Eva Smets (Oxfam)
“‘‘Onze regering laat de grootste vermogens telkens buiten schot’’


De vertraging voor de federale begroting legt een duidelijke politieke keuze bloot. Terwijl de regering-De Wever miljarden zoekt om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, weigert ze nog steeds om de grootste vermogens een eerlijke bijdrage te laten leveren. De rekening wordt opnieuw doorgeschoven naar de middenklasse, werknemers, gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en mensen die het vandaag al moeilijk hebben. Dat is geen economische noodzaak, maar een politieke keuze, schrijft Eva Smets, directeur van Oxfam België.
Wie de begrotingsvoorstellen bekijkt, ziet een bekend patroon. Btw-verhogingen hadden vooral gezinnen getroffen die een groot deel van hun inkomen moeten besteden aan basisbehoeften. Goed dat dit nu voorlopig van tafel is, maar ondertussen is er het voorstel rond de bevriezing van het vakantiegeld voor gepensioneerden. Dit is een zoveelste besparing op de pensioenen. Het vakantiegeld klinkt misschien als een "extraatje", maar dat is het natuurlijk niet. Het is broodnodig voor diegenen wiens pensioen al laag is.
Tegelijk zetten besparingen en nieuwe drempels in de gezondheidszorg, zoals het verhoogde remgeld, extra druk op onze sociale zekerheid en kwetsbare mensen. Opnieuw wordt van gewone burgers gevraagd om meer in te leveren, terwijl de grootste vermogens grotendeels buiten beeld blijven.
Dat is een ideologische keuze, want alternatieven bestaan wel degelijk. Een belasting op grote vermogens kan volgens verschillende berekeningen jaarlijks 2 tot 12 miljard euro opleveren.
Dat zeggen wij als Oxfam niet alleen: van Belgische academici tot economen en het Planbureau. Afhankelijk van de gekozen vorm gaat het om bedragen die een aanzienlijk deel van de begrotingsinspanningen kunnen dekken. Toch weigert de regering deze piste ernstig te onderzoeken.
Waarom moet een verpleger proportioneel meer bijdragen dan wie enorme vermogens bezit?
Nochtans gaat het allerminst om een radicale eis. Hongarije voert vanaf volgend jaar een vermogensbelasting in. Net zoals Spanje en Noorwegen al deden.
Het gaat om een eenvoudige vraag naar fiscale rechtvaardigheid dat een fundament van onze samenleving zou moeten zijn: waarom moet een verpleger proportioneel meer bijdragen dan wie enorme vermogens bezit? Waarom blijft de belastingdruk zo zwaar rusten op werk, terwijl grote fortuinen vaak genieten van gunstige fiscale regimes? Waarom gelden er andere regels voor de breedste schouders?
De gevolgen van die keuze zijn zichtbaar. Sinds het begin van de legislatuur stapelen maatregelen zich op die de koopkracht aantasten en de sociale bescherming verzwakken. Werkzoekenden verliezen sneller hun rechten. Mensen met onvolledige loopbanen worden zwaarder gesanctioneerd.
Nog nooit waren er in België zoveel mensen met een leefloon, het laatste vangnet tegen armoede. Tegelijk wordt de automatische bescherming van lonen en pensioenen tegen stijgende levensduurte verder ingeperkt.
Bovendien laat de regering kansen liggen om inkomsten te genereren door bestaande achterpoortjes aan te pakken. Het zou inderdaad goed zijn om constructies zoals managementvennootschappen aan te pakken. Maar in plaats van deze lekken te dichten, kiest men ervoor om verder te besparen op publieke diensten.
Een duurzame begroting begint bij een eerlijke verdeling van de inspanningen.
Dat is des te moeilijker te verantwoorden in een land waar de rijkdom sterk geconcentreerd is. Terwijl een kleine groep zeer vermogende Belgen een aanzienlijk deel van het nationale vermogen bezit, dragen de rijksten relatief vaak minder bij dan mensen die uitsluitend afhankelijk zijn van hun loon.
Een duurzame begroting begint nochtans niet bij besparingen op zorg, sociale bescherming of internationale solidariteit. Ze begint bij een eerlijke verdeling van de inspanningen.
Sterke publieke diensten, een robuuste sociale zekerheid en kwalitatieve gezondheidszorg zijn geen kostenposten die moeten worden afgebouwd, maar investeringen die ongelijkheid verminderen en sociale cohesie versterken.
De vraag is daarom niet of er middelen gevonden kunnen worden. De vraag is wie de rekening betaalt. Zolang de grootste vermogens systematisch buiten schot blijven, dreigt de regering een beleid voort te zetten dat de ongelijkheid verdiept, de middenklasse onder druk zet en komt het volgend jaar voor eenzelfde impasse te staan.
Een begroting is uiteindelijk meer dan een optelsom van cijfers. Ze is een spiegel van politieke keuzes en maatschappelijke prioriteiten. De begroting 2027 maakt duidelijk aan welke kant deze regering staat.
Eva Smets is directeur van Oxfam België.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


