Het belang van overbodige verkiezingen

Parlementsverkiezingen Iran, 2 maart 2012

Het klopt niet echt met het beeld dat wij hebben van de Islamitische Republiek, maar verkiezingen zijn in Iran traditioneel periodes van felle, openbare debatten en kleurrijke campagnes. Niet zo deze week. De parlementsverkiezingen van vandaag produceren alleen een ijzige stilte. Ook internationaal wordt er bijna met geen woord gerept over deze stembusgang. Is Europa meer geïnteresseerd in het kelderen van de Iraanse economie dan in het redden van zijn democratie?

‘De parlementsverkiezingen van 2 maart zijn maar een vingeroefening’, zei een vrouw die ik enkele weken geleden in Isfahan sprak. ‘Er is geen echte strijd tussen meerderheid en oppositie, want de oppositie is onder huisarrest geplaatst en wordt incommunicado gehouden, en zelfs kritische stemmen binnen de conservatieve meerderheid worden door de Raad van Hoeders gediskwalificeerd. ‘

De verkiezingen zijn nochtans geen kleine oefening. 3444 kandidaten presenteren zich aan de 48 miljoen kiesgerechtigde Iraniërs in de hoop één van de 290 zetels in de Majlis –het Iraanse parlement– te veroveren. Oorspronkelijk waren er zelfs 5395 kandidaten, maar aangezien elke kandidaat eerst door de Verkiezingscommissie gescreend wordt en daarna nog eens door de Raad van Hoeders, verdwijnt zowat een derde van kandidaten nog de kiesbiljetten gedrukt worden. En dan hebben de echte oppositiepolitici ditmaal niet eens de moeite genomen om te proberen deelnemen. De harde repressie die gevolgd is op de straatprotesten na de presidentsverkiezingen van 2009 heeft daarvoor veel te diepe wonden geslagen.

De uitslag van de verkiezingen heeft op het eerste gezicht dan ook geen belang voor het interne of buitenlandse beleid van de Iraanse overheid. Dat kan een verklaring zijn voor de opvallende desinteresse van de internationale gemeenschap voor de democratische schijnvertoning van vandaag, op een moment dat de strengste economische sancties ooit afgekondigd en uitgebreid worden. De Iraanse bevolking voelt zich dan ook in de steek gelaten door het Westen.

Ayatollah Khamenei voorspelde alvast een hoge opkomst en zal wellicht aankondigen dat meer dan zestig procent van de stemgerechtigden deelgenomen heeft aan de stembusslag –ik gok op 63 procent, dat lijkt hoog genoeg om over een eclatant succes te kunnen spreken in vergelijking met de gemiddelde opkomst in de VS en het is niet zo ongeloofwaardig als de cijfers die uit Turkmenistan of andere operettedictaturen de wereld ingestuurd worden. Verder blijft de macht stevig in handen van de mollahcratie, die onverstoorbaar verder werkt aan haar nucleair programma. Of toch niet?

Mijn gesprekspartner in Isfahan was wél benieuwd naar de uitslag van de verkiezingen om te weten hoe de krachtverhoudingen zullen zijn binnen het conservatieve kamp. Ook diplomatieke kringen en analisten in Teheran focussen zich op de groeiende tegenstellingen binnen de voorstanders van de Islamitische Republiek. Het is vooral uitkijken naar de krachtsverhouding tussen de medestanders van president Ahmadinejad en de politici die dichter aanleunen bij ayatollah Khamenei.

Als het aan Khamenei ligt, schrapt hij presidentiële functie uit de Iraanse grondwet zodat zijn oppermachtige positie nog wat absoluter wordt. Om dat te kunnen doen, moeten zijn politieke blok minstens voorkomen dat het politieke blok rond president Ahmadinejad de meerderheid in de Majlis behaalt .

De lange politieke crisis die in 2009 is ontstaan, lijkt steeds meer uit te draaien op een verdere consolidering van de macht in handen van de onverkozen theocraten. Dat is slecht nieuws, al waren parlement, president en regering altijd al onmachtig tegenover het theocratische estabishment.

Toch is in het Westen de voorbije jaren bijna uitsluitend gesproken over de -al dan niet frauduleus verkozen- president, terwijl de Opperste Leider zo goed als buiten beeld blijft. Mahmoud Ahmadinejad voldoet dan ook perfect aan de westerse behoefte om zich tegen een verwerpelijk regime te kunnen afzetten. Hij was zelfs zo voorkomend om te zeggen dat Israël van de kaart geveegd moet worden –al vertalen betrouwbare Farsisprekenden die beruchte opmerking eerder met de woorden ‘dat het regime dat Jeruzalem bezet uit de bladzijden van de geschiedenis geschrapt hoort te worden’. Dat leest in Israël nog steeds niet als een vriendschapsverklaring, maar het heeft toch een eerder politieke dan genocidaire klank.

Ayatollah Khamanei houdt zich meestal ver van de internationale schijnwerpers. Misschien dat daardoor ook zijn fatwa uit september 2004, waarin hij stelde dat alle productie, opslag en gebruik van nucleaire wapens verboden wordt door de islam, onderbelicht bleef. Maar het kan ook zijn dat het Westen die stem gewoon niet wenst te horen, omdat ze het zwart-witverhaal over Iran minder aannemelijk maakt. Khamenei gelooft dat het Westen vooral wil beletten dat Iran een onafhankelijke, regionale machtsfactor wordt. ‘Zij willen niet dat een islamitisch en onafhankelijk land in het Midden-Oosten wetenschappelijke vooruitgang boekt en geavanceerde technologie bezit’, zei de Opperste Leider op 14 maart 2005. Misschien heeft hij wel een punt.

In elk geval zou het Westen een manier moeten vinden om het conflict met Iran te onderhandelen met de echte machthebbers, in plaats van zich vast te rijden in gesprekken met onmachtige politici die de macht noch het volk vertegenwoordigen. Dat zal niet makkelijk zijn, aangezien ayatollah Khamenei een diepe afkeer koestert tegen de westerse broodheren van zowel de verfoeide sjah als Saddam Hoessein toen die in 1980 de oorlog verklaarde aan de jonge islamitische republiek.

Hij leunt ook steeds meer op de Revolutionaire Wachters, wat ook niet echt een gunstig voorteken is voor mogelijke gesprekken. Voordat we die opdracht echter afschrijven als onmogelijk, moeten Europa, de Verenigde Staten en Israël zelf echter duidelijk kiezen of ze op zoek zijn naar een oplossing van het conflict met Iran of naar argumenten om dat conflict verder te escaleren tot het onvermijdelijk in geweld eindigt. Dat laatste lijkt steeds beter te lukken, het eerste lijkt steeds minder geprobeerd te worden.

De verkiezingen van vandaag veranderen weinig of niets aan de mensenrechten in Iran, het atoomprogramma, de samenwerking met groepen als Hezbollah en Hamas, het economisch wanbeleid of de positie van minderheden en andersdenkenden. Dat geldt echter ook voor de westerse sancties en oorlogsdreiging.

Alle Iraniërs die vandaag niet gaan stemmen of dat enkel onder zware druk doen, schreeuwen om een creatieve, diplomatieke oplossing. Hun eigen machthebbers zijn doof, maar ook het Westen lijkt alleen zijn eigen belangen te beluisteren. Het is tijd voor een betere analyse, een eerlijk gesprek en vooral voor een nieuwe toekomst voor de 75 miljoen Iraniërs. De hele wereld zou daar beter van worden.

 

Gie Goris, hoofdredacteur van MO*, bezocht Iran eind januari. Zie de analyse, de reportage en blogberichten hier.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur