Tijd voor vrijwilligerstoerisme 2.0

Vrijwilligerstoerisme is booming business. Iedereen kent wel iemand die in Afrika of Azië toeristische uitstappen combineert met vrijwilligerswerk. Hierdoor is een lappendeken aan organisaties ontstaan met uiteenlopende faciliteiten, projecten, prijskaartjes en dus een wisselende kwaliteit. Potentiële vrijwilliger toeristen worden “verleid” met heroïsche beloften over hun meerwaarde.

Bachmont (CC BY.0)

Daardoor verschuift de vraag over hun eigenlijke capaciteiten en de projectdoelstellingen onterecht naar de achtergrond. Het ontbreekt daarbij aan een efficiënt controlesysteem. Goede bedoelingen en ethische samenwerkingen gaan dan ook vaak verloren in het kluwen aan malafide of commerciële praktijken. Getuigen hiervan zijn de undercoverreportage in Telefacts Laat (03/09) over Projects Abroad in Cambodja en het MO-dossier over Voluntourism.

Nood aan transparantie

Organisaties zijn echter vrij in hun beeldvorming. Zij spelen graag in op wensen en verwachtingen, niet in het minst in naam van hun verkoopcijfers. Een taal van “verschil maken”, “iets betekenisvol doen” en “bijdragen aan de toekomst van anderen”, stelt duidelijk een ontwikkelingsagenda voor. Het is de basis van een ondoordacht beleid dat
onrealistische verwachtingen schept. Organisaties promoten zo het stereotiepe beeld van de rijke of zelfs superieure Westerling die iets bijdraagt, ongeacht zijn vaardigheden.

Een tweede heikel punt zijn de uiteenlopende prijskaartjes tussen commerciële en nonprofitorganisaties. Afhankelijk van de zendende organisatie betaal je een flink bedrag. Eenmaal ter plekke blijkt soms dat anderen voor dezelfde ervaring iets heel anders betaald hebben. Bovendien krijgen “populaire” projecten zoals weeshuizen, scholen en de verzorging van dieren met een hoge aaibaarheidsfactor disproportioneel meer marketingaandacht. De unieke belevenis is dan een gerechtvaardigd excuus voor de hoge kostprijs.

Het prijskaartje vormt geen garantie voor kwaliteit. Het wijst eerder op het feit dat dit een zeer winstgevende industrie is.

Het prijskaartje vormt echter geen garantie voor kwaliteit. Dat in de vorm van ethische lokale samenwerking of goede begeleiding van de vrijwilliger toeristen. Het wijst eerder op het feit dat dit een zeer winstgevende industrie is. Ook de beeldvorming sluit in veel gevallen niet aan bij de realiteit. De term “vrijwilligerstoerisme” heeft een vrijblijvende bijklank, en bij de ene organisatie zal het toeristische aspect zwaarder doorwegen dan de andere. Dit mag echter niet ten koste gaan van naïeve goedbedoelende vrijwilliger toeristen en van de lokaal betrokken gemeenschappen.

Verwachtingen versus capaciteiten

Er is nood aan eerlijke communicatie over de projectdoelstellingen: ligt de nadruk op de toeristische ervaring of wordt er echt gewerkt, hoe luxueus is het verblijf… In een vrije markt is er voor elk wat wils, dat valt niet meer weg te denken. Correcte informatie is daarbij een voorwaarde opdat de juiste persoon op het juiste project belandt. Helaas wegen promopraatjes in de praktijk vaak zwaarder door, met gefrustreerde vrijwilliger toeristen en onbeantwoorde verwachtingen tot gevolg. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich een passieve ontvangstgemeenschap die in het meest extreme geval fungeert als marionet in een geënsceneerde realiteit.

Vrijwilliger toeristen hebben vaak een misplaatst beeld over hun capaciteiten.

Vrijwilliger toeristen hebben vaak een misplaatst beeld over hun capaciteiten. Dat ligt aan onjuiste beeldvorming vooraf of een gebrek aan voorbereiding. Ze staan er bijvoorbeeld niet bij stil dat het zeer moeilijk is om les te geven aan kinderen zonder kennis van de lokale taal en cultuur. Of dat je hen op een tweetal weken niet heel veel kan bijbrengen. In de hoop dat de vorige vrijwilliger hen niet net hetzelfde heeft aangeleerd. Op de projecten wordt geklaagd over teleurstellingen, maar eenmaal thuis zijn verleidelijke Facebookfoto’s de enige - stille - getuigen van een verbloemde werkelijkheid.

Een derde weg?

Het is noodzakelijk om de projectdoelstellingen aan te passen zodat vrijwilliger toeristen enkel ondersteunende taken toegewezen krijgen. Door de haalbare uitvoering ervan, halen zij voldoening uit hun werk. Tegelijkertijd kunnen hun centen gebruikt worden om bijvoorbeeld een echte leerkracht te werk te stellen. Het nadeel hiervan is dat zij moeten willen inzien dat glorieuze taken - zoals zelf leerkracht spelen - er dan niet meer in zitten.

Een andere optie is om het concept vrijwilligerstoerisme anders te benaderen. Het beschikt over de capaciteit om mensen te engageren. Je leert de wereld vanuit een ander perspectief bekijken door jezelf onder te dompelen in andere dagelijkse gewoontes en cultuur. Daardoor kan het fungeren als bruggenbouwer tussen culturen en kennissystemen.

Om dit op een geloofwaardige manier uit te voeren is er echter werk aan de winkel. Een controleorgaan of kwaliteitslabel dat het kaf van het koren scheidt. Zo kan komaf gemaakt worden met malafide praktijken in de vorm van geld of de exploitatie van mensen. Ik kijk alvast uit naar de nieuwe reclamefolders.

Yana Pannecoucke is student “Conflict & Development Studies” aan de universiteit van Gent.

Lees ook het MO* dossier “Voluntourism

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift