‘Wanneer Europa zwijgt, verliest het internationaal recht zijn kracht’

Simon Sterck

07 januari 2026
Opinie

Amerikaanse interventie in Venezuela was schending van internationaal recht

‘Wanneer Europa zwijgt, verliest het internationaal recht zijn kracht’

eu_vonderleyen

EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen

eu_vonderleyen

EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen

De stilte, aarzeling en omzichtige formuleringen uit Europa die volgden op de Amerikaanse interventie in Venezuela, maken duidelijk hoe kwetsbaar het internationaal recht wordt wanneer de bereidheid om het te verdedigen uitblijft. Dat schrijft Simon Sterck, student internationaal en publiek recht aan de KU Leuven.

Als een machtige staat het internationaal recht schendt, verwachten we verontwaardiging. We verwachten diplomatieke druk, met scherpe verklaringen en een duidelijke erkenning dat er een grens werd overschreden. De stilte, aarzeling en omzichtige formuleringen uit Europa die volgden na de Amerikaanse actie in Venezuela om president Maduro te arresteren, waren dan ook opvallend. Die terughoudendheid maakt duidelijk hoe kwetsbaar het internationaal recht wordt wanneer de bereidheid om het te verdedigen uitblijft.

Het internationaal recht laat weinig ruimte als het gaat over staatssoevereiniteit. Volgens het Charter van de Verenigde Naties mogen staten geen geweld gebruiken tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van andere staten, behalve in twee situaties.

In het geval van Venezuela was er geen mandaat van de VN-Veiligheidsraad, noch sprake van zelfverdediging, waardoor er geen uitzonderingen golden. Juridisch gezien is het dan ook weinig controversieel dat hier een grens overschreden werd.

Het is begrijpelijk dat deze vaststelling ongemakkelijk kan aanvoelen. Het regime van Nicolás Maduro schendt op grote schaal mensenrechten en heeft bijgedragen aan een humanitaire crisis in de regio.

Toch bestaat het internationaal recht niet om enkel sympathieke regeringen te beschermen. Het is er juist om te verhinderen dat staten op eigen houtje beslissen welke regels wanneer gelden. Morele afkeer kan dus niet zomaar gebruikt worden om juridische inbreuken te rechtvaardigen.

Naast de schending zelf, zou ook de lauwe reactie van de internationale gemeenschap zorgen moeten baren. Europese staten en leiders, op enkelingen zoals Spanje, Noorwegen en Nederland na, beperkten zich tot voorzichtige formuleringen in hun reactie.

Commissievoorzitter Ursula von der Leyen keek in haar reactie vooral naar de toekomst: ‘Wij staan solidair met het Venezolaanse volk en steunen een vreedzame en democratische overgang. Elke oplossing moet het internationaal recht en het Handvest van de Verenigde Naties respecteren.’

De Duitse bondskanselier Friedrich Merz reageerde ook afwachtend: ‘De juridische beoordeling van de Amerikaanse interventie is complex en vereist een zorgvuldige overweging.’

Voor landen als Venezuela zijn de formele juridische opties beperkt. De Verenigde Staten erkennen internationale rechtscolleges slechts zeer selectief. In de praktijk wordt het internationaal recht echter niet alleen in rechtbanken afgedwongen, maar ook door politieke, economische en maatschappelijke druk.

De Amerikaanse rechtswetenschapper Kishanti Parella beschrijft dat als stakeholder enforcement, een vorm van handhaving die niet berust op één centrale autoriteit, maar op een netwerk van staten, internationale organisaties, bedrijven, media en maatschappelijke actoren die samen de kosten van schendingen verhogen.

Die logica toont ook waar het vandaag misloopt. Stakeholder enforcement werkt enkel wanneer invloedrijke actoren bereid zijn om een schending expliciet problematisch te noemen. Zonder die eerste stap komt verdere reactie moeilijk op gang. In het geval van Venezuela blijft die stop voorlopig uit.

Het internationaal recht vereist een minimale bereidheid om elkaar aan regels te houden, zo niet blijven macht en willekeur over.

Media spelen ook een belangrijke rol als stakeholder. Door militaire acties te kaderen als ingrepen ter bescherming van de democratie, zoals de VRT eenzijdig in een artikel deed, verdwijnen juridische vragen naar de achtergrond.

Reputatieschade, wat een essentieel element van informele handhaving is, blijft dan beperkt. Daarbij komt nog dat reputatie alleen werkt als drukkingsmiddel wanneer een actor waarde hecht aan internationale legitimiteit. Aangezien Donald Trump zich weinig lijkt aan te trekken van de weinige kritiek, verliest dit mechanisme zijn effect. Het internationaal recht vereist een minimale bereidheid om elkaar aan regels te houden, zo niet blijven macht en willekeur over.

Het gevaar van deze selectiviteit mag niet worden onderschat. Als grote staten als de VS ongestraft geweld kunnen gebruiken buiten de afgesproken regels, creëert dat precedenten. De afgelopen dagen maakte Donald Trump ook verontrustende opmerkingen over Groenland, Mexico, Colombia, Iran en Cuba. Als schendingen van het internationaal recht verder worden genormaliseerd, ondergraaft dat ook de bescherming die het biedt aan kwetsbare staten.

Internationaal recht is dus niet onbestaand, maar wel kwetsbaar. Het leeft dankzij stakeholders die ook tegen machtige staten grenzen durven trekken. Zolang Europa zwijgt wanneer bondgenoten het internationaal recht schenden, blijft het recht bestaan op papier, maar verdwijnt het wanneer het macht zou moeten begrenzen.

Simon Sterck is student onderzoeksmaster internationaal en publiek recht aan de KU Leuven.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.