Uit het nest gevallen

Opinie

Uit het nest gevallen

27 december 2012
Uit het nest gevallen
Uit het nest gevallen

'Wat denk je eigenlijk van mij?', vroeg ik Mohamed. 'Weer een die pretendeert het goed met me voor te hebben maar straks weer naar haar huis gaat, een fris wijntje drinkt in de zomerzon en me vergeet?'. Mohamed, zestien en al vier jaar thuisloos, keek me even niet begrijpend aan en zette toen zijn voeten vaster in de aarde. 'Ik vind je ok', antwoordde hij beleefd. 'Ik denk eigenlijk niet echt na over wie jij bent, maar wel over op tijd op onze afspraken te zijn.' Hij hoopte dat ik de tijd en de woorden die hij in me stak nuttig zou gebruiken. Dat er misschien iets zou veranderen aan zijn situatie. Dat we elkaar op een dag niet meer op het Flagey-plein maar onder een huiselijk dak zouden kunnen ontmoeten, moesten we dat dan nog willen.

Nu, een half jaar later, zijn we elkaar kwijt. Op mijn oude Nokia die ik hem gaf, geeft hij niet meer thuis, en zonder belkrediet of misschien zonder gsm is terugbellen een brug te ver.

Straks is hij zeventien, nog maar een jaar verwijderd van meerderjarigheid en dus van de kans op repatriëring naar zijn ‘thuisland’ Marokko waar hij op zijn twaalfde vertrok. Hij is geen “geïsoleerd dossier”. De Brusselse advocaat Franz Geleyn schatte dat hij op jaarbasis 150 dossiers ‘genre Mohamed’ behandelt: jongeren die geen asiel aanvragen en bijgevolg geen huisvesting hebben.

En ook in Oostende ontmoette ik jongens zoals Mohamed. Ik kwam er Suleiman en zijn broer, en Youssouf, tegen. Nog wat jonger zelfs, met evenveel miserie en even weinig vaste bodem onder hun voeten. Ook zij klampten zich vast aan honingzoete verhalen, aan zwavelstokjes die hun een beter leven over de Middellandse Zee voorspiegelden. Ze trokken van België naar Engeland, en terug, haalden de opvangsystemen onderuit omdat ze niet geleerd hadden om daar in te passen.

De Block

Mohamed is een van de vele niet begeleide minderjarige vreemdelingen die hier jaarlijks aanspoelen. Vermits hij als Maghrebijn een “probleemnationaliteit” heeft, vraagt hij geen asiel aan. De kans dat hij erkend wordt, is minimaal. De kans dat hij gerepatrieerd wordt zodra hij achttien is, is groot. Zeker nu het Belgische terugkeerbeleid actiever is dan ooit.

Wetten zijn wetten, dat zegt staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block. Als ze zegt dat die nu eenmaal nodig zijn om duidelijkheid te creëren, dan heeft ze gelijk. Maar de staatssecretaris, en met haar de voltallige regering, moet de lijn doortrekken. Ze dient dus even goed de geest van de wet na te leven als het gaat om bescherming van minderjarigen, ook al zijn die niet hier geboren, ook al doen die, als gevolg van hun nestval, wat moeilijker dan onze kinderen. Ze dient ervoor te zorgen dat zowel de federale staat als de gemeenschappen de verantwoordelijkheid nemen om opvang te voorzien voor jongeren. Boven het hoofd van Mohamed wordt immers nu geruzied of hij nu als niet-Belg onder de federale asielinstanties valt dan wel, als kwetsbare jongere tout court, onder het zorgrecht.

Illegaal beleid

Terwijl vanuit het Berlaymontgebouw het geld van de Nobelprijs voor de Vrede versast wordt naar kinderen in conflictgebieden, beleeft wat verderop, ergens onder de kerktoren van Elsene, Mohamed een uitzichtloze jeugd, met weinig kans op een stabiel volwassen leven.

Al jaren weigert Fedasil systematisch om deze jongeren vrijwillig in een eerste fase te huisvesten omdat ze niet hun bevoegdheid zijn. Dat is tegen de Belgische wetgeving, vertelden advocaten en kinderrechtenorganisaties me. De wet maakt immers geen onderscheid tussen niet begeleide minderjarigen die asiel of geen asiel aanvragen. België schendt daarbovenop het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een mens zou toch verwachten dat er naar een oplossing gezocht wordt voor een minderjarige die al jaren in onmenselijke omstandigheden in Brusselse kraakpanden leeft en daar, laat het duidelijk zijn, niet voor gekozen heeft.

Terwijl vanuit het Berlaymontgebouw het geld van de Nobelprijs voor de Vrede versast wordt naar kinderen in conflictgebieden, beleeft wat verderop, ergens onder de kerktoren van Elsene, Mohamed een uitzichtloze jeugd, met weinig kans op een stabiel volwassen leven.

Eigenzinnige overlever

Intussen raast het leven verder. Mohamed bleef aan me kleven, wroette nogal in mijn zielenrust dit jaar. Soms vraag ik het me af: kleurt hij nog steeds binnen de legale lijnen of maakt hij af en toe toch ferme uitschieters om te kunnen overleven? De reportage over Mohamed heeft hem waarschijnlijk niet veel opgeleverd. Het zal hem geen stap dichter bij wat nestwarmte gebracht hebben. Hij past almaar minder in dat opvangsyteem dat hem te weinig  bestempelt als een kind, teveel als een ‘eigenzinnige overlever met een eigen ritme, instinct en street age’.

Vrolijk wordt een mens hier niet van, maar de ontmoeting met Mohamed onderstreepte wel het pertinente belang van confrontaties met dat wat we zo gewoon vinden.