Een bezoek aan het front in de strijd tegen IS

In de jaren negentig voerden de Koerdische peshmerga en de PKK, de Koerdische arbeiderspartij, nog oorlog tegen elkaar. Maar oog in oog met IS hebben ze de handen ineengeslagen. Een bezoek aan het front.

  • © Reuters Koerdische Peshmerga ten noorden van Bagdad op 26 augustus 2015. © Reuters

Heval Rebar – oftewel: kameraad Rebar – leidt me rond langs het front. Vanaf het garnizoen in Kirkoek volgen we een aarden muur naar het zuiden. Via checkpoints en loopgraven kunnen we militaire posten en dorpen zien die de Koerden hebben heroverd op IS. Sommige zijn volledig verwoest door de luchtaanvallen van de coalitie.

Sluipschutters

In een bunker word ik verwelkomd door peshmerga kolonel Jamal Masim Jafar. Er wordt continu gevochten, zegt hij. ‘Er zijn sluipschutters vanuit twee huizen en een toren die de vijand heeft gebouwd. Maar ze hebben ons ook geraakt met een geïmproviseerd apparaat dat bestond uit gasbusjes.’

Jafar is blij met de PKK. ‘We hebben een heel goede band. We vechten niet alleen voor de Koerden, maar ook omdat IS de vijand is van de hele mensheid’, benadrukt hij. Kameraad Rebar knikt.

Uitkijkpost

Na het verplichte kopje thee laat Jafar ons de vijftien meter hoge uitkijkpost zien. Na elke kilometer is er eentje op de muur gebouwd. Van bovenaf is Al Noor te zien, een dorp dat gebouwd is door Saddam om Arabische kolonisten te huisvesten, in Koerdisch land. IS is er nog steeds de baas, maar negen andere van dit soort dorpen zijn vorige week veroverd door de Koerden ten zuidwesten van Kirkoek.

Wat Jafar betreft mogen er meer westerse soldaten naar de regio komen.

‘Dat was alleen maar mogelijk dankzij internationale hulp’, zegt Jafar. Die bestaat zowel uit wapens als uit luchtsteun. Jafar loopt naar de pickups die hij heeft kunnen bewapenen met machinegeweren. ‘Franse geweren, pas gekregen’, zegt hij. ‘We krijgen ook nachtkijkers en MILAN-geleide raketten uit Duitsland. Luchtsteun krijgen we altijd als we dat nodig hebben.’ Jafar heeft zeven jaar lang met het Amerikaanse leger gevochten, in Irak, en wat hem betreft mogen er meer westerse soldaten naar de regio komen.

Training

Onze volgende halte is Nouafel, een Arabisch dorp dat aan de muur ligt. De PKK heeft zich hier verschanst, in een van de huisjes, dat is omgebouwd tot provisorisch hoofdkwartier. Hoeveel mannen hij heeft, wil kameraad Selim niet vertellen. ‘Genoeg om IS te bevechten’, zegt hij glimlachend. Zijn mannen zien er minder zwaar bewapend uit dan de peshmerga, maar kameraad Aso, een jongeman van begin 20, legt uit dat ze niet zijn vergeten.

‘In het voorjaar hebben we een training van twee maanden gevolgd, bij twee Italiaanse instructeurs. Ik heb daar heel veel geleerd. Ze waren heel professioneel. We mochten nooit foto’s van ze maken en ze hebben nooit verteld voor wie ze werkten.’

Het bijzondere aan het dorpje is dat de meerderheid van de Arabische bevolking er nog steeds woont, na de verovering door IS en na de inname door de Koerden, zeven maanden later. Een aantal dorpsbewoners wil daar wel wat over vertellen, op verzoek van de kolonel, in het huis naast het hoofdkwartier.

Niemandsland

De relaties tussen de Koerden en de Arabieren lijken hartelijk. Als gastheer Arkan Ali Bader Arabische koffie schenkt, drinkt iedereen mee, en dat gebeurt nog uit hetzelfde kopje ook.

Het geluid van inkomend vuur leidt niet tot een zichtbare reactie onder de dorpelingen. Zo verloopt hun leven al meer dan een jaar. Maar blij is Ali Bader er niet mee, zegt hij, dat hun dorp in niemandsland ligt.

Juma Hussein Toma zegt dat het leven onder IS gewoon zijn gang ging.

Een ander, Juma Hussein Toma, een boer die gekleed is in traditioneel gewaad, zegt dat het leven onder IS gewoon zijn gang ging. ‘Toen ze kwamen, kondigden ze door de luidsprekers van de moskee aan dat ze ons dorp hadden bevrijd van de ongelovigen, en dat het de overwinning van de revolutie was. Maar niemand is verder door ze bedreigd’, aldus Toma. ‘Sommigen zijn vertrokken omdat er geen werk was hier, maar niet vanwege geweld.’

‘IS heeft wel een paar mensen gedood in Al Noor, omdat ze lid waren geweest van de Comité’s van het Ontwaken’, een Iraakse militie die door de Amerikanen werd gesteund om Al Qaeda te bestrijden. ‘Maar tegen ons hebben ze niets gedaan’, zegt Mohamed al Ubeid.

En de PKK? Daar zijn ze blij mee, zeggen ze. Maar ze kunnen moeilijk anders, met de kolonel op de thee. Na de beleefde dankbetuigingen gaan we weer weg. Een PKK-strijder wijst me op de diepe greppel rond hun hoofdkwartier in het dorp. ‘Die moesten we graven, omdat we de dorpelingen niet vertrouwen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift