QU Dongyu (FAO)
Wereldvoedseldag 2026
“‘‘Met innovatie kunnen we voedselzekerheid voor iedereen mogelijk maken’’

© FAO | Ontwerp: MO*

© FAO | Ontwerp: MO*
Honger is geen onvermijdelijk gegeven. Vandaag beschikken we over de kennis, technologie en middelen om voedselzekerheid voor iedereen mogelijk te maken. Toch hadden in 2025 nog altijd 645 miljoen mensen te maken met honger en kon ongeveer één op de drie mensen wereldwijd zich geen gezond dieet veroorloven. Dat schrijft FAO-topman QU Dongyu naar aanleiding van Wereldvoedseldag.
Terwijl wetenschappelijke vooruitgang en nieuwe technologieën economieën en samenlevingen ingrijpend veranderen, blijven innovaties die mensen helpen om beter voedsel te produceren, toegang te krijgen tot gezonde voeding, hun inkomen te verbeteren en zich aan te passen aan nieuwe uitdagingen, vaak buiten bereik.
Het probleem is niet een gebrek aan innovatie. Het probleem is dat veel bewezen oplossingen de mensen voor wie ze bedoeld zijn niet bereiken. De uitdaging bestaat erin succesvolle innovaties om te zetten in betaalbare, lokaal aangepaste en investeerbare oplossingen die landbouwers en voedselbedrijven daadwerkelijk kunnen gebruiken, onderhouden en verder uitbouwen.
Dat idee staat centraal in het thema van Wereldvoedseldag dit jaar: “Innoveer vandaag, Voed morgen.” Om onze voedselsystemen toekomstbestendig te maken, moeten we inzetten op wat FAO de Vier Verbeteringen noemt: betere productie, betere voeding, een beter milieu en een beter leven voor iedereen, zonder iemand achter te laten.
Innovatie kan heel tastbare voordelen opleveren. Digitale adviesdiensten geven landbouwers toegang tot weersvoorspellingen, marktinformatie en begeleiding op maat, zodat zij beter onderbouwde keuzes kunnen maken bij het zaaien, produceren en verkopen van hun producten.
Systemen voor vroegtijdige waarschuwing en monitoring van dierziekten maken het mogelijk om bedreigingen sneller op te sporen, waardoor veehouders en veterinaire diensten kostbare tijd winnen om uitbraken te voorkomen.
Wanneer traditionele expertise wordt gecombineerd met moderne wetenschap en technologie, ontstaan vaak de meest duurzame oplossingen voor de uitdagingen van vandaag.
Ook nieuwe technologieën op het landbouwbedrijf maken een verschil. Sensoren die bodemvocht en nutriënten meten en precisie-irrigatie helpen landbouwers om efficiënter om te gaan met water en andere productiemiddelen. Satellietbeelden en geospatiale technologieën stellen landen in staat veranderingen in bossen en landgebruik beter op te volgen.
Tegelijk helpen betere marktgegevens en waarschuwingssystemen overheden om tekorten, prijsschommelingen en verstoringen in de handel sneller te herkennen en daar tijdig op te reageren.
We mogen daarbij niet vergeten dat innovatie niet uitsluitend uit laboratoria of technologiebedrijven komt. Generaties van landbouwers, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen hebben kennis opgebouwd over zaden, waterbeheer, bodembehoud en biodiversiteit. Die kennis vormt nog steeds een belangrijke bron van innovatie.
Wanneer traditionele expertise wordt gecombineerd met moderne wetenschap en technologie, ontstaan vaak de meest duurzame oplossingen voor de uitdagingen van vandaag.
Toch blijven veel bewezen innovaties ontoegankelijk, onbetaalbaar of onvoldoende afgestemd op lokale omstandigheden. Voor miljoenen kleinschalige landbouwers, en vooral voor vrouwen en jongeren, blijven beperkte toegang tot financiering, technologie, infrastructuur, informatie, markten en connectiviteit een belangrijke hindernis. Daardoor slagen te weinig goede ideeën erin om echt op grote schaal impact te hebben.
Om die kloof te dichten zijn sterkere verbindingen nodig tussen wetenschap, innovatie en praktijk. Dat vraagt samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, bedrijven, producentenorganisaties en lokale gemeenschappen.
Ook FAO investeert in nieuwe manieren om kennis en innovatie beter te verspreiden, onder meer via digitale platforms, voorlichtingsdiensten, coöperaties en andere modellen die de toegang tot innovatieve oplossingen kunnen vergroten.
Wanneer gebruikers vanaf het begin betrokken worden bij de ontwikkeling van nieuwe oplossingen, sluiten die beter aan bij lokale behoeften. Daardoor zijn ze niet alleen technisch haalbaar, maar ook economisch leefbaar en hebben ze meer kans om duurzaam ingeburgerd te raken.
Investeren in landbouwonderzoek behoort wereldwijd tot de meest rendabele investeringen voor plattelandsontwikkeling. Maar onderzoek alleen volstaat niet. Er zijn ook infrastructuur, vaardigheden, instellingen en partnerschappen nodig om succesvolle innovaties op grote schaal ingang te laten vinden. Dat is essentieel om de ecologische voetafdruk van voedselsystemen te verkleinen. Vandaag zijn die systemen verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en meer dan 70 procent van het wereldwijde zoetwatergebruik. Tegelijk zijn innovatieve oplossingen onmisbaar om landbouwers te helpen omgaan met steeds extremere klimaatomstandigheden.
Innovaties moeten aansluiten bij de lokale realiteit, ondersteund worden door doordacht beleid en kunnen rekenen op langetermijninvesteringen. Overheden kunnen daarvoor de juiste randvoorwaarden creëren door te investeren in onderzoek, infrastructuur en landbouwvoorlichting.
Bedrijven kunnen vernieuwende ideeën omzetten in toegankelijke producten en diensten. Producenten en lokale gemeenschappen brengen op hun beurt de kennis aan die nodig is om deze oplossingen in de praktijk succesvol te maken.
Innovatie leidt pas tot echte verandering wanneer ze wordt vertaald in projecten die financierbaar, uitvoerbaar en schaalbaar zijn.
Deze uitdaging beperkt zich niet tot ontwikkelingslanden. Ook geïndustrialiseerde economieën hebben er alle belang bij om te investeren in innovatie. Betere data en analysetools kunnen helpen om verstoringen in mondiale aanvoerketens en nieuwe risico's op voedselmarkten sneller te detecteren.
Innovatie versterkt de weerbaarheid van voedselketens, ondersteunt de concurrentiekracht van bedrijven en helpt consumenten te beschermen wanneer gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld gevolgen hebben voor prijzen en beschikbaarheid.
Innovatie leidt echter pas tot echte verandering wanneer ze wordt vertaald in projecten die financierbaar, uitvoerbaar en schaalbaar zijn. Daarvoor moeten wetenschap en technologie worden gekoppeld aan degelijk projectontwerp, haalbare bedrijfsmodellen, instrumenten voor risicodeling en voldoende publieke en private investeringen. Alleen zo kunnen veelbelovende ideeën doorgroeien van kleinschalige proefprojecten naar oplossingen met een meetbare economische, sociale en ecologische impact.
Elke oogst bouwt voort op wat eerdere generaties hebben opgebouwd. Elke doorbraak steunt op bestaande kennis, oud én nieuw. Wanneer innovatie de mensen en gemeenschappen bereikt die haar het meest nodig hebben, kunnen we ervoor zorgen dat de oogst van morgen daadwerkelijk bijdraagt aan een beter gevoede en duurzamere toekomst.
QU Dongyu is Directeur-Generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

