Deel III van "50 jaar FESPACO"

Afrikaanse films tonen de verworpen aarde, en het effect op de verworpenen der aarde

© Cugerbrant (CC BY-SA 4.0)

Ochtendgloren in het athropoceen

Dit is het derde artikel in een reeks van drie over het Panafrikaanse filmfestival FESPACO. Vanuit Burkina Faso schreef ik over hét belangrijkste Afrikaanse film festival. Deze editie vierde het zijn 50ste verjaardag en vormde daarom een uitgelezen moment om terug te blikken en om verder te kijken.
Het eerste artikel ging over de boeiende ontstaansgeschiedenis van FESPACO.
Het tweede artikel bood een focus op de Congolese deelname op het festival via een interview met producent Emmanuel Lupia.
Dit derde artikel kijkt naar de thematiek van het Anthropoceen doorheen de films van deze editie, en blikt daarmee op de toekomst. Immers, het Anthropoceen zoals dat nu reeds op het Afrikaanse continent beleefd wordt, zijn echo’s van onze toekomst. De reeks kwam tot stand dankzij de steun van Africalia dat tevens partner is van het FESPACO.
FESPACO (Festival PanAfricain du Cinéma et de la télévision à Ouagadoudou), het belangrijkste filmfestival van het Afrikaanse continent, blaast dit jaar vijftig kaarsjes uit. Een uitgelezen moment om terug te blikken en vooruit te kijken. Matthias De Groof is ter plekke.

Homo sapiens als factor van verandering

Het Anthropoceen is het huidige geologische tijdperk waarin de Homo Sapiens de belangrijkste factor is van verandering in de globale ecologie. Het is een paraplu-begrip waaronder fenomenen als klimaatopwarming, vervuiling, droogte, verwoestijning en de gevolgen ervan, zoals klimaatmigratie, worden gebracht.

Het is niet de menselijke soort als zodanig die de diepe impact op ecologie heeft veroorzaakt, maar historische modi van kapitaal accumulatie, slavernij en kolonialisme.

Er woedt een hevige discussie of deze universaliserende term “Anthropoceen” het onderscheid niet wegvaagt tussen diegenen die ervoor verantwoordelijk zijn, en diegenen die het ondergaan. Immers, het is niet de menselijke soort als zodanig die de diepe impact op ecologie heeft veroorzaakt, maar historische modi van kapitaal accumulatie, slavernij en kolonialisme.

Op de koop toe zijn de gevolgen ervan ongelijk verdeeld tussen Noord en Zuid. Dit is waarom alternatieven begrippen gebruikt worden zoals Eurocene en Capitalocene. Wetenschappers toonden reeds vaker aan dat het globale zuiden, en Afrika in het bijzonder, het minst verantwoordelijk is voor het Anthropoceen, terwijl ze er wel de grootste lasten van dragen.

Zou Afrikaanse cinema hier gewag van maken? Een aantal films op het FESPACO kaarten deze thematiek op expliciete en impliciete wijze aan en bieden ons een blik op het Anthropoceen vanuit het Zuiden. In zekere zin echoën deze films de oorzaken van het Anthropoceen terug naar het Westen. Omdat de veranderingen in het zuiden die in het noorden prefigureren, zijn het echo’s uit de toekomst.

De Burkinese film La terre qui m’a vu naître van S. Barthélemy Bazie bijvoorbeeld, gaat over landbouwers die op slechts 10 jaar tijd (wat een vingerknip is in de geologische tijdsschaal) hun oogst drastisch hebben zien verschralen. Door de onomkeerbaarheid van het proces zoeken ze naar strategieën om zich hieraan aan te passen. De eveneens Burkinese film Le loup d’or de Balolé van Aïcha Boro Leterrier toont hoe het lot van de “verworpenen der aarde” (les damnés de la terre, zoals Franz Fanon ze noemde), verbonden is aan de “verworpen aarde” (la terre damnée).

Midden in Ouagadougou verbergt zich een mijn. Een signaal dat het bestaan van de mijn verraadt, is het toxische gas dat eruit ontsnapt. ‘De enige brug naar die andere planeet [een belendende buurt], is ons zweet dat hen toelaat hun huizen te bouwen’, zegt een arbeider. De mijn is een steenmijn waar arbeiders, van peuter tot bejaard, stenen breken in een post-apocalyptisch en vervuild landschap dat symbool staat voor het Anthropoceen.

Vuren warmen dagenlang de stenen op, om ze nadien makkelijker te kunnen breken. Ze breken er ook hun lichaam. De verbeelding is echter nog niet gebroken. Een jongetje beeldt zich een stadium in. Het steentje dat losschiet onder zijn hamer is een voetbal. Goal! Een ander hoopt ooit te zullen wonen in een huis dat van zijn stenen gemaakt wordt. Een dame apprecieert zelfs de esthetiek van de steentjes die ze verbrijzeld.

Voor anderen is de realiteit zo verplettend dat er geen plaats is voor hoop. Totdat ze deelnemen aan de opstand tegen Blaise Compaoré.

Voor anderen is de realiteit zo verplettend dat er geen plaats is voor hoop. Totdat ze deelnemen aan de opstand tegen Blaise Compaoré. Mede dankzij de mijnwerkers is deze opstand gelukt. De revolte gaf hen een bewustzijn om verandering voort te zetten in de mijn zelf, de hiërarchie uit te dagen en eigenaar te worden van hun eigen arbeid. De mijn behoort immers iedereen en niemand toe.

Deze overwinning stelde enkele kinderen in staat om school te lopen in de hoop aan de mijn te ontsnappen. Echter, wat de schoolboeken aanleren is de ideologie van “vooruitgang” die mede verantwoordelijk is voor het Anthropoceen waarin ze leven. De leerkracht vraagt luidop: ‘dragen chemische en nucleaire wapens bij tot de mensheid?’

Ondanks de vlucht van Blaise Compaoré en machtswisseling, verandert er niets. De mijn blijft juridisch onbestaand en wordt voorts vergeten. De arbeiders zijn spoken van hun eigen bestaan. ‘De enige onafhankelijkheid die we hebben’, zegt een arbeider, ‘is die ten opzichte van onszelf’. Hun leven behoort hen niet toe en de mijn is een gevangenis. Waarom zijn zij gedoemd en niet de filmploeg? ‘Onze genen bestemmen ons niet meer dan de uwe om in deze mijn te zijn’, zegt iemand aan de cameraman, en dus tot de toeschouwer.

Deze ongelijkheid vormt ook de basis van Silas Siakor’s verontwaardiging in Silas van Hawa Essuman en Anjali Neyar. Deze documentaire vertelt het verhaal van milieuactivist Silas Siakor die de illegale ontbossing in Liberia en de corruptie aan de kaak stelt met de hulp van een legertje vrijwilligers bewapend met smartphones en de app TIMBY.

Grootschalige ontbossing financierde de bewapening tijdens de Liberiaanse burgeroorlog, maar hield niet op na de machtsovername door Ellen Johnson Sirleaf. In ruil voor de plundering van het bos, kreeg de Liberiaan onder het bewind van Charles Taylor burgeroorlog te verduren, en werd de Liberiaan onder Sirleaf afhankelijkheid van palmolie plantages die woud en dorpen opslokken ten gunste van “de markt”. In collaboratie met de regering nemen multinationals grote stukken land af van gemeenschappen die afhankelijk zijn van het woud, zowel spiritueel als economisch.

Silas verdedigt deze gemeenschappen en hun voorouderlijk land voor het tribunaal dat echter gecontroleerd wordt door houtkapbedrijven. Het geschil resulteert in de militarisering van de sector. Dit toont het falen van het hele systeem. Ook gezondheidszorg is slachtoffer van corruptie, en Ebola krijgt gemakkelijk voet aan grond. De lijken worden gedropt in het ontboste gemeenschapsland.

Silas strijdt voor zijn gemeenschap, maar ook globaal gezien is het behoud van het woud cruciaal. Door zijn capaciteit om CO2 op te nemen; is het woud een factor in het mondiaal ecologisch evenwicht en buffer tegen klimaatopwarming. Woudkap versnelt de opwarming en opwarming vermindert op haar beurt de opslagcapaciteit van bomen. Silas’ strijd is dus een globale strijd voor universeel erfgoed.

Films als Tesfaye (Ethiopië, Daniel Negatu), Dawa, l’appel à Dieu (Malick Konate, Mali) of On a le temps pour nous (Katy Lena Ndiaye) gaan over migratie, religieus fanatisme of politieke opstand, en kunnen gerelateerd worden aan armoede dat onder meer ontstaat door globale antropogene factoren. Solaire Made in Afrika (Niger, Sauguirou Malam), zoekt dan weer oplossingen.

Ondanks hun diversiteit tonen al deze films de onhoudbaarheid van de exploitatie van natuurlijke rijkdommen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een bijzondere film waarmee ik dit artikel wil eindigen is Pas d’or pour Kalsaka van de Burkinees Michel K. Zongo. Een Brits bedrijf haalt een contract binnen om op industriële wijze goud uit de bodems rond het stadje Kalsaka te ontginnen. De heuvel waar riten, offers en incantaties gezondheid, welvaart en regen moesten brengen, is geslecht. Landbouwgronden en drinkwater zijn vergiftigd. De grootste rijkdommen – aarde en water – waarvan de gemeenschappen al eeuwenlang leven, is op vijf jaar tijd verwoest. Het bos en haar wilde dieren verdwenen, alsook werk, gezondheid en voedsel. ‘De aarde behoort onze voorouders toe. De blanke komt en we worden bedelaars’. In ruil voor 18 ton goud dat het Brits bedrijf officieel verklaarde, kreeg de gemeenschap een desolaat landschap, een grote leegte, angst en een diepe aantasting van identiteit en waardigheid.

Ondanks hun diversiteit tonen al deze films de onhoudbaarheid van de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, tonen expliciet de ecologische gevolgen van een niet-circulaire economie en vragen respect voor lokale en vaak traditionele zienswijzen die op radicale wijze de belangen tegenspreken van mijnbouwbedrijven, maar nog vaker in lijn zijn met de onze als wereldburgers.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur