De trieste schoonheid achter de schermen van de hulpindustrie

Ik beken. Journalisten kiezen hun onderwerpen niet alleen omwille van de “nieuwswaarde”. Zonder de aanwezigheid van een niet onknappe, uitzonderlijke vrouw op de zogenaamde donorconferentie voor de Centraal-Afrikaanse Republiek, het op één na allerarmste land ter wereld, had ik over deze oersaaie bedoening in hartje Brussel geen letter geschreven. Straks leest u iets dat u misschien liever niet had willen weten.

  • © Stefaan Anrys Pascale en haar zus, die voor morele steun is overgevlogen uit Frankrijk © Stefaan Anrys
  • © Pascale Serra Het vluchtelingenkamp van M’Poko © Pascale Serra
  • © Pascale Serra Pascale Serra aan het researchen in het Mpoko-kamp © Pascale Serra
  • © Stefaan Anrys © Stefaan Anrys
  • © Pascale Serra Het vluchtelingenkamp van M’Poko © Pascale Serra
  • © Stefaan Anrys © Stefaan Anrys
  • © Pascale Serra Het vluchtelingenkamp van M’Poko © Pascale Serra
  • © Pascale Serra Het vluchtelingenkamp van M’Poko © Pascale Serra
  • © Pascale Serra Het vluchtelingenkamp van M’Poko © Pascale Serra

Pascale Serra mag in de marge van de donorconferentie haar nieuwe documentaire komen voorstellen. “Zone 3” gaat over het vluchtelingenkamp van M’Poko, een oud vliegveld van de Forces Françaises. Hier zijn in 2013, na het omverwerpen van de Centraal-Afrikaanse president François Bozizé en een zwaar treffen tussen de islamitische Seleka en de christelijke anti-Balaka, tienduizenden inheemse vluchtelingen (“ontheemden”) samengestroomd. Ze overleven er nog steeds onder de vleugels van verroeste vliegtuigen, omdat naar huis terugkeren voor velen onmogelijk is. Vandaag nog is 1 op 5 Centraal-Afrikanen ontheemd of gevlucht naar buurlanden.

© Pascale Serra

Pascale Serra aan het researchen in het Mpoko-kamp

Pascale is een dochter van een oud-minister die nog diende onder Jean-Bédel Bokassa, de tweede president die zich in 1977 tot keizer liet kronen tijdens een ceremonie geïnspireerd door Napoleon I. Het prijskaartje was voor rekening van zijn straatarme onderdanen.

De naam Bokassa zegt u wellicht niets. De bloeddorstige Idi Amin dan, ooit dictator in Oeganda? Bokassa was na verloop van tijd niet veel beter.

Wist u ook dat wij straks meebetalen voor dit mooie, maar straatarme land, dat op de 187ste plaats staat in de Human Development Index-ranglijst. Slechts één land doet nog slechter.

Om de CAR, zoals de Centraal-Afrikaanse Republiek gemakshalve wordt genoemd, herop te bouwen na de verwoestende oorlog tussen ex-Seleka en anti-Balaka, zijn op 17 november in Brussel immers tientallen donoren –waaronder Europa, de VN en de Wereldbank– samengekomen om zich te buigen over de vraag van de Centraal-Afrikaanse president Touadéra. Die wil liefst 3,5 miljard dollar voor de heropbouw.

We geven u alvast mee dat er 2,2 miljard dollar beloofd is, gespreid over 3 jaar. Tijdens het persmoment in het Justus Lipsius-gebouw maakt iedereen zich sterk dat zoveel geld goed besteed zal worden. ‘Drie jaar geleden stond de CAR aan de rand van de afgrond’, aldus EU-buitenlandverantwoordelijke Federica Mogherini. ‘Nu draait het die bladzij om’.

‘Waar moet ik zijn voor de vergadering over Centrafrique?’, vraag ik aan een tafeltje dat opgesteld staat in de lobby. Pascale heeft me laten weten dat ik woensdagnamiddag om twee uur in het Hotel Leopold moest zijn, vlakbij het Europees Parlement. Daar vinden zogenaamde side events van de donorconferentie plaats: seminaries die aandacht willen vragen voor de jeugd, maar ook zakenlunches waarbij welwillende zakenlui over de streep moeten getrokken. Haar film zal dan vertoond worden.

Twee dames halen onbegrijpend de schouders op. De imposante bodyguard naast het tafeltje blijkt voor een andere vergadering te zijn opgedaagd. Een receptionist wenkt en verwijst mij naar de kelderverdieping, zonder zelfs mijn identiteit te controleren.

Aangekomen op min 1, zie ik een zaaldeur met in blokletters aangeduid “Italy”. Op het einde van de gang met vast tapijt, staat een dubbele deur open. Hotelpersoneel is nog druk in de weer met koffietassen en servetten. Aan de deur hangt een A4-tje met in drukletters: “Side event sur la jeunesse Centrafricaine. France”.

Twee uitschuifbare houders met Bose-speakers flankeren een uitrolbaar scherm vooraan in de zaal en een beamer projecteert het bureaublad van een computer: een foto van een ontheemd kind, het onderwerp van Pascales film. Ze staat gebogen over het scherm dat blauw oplicht. Een Belgische diplomaat spreekt mij aan in verbasterd Nederlands. De grijzende man zegt binnenkort naar Bangui af te reizen. ‘Niet mijn eerste keus, maar kom. Een best interessante post’.

Er zijn nog maar een handvol congresgangers aanwezig en hun kostuums zijn onveranderlijk zwart en donkerblauw, de hemden grijs of wit. Een stijlvol geklede Afrikaanse man met veelkleurige sjerp praat met een andere die zich zichtbaar ongemakkelijk voelt in het pak. ‘s Mans rechterhand danst vingerwrijvend tussen vest- en broekzak. Zouden de zakken nog dichtgenaaid zijn, zoals bij duurdere maatpakken wel eens gebeurt?

Twee vrouwen in veelkleurige pagnes plooien A4-tjes met de hoofding van het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) in drie. ‘Actionner les Leviers pour la Contribution des Jeunes à la consolidation de la Paix et le Relèvement de la RCA’, staat op het namiddagprogramma. Er zijn twee ministers aangekondigd, naast VN-personeel en iemand uit de diaspora.

© Stefaan Anrys

 

Pascale heeft me opgemerkt en valt me om de hals. ‘Bedankt dat je gekomen bent’. ‘Jij bedankt dat je doorgezet hebt’, lach ik. Via whatsapp had ze laten weten dat er problemen waren met de vlucht.

Een van de foldervouwende vrouwen geeft haar een standje. ‘Ik zat op dezelfde vlucht als jij, van Bangui naar Douala, en ook op die van Douala naar Parijs, maar je keek altijd de andere kant op!’ Ze is voorzitter van een vrouwenbeweging en was ooit minister onder president François Bozizé: de man die in 2013 verdreven werd door Seleka-rebellen, gesteund door buurland Tsjaad, waarna de CAR afgleed in een religieus conflict, tussen de islamitische Seleka en de christelijke anti-Balaka.

Ik hoor nog expats klagen over reisongemakken, het ene trivialer dan het andere. Bagage is verloren gegaan. Een congresganger vindt tien minuten wandelen van zijn hotel te veel. Een andere gast, zweterig van zijn vlucht, vindt zijn naam niet terug op de aanwezigheidslijst. Een vrouw timmert met de wijsvinger op de bundel papier. ‘En de mijne is fout gespeld ! Hier moet een r staan en geen u’. Iemand in zwart hemd, blauwe jeans en met sieraden aan de oren, knikt geduldig, verbetert de schrijfwijze en laat de ongenode gast binnen.

© Stefaan Anrys

‘Dit is mijn wereld niet’, zucht Pascale, wanneer ze naast me neerzijgt op de goudkleurige, met bordeaux-rode kussens ingelegde stoelen. Ze zoekt gewoon steun voor haar film die nog liefst 150.000 euro zal kosten voor hij echt af is. Ik zag haar het laatst toen ze in Parijs woonde en timmerde aan een carrière als documentairemaakster, na onder meer studies aan het Conservatoire Libre du Cinéma Français.

Intussen heeft ze Illustro opgericht, dat positieve verhalen wilde vertellen, gedraaid samen met Afrikaanse jongeren, en keerde ze definitief terug naar de Centraal-Afrikaanse Republiek. Onder meer omdat ze zich nooit echt helemaal thuis voelde als “migrant” in Frankrijk. Ik bewonder haar beslissing, want sommige wijken in Bangui zijn voor sommigen zo gevaarlijk dat ze er geheid aangerand of vermoord worden. ‘Ik woon vlakbij mijn moeder en het is er veilig. We eten trouwens vaak samen’.

Messieurs Dames, Monsieur le Ministre de la Promotion de la Jeunesse, Monsieur le directeur régional de l’UNFPA, … Een half uur later dan gepland begint de Centraal-Afrikaanse ambassadeur uit Brussel aan zijn openingsrede. Volgens het aankondigend persbericht van UNFPA heette dit forum een oproep te zijn van “adolescenten en jongeren die 48,8 procent uitmaken van de bevolking’. ‘Deze hebben meer dan anderen de negatieve impact van de politico-militaire crisis gevoeld, met gevolgen voor hun ontplooiing en waardigheid, in het bijzonder de jonge meisjes, die slachtoffer zijn van geweld, uitbuiting en seksueel misbruik.’ Alleen vorig jaar vielen 60.000 vrouwen ten prooi aan zogenaamd sexual and gender-based violence, aldus Oxfam.

Vertwijfeld kijk ik rond. Behalve Pascale en haar zus, die voor morele steun is overgevlogen uit Frankrijk, zie ik geen dertigers, laat staan twintigers. De aanwezigen zijn overwegend oudere mannen.

© Stefaan Anrys

Behalve Pascale en haar zus, die voor morele steun is overgevlogen uit Frankrijk, zie ik geen dertigers, laat staan twintigers.

Alleen de vice-voorzitster van het Conseil National de la Jeunesse is een jonge spreker. Ze vraagt de internationale gemeenschap om aandacht voor ‘het ergste land waar een kind kan opgroeien’. Mabingué Ngom, de regionale directeur van UNFPA, waarschuwt dat een snelle bevolkingsaangroei alle ontwikkelingsvooruitgang teniet doet. ‘Maar als er beter onderwijs komt, een goede gezondheidszorg en bonne gouvernance, kan de jeugdige bevolking een demografisch dividend zijn, in plaats van een probleem’.

Het VN-Bevolkingsfonds, sponsor van dit evenement, wil verder samenwerken met donoren en actoren, in programmes conjoints, en partenariat, main dans la main, avec pleine participation des jeunes. Ik teken nog liefst drie andere synoniemen voor “samenwerking” op, in amper een minuut tijd, maar het filmpje dat op de speech van Ngom volgt, is weinig hoopgevend. Blijkbaar zit 8 op 10 jongeren zonder werk. Gezondheidszorg en zeker reproductieve gezondheidszorg zijn afwezig en jongeren nemen licht hun toevlucht tot drugs, zoals het geneesmiddel Tramadol, een opiaat dat misbruikt wordt als “armendrug”.

© Pascale Serra

Het vluchtelingenkamp van M’Poko

Daags nadien zal in het Justus Lipsiusgebouw president Faustin-Archange Touadéra, verkozen tijdens een vredevolle zij het niet helemaal koosjere stembusgang in februari 2016, beloven dat hij alles in het werk zal stellen om ‘de verwachtingen van zijn landgenoten in te lossen’ en waakt over ‘de juiste en rigoureuze aanwending’ van de gekregen middelen. Hij is aan de macht gekomen na een jaar oorlog en twee jaar politieke chaos en corrupte transitiepolitiek.

Touadéra heeft in Brussel zijn vijfjarenplan voorgesteld. Dat wil, behalve (ex-)strijders ontwapenen – de ontwapening is voorlopig een flop– en nationale strijdkrachten “uitrollen” over de rest van het land –nu patrouilleert het leger alleen nog in de hoofdstad–, ook de economie aanzwengelen. ‘In veiligheid investeren is de weg effenen naar ontwikkeling’. Niet alleen leger en politie; ook justitie is vooralsnog onbestaande buiten de grenzen van de hoofdstad.

In grote delen van het land maken nog altijd krijgsheren het mooie weer en die boeren goed bij de oorlogseconomie.

In grote delen van het land maken nog altijd krijgsheren het mooie weer en die boeren goed bij de oorlogseconomie en vooral de illegale handel in diamanten, ivoor of andere kostbare materialen. Die hebben alvast geen voordeel bij het DDR-plan (kort voor Désarmement, démobilisation, réinsertion) waarvoor Touadéra nog maar ’s steun komt zoeken in Europa.

Critici zoals Brad Brooks-Rubin klagen dat de regering slechts een façade is waarachter lokale elites vechten om macht en dat een beperkte groep van familie- en clan-leden van president Touadéra zoveel mogelijk aan de ruif willen zitten, via overheidscontracten, concessies en natuurlijk ook donorgeld.

Niet dat alle beloofde gelden ook daadwerkelijk uitbetaald of besteed worden. Van de beloofde hulp voor 2016 werd bijvoorbeeld nog maar 31 procent uitgekeerd, aldus Oxfam, drie maanden voor het einde van het jaar. Dus het ligt ook aan donoren als de herhaalde commitments geen zoden aan de dijk brengen. Eerdere beloften zijn niet gehonoreerd, ook wel omdat het gewapende conflict zulks onmogelijk maakte.

© Pascale Serra

Het vluchtelingenkamp van M’Poko

Dit is intussen de vijfde donorconferentie voor de Centraal-Afrikaanse Republiek in vijf jaar tijd en het lijkt erop dat de vorige vier nooit de verhoopte doorbraken hebben opgeleverd. De burgeroorlog waarmee het geweld allemaal begon, is weliswaar geluwd, maar het land verkeert nog altijd in een permanente staat van oorlog. Sinds het vertrek van de Franse soldaten is de positie van Touadéra nog meer verzwakt en de aanwezige VN-soldaten van de MINUSCA blinken uit in passiviteit, vindt een groeiend deel van de bevolking.

Toch gelooft de internationale gemeenschap in Touadéra’s plan, al krijgt hij van de gevraagde 3,5 miljard voor vijf jaar uiteindelijk “slechts” 2,2 miljard gespreid over drie jaren. De op één na belangrijkste VN-topman, vice-secretaris generaal Jan Eliasson, is voorzichtig optimistisch. Hij kent het land en geeft toe dat ‘het geweld in sommige gebieden weer toeneemt’ en dat president Touadéra in eigen land onder vuur ligt. ‘Uw taak is moeilijk, en sommigen proberen het proces te saboteren’. Toch vindt Eliasson de beloofde 2,2 miljard te rechtvaardigen, zeker voor een land met ‘enorm potentieel, zowel materieel als menselijk’.

© Pascale Serra

Het vluchtelingenkamp van M’Poko

Ik herinner mij opnieuw de woorden van één van de sprekers, die memorabele woensdagnamiddag.

‘Wat zal er worden van programma’s en projecten’, vraagt Adja Asta Moussa zich af, de voorzitter van de Centraal-Afrikaanse moslimvrouwen, ‘zolang de wapens niet zwijgen, zolang boeren bang zijn om opnieuw naar hun velden te trekken, onze kinderen niet naar school kunnen en onze meisjes verkracht worden?’

En dan komt mij het einde van de conferentie weer glashelder voor de geest.

De knikkebollende minister van de verdreven Bozizé die opschrikt uit haar slaap, want aan de ellenlange voorgekauwde speeches, afgerammeld vanachter rood oplichtende tafelmicrofoons, is abrupt een einde gekomen. En dan, zonder een woord te reppen over de aangekondigde documentaire van Pascale, nodigt de slotspreker de gasten uit voor een receptie in het belendende zaaltje.

‘En je film’, vraag ik, stomverbaasd. ‘Het UNFPA heeft jou toch niet overgevlogen om je daarna van het programma te keilen?!’

© Pascale Serra

Het vluchtelingenkamp van M’Poko

Iedereen staat recht en beweegt zich richting hapjes en drankjes. Tot mijn verbazing blijft Pascale stoïcijns kalm terwijl ze snel enkele mensen aanspreekt. De vice-voorzitter van de Jeugdraad probeert alsnog het geroezemoes en het gestommel te overstemmen: ‘Excuseer? Excuseer! Ik weet dat jullie allen vermoeid zijn, maar we hebben nog een film van 35 minuten voor u, gemaakt door een Centraal-Afrikaanse. Neem gerust een glas en kom dan terug om dit moment met ons te delen’.

Maar de congresgangers keren niet meer terug naar de conferentiezaal en zijn helemaal opgeslorpt in het goochelen met naamkaartjes en handdrukken. Ze trekt de kabels uit de laptop en het ontheemd kind verdwijnt van het grote scherm. ‘Mijn moeder had mij nog gewaarschuwd. Nooit de zaken forceren, want dat haalt toch niets uit. Ik had niet mogen komen.’ Met een zerpe nasmaak in de mond, zal ze twee dagen later terugvliegen naar Bangui voor nieuwe afspraken rond haar film, terwijl enkele landgenoten in Brussel zijn blijven hangen om nog wat per diems op te strijken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur