikte goederen”. De grens tussen hergebruik en afval is vaag, en wordt bewúst zo gehouden: grijze zones creëren waar toezicht zwak is en weerstand minimaal. Europa scheidt afval, en scheidt zo ook de verantwoordelijkheid ervoor.
Het verbranden van kabels in informele recyclageplaatsen in Ghana voor koperwinning wordt in Europese debatten vaak geframed als een lokaal falen: gebrekkige infrastructuur, zwakke regelgeving, informele arbeid.
Zo keren we oorzaak en gevolg gewoon om. Plaatsen zoals Agbogbloshie, de beruchte site voor giftige e-waste, tonen helemaal niet aan dat Afrika “niet kan recycleren”. Ze tonen de Europese overproductie aan, die door korte productlevenscycli en regelgevende achterpoortjes voor export botst met mondiale ongelijkheid. Informele recyclage is geen fout in het systeem, maar een economische reactie op een mondiale materiaalstroom waarbij Europa de waarde krijgt en andere landen de kosten dragen.
E-afval wordt in het publieke debat vaak herleid tot telefoons en laptops. Toch komt het grootste aandeel uit minder zichtbare stromen: huishoudtoestellen, speelgoed, gereedschap, opladers, kabels en slimme microapparaten. Veel van deze producten zijn niet ontworpen om lang mee te gaan; ze zijn vaak gelijmd in plaats van geschroefd en hebben ontbrekende of dure reserveonderdelen. Het resultaat: een cultuur van snelle vervanging en een recyclagesysteem dat niet kan volgen.
Recyclage als morele dekmantel
De afvalhiërarchie van de EU is preventie, vermindering, hergebruik, reparatie en pas daarna recyclage. In de praktijk wordt e-afval echter bijna uitsluitend behandeld als een end-of-lifeprobleem. Inzamelingspercentages worden de maatstaf voor succes, de container het symbool.
Dit is een misvatting. Het verhogen van recyclagedoelstellingen zonder productie en productontwerp aan te pakken, bereikt één ding: goede PR zonder de materiaalstromen te verminderen. Het stelt Europa in staat zich een duurzaam imago aan te meten, terwijl de moeilijke delen van de waardeketen worden uitbesteed.
E-afval legt een spanning bloot binnen Europa’s duurzaamheidsproject. Een systeem dat is gebouwd op steeds kortere productcycli kan het probleem niet oplossen aan het einde van de keten. Een continent dat mondiale normen uitdraagt, verliest geloofwaardigheid wanneer het de gevolgen van zijn consumptie exporteert.
Echte vooruitgang vereist duidelijke regels voor bedrijven, producenten en export, en een fundamentele herziening van het dagelijkse consumentengedrag. Alleen door consumptie te verminderen, producten te herstellen, materialen in omloop te houden, te refurbishen en uiteindelijk correct te recycleren, kan Europa aanspraak maken op echte vooruitgang richting een circulaire economie.
Kilian Kaminski is oprichter van refurbed en bestuurslid bij EUREFAS.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox
Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in


