Wat na de gruweltocht?

De Afghanen waar Turkije niet van wil weten

© Moe Zoyari

De grensregio van Iran en Turkije is een doorsteekplaats voor mensen die van Azië naar Europa willen. Wie de gruweltocht door de bergen overleeft, botst in Turkije op muren.

Saeyid vluchtte met veel moeite uit Afghanistan, maar zit nu vast in Turkije. MO*journaliste Tine Danckaers trok naar de oostelijke stad Van en tekende zijn verhaal op, dat ook het verhaal is van veel andere Afghaanse vluchtelingen in Turkije. Over uren stappen in de nacht, opgesloten zitten, gestapeld worden in de koffer van een bus. En over niet meer terug kunnen, maar ook niet meer verder.

Saeyid braakt zijn vluchtverhaal uit. Onafgebroken, een uur lang, vertelt de Afghaanse twintiger in een koffiebar in Istanbul ons over zijn gruweltocht van Afghanistan naar Turkije. Een verhaal als een onverteerde, gistende brij die zo snel mogelijk een weg naar buiten zoekt.

‘Wie het minst betaalt, gaat onderaan.’

Over opgesloten zitten in kleine, gesloten ruimtes die de smokkelaars “hotels” noemen, plekken die te krap zijn voor vijftig mensen, laat staan voor tweehonderd. Over verstuikte enkels na het landen op Iraanse bodem van op een hoge grensmuur.

Over hoe je aan de Iraanse kant van de grens moet vertrouwen op het zwakke laserlichtje in de verte. ‘Het kan ook een Iraanse politieman zijn, die je meteen oppakt en in elkaar slaat voor hij je de grens met Afghanistan overzet. Of het kan een andere bende zijn die je familie of vrienden losgeld laat betalen om je weer vrij te krijgen.’

Over uren en uren door de nacht stappen van de ene miezerige plek naar de andere.

Over uren en uren liggen, met z’n veertien- en als zandzakken gestapeld in de koffer van een bus. ‘Wie het minst betaalt, gaat onderaan.’ Over de minuten die jaren lijken wanneer je zes uur in een koffer ligt.

Over het besef dat je dood eigenlijk eerder winst dan verlies betekent, want met elke dode is er plaats voor een nieuwe betaler op het smokkeltraject. Over het weinige geld, in een verborgen buideltasje, dat wegsmelt als sneeuw voor de zon, want elk waterflesje, elk stukje brood kost extra geld. Over hoe het betaalde waterflesje oud, rot water bevat.

Over de smokkelaars, die je nooit nuchter zag – behalve die ene. Over hoe cynisch het is dat je lot afhangt van die ene gedrogeerde smokkelaar die je geld doorstort naar de andere, die aan God-weet-welke drug heeft gezeten.

Over de doden die vallen wanneer een auto met vluchtelingen in de koffer over de kop gaat. Over barre bergtochten waarbij je jezelf noch God terugvindt. Over vluchtelingengezinnen met kleine kinderen onder het bloed.

Over hoe dit niet alleen een verhaal is van doorstane doodsangst, honger en koude, maar over menselijke aftakeling. Over een niet te beschrijven heimwee naar een verhakseld nest.

© Moe Zoyari

Niet ver van de Iraans-Turkse grens: Afghanen en Pakistanen op de vlucht, sommigen al twintig dagen te voet onderweg. Velen hopen in Istanbul of Griekenland te raken.

Vlucht naar hopeloze toekomst

Saeyid is een van de “gelukkigen” die Afghanistan nog konden ontvluchten nadat de Taliban op 15 augustus de Afghaanse regering definitief van de troon stootten. De twintiger heeft zijn vaderland nooit gekend als een moederland met een warme schoot. Nu zelfs het zijden draadje waaraan Afghanistan bengelde is doorgeknipt, heeft hij toegegeven aan zijn vroegere, sluimerende verlangen om weg te trekken.

Turkije stuurde na de val van Kaboel meteen meer troepen naar de grens met Iran en liet verse mortel aanrukken om de grensmuur af te werken.

Maar zijn vlucht was allang niet meer ingegeven door hoop, zegt hij. Vluchten was voor hem een toegeven aan de drang om te redden wat nog te redden viel van een hopeloze toekomst. Als Hazara, een minderheidsgroep in Afghanistan, wilde hij niet wachten op de oprukkende apartheid tegen ieder die niet behoort tot de dominante groep, de Pasjtoen, en die geen soennitische moslim is. Als burger van een land dat economisch totaal geïmplodeerd is, wil hij geen cijfer worden in de internationale hongertabellen.

Afghanen stonden de voorbije zomer in Kaboel massaal te drummen voor een onmogelijk zitje op een evacuatievlucht, terwijl buurlanden Iran en Pakistan hun grenzen sloten. Turkije, op de route tussen Afghanistan en Europa, stuurde meteen meer troepen naar zijn grens met Iran en liet verse mortel aanrukken om de muur op de grens met dat buurland af te werken. Met de groeten van bouwheer Europa kwamen er 50 kilometer muur bij, boven op het al bestaande 200 kilometer lange bouwwerk.

© Moe Zoyari

Turkse soldaten bewaken de muur bij de grens met Iran. Europa gaf Turkije financiële steun voor 50 van de 200 kilometer grensmuur.

Het politieke antwoord van Europa op de Afghaanse crisis is duidelijk: vooral naar de Afghaanse buurlanden kijken, en grensbeheer zien als een prioriteit om “illegale migratie” tegen te gaan, zo gaven de EU-ministers van Buitenlandse Zaken op 31 augustus te kennen in een gezamenlijke verklaring. Iran en Pakistan, maar ook Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan, vangen volgens de laatste regionale update van de Verenigde Naties samen maar liefst 2.221.828 Afghaanse vluchtelingen op.

Grensgevallen

‘Wie aan de Turks-Iraanse grens wordt tegengehouden, maakt honderd procent kans om teruggestuurd te worden naar Iran’,

Turkije zet volop in op een antivluchtelingencampagne, ook al steken niet merkbaar méér Afghanen de Turkse grens over sinds de val van Kaboel, zo zeggen waarnemers ons. De Afghaanse ‘tsunami van vluchtelingen’ – de Turkse president Erdogan leende dat woord gretig van Europa — kwam er vermoedelijk dus niet.

Maar voor Turkije volstaan de 3,6 miljoen vluchtelingen uit Syrië die al op Turkse bodem verblijven. Dus duwt het Afghaanse vluchtelingen nu terug aan de grens of vanuit de zogenaamde terugkeercentra in het land. ‘Wie aan de Turks-Iraanse grens wordt tegengehouden, maakt honderd procent kans om teruggestuurd te worden naar Iran’, zegt de Turkse advocaat Mahmut Kaçan.

Ook wie de grens over raakt en zich aanmeldt om zich te laten registreren als asielzoeker, is de pineut. Sinds 15 augustus is die registratie stopgezet voor alle Afghaanse nieuwkomers, vertelt de advocaat. Afghanen met een overduidelijk politiek profiel, mensen die in Afghanistan het risico op vervolging lopen, kunnen in Turkije geen internationale bescherming aanvragen. ‘Wie zich toch aanmeldt, wordt aangehouden, naar een terugkeercentrum gebracht en zo goed als zeker weer over de grens met Iran gezet.’

Verdeelcentrum en eindbestemming Van

De Koerdische stad Van is als het ware het Turkse verdeelcentrum van vluchtelingen. De stad deelt een lange landgrens met Iran en ligt aan het grootste meer van Turkije. Daarmee werd Van de perfecte doorsteekplaats voor mensen die van Azië naar Europa willen. Hier verzamelen mensensmokkelaars vluchtelingen, in krappe huizen of in veeloodsen buiten de stad. Wie kan, trekt verder. Wie pech heeft, wordt door de Turkse veiligheidsdiensten gevat en wordt teruggestuurd.

© Moe Zoyari

Afghaanse vluchtelingen zitten in een open “opvangcentrum” in de stad Van. ‘Wie aan de grens wordt tegengehouden, maakt grote kans op gedwongen terugkeer naar Iran.’

De minst fortuinlijken blijven hier eeuwig. ‘Deze winter,’ zo voorspelt een Afghaanse gids ons eind 2021, ‘zullen er nieuwe grafheuvels bijkomen. Als men de lichamen in de bergen vindt, tenminste.’ We staan op een van de drie begraafplaatsen in Van. Dit kerkhof is de laatste rustplaats van een aantal Afghanen die het leven lieten tijdens hun vlucht uit Afghanistan, Iran of Pakistan.

Vluchtelingen die de smokkelroute via Iran naar Turkije willen nemen, moeten, net als Saeyid, door de bergen. Ze zijn te voet en hebben zelden een uitrusting die is aangepast aan deze snoeiharde trektocht.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Niet iedereen overleeft de tocht. De Turkse overheid geeft geen cijfers. Maar volgens een onderzoeksrapport werden in de gure winter van 2020 in februari de bevroren lichamen van dertien vluchtelingen gevonden nabij de Iraans-Turkse grens. Een paar dagen eerder, op 15 februari: drie doden. Op 12 maart: zeven doden.

Onder sommige grafheuvels liggen de lichamen van de slachtoffers van de bootramp in juni 2020. Minstens 61 mensen kwamen om toen een vluchtelingenboot kapseisde op het Van-meer. Onder hen veel Afghaanse vluchtelingen.

Zelden worden de doden hier geïdentificeerd. Ze worden anoniem begraven op een van de drie kerkhoven van Van. Weg. Zonder naam. Alsof ze nooit deel waren van een verhaal.

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Deze reportage werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur