Slachtoffer van de kidnapindustrie

Ontvoerd worden in Jemen gold tot voor een paar jaar bijna als een erestempel in reisdagboeken of op cv’s van expats. Tenminste, dat vertelde een Europese consultant die ik in mei 2010 in de hoofdstad Sanaa ontmoette. ‘Jemenitische ontvoeringen staan synoniem voor een culinaire verwennerij, qatkauwsessies in de salons en nieuwe namen in de contactenlijst van je mobiele telefoon’, vertelde hij lachend. Gijzelingen werden door lokale clans gebruikt om hun zaakjes te regelen met de centrale overheid in Sanaa. Toeristen werden geruild voor een verbeterde aansluiting op het elektriciteitsnet, een nieuwe weg, een stuk grond.

  • Brecht Goris Tine Danckaers. Brecht Goris

Slechts een paar dagen na dit gesprek werden twee Amerikanen ontvoerd, toeristen die ‘s morgens nog ontbeten in Burj Al Salaam, ons hotel in de prachtige oude stad van Jemen. Een ontvoering van dertien in een dozijn, zo vertelde een lokale journalist van de Yemen Times, één waarbij de gijzelnemers zich al bij voorbaat verontschuldigden voor het ongemak.

De kidnappers, leden van de Sharda-clan, verklaarden hun daad als de enige weg om aandacht van Sanaa te krijgen en de vrijlating van een familielid te eisen. Journalist Mohammed Al-Asaadi keek niet op van de ontvoering. Maar hij zag wel een paar nieuwe verontrustende elementen. Zo dichtbij, op amper 70 kilometer van Sanaa, kwamen ontvoeringen normaal niet voor, aldus de journalist. En ook de stam zelf gold als vreedzaam tegenover buitenstaanders, een die zich normaal niet met zulke praktijken bezighield.

Intimiderende taal

Dat was 2010. Bijna drie jaar later, in maart dit jaar, beschreef de Nederlandse journaliste Judith Spiegel in een column voor NRC Handelsblad haar groeiende angst om ontvoerd te worden. ‘De regering betaalt de stammen niet meer, dus die zouden een andere inkomstenbron hebben gevonden: het doorverkopen van gijzelaars aan Al Qaida.’

In juli bleek Spiegels angst gegrond. Ze werd, samen met haar man Boudewijn Berendsen, slachtoffer van de kidnapindustrie zoals ze het zelf noemt. En die industrie gebruikt, anders dan drie jaar geleden, intimiderende en zeer dreigende taal.

De Nederlandse overheid en media hanteren zelf een mediastop over de zaak omwille van evidente veiligheidsmaatregelen. Uit de oproep van de Nederlandse journaliste die sinds eergisteren op YouTube en Facebook circuleert, valt niet op te maken welke groepering achter haar ontvoering zit. Het is ook voor kenners en waarnemers, die Jemen unaniem een bijzonder complex land noemen, gissen welke groep hieruit pasmunt wil slaan. De speculaties gaan van ex-intelligence-groepen over ontevreden clanleiders uit Zuid-Jemen naar milities gelinkt aan Al Qaida.

De vraag is of de huidige president Abed Rabbo Mansour Hadi en zijn regering voldoende autoriteit, kennis en middelen hebben om te onderhandelen met de gijzelnemers en aan hun eisen te voldoen.

Falende staat

De VS houden vast aan het misverstand dat tribale regio’s bestuur- en wetteloze regio’s zijn, waar terreur en vijandigheid tegen westerlingen samengaan.
Hadi erfde een land dat onder de afgetreden president Abdullah Saleh meer dan dertig jaar overeind bleef via patronagesystemen met clans, corrupte legerfunctionarissen en verdeelde politieke partijen.

Nog voor de Arabische Lente in januari 2011 door de straten van Sanaa blies, noemden waarnemers Jemen, het verstoten arme broertje van de rijke Golfstaten, al een bijna-falende staat. Het centrale gezag in Sanaa vocht de laatste decennia zes oorlogsronden uit met de noordelijke Houthi-rebellen, die meer autonomie en vrijheid van religie eisen. Het olierijke zuiden dreigt steeds harder om af te scheiden. En Al Qaida ontdekte de bergregio’s van Jemen, smeedde banden met ontevreden tribale leiders, en installeerde er zich onder de paraplu van Ansar Al-Sharia.

Hadi kreeg van de internationale gemeenschap - Golfstaten, VS, VN en Europa - een hondenjob: zijn land in de eerste plaats naar een redelijk veiligheidsniveau brengen. Ontvoeringen uitsluiten is daar een van. Dat doe je echter niet in de schaduw van drones die Barack Obama steeds driester inzette in de tribale regio’s van Jemen, onder de noemer van de Amerikaanse strijd tegen terrorisme.

De VS houden vast aan het misverstand dat tribale regio’s bestuur- en wetteloze regio’s zijn, waar terreur en vijandigheid tegen westerlingen samengaan. Jemenkenner en socioloog Khaled Fattah, die al jaren onderzoek doet naar tribale samenlevingen, vindt het onbegrijpelijk dat de VS voorbijgaan aan het feit dat juist de clans een alternatief sociaal en veiligheidsnetwerk vormen in een land dat decennia gebukt ging onder een zeer zwak, autoritair en corrupt centraal gezag. Het is dus fundamenteel om het vertrouwen te herstellen tussen de centrale autoriteiten en de vele lokale clans.

Dat Jemen zich nooit gemakkelijk liet kennen, mag geen excuus zijn voor de VS om hun antiterreurstrategie niet aan te passen. Als de VS zich onledig houden met het tapen van elke zucht in het Europees parlement, zou je mogen verwachten dat ze hun intelligence en terreinkennis van Jemen ook nuttig inzetten om echt mensenlevens te redden.

Dit artikel verscheen in De Morgen van 17 juli 2013. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness