Dossier: 

Panama Papers zijn de ontmaskering van een leugenachtig politiek systeem in crisis

De kleren van de keizer. Aan dat sprookjesverhaal doen de onthullingen over een wereldwijd offshore-web via Panama denken. De 1 procent staat poedelnaakt op de voorpagina’s van kranten en nieuwssites wereldwijd. ‘De journalisten doen hun werk, maar de politiek niet. Er zal ook nu wel weer niks van komen.’ Die vrees is helaas zeer terecht.

  • Public domain (CC0) Het gebrek aan transparantie in belastingparadijzen is medeverantwoordelijk voor de voortdurende instabiliteit van het financiële systeem. Public domain (CC0)
  • Seabamirum (CC by 2.0) Onthullingen als de Panama Papers tonen immers dat er vaak weinig bekend is over de personen die zich achter complexe bedrijfsstructuren verbergen. Onderzoek in die richting is erg ingewikkeld, wat maakt dat witwassen van illegaal, crimineel of ander geld een courante praktijk blijft. Seabamirum (CC by 2.0)
  • Public domain (CC0) Het probleem is dat die politieke families met de meeste stemmen en dus politieke macht, échte veranderingen vaak in de weg staan. Public domain (CC0)
  • Public domain (CC0) De opmars van zogenaamde hedge funds en private equity funds die vaak gevestigd waren in offshorecentra, speelde ook een grote rol bij de groei van financiële piratencentra en de instabiliteit van het wereldwijde financiële systeem. Public domain (CC0)

Belastingparadijzen. Afgelopen weekend stond het thema officieel op de agenda van de Europese ministers van Financiën in Amsterdam, financieel hart van een land dat EU voorzitter is en zélf een de facto belastingparadijs. Al mag Nederland officieel niet zo genoemd worden, vond Staatssecretaris Wiebes na de publicatie van LuxLeaks en een rapport van de Algemene Rekenkamer. Dat laatste rapport stelde dat Nederland een zeer vriendelijk fiscaal klimaat heeft voor multinatinale ondernemingen en dat de ‘fiscale regelgeving vergelijkbaar is met landen als het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Luxemburg’. Maar Wiebes noemde Nederland “een doorvoerland in geldstromen” en een handelsland: ‘Maar dat maakt Nederland absoluut nog geen belastingparadijs.’

Wiebes gaf wel toe dat internationale ondernemingen slim zijn in het verzinnen van constructies om geen belasting te betalen. Maar de staatssecretaris wil dat oplossen door goede samenwerking tussen landen en het beter op elkaar afstemmen van Europese wetgeving. We zijn dus razend benieuwd met het mega-reuze-plan-van-aanpak tegen belastingontwijking dat de Nederlandse regering morgen zal lanceren. Of, misschien wat eenvoudiger, dat de lidstaten volop zullen meewerken aan een pakket (gebrekkige) voorstellen dat de Europese Commissie lanceerde om belastingontwijking tegen te gaan.

Onder Nederlandse leiding hebben de EU-landen de voorstellen voor het bestrijden van belastingontwijking door multinationals van de scherpe kantjes ontdaan.

Hoewel, misschien moeten we de verwachtingen temperen. Want meldde de krant Trouw (een lid van het ICIJ) uitgerekend Nederland staat op de rem bij aanpak van multinationals: ‘De Europese Commissie kwam eind januari met voorstellen voor het bestrijden van belastingontwijking door multinationals. Onder Nederlandse leiding hebben de EU-landen die echter van de scherpe kantjes ontdaan. Dit blijkt uit conceptteksten voor de Europese richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking. Als tijdelijk EU-voorzitter legt Nederland deze teksten voor aan een werkgroep van ambtenaren uit de lidstaten, die de politieke besluitvorming voorbereidt. (…)’

‘Belangrijk resultaat voor Nederland is verzachting van de zogeheten switch-over-clausule. Volgens deze clausule moeten Europese multinationals hier belasting betalen als dochterbedrijven buiten de EU een lage winstbelasting krijgen opgelegd. Nederlandse belastingadviseurs hebben gewaarschuwd dat deze maatregel de bijl zet aan de wortel van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling. Die houdt in dat een eenmaal belaste winst niet nog eens wordt belast.’

Concreet: de winst uit gewone bedrijfsactiviteiten, zoals productie en verkoop, zal niet langer onder de bepaling vallen. ‘Bovendien hoeft een multinational in Europa geen belasting te betalen als het Europese vestigingsland een belastingverdrag heeft met het land dat een lage winstbelasting kent. Dit laatste pakt extra gunstig uit voor Nederland, met zijn uitgebreide netwerk van internationale belastingverdragen’, aldus Trouw. En Nederland hoopt hierover dus - onder heren in de sociëteit - tijdens de informele bijeenkomst van de Europese ministers van financiën overeenstemming over te bereiken.

Dus bedrijven zijn slim, aldus Wiebes, en wij Europese ministers helpen ze een klein handje. Multinationals doen niks verkeerd, beste belastingbetalende burger, het is allemaal legaal. Nogal Wiedes.

Sense of urgency

Positief is het dat de EU tegen de zomer een Europese zwarte lijst van belastingparadijzen wil opstellen.

De Ecofin meeting was een belangrijk Europees politiek ijkpunt, omdat voor het eerst sinds de Panama Papers, de bevoegde ministers samenkomen. Het resultaat is lauwarm. Een echte “Sense of urgency” spreekt er niet uit. Maar dat is een kwestie van perceptie, na jarenlang van politieke inertie lijkt elke concrete maategel al een doorbraak. Positief is het dat de EU tegen de zomer een Europese zwarte lijst van belastingparadijzen wil opstellen. Daarvoor voerden vele organisaties al jaren campagne. Ook wil men een project opstarten om automatisch de gegevens uit te wisselen van de “beneficial owners” (de echte, uiteindelijke eigenaren) van vennootschappen en andere zakelijke constructies. Onthullingen als de Panama Papers tonen immers dat er vaak weinig bekend is over de personen die zich achter complexe bedrijfsstructuren verbergen. De facto internationaal, grensoverschrijdend onderzoek naar deze mensen, die uiteindelijk financieel voordeel hebben bij die constructies wordt daardoor erg ingewikkeld, zo niet onmogelijk. Het maakt dat witwassen van illegaal, crimineel of ander geld een courante praktijk blijft. De Europese Commissie beloofde met een herziening van de anti-witwas wetgeving te komen.

Seabamirum (CC by 2.0)

Onthullingen als de Panama Papers tonen immers dat er vaak weinig bekend is over de personen die zich achter complexe bedrijfsstructuren verbergen. Onderzoek in die richting is erg ingewikkeld, wat maakt dat witwassen van illegaal, crimineel of ander geld een courante praktijk blijft.

De Groenen bepleiten al langer dat er een publiek register komt van deze uiteindelijke eigenaren. Op 11 maart 2014, werden wetgevende voorstellen ter bestrijding van witwassen van mijn Groene collega Judith Sargentini, in het Europees parlement goedgekeurd. Heel concreet ging het om maatregelen die bedrijven tot meer transparantie verplichten door de echte eigenaars van bedrijven in een register op te nemen. Het is te hopen dat de Europese Commissie en nationale ministers hier nog eens naar kijken in plaats van louter een proefproject te beginnen.

Ook de strijd rond transparantie tussen landen is nog niet gestreden. Overheden moeten bedrijven verplichten tot publieke rapportage per land. ‘Deze zogeheten country-by-country rapportage zou het mogelijk maken om te beoordelen waar bedrijven (reële economische) activiteiten hebben, hoeveel winst zij in verschillende landen genereren en waar zij belasting betalen. Deze rapportage moet ook inzicht gaan geven in transacties die binnen de bedrijfsgroep – dus tussen groepsentiteiten − plaatsvindt omdat hier de grootste ontwijking valt waar te nemen.’ Ook hier over bereikten overheden dit weekend geen akkoord.

Fact free politics

‘Ik heb het volste vertrouwen in mensen. Op voorwaarde dat je hun de waarheid vertelt kunnen ze elke nationale crisis aan. Het is zaak hun de feiten te bezorgen.’ Was getekend: de Amerikaanse president Abraham Lincoln.

De terecht gesignaleerde kritiek aan “dé politiek” is dat men de feiten juist probeert te verdoezelen en dat men steeds minder aan waarheidsvinding is gaan doen. Met als pervers neveneffect dat mensen steeds minder vertrouwen in dé politiek hebben en dat vele van die misnoegde en ronduit boze burgers achter euro-sceptische, populistische, extreemrechtse of ronduit neo-fasctistische politici gaan aanlopen, die zelf ook uitblinken in “fact free-politics”.

Vaak gaat het ook om politici die een neoliberaal beleid voorstaan, dat eigenlijk ingaat tegen de belangen van gewone burgers.

Vaak gaat het ook om politici die een neoliberaal beleid voorstaan, die eigenlijk ingaan tegen de belangen van gewone burgers. Zie Donald Trump, zie de Tea Party, zie de Conservatieven van Cameron en UKIP in Engeland, zie de N-VA bij ons.

De politieke wereld draagt een verpletterende verantwoordelijkheid. Maar net als dé Vlamingen of dé moslims niet bestaan, bestaan ook dé politici niet. En hoewel ook ik met steeds meer critici vaststel dat het de laatste jaren steeds harder begon te stinken in het politieke hart van de Europese Unie, en vind dat je dat als pro-Europeaan ook moet durven zeggen, niet recht praten wat krom is, vind ik ook dat die critici ook eerlijk moeten zijn en kijken naar die politici of politieke bewegingen die vechten voor transformatie. Die politici die samen met journalisten, academici, ethische banken, de civiele maatschappij en burgers wél proberen om zaken fundamenteel in een andere richting te duwen. Want ze zijn er, zij het in de minderheid.

Dit gezegd zijnde, zelfs al komt er voldoende externe druk en publieke verontwaardiging, het zal moeilijk zijn om voor de volgende Europese verkiezingen recht te trekken wat de afgelopen dertig is scheefgegroeid onder neoliberale rukwinden.

Bij LuxLeaks werd de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie ronduit tegengewerkt door de drie grote traditionele politieke families.

Maar het rechttrekken moet en zal beginnen met het vergroten van (politieke) transparantie en het afleggen van verantwoording. In het Europees parlement kreeg de groene fractie voor elkaar wat ze ook al deed na LuxLeaks: het opstarten van een parlementaire onderzoekscommissie. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar ze thuishoren en oplossingen te formuleren. En zo te voorkomen dat de keizers van deze wereld zich weer gaan verhullen in hun belastingparadijzen. Bij LuxLeaks werd dat ronduit tegengewerkt door de drie grote traditionele politieke families.

Na forse druk van buitenaf gingen ze schoorvoetend akkoord met een speciale commissie (TAXE) die minder bevoegdheden heeft waardoor we nog steeds wachten op allerhande rapporten en notulen. Die informatie zou wellicht teveel een licht kunnen werpen op hoe die traditionele politieke families in Europese lidstaten al lange tijd het ontduiken van belastingen via offshoreconstructies of excess profit rulings mee mogelijk maakten.

Het probleem is dat die politieke families met de meeste stemmen en dus politieke macht, échte veranderingen vaak in de weg staan. Waarom, moet u maar aan hen vragen. Maar de lobby power van de financiële-sector is één van de krachtigste in politieke hoofdsteden, en zeker ook Brussel.

Public domain (CC0)

Het probleem is dat de politieke families met de meeste stemmen en dus politieke macht, échte veranderingen vaak in de weg staan.

In mijn essay over de financieel-economische crisis “De onzichtbare hand die ons wurgt” staat niet voort niets een heel hoofdstuk gewijd aan deze lobby. Het is onder andere deze lobby die er – eenvoudig gezegd – in slaagde om belastingontduiking legaal te maken. Journalist Joris Luyendijk beschreef onlangs terecht in De Standaard (“Valsspelen binnen de lijntjes”) dat “amoraliteit” (‘wat wij in de financiële sector doen, is legaal’) en “aandeelhouderswaarde” (“maximale winst is enige doelstelling die wij kunnen nastreven”) de pijlers zijn waarop dit a-sociale gedrag rust. A-sociaal in de zin dat massale belastingontduiking door de keizers van de planeet uiteindelijk de ongelijkheid doet toenemen en het functioneren van stabiele samenlevingen ondermijnt.

Denk in Amerika en Groot-Brittannië aan campagnefinanciering - feitelijk een deftig woord voor corruptie.

Luyendijk sprak van “een universum waarin belastingontduiking op industriële schaal” wordt uitgevoerd: ‘Insiders pleiten zichzelf vrij van iedere morele verantwoordelijkheid en althans in mijn interviews wuifde men het belangrijkste tegenargument weg: hoe kun je je verschuilen achter de wet als jouw lobby die wet mede heeft opgesteld? Denk in Amerika en Groot-Brittannië aan campagnefinanciering - feitelijk een deftig woord voor corruptie. Denk ook aan lucratieve tweede carrières voor politici die binnen de lijntjes van de financiële sector blijven. En denk aan de uitstekend toegeruste lobby in Washington, Londen, Brussel en andere centra voor toezicht. En de lobbyisten zullen je ook vertellen: wat ik doe is legaal, dus ik moet wel onschuldig zijn.’

De cirkel is rond, of beter de neerwaartse spiraal.

Offshore industrie

Want zonder ook maar een millimeter afbreuk te doen aan het belang van de Panama Papers, is er wel één aspect dat wat vreemd is aan dit mondiale schandaal: de initiële verbazing over omvang van de wereldwijde ‘financiële dienstverlening’ die belastingparadijzen aan de keizers van de wereld bieden.

De Panama papers zijn uiteraard cruciaal omdat ze een kat een kat noemen. De eerste koppen zijn intussen gerold. Maar dat er miljarden en nog eens duizenden miljarden omgingen via constructies in belastingpaardijzen en dat die constructies op allerlei manieren grote schade aanrichten, dat was al jaren bekend. Dat werd door elites allerhande echter steeds half weggewuifd als een normaal aspect van globalisering, “fiscale optimalisatie van slimme bedrijven” en “aandeelhouderswaarde voor de beleggers”. Iedereen weet nu waarom. Het kwam de Camerons en andere leiders die bijna alleen nog voortkomen uit elites die – dixit wijlen Tony Judt – niet meer willen weten dat aan elitaire privileges ook plichten en verantwoordelijkheden vasthangen.

Tien jaar geleden bijvoorbeeld werd in ons eigen Belgische parlement de omvang van de offshore-industrie duidelijk. Niet dat er sindsdien voldoende gebeurde tegen dit fiscale terrorisme. In mijn publicatie “De onzichtbare hand die ons wurgt” citeerde ik al enkele uitspraken uit die parlementaire hoorzitting van 8 juni 2006 met de titel “De rol van de belastingparadijzen in een geglobaliseerde economie”.

‘De helft van alle financiële transacties vindt plaats in offshorecentracentra.’

Bruno Gurtner - econoom bij de Swiss Coalition, een koepelorganisatie van hulporganisaties in Zwitserland - zei toen bijvoorbeeld: ‘Nog geen twintig jaar geleden waren er een twaalftal offshorecentra, vandaag bijna tachtig. In die centra zijn 3 miljoen ondernemingen gevestigd en elk jaar komen er zo’n 150.000 bij. Dat aantal stijgt voortdurend, en het gaat om ondernemingen uit de hele wereld. We hebben dus te maken met een uitermate geglobaliseerde activiteitensector. De helft van alle financiële transacties vindt plaats in die centra, en dat verklaart waarom ze zo belangrijk zijn voor de wereldeconomie. Ruim 60 procent van de wereldhandel verloopt intern tussen diverse componenten van transnationale ondernemingen, en daarvan is geen expliciet spoor terug te vinden in de officiële statistieken. Het door de offshorecentra beheerde kapitaal heeft een waarde van elfduizend miljard dollar.’

Dat is bijna drie keer de totale staatsschuld van Europa. Stel u eens voor hoe de wereld er uit zou gezien hebben als we van dat bedrag hadden geïnvesteerd in onderwijs? En nog een tiende in onderzoek en ontwikkeling van duurzame energie? In publieke infrastructuur en openbaar vervoer?

Piratencentra

Maar nee, de financiële spitstechnologie gold sinds de jaren tachtig als hét summum van een moderne (neoliberale) economie. Wat men pas met de wereldwijde financiële crash van 2008 ontdekte is dat belastingparadijzen niet alleen witwasserij, witte boord criminelen, de georganiseerde misdaad en McJihad goed van pas kwamen, maar ook het financiële stelsel en de economie net ondermijnden.

De opmars van zogenaamde hedge funds en private equity funds bijvoorbeeld – die in de meeste landen amper onderhevig waren aan controle en vaak gevestigd waren in offshorecentra – speelde ook een grote rol bij de groei van financiële piratencentra en de instabiliteit van het wereldwijde financiële systeem. Steeds meer investeerders gingen via dit soort van fondsen op het scherpst van de snee meespelen in het mondiale casino, zonder zelf goed de (maatschappelijke) risico’s in te schatten. Ze ondermijnden zo mee het financiële systeem.

Net als grote systeembanken kochten ook zij veelvuldig risicovolle hypotheekleningen op. Ze verkochten ze vaak ook herverpakt in allerlei derivaten door aan andere investeerders, zonder dat er ook maar enige transparantie was over wie wat aan wie verkocht. Deze investeringsvehikels zijn om nog andere redenen een directe bedreiging voor de reële economie, omdat ze louter gericht zijn op kortetermijnwinst en totaal geen oog hebben voor langetermijndoelstellingen zoals productiviteit of innovatie door echte bedrijven.

De opmars van zogenaamde hedge funds en private equity funds die vaak gevestigd waren in offshorecentra, speelde ook een grote rol bij de groei van financiële piratencentra en de instabiliteit van het wereldwijde financiële systeem.

Het gebrek aan transparantie in belastingparadijzen is medeverantwoordelijk voor de voortdurende instabiliteit van het financiële systeem.

Instabiliteit en gebrek aan transparantie, het zijn de twee kanten van dezelfde medaille. Het gebrek aan transparantie in belastingparadijzen is medeverantwoordelijk voor de voortdurende instabiliteit van het financiële systeem. Ten eerste stimuleert het de banken om hun buitensporige risico’s in deze geheime rechtsgebieden te verbergen. Als deze risico’s echter werkelijkheid worden, vormen de verliezen soms een bedreiging voor het voortbestaan van deze banken en dwingt dit overheden om hen met belastingeld te steunen.

De Britse bank Northern Rock is al in 2007 aan het begin van de crisis omgevallen. Zij was toen niet meer in staat de schuldenlast die was ondergebracht in dochteronderneming “Granite”, gevestigd op het pirateneiland Jersey, te herfinancieren. De Amerikaanse zakenbank Bear Stearns is op haar beurt in maart 2008 failliet gegaan nadat ze zware verliezen had geleden op haar hedge funds, gevestigd op de Kaaiman Eilanden en in Ierland.

Ten tweede versterkt de geheimhouding in de het onderlinge wantrouwen tussen de banken. Elke bank vermoedt dat de andere bank via haar offshore-activiteiten bepaalde risico’s verbergt. In tijden van crisis ontaardt dit wederzijdse wantrouwen vaak in paniek. Dit is ook in 2008 gebeurd: de Europese banken waren terughoudend om elkaar geld te lenen waardoor de Europese Centrale Bank (ECB) grootschalig leningen moest verstrekken.

Pistool tegen de kop

Een ander probleem is bekend: de bedragen die worden geparkeerd in offshorecentra kun je niet belasten of nationaliseren. Ze zijn ongrijpbaar voor overheden. Dat wilde men ons lange tijd doen geloven, maar het hing gewoon altijd samen met politieke ideologie en wil. Want na de aanslagen van 9/11 bleek men plotseling wél overal ter wereld in te kunnen grijpen in de financiële wereld en meer transparantie afdwingen, als het ging om het opsporen van “terroristische financiering”. In het boek McMaffia getuigt een topman van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad onder Clinton en Bush dat het inderdaad “een kwestie is van een pistool tegen het hoofd van pakweg belastingparadijs Liechtenstein te zetten en te dreigen de trekker over te halen’.

De trekker overhalen betekent hier heel concreet, het intrekken van de banklicentie voor de Verenigde Staten. Misdaad-auteur Misha Glenny: ‘Zonder offshorebanken zou het niet alleen voor gangsters een stuk moeilijker worden om met hun geld en hun ondernemingen te schuiven. Ook voor een bedrijf als [het failliet gegane gigantische energiebedrijf] Enron was het een stuk moeilijker geweest om te frauderen.’

Ook een “neutrale” instelling als de OESO keert zich al jarenopenlijk tegen de liberale deugd van het grote belastingontwijken via offshorecentra.

Met name de Verenigde Staten, ondanks het feit dat dat land een aanjager was van neoliberale deregulering, kon dus ook een sleutelrol spelen. Want juist daar leek tussen alle doffe ellende ook een positief politiek signaal te horen: in 2007 dienden drie Amerikaanse senatoren de “Stop Tax Havens Abuse Act” in. Want ook de Amerikaanse staat liep door de fiscale competitie en belastingparadijzen jaarlijks vele miljarden aan belastingopbrengsten mis. Geld dat de overheid goed kon gebruiken.

En surprise, een van die drie senatoren was ene Barack Obama. Die verklaarde toen: ‘Dit is een elementaire kwestie van eerlijkheid en integriteit.’ Het is een ietwat ander inzicht als je het vergelijkt met de vorige Amerikaanse president. Bush jr. zei in 2004 dat het geen zin heeft om rijke mensen te belasten, want “echt rijke mensen zoeken manieren om belastingen te ontduiken”. Ook een “neutrale” instelling als de OESO keert zich al jaren – samen met ngo’s allerhande en groene partijen – openlijk tegen de liberale deugd van het grote belastingontwijken via offshorecentra. Maar echt veel is er nog niet gebeurd.

Politieke inertie

Gepraat wordt er genoeg. Op de eerste G20-top na het uitbarsten van de financiële etterbuil in 2008 praatten wereldleiders in Groot-Brittannië over niet minder dan het redden van de wereldeconomie en een nieuwe mondiale financiële architectuur. Vele politieke leiders, met name in Europa, toonden toen graag staatsmanschap en lef. Of moeten we zeggen een groot bakkes?

Want dat leiderschap mag met een stevig korreltje zout genomen worden. Wat de grote woorden van leiders op de G20 betreft, schreef ik in 2009 – in tempore non suspecto – in mijn boekje ‘Voor een ander Europa’ dat ik ernstig twijfelde aan de politieke wil van de G20 om belastingparadijzen écht aan te pakken…

In feite toonde de EU op die G20 in 2008 ook weer eens haar lelijke januskop. Want terwijl leiders het hadden over meer ethiek, eerlijkheid en transparantie, over regulering van de financiële sector en het aan banden leggen van belastingparadijzen, werden op dat zelfde moment allerlei akkoorden met ontwikkelingslanden ‘onderhandeld’. Onder meer met belastingparadijzen.

De nieuwe vrijhandelsakkkoorden (FTA’s) die de EU wil afsluiten met landen als Peru, Mexico en Columbia dragen bij aan witwassen en belastingontwijking of fiscale fraude. De auteurs van de nieuwe studie “The Impact of Financial Services in EU FTAs/AAs on Money Laundering, Tax Evasion and Elusion” brengen gedetailleerde informatie en anlyses over hoe de bestaande FTAs het voor de georganiseerde misdaad en drugscartels makkelijker maken om hun fortuinen weg te sluizen met dank aan de financiële diensten van dochterbedrijven van Europese grootbanken.

Het was en is erg verontrustend dat de Europese Unie officieel pleit voor meer toezicht op en regulering van de eigen financiële sector, maar in ontwikkelings- of derde landen juist op de oude manier doorgaat. De EU was op het moment van de G20-top immers ook volop samenwerkingsakkoorden (Economic Partnership Agreements, EPA’s) aan het sluiten met alle zogenaamde ASC-ontwikkelingslanden (Afrika, Stille Zuidzee en Caribisch gebied). Dat gebeurde onder druk van de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die verbieden dat ASC-landen, veelal voormalige koloniën van Europese landen, onder iets gunstiger voorwaarden toegang krijgen tot de Europese markt dan andere WTO-landen.

Er was echter geen enkele regel die de EU verplichtte om ook de dienstensector te liberaliseren. Maar een andere WTO-regel bepaalt dan wel weer dat áls je die sector via een handelsverdrag liberaliseert, je dat ook substantieel moet doen. Met als gevolg dat de EU zware druk kon uitoefenen om ook de financiële sector te liberaliseren.

Amper een week voor de G20-top werd bijvoorbeeld het eerste EPA beklonken met Cariforum, een organisatie van Caribische landen. In die EPA’s wordt voorzien dat de landen alle financiële diensten volledig moeten liberaliseren, inclusief derivatenhandel. De helft van die Cariforum-landen zijn officieel erkend als belastingparadijzen. Dat betekent dat er dus alweer volop achterpoortjes werden gemaakt voor de handel in allerlei rommelkredieten en zwart geld, zonder enig toezicht. Gezien de impact van de financieel-economische crisis die op dat moment ravages aanrichtte, was dat onverantwoord en onbegrijpelijk.

Waarom zouden al die mensen ingewikkelde constructies oprichten als ze zo eerlijk hun belastingen zouden betalen?

Gastheer van de G20, de toenmalige – socialistische – Britse premier Gordon Brown, pleitte ook voor een aanpak van belastingparadijzen, iets wat hij als minister van Financiën onder Tony Blair zelf altijd geweigerd had. En toen hij het plots wél wilde, meldde The Sunday Times vlak voor de G20-top dat Lord Myners, Browns minister verantwoordelijk voor het beleid inzake the City, zélf een afgeschermde trust had in belastingparadijs Jersey, om zo zijn aandelen in het “Ermitage Hedge Fund” ter waarde van 250.000 dollar af te schermen.

De officiële reactie luidde dat er netjes belasting werd betaald. Maar de vraag die uiteraard nooit beantwoord werd, is of dit de voorbeelden van transparantie zijn die politieke leiders van de G20 aan burgers dienen te geven. Zoals professor Paul de Grauwe in reactie op de Panama Papers terecht opmerkte, waarom zouden al die mensen ingewikkelde constructies oprichten als ze zo eerlijk hun belastingen zouden betalen?

Nu treedt er al eens een politicus af, of wordt de Panama-connectie glashard ontkend of geminimaliseerd. Gordon Brown deed voorafgaand aan de G20-top zelfs geen ‘mea culpaatje’, maar verdedigde in de plaats daarvan zonder met de ogen te knipperen de aanpak van belastingparadijzen.

Als politieke en andere elites écht menen dat zij het recht hebben om zo min mogelijk belasting te betalen, terwijl burgers dat wel doen, dan raakt dat uiteindelijk ook de middenklasse.

Het is een concreet voorbeeld van de echte kloof tussen politiek en samenlevingen: burgers voelen aan dat politici als het op dit soort zaken aankomt vaak toneel spelen. Maar dan geen toneel in het theater maar in de echte wereld. Het is de humus waarop onvrede, rancune en euroscepsis de laatste decennia kon floreren in Europa en elders.

Als politieke en andere elites écht menen dat zij het recht hebben om zo min mogelijk belasting te betalen, terwijl burgers dat wel doen, dan raakt dat uiteindelijk ook de middenklasse. En als dat gebeurt, dan tast dat als een kankergezwel de organen of instellingen van de democratie aan. Ooit klonk het “no taxation without representation”. Zoals MO*journalist John Vandaele schreef is het motto van de invloedrijke 1 procent vandaag “representation for no taxation”.

Migratie uit het paradijs

Het is extra wrang, zo schreef econoom Joseph Stiglitz terecht, dat de armste landen het zwaarst getroffen zouden worden door de financieel-economische crisis, terwijl zij er geen deel aan hebben gehad. Stiglitz was voorzitter van een VN-commissie die hervormingen voor ’s werelds monetair en financieel systeem voorstelde in een rapport dat in september 2009 werd gepubliceerd (“Report of the Commission of Experts of the President of the United Nations General Assembly on Reforms of the International Monetary and Financial System”), nadat Europa en andere westerse landen de pogingen van de VN om zich met de financiële crisis en hervormingen te bemoeien hadden gesaboteerd. Laat dat laatste woord even goed tot u doordringen.

Eerder stelde een voorlopig rapport dat in de derde wereld in 2008 liefst 30 tot 50 miljoen mensen extra werkloos zouden worden en 200 miljoen mensen in extreme armoede geduwd zouden worden.

Tijdens het laatste World Economic Forum in Davos lanceerde Oxfam het welhaast traditionele rapport om de politieke en bedrijfsleiders diets te maken dat hét mondiale probleem de groeiende ongelijkheid is. Het was geen thema voor hen, waarmee ze nogmaals lieten blijken geen connectie met de realiteit te hebben. De cijfers zijn nochtans verpletterend.

De voorspelling van Oxfam dat de welvaart van de rijkste 1% tegen 2016 evenveel zou bedragen als de rest van de wereldbevolking kwam al uit voor 2016 was aangebroken.

In 2010 bezaten 388 individuen evenveel geld als 3,6 miljard mensen. In 2014 was het 80 mensen versus 3,8 miljard mensen. Vorig jaar een verdere concentratie tot 62 mensen, waarna Oxfam voorspelde dat tegen 2016 dat de welvaart van de rijkste 1 % evenveel zou bedragen als de rest van de wereldbevolking. En die voorspelling kwam al uit voor 2016 was aangebroken.

Ter vergelijking: in 1996 bezat die rijke 1% evenveel als 60 % van de wereldbevolking. De ongelijkheid groeit razendsnel, iedereen weet het…en kijkt er naar. En als de zogenaamde vierde industriële revolutie via robotisering en het versmelten van digitale technologieën doorzet, dan zal ook dat vooral de rijken ten goede komen. Dat voorspelde niet Oxfam, maar wél de Zwitserse UBS Bank in een rapport van begin dit jaar tijdens Davos. De werkloosheid en daarmee ongelijkheid zal dramatisch groeien.

Het is niet alleen ongelijkheid die groeit, maar ook armoede binnen landen. Een van de oorzaken van armoede is een gebrek aan kapitaal en investeringen, wat deels verklaard kan worden door kapitaalvlucht en belastingontduiking via belastingparadijzen. Op 10 maart 2009 onthulde de ngo Global Witness dat grote Europese banken zoals BNP Paribas, HSBC, Banco Santander en Barclays volop meewerkten met het wegsluizen van geld van corrupte en niet-democratische leiders in Afrika en Centraal-Azië. Wij beschreven overigens al enkele jaren gelden via de educatieve website “De zeven hoofdzonden van banken” hoe alle grootbanken actief zijn in belastingparadijzen en welke schade en instabiliteit dat aanricht.

Parabels

Net zoals parabels de realiteit vaak beter samenvatten dan lange doorwrochte analyses, kunnen ook kunst of een treffende foto of cartoon dat doen. Een cartoonist van de Irish Times vatte het zeer goed samen. Plaatje 1: sinds mensheugenis hebben de rijken hun vermogen offshore gebracht om belasting te vermijden. Plaatje 2: Sinds mensenheugenis proberen arme mensen hun schamele bezittingen offshore te brengen om oorlogen te ontlopen. ‘Raad eens welk probleem we dag en nacht proberen op te lossen?’, vraagt de tekenaar zich af.

Het is nog krasser als je beseft dat veel migratiedruk en instabiliteit in ontwikkelingslanden soms direct en soms indirect samenhangt met kapitaalvlucht en belastingcompetitie uit die ontwikkelingslanden. Oxfam schreef al in 2000 dat ontwikkelingslanden door wat eufemistisch ‘belastingcompetitie’ heet, jaarlijks 50 miljard dollar aan inkomsten verliezen. Evenveel als de jaarlijkse financiële hulpbudgetten.

In het nieuwe Oxfam-rapport “An Economy for the 1%” is het bedrag dat ontwikkelingslanden aan essentiële inkomsten elk jaar mislopen door het wereldwijd netwerk van belastingparadijzen, flink opgetrokken: ruim 150 miljard euro.

NV-A en andere neoliberale politieke krachten zouden mogen meehelpen om dit probleem “op te kuisen”.

‘Ontwikkelingslanden kunnen die inkomsten nochtans goed gebruiken voor publieke diensten. Zoals gezondheidszorg, zoals onderwijs, en zoals de strijd tegen armoede en extreme ongelijkheid. Want belastingen zijn belangrijk: ze zorgen ervoor dat we onze kinderen naar school kunnen sturen. Dat er gezondheidszorg is wanneer we ziek zijn, en dat het openbaar vervoer ons naar het werk brengt. Eerlijke belastingen kunnen een einde maken aan extreme ongelijkheid. Ze kunnen helpen om miljoenen mensen uit de armoede te halen.’

NV-A en andere neoliberale politieke krachten zouden mogen meehelpen om dit probleem “op te kuisen”. Daarna zullen we zien hoe we de belastingdruk voor kleine bedrijven en ondernemers veel makkelijker kunnen verlagen.

Waarheid en niets dan de waarheid

Eigenlijk zou elke verkozene des volks en politicus voor hij of zij in het pluche plaatsneemt een eed moeten zweren, net als in een rechtbank: ‘Ik verklaar plechtig dat ik zelf, noch mijn directe familieleden bezittingen of vermogens heb in belastingparadijzen. Ik zal er als politicus alles aan doen om dit soort van criminaliteit te bestrijden.’

Op het breken van deze eed staat strafrechtelijke vervolging met zware boetes en gevangenisstraffen. Want we moeten af van het idee dat dit slachtoffer-loze criminaliteit is. Zoals het Consortium for Investigative Journalism (ICIJ) op zijn website laat zien bij de lancering van de Panama Papers: door belastingparadijzen vallen slachtoffers.

Misschien moeten journalisten eens wat meer beginnen spitten in hoe de democratische instellingen functioneren en wie daarin welke rol speelt?

Piketty schreef terecht dat journalisten hun werk wel doen, maar politici niet. Dat is deels waar. Maar misschien moeten journalisten eens wat meer beginnen spitten in hoe de democratische instellingen functioneren en wie daarin welke rol speelt? De Europese groene fractie legde intussen een mandaat neer om een parlementaire onderzoekcommissie op te richten naar aanleiding van de Panama Papers. De vorige LuxLeaks leidde destijds onder onze druk tot een speciale commissie, die eigenlijke een volwaardige onderzoekscommissie had moeten zijn. Maar dat was niet naar de zin van enkele andere politieke families.

Ook vroegen we om de stemming over de zogenaamde Europese “trade secrets” regelgeving van deze week uit te stellen. Deze regels zijn ongunstig voor klokkenluiders en media, en zouden het onthullen van schandalen als de Panama Papers moeilijker maken. Maar ook dat was niet naar de zin van enkele grote politieke families.

Een volwaardige onderzoekscommissie is het meest krachtige wapen dat het Europees parlement heeft en kan uitzoeken waarom de Europese instellingen in het licht van de Panama Papers niet meer hebben gedaan om de belangen van Europese burgers te beschermen. Het schandaal maakt duidelijk dat we tot nu toe aan de oppervlakte zitten te krabben als het gaat om obscure belastingontwijking en ontduiking door de vermogenden van de wereld.

Mijn collega Philippe Lamberts zei dat ‘de Panama Papers laten zien dat de bestaande Europese anti-witwas wetgeving door Europese overheden niet worden geïmplementeerd en afgedwongen. Ze hebben misschien geen dure eed gezworen, maar de wet doen naleven is wél hun taak. Dit politieke vacuüm moet worden opgevuld. Mijn Duitse groene collega Sven Giegold - die overigens ook getuigde in de parlementaire hoorzitting van 2006 - bepleitte dat het mandaat van de parlementaire LuxLeaks-commissie moet worden uitgebreid en verdiept tot een onderzoekscommissie.’ Want het werk van die LuxLeaks commissie wordt gedwarsboomd door de weigering van Europese overheden en de Europese Commissie om alle gevraagde documenten vrij te geven. Alleen via een onderzoekscommissie kunnen we die opeisen, en de Groenen deden alvast een voorstel voor een mandaat.

Wat te doen?

De vraag is eenvoudig te beantwoorden: de politiek moet zijn werk doen, wettelijk ingrijpen en de jungle eindelijk weer gaan reguleren. Na het uitbreken van de Panama Papers stelde de Europese groene fractie alvast een to-do lijst met twaalf concrete actiepunten op (waarvan er vele al van voor de Panama Papers dateren).

  1. Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker moet komen met nieuwe sluitende Europese wetgeving tegen witwassen en postbusbedrijven.
  2. Sancties (boetes en celstraffen) tegen banken die belastingontwijkings structuren faciliteren en informatie over hun klanten in belastingparadijzen (naar voorbeeld van de Amerikaanse FATCA wetgeving)
  3. Sancties tegen tussenpersonen (advocaten of consultants) die klanten helpen om belastingontwijking te organiseren.
  4. De creatie van een nationaal, publiek register van de eindbegunstigden van bedrijven, trustbedrijven of stichtingen, opdat we weten wie de echte eigenaars achter schimmige constructies zijn.
  5. Een volledige “country-by-country reporting” opdat bedrijven publiek moeten rapporteren in welke niet-EU landen multinationals actief zijn, zodat wat ze doen in landen als Panama of de Britse Maagdeneilanden niet onbelicht blijft.
  6. Europese landen zouden belastinghervormingen in hun “overzeese gebieden” moeten invoeren, waarmee ze de facto geen belastingparadijs meer zijn of sancties opleggen als ze deze weigeren in te voeren.
  7. Een Europese lijst van belastingparadijzen gebaseerd op objectieve criteria en niet politieke invullingen. Zo is Panama door de OESO of door menig Europees land niet bestempeld als belastingparadijs.
  8. Economische sancties tegen belastingparadijzen (waarvan velen sterke banden hebben met Europese lidstaten) die er sport van maken om de belastingvoet in andere Europese landen uit te hollen.
  9. Een Europese richtlijn om klokkenluiders wettelijk te beschermen, om zo het algemeen belang te verdedigen.
  10. Een Europees Openbaar Ministerie om grensoverschrijdende witteboordcriminaliteit, witwassen, belasting- en andere fraude te vervolgen.
  11. Meer middelen en menskracht voor onafhankelijke nationale belastingadministraties om onderzoeken te kunnen uitvoeren naar mensen die vernoemd worden in de Panama papers en andere uitgelekte schandalen.
  12. Een onderzoek in het Europese parlement naar het Panama Papers schandaal en de gevolgen voor de EU en de vraag waarom de Europese instellingen niet handelden om dit te voorkomen in het belang van Europese burgers.

Meer transparantie en verantwoording, dat zou al het begin zijn van een herstel van het beschadigde contract tussen burgers en hun overheden en politici. We moeten allemaal met de billen bloot.

Bart Staes is Europees Parlementslid voor Groen. Hij dankt de journalisten van MO*, Knack, De Tijd en Le Soir die in België deel uitmaken van het International Consortium of Investigative Journalists als wereldwijde tegenmacht van bestuurlijke en zakelijke elites.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift