Dossier: 
India, Pakistan en China armworstelen in de Himalaya

‘Met een onverwachte schok kan de woede in Kasjmir ontploffen’

© Brecht Goris

De Hazratbal-moskee in Srinagar, Kasjmir

In het door India gecontroleerde Kasjmir is zich een gevaarlijke cocktail aan het vormen, stelt voormalig MO*hoofdredacteur Gie Goris. Drie nucleaire naties, India, China en Pakistan, zijn er in een smeulend conflict om grenzen verwikkeld. En de lokale bevolking kreunt er onder angst en repressie. Er komt een dag dat de woede losbarst. ‘Dat kan morgen zijn of over vijf jaar, maar de dag komt.’

Twee jaar geleden schreef ik een achtergrondverhaal over Kasjmir. Daarin ging het vooral over de grootste angst van inwoners van de door India gecontroleerde Kasjmirvallei: dat na de militaire bezetting door India demografische verdringing volgt. Ik omschreef het als een Palestijns scenario in de Himalaya.

Dat scenario leek heel wat realistischer geworden te zijn na de ingrijpende maatregelen die de Indiase regering op 5 augustus 2019 nam. Ze schafte onder meer het bijzondere statuut van de deelstaat af en dus ook de bepaling dat alleen oorspronkelijke inwoners of hun afstammelingen grond konden bezitten in de vallei.

Ik begon dat artikel met het verhaal van de Kasjmierse Pandits, de hindoeminderheid die bij het begin van de gewapende opstand in de vroege jaren 1990 massaal wegtrok uit Kasjmir. Op dit moment is dat verhaal weer bijzonder actueel.

In het hele land draait de film The Kashmir Files draait in de cinemazalen. De grootste partij in India, de hindoenationalistische BJP van president Modi, promoot de film met alle mogelijke middelen, vooral omdat het verhaal van malafide moslims tegenover hindoes als slachtoffer haar politieke belangen dient. De sympathiebetuigingen voor de hindoeminderheid als gevolg van deze recente kaskraker voeden de oude vrees van de moslimmeerderheid in Kasjmir dat ze verdrongen wordt.

Een recente kaskraker in Indiase cinema’s voedt de oude vrees van de moslimmeerderheid in Kasjmir dat ze verdrongen wordt.

Tijdens een recent bezoek aan India ontmoette ik een aantal vrienden en bekenden uit Kasjmir. Ze wilden graag getuigen over de toestand in de vallei, op voorwaarde dat ze niet herkenbaar of met naam geciteerd zouden worden.

Hieronder volgt een korte samenvatting van die gesprekken. Maar het verhaal dat ik in 2020 schreef, heeft echt niets aan relevantie of actualiteit ingeboet. Net als het MO*dossier uit 2019: Kasjmir brandt.

‘Things are getting more worst

Het anders zo levendige, of zeg maar woelige, maatschappelijke en politieke leven in Kasjmir is platgelegd of lamgeslagen. Journalistiek wordt er bedreven op eigen risico. Het middenveld is ontbonden of tot stilte geïntimideerd. Politieke leiders, zelfs degenen die altijd loyaal samenwerkten met de Indiase overheid in Delhi, zitten onder huisarrest of in de cel.

De alomvattende repressie die volgde na 5 augustus 2019 is tot op heden nauwelijks verminderd. Op sommige vlakken wordt die zelfs nog opgevoerd.

Een kritische post op sociale media of zelfs een “ongepaste” like kan je achter de tralies doen belanden. In het typische Engels van mensen die vooral Hindi, Urdu of Kashmiri spreken, zegt iemand: ‘Things are getting more worst.’

De gewapende opstand die sinds het begin in 1989 al meerdere keren van gedaante veranderde, heeft veel minder strijders. Die maken bovendien veel minder kans om te opereren. Toch lijken ze geen probleem te hebben om uitgeschakelde strijders meteen te vervangen.

Er wordt vandaag eerder ingezet op eenmalige aanslagen, minder op permanente aanwezigheid of controle over gebied.

Vandaag wordt eerder ingezet op eenmalige aanslagen, minder op permanente aanwezigheid of controle over gebied. Daardoor kunnen ook mensen uit de bovengrond met een eenvoudig pistool een aanslag plegen, bijvoorbeeld op politiemensen. Die werden vroeger misschien nog ontzien, omdat ze ook Kasjmiri’s zijn, maar worden vandaag eerder als collaborateurs aangemerkt.

Opmerkelijk: vlak na 5 augustus 2019 moesten de politiemensen hun wapens inleveren, omdat ook de Indiase overheid haar Kasjmierse politiemensen niet helemaal vertrouwde.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Verder worden met name “buitenstaanders” – immigranten uit andere Indiase deelstaten, of zelfs terugkerende Pandits – geviseerd. Dat gebeurt niet massaal, maar voldoende om duidelijk te maken dat de toestand niet genormaliseerd is, zoals de Indiase overheid graag beweert. Die nieuwe aanpak resulteert ook in de terugkeer van de gewapende strijd in de hoofdstad Srinagar.

Er is altijd betrokkenheid geweest van buitenlandse (met name Pakistaanse) strijders. Vandaag, schat een van mijn bronnen, is de verhouding wellicht 9 tegen 1: de grote meerderheid zijn lokale militanten, een kleine minderheid bestaat uit internationale strijders.

Stilte door angst

Straatprotest was in de jaren 2000 belangrijker geworden dan wapens, onder andere omdat die te vaak tegen elkaar gebruikt werden. De jongeren gebruikten stenen om de confrontatie met de ordetroepen aan te gaan. Dat is de voorbije drie jaar onmogelijk geworden. De straten van Srinagar en andere steden zijn gezuiverd van betogers, de winkels zijn open. ‘Als je vandaag naar Kasjmir zou gaan’, zegt een student Sanskriet die aan me kleeft tijdens een wandeling door Delhi, ‘zou je niets meer merken van de onrust en het leger. Alles is er normaal.’ In India willen heel veel mensen dat geloven, in Kasjmir zal je het niemand horen zeggen.

Iedereen die ik sprak, verwacht dat die loden stilte nog wel een tijd kan aanhouden. De BJP wil haar aanpak van Kasjmir gebruiken om in 2024 de nationale verkiezingen met een nog grotere meerderheid te winnen. En de Kasjmiri’s zijn moe van decennia verzet en repressie.

Maar stilte is geen normaliteit of aanvaarding, bezweert men mij. Het is de angst die zich in stilte uitdrukt, zegt de ene. Het is de ongenadige repressie die verzet op dit moment onmogelijk maakt, zegt een ander. Er komt een dag dat de woede losbarst. ‘Dat kan morgen zijn of over vijf jaar, maar de dag komt.’

Er komt een dag dat de woede losbarst. ‘Dat kan morgen zijn of over vijf jaar, maar de dag komt.’

Zo nu en dan wordt de stilte trouwens doorbroken. ‘Wij hebben ons leven gegeven. Wij hebben ons bezit gegeven. Wij hebben alles gegeven voor vrijheid. Waarom zouden we ons nu laten stoppen?’, parafraseert iemand een veelgebruikte slogan in Kasjmir.

Ondanks de voortdurende repressie, verschijnen er kranten en draaien lokale websites. En op Youtube, een van de geliefde plekken voor Kasjmiri’s nu het internet weer werkt, vind ik een korte reportage over een Kasjmierse folkband, Gaekhir Republic (letterlijk de Republiek van Wrijving).

Frontman Suhail Ahmad zegt: ‘Ik zing om mijn woede uit te drukken en om stem te geven aan de collectieve woede. Dat lost de problemen niet op, maar het loutere feit dat wij ons uitspreken, is reden om hoopvol te blijven voor de toekomst. Onze songs gaan vooral over pijn, verdriet en verlies. Dat spreekt bijna vanzelf in Kasjmir.’ De artistieke ruimte, bevestigt een van de Kashmiri’s die ik spreek, biedt nog het meeste ruimte voor eigen meningen.

Vrouwen spelen een grotere rol in het verzet dan zichtbaar wordt in media, waar ze meestal enkel getoond worden als wenende moeders, echtgenotes of dochters. Tegelijk klopt het wel dat de eerder conservatieve cultuur van Kasjmir in de weg staat van echte leidersrollen voor vrouwen, al zijn er uitzonderingen.

“Speciale militaire operaties”

Het Indiase leger blijft massaal aanwezig in Kasjmir. Volgens mijn bronnen worden er elke week gemiddeld wel zo’n twee of drie “speciale militaire operaties” gehouden. Daarbij zijn huizen van burgers vaak doelwit, of ze worden in elk geval niet gespaard. Eind maart kondigde de militaire overheid in Kasjmir ook nog eens aan dat de huizen en eigendommen van iedereen die onderdak biedt aan gewapende militanten aangeslagen zullen worden. Iedereen weet er dat zo’n beschuldiging nooit hard gemaakt moet worden.

De geopolitiek van de regio blijft bepalend voor de toekomst van Kasjmir. Enerzijds is er steun voor de voorzichtige gesprekken die India en Pakistan voeren, anderzijds is er teleurstelling omdat Pakistan niet duidelijker en harder tussenkomt om de roep om vrijheid in de vallei te steunen.

Iemand zegt: ‘We voelen ons gebruikt door Pakistan, niet geholpen.’ Iemand anders: ‘India en Pakistan praten met elkaar, maar intussen zijn het Kasjmiri’s die lijden en sterven, en niet gehoord worden.’

‘India en Pakistan praten met elkaar, maar intussen zijn het Kasjmiri’s die lijden en sterven, en niet gehoord worden.’

In 2020 escaleerde het grensgeschil tussen India en China in de regio Ladakh (historisch deel van het vroegere Jammu & Kasjmir) tot een gewapend treffen waarbij over en weer soldaten sneuvelden. ‘In de vallei werd stiekem gesympathiseerd met China’, zegt iemand. Zo diep zit de weerzin tegen India. Een andere: ‘Een bruuske verandering in de geopolitiek kan de woede in Kasjmir doen ontploffen.’

Dat de film The Kashmir Files een eenzijdige propagandafilm is, kan de mensen die ik sprak niet veel maken. Wat sommigen wel beangstigt, is het volgehouden negatieve beeld van elke moslim die erin voorkomt.

‘Dat is gevaarlijk’, zegt iemand, ‘in een land waar islamofobie de officiële ideologie geworden is. De film en de goedkeuring die hij krijgt van de hoogste gezagsdragers kan overal in India tot geweld tegen moslims leiden.’ Tegelijk kent iedereen wel pandits die de film ook bekritiseren en bevestigen dat moslim- en hindoeburen ook vaak voor elkaar gezorgd hebben in die brutale jaren 1990. De vrees voor een politiek van demografische verandering wordt door het debat over The Kashmir Files alleszins aangevuurd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur