De grote spaarpot van 70 jaar vrede en welvaart is een kans

Hoe omgaan met een wereld met “te veel” spaargeld?

Pixabay

Deze week vindt de jaarvergadering van het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank plaats in Washington DC. De bijeenkomst gebeurt in een opmerkelijke financiële omgeving: een wereld waarin de rente de meeste rijke landen heel laag tot zelfs negatief is. Een vraag is of deze jaarvergadering daar een verklaring zal voor aanreiken en een bepaalde manier van omgaan met die situatie zal suggereren. Er wordt immers best voorkomen dat negatieve rentes zich verder vertalen in een monetair zwart gat.

Deze situatie was niet echt verwacht. Zeker, er waren zelfs voor de financiële crisis van 2008 ook al tekenen van een overschot aan spaargeld – Fedbaas Ben Bernanke sprak van een glut — dat er meer dan voldoende spaargeld was in verhouding tot de investeringen die de private sector wenste te doen. Als er meer aanbod van geld is, dan vraag naar investeringsmiddelen, zakt de prijs van het geld – de rente – onvermijdelijk. Na de crisis is daarin geen verandering in gekomen, integendeel.

Is het echt mogelijk dat er teveel spaargeld is? Dat is wat Larry Summers, voorzitter van Obama’s nationale economische raad, de ‘secular stagnation’ noemt – een term die je kan vertalen als ‘lange termijn stagnatie’. Als je erover nadenkt, zijn er verschillende factoren die zoiets begrijpelijk maken.

Een. De rijke landen zijn ‘uniek vergrijzende’ samenlevingen. Het percentage mensen boven de 65 jaar is nooit gezien in het verleden. In zo’n samenlevingen is de economische groei en de drive naar investeringen sowieso beperkter. Je hoort vaak genoeg dat bejaarde mensen zeggen, bijvoorbeeld in verband met de isolatie van hun woning: ‘het zal onze tijd nog wel duren, daaraan gaan we nu niet meer beginnen’.

De rijke landen zijn ‘uniek vergrijzende’ samenlevingen waar veel van die ouderen veertig jaar konden sparen.

Twee. Die rijke landen kennen op het eigen grondgebied al 75 jaar vrede. Dat betekent dat al die lang levende mensen veertig jaar hebben gewerkt in hun relatief welvarende landen. De grote hoeveelheid spaargeld is dus de spaarpot van 75 jaar vrede en welvaart.

Drie. Nogal wat investeringen in de digitale wereld zijn minder kapitaalintensief dan investeringen in de industrie van weleer.

Ziedaar enkele argumenten die aangeven waarom de stelling van de lange termijn stagnatie plausibel is. Als ze klopt, is dat een probleem?

Nieuwe tijd vergt nieuwe kijk

Zeker, de spaarder die verwacht had dat hij of zij voor risicoloze beleggingen een aardige rente kon halen, komt bedrogen uit. Die moet nu zijn kapitaal ‘op eten’ als hij die rente echt nodig heeft om van te leven, of moet zijn centen anders beleggen.

Voor de samenleving daarentegen, is het in zekere zin een luxesituatie om teveel spaargeld te hebben. Op voorwaarde dat je er verstandig weet mee om te gaan. Dat wil zeggen: dat je begrijpt dat we ons in een nieuwe situatie bevinden en vervolgens gepaste beslissingen neemt. We staan op een moment van ommekeer. Zoals Keynes tijdens de grote depressie zei dat de staat de vicieuze cirkel moest doorbreken, moeten we ook nu de neoliberale dogma’s naast ons neerleggen en nieuw leren denken.

Zoals Keynes in de grote depressie een ommekeer forceerde, zo moeten we nu ook de neoliberale dogma’s afleggen.

Het is immers niet zo dat er geen grote investeringsnoden bestaan (en sociale reden vereisen dat de tewerkstelling op peil blijft). Alleen zijn het noden die in het huidige financiële stelsel niet via private investeringen kunnen gerealiseerd worden – ze zijn niet rendabel genoeg of te risicovol.

Staten zouden zich garant kunnen stellen, bijvoorbeeld voor investeringen in ontwikkelingslanden, al moeten we voorkomen dat eens te meer de winst geprivatiseerd wordt, en het verlies bij de staat belandt.

Dikwijls blijven investeringen achterwege omdat het om publieke goederen gaat, soms zelfs van globale aard. Zo’n publiek goed in niet-exclusief: je kan niemand beletten ervan te genieten. Neem de strijd tegen klimaatverandering: iedereen wordt er beter van als we de temperatuurstijging binnen de perken kunnen houden. Dat betekent dat je die positieve gevolgen niet kan privatiseren, en er dus geen rendabele zaak kan van maken. Het probleem van de free rider stelt zich en dus wordt er te weinig geïnvesteerd. Toch moeten de investeringen gebeuren. Ook investeringen in infrastructuur of sociale huisvesting gebeuren maar als de overheid dat mogelijk maakt. Toch kan het met de huidige lage rentes voor een samenleving, maatschappelijk rendabel, en op termijn zelfs financieel rendabel zijn om die investeringen te verrichten.

Publiek vermogen

Daarnaast is het aangewezen dat de overheid ook eigenaar wordt van minstens een deel van het vermogen dat via deze investeringen tot stand komt, bijvoorbeeld de energiebronnen van de toekomst. Befaamde onderzoekers van inkomensongelijkheid zoals Piketty en Milanovic geven aan dat het vermogen sneller in waarde toeneemt dan de economie groeit. Om de ongelijkheid enigszins in toom te houden, doen we er goed aan het vermogen over zoveel mogelijk mensen te verdelen, bijvoorbeeld door middel van een gezamenlijk investeringsfonds.

Om ongelijkheid enigszins in toom te houden, doen we er goed aan het vermogen over zoveel mogelijk mensen te verdelen.

Steeds meer landen grijpen naar dergelijke soevereine vermogensfondsen: Noorwegen, Qatar, Singapore, Alaska. China staat met zijn staatsbedrijven natuurlijk nog veel verder op dat continuüm. Een Belgisch of Vlaams vermogensfonds zou bijvoorbeeld eigenaar kunnen worden van de windmolens op zee of andere nog te ontwikkelen nieuwe energiebronnen. Dergelijke publieke vermogensbedrijven kunnen ook een antwoord bieden op de vaststelling dat private bedrijven dikwijls drijven op door de overheid gefinancierd fundamenteel onderzoek, terwijl de financiële baten haast uitsluitend naar de Apple’s en Google’s van deze wereld gaan die dan vaak nog weigeren belastingen te betalen.

Dergelijke publieke actoren mogen geen staat in de staat worden, maar moeten verplicht worden transparant te communiceren. Als ze namens alle Europeanen/Belgen/Vlamingen ageren, is het wenselijk dat ze zich ook gedragen als het bedrijf van alleman. De raden van bestuur worden best heel divers bemand of bevrouwd, met een professionele communicatie die in mensentaal weet uit te leggen wat er gebeurt. Aspiravi is, wat dat laatste betreft, geen goed voorbeeld: het zou veel duidelijker kunnen maken hoe de vaak zo verguisde windenergie — via de dividenden die het uitkeert aan zijn gemeenten-aandeelhouders – bijdraagt tot het welzijn van iedereen.

De vraag is of het IMF deze week op de jaarvergadering geluiden in die zin zal laten horen. En de blik zal openen naar een verstandige omgang met de spaarpot van 70 jaar vrede.

Deze opinie verscheen ook in De Standaard.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur