Het conflict beu?

Over Israël en de Palestijnen is alles toch al gezegd en geschreven, zeggen ze. Ze, dat zijn vrienden en kennissen van me, die zoals u en ik, journaals en kranten consumeren.
Over Israël en de Palestijnen is alles toch al gezegd en geschreven, zeggen ze. Ze, dat zijn vrienden en kennissen van me, die zoals u en ik, journaals en kranten consumeren. Ze zijn het Midden-Oostenconflict grondig beu. Wegens teveel en altijd dezelfde miserie. Ook nogal wat Israëli’s vinden dat er teveel internationale aandacht richting Israël –en dan vooral richting Palestijnen– gaat. De hele wereld wijst Israël met de vinger vanwege zijn veiligheidsbeleid –dat het land er nota bene voor behoedt dat de Palestijnen en vijandelijke Arabische buurstaten het van de kaart vegen. Maar intussen crepeert Soedan onder de etnische zuiveringen en gaat Congo de dieperik in. En daar kraait geen haan naar, zo klinkt het. Daartegen is de Israëlische bezettingspolitiek toch maar klein bier zeker.
Wereldwijd hebben consumenten hun buik vol van Israël. In de Anholt Nation Brands Index, een lijst van landnamen gerangschikt volgens hun populariteit, staat Israël onderaan, onder meer omwille van zijn baarlijk slecht politiek beleid. Zelfs het wereldje van de diplomatie is Israël beu, vertelde Muhammad, een Palestijnse mensenrechtenactivist die ik in Betlehem ontmoette. ‘Aan aandacht inderdaad geen gebrek. Er lopen hier meer diplomaten door de Muur dan dat er de joodse Klaagmuur bezoeken. Het besef en de sympathie dat de Palestijnen in een scheefgetrokken verhaal zitten zijn er, dat wel. Maar zodra ze uit de besloten ruimte treden, plooien diezelfde diplomaten terug naar het diffuse spel van de “politieke oplossingen”, niet te verwaarlozen handelsbetrekkingen en onontkoombare machtsverhoudingen.’
Wie de regio bezocht, weet dat er flink wat mis is met het bouwen van grondverslindende omheiningen, de uitbouw van kolonies, de aanleg van apartheidswegen, roadblocks, checkpoints, moordende vergeldingsacties –zelfs na mislukte bommetjes– waarbij ook burgerslachtoffers vallen, de economische wurggreep op Gaza, de verregaande mobiliteitsbeperking, het verwoesten van elektriciteitscentrales, het controleren van water, de vernederingen… Het zijn feitelijkheden waar je moeilijk naast kan kijken. Wie per se juridisch de puntjes op de i wil, kan er niet omheen dat Israël, zonder verpinken, een hele resem resoluties naast zich neerlegt. Alleen wil niemand dat gezegd hebben.
Terwijl Israël met één hand bommen boven Gaza dropt en met de andere hand de cementmolen bedient voor nieuwe huizen op de Westoever, blijft de internationale club steken in lege retoriek. Terwijl Palestijnen als Muhammad zich warmen aan zoveel buitenlandse sympathie, fluisteren Amerikaanse en Europese regeringen –ook de Belgische– “politiek neutraal” tegen Israël dat het zich toch zou moeten terugtrekken uit die bezette gebieden. Intussen veroordelen ze luid en eensgezind het Palestijns geweld en het opkomend islamisme in het verpauperde Gaza. Na de verkiezingen in Gaza kregen de Palestijnen het deksel vierkant op hun neus met een financiële boycot. De Gazanen hadden maar nooit massaal voor die terreurpartij Hamas moeten stemmen, dat was ongehoord. En over democratische verkiezingen moesten ze niet beginnen, “alsof die Arabieren het Westen daarover iets konden leren”.
Het excuus dat Hamas het enige alternatief was voor de verziekte Fatah die tot dan de plak had gezwaaid, telde niet. Noch zwichtten regeringen voor glasheldere studies en rapporten die aantoonden dat leven in een openluchtgevangenis, zonder sociale en rechtskundige voorzieningen, in een constante bezetting, perfecte bodem geven voor radicalisering en agressie. België –ooit, tot de genocidewet gekelderd werd, een écht neutraal land– volgde nu gedwee de Europese lijn. De plooien die –na de aanklacht wegens oorlogsmisdaden in Libanon tegen Ariël Sharon– werden gladgestreken, moesten netjes blijven. Alleen buitenlandminister Karel De Gucht kreeg een schouderklopje van een Palestijns politicus. Hij was een van de eersten om met de Palestijnse regering ging praten – tenminste met  wie geen Hamaslid was. Verder bleef het stil in regeringskringen.
De politiek van zogenaamde équidistance voelt veilig aan. Minister Moerman keurde ook dit jaar weer exportlicenties goed voor de uitvoer van wapenonderdelen naar Israël. ‘Geen vuiltje aan de lucht’, suste de Vlaamse liberale, ‘Israël is niet de eindgebruiker, maar verwerkt de onderdelen in wapensystemen en voert die terug uit naar de VS.’ Of Amerika diezelfde wapentuigen niet terug naar Israël zou verschepen, kon Moerman helaas niet garanderen.
Het Midden-Oostenconflict, een topper op de Europese buitenlandagenda, blonk in de regeringsonderhandelingen alvast uit in afwezigheid, schreef Broederlijk Delen. Yves Leterme wijdde er een paragraafje aan in zijn formateursnota’s. België moet zich actief inzetten in het Nabije Oosten en mee zoeken naar een vredesakkoord volgens de tweestatenoplossing. Dat kan alleen maar als beide partijen zich kunnen vinden in het akkoord en er een erkend en veilig Israël en een leefbare en soevereine Palestijnse staat mogelijk zullen zijn, zo schrijft hij.
Zoals de kaarten er nu voorliggen, vereist het een bovengeniale formule om van de huidige Palestijnse eilandjes een sociaal en economisch leefbare eenheidsstaat te maken. Formules eisen duidelijke taal, ook wat de Israëlische component betreft. Het zou bijvoorbeeld al helpen als Europa zijn zelfverklaarde actieve rol daadwerkelijk opneemt, te beginnen met het uitvoeren van de internationale rechtsregels. Als er straks nog een België is, en er misschien ook nog een regering komt, zal ik alvast hongerig uitkijken naar het regeerakkoord. Om dan te kunnen zeggen: zie je wel, over Israël en de Palestijnen is alles nog niet gezegd en geschreven. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur