Vluchtelingen aan de Europese grenzen: ‘Doodop van al die oorlog’

Voor de Hongaarse grens met Servië verzamelen nu dagelijks zo’n 1.500 migranten, voornamelijk uit Syrië en Afghanistan. Ze zijn moe, zeggen ze: van al het geweld, de chaos en de armoede. Hun basisrecht om asiel aan te vragen wordt er binnenkort niet makkelijker op: de bouw van het Hongaarse hek gaat onverminderd door en de regering neemt steeds drastischer maatregelen om de vluchtelingeninstroom een halt toe te roepen.

  • © Hugo Aymar Sarah (3 jaar) wacht samen met haar ouders uit Afghanistan naast de spoorwegen aan de oude baksteenfabriek in Subotiča. © Hugo Aymar
  • © Hugo Aymar Een groep die is opgesplitst laat een briefje achter voor de anderen die volgen. © Hugo Aymar
  • © Hugo Aymar Om zich te beschermen tegen dieven reizen veel migranten in groep, zeker 's avonds. © Hugo Aymar

In de oude verlaten baksteenfabriek net buiten het Servische grensstadje Subotiča woont al jaren een Kroatische Serviër. Dula wordt hij genoemd, en hij heet een vluchteling te zijn van de Joegoslavische oorlogen die in de jaren negentig grote delen van de Balkan teisterden. Dula ziet er 65 uit, maar kan ook jonger of ouder zijn. In de winter, wanneer het vaak sneeuwt en erg koud kan zijn, woont hij in het oude hoofdgebouw, in de zomer in een klein buitenhuisje. Als het warm is, kan je hem soms zien dutten in de schaduw naast zijn honden.

‘België, dat is mijn droom! Daar wil ik heen. Daar hebben mensen rechten.’

Dula heeft hier lang alleen gewoond, maar sinds enige tijd geniet hij dagelijks het gezelschap van een honderd- tot tweehonderdtal mannen, vrouwen en kinderen ( voornamelijk Afghanen zo blijkt uit gesprekken). Ze strijken in de omgeving van de baksteenfabriek neer in een laatste stop vooraleer ze de oversteek naar Hongarije en de rest van de Europese Unie wagen.

De migranten noemen hem Ibrahim, omdat hij net als Abraham een grijze baard heeft. Ze begrijpen mekaar niet of amper, maar maken toch grapjes samen. Tot de stemming van Dula plots overslaat en hij Servische krachttermen begint uit te stoten en ermee dreigt dat hij gaat slaan – wat nooit gebeurt.

© Hugo Aymar
Sarah (3 jaar) wacht samen met haar ouders uit Afghanistan naast de spoorwegen aan de oude baksteenfabriek in Subotiča.
© Hugo Aymar

Netjes getrimd baardje

Van de jungle blijft Dula weg. Dat is hun gebied. De jungle, dat is een verzameling kleine bomen en hoge grassen, in stukjes opgedeeld door modderige paadjes, rond de baksteenfabriek. Vandaag, onder een brandende zon, liggen her en der groepjes mensen te rusten in de schaduw.

In een uithoek van het terrein, te midden van heel wat afval, verlaten matrassen en slaapzakken en de assen van het kampvuur van gisteren, zitten twee mannen tegenover elkaar op een stoel te praten. Wanneer we ons voorstellen en zeggen dat we uit België komen, steekt één van hen zijn handen in de lucht en roept hij uit: ‘België, dat is mijn droom!’ Hij leunt voorover en neemt wat aarde in de handen, als was het Belgische grond. ‘Daar wil ik heen. Daar hebben mensen rechten.’

Ahmed (35) heet hij, en hij komt uit Bagdad, net als zijn vriend Rashid (31). Even verderop is er nog een groep uit Irak, samen met een Palestijnse familie uit de Gazastrook. Het zijn fiere mannen: voor zover de omstandigheden het toelaten, zien ze er verzorgd uit. Beiden hebben een netjes getrimd baardje. De ene is soenniet, de andere sjiiet, maar het zal hen worst wezen. Ahmed voert het woord omdat Rashids Engels niet al best is.

Wachten. Wachten. Wachten. 

De mannen namen afzonderlijk het vliegtuig van Irak naar Turkije, en ontmoetten elkaar in de drukke kuststad Izmir. Beiden hebben twee kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd (tussen drie en tien jaar) en ze zijn beiden drukkers. Rashid leerde het métier van zijn vader, zegt hij trots, die het op zijn beurt bij Heidelberg in Duitsland leerde, het grootste drukpersenbedrijf ter wereld. Het klikte, en ze reizen nu samen. Ze vertrouwen mekaar.

Europees grensagentschap Frontex telde in juli 107.500 migranten aan Europese grenzen, meer dan het driedubbele dan juli 2014.

In Izmir was het niet moeilijk een bootje te nemen naar een Grieks eiland: volgens Ahmed word je er haast op elke straathoek aangesproken door Syrische en Koerdische smokkelaars die een enkeltje Griekenland aanbieden. Kostprijs: 1.000 euro. Vandaar ging het via Kos verder naar Macedonië, over de Servische hoofdstad Belgrado tot Subotiča.

Vandaag of morgen vertrekken ze te voet door velden en bossen naar het Hongaarse grensdorpje Ásotthalom. De kans is groot dat ze er weer opgewacht worden door de politie, zoals vorige keer, of door één van de drie veldwachters van de extreemrechtse burgemeester van Ásotthalom László Toroczkai, die niet bepaald de rode loper uitrollen. Nu is het nog even wachten. Waarop? Weet Ahmed niet. Misschien een smokkelaar die een ritje tot de grens aanbiedt, misschien een groep die de oversteek gaat wagen. ‘We weten het niet, we wachten gewoon. Vandaag, morgen, we weten het gewoon niet…’

60 miljoen vluchtelingen

Ahmed en Rashid zijn een kleine fractie van wat de Verenigde Naties de grootste beweging van vluchtelingen sinds Wereldoorlog II heeft genoemd. Meer dan 60 miljoen mensen wereldwijd zijn vandaag ontheemd. De meesten van hen ontvluchten oorlog en tirannie in Syrië, Afghanistan en Somalië, met daarnaast nog aanzienlijke delen uit Pakistan, Iran en Bangladesh. Europees grensagentschap Frontex telde in de maand juli 107.500 migranten aan Europese grenzen, meer dan het driedubbele dan juli 2014.

Het nieuws over de vele bootvluchtelingen die tijdens de oversteek vanuit Noord-Afrika in de Middellandse Zee het leven lieten, heeft op velen indruk gemaakt. Dat, samen met een strengere aanpak van de Europese grenspatrouilles, heeft sinds een tweetal maanden het zwaartepunt van de migratieroute dan ook verschoven naar de zogenaamde Balkanroute. Die eindigt voor iedereen in Hongarije: omdat het land in tegenstelling tot andere deelstaten uit de buurt deel uitmaakt van de Schengenzone, kunnen migranten makkelijker verder reizen naar andere Europese landen.

Samen reizen, zeker ’s nachts

Vooral de Bulgaarse politie heeft een bijzonder kwalijke reputatie.

Een nieuwe route, nieuwe gevaren: uit verscheidene gesprekken die we voerden en uit andere berichten blijkt dat vele migranten te maken krijgen met geweld of afpersing door politie of smokkelaars. Vooral de Bulgaarse politie heeft een bijzonder kwalijke reputatie: uit getuigenissen blijkt dat ze bijna routinematig geld en gsm’s van mensen afhandig maakt. Ook dieven vormen een risico: het is de reden waarom migranten zoveel mogelijk samen reizen, zeker ‘s nachts.

© Hugo Aymar
Om zich te beschermen tegen dieven reizen veel migranten in groep, zeker ‘s avonds.
© Hugo Aymar

De overgrote meerderheid van migranten wil echter niet in Hongarije blijven – geen werk, zeggen ze – maar wil doorreizen naar Duitsland, in mindere mate Zweden of Finland, of nog België, in het geval van de twee mannen uit Bagdad.

Hongarije mag in 2015 dan wel al meer dan 100.000 asielaanvragen verwerkt hebben, zowat 95 procent van de asielzoekers reist verder. Vorig jaar ontving Hongarije 43.000 aanvragen en kende het aan 500 mensen asiel toe.

Velen zouden liever helemaal niets aanvragen in Hongarije. Volgens de Europese migratieregels moeten migranten teruggestuurd worden naar het land waar ze de EU zijn binnengekomen, als hun vingerafdrukken daar tenminste zijn afgenomen. Heel wat migranten kennen die regels en willen ten allen koste vermijden dat ze hun vingerafdrukken moeten afstaan.

Saddam Hoessein

Ook Ahmed en Rashid weigerden tijdens een eerste grensoversteek hun vingerafdruk af te staan en werden daarom gedeporteerd naar Servië. ‘Het zou mijn hele toekomst in gevaar brengen’, zegt Ahmed. De mannen willen koste wat het kost naar België omdat ze daar naar eigen zeggen makkelijk herenigd kunnen worden met hun familie. Ze werden ergens langs een autosnelweg gedropt, in hun handen enkele documenten in het Hongaars. Eerst brachten ze nog een week in de Hongaarse cel door, waar ze naar eigen zeggen amper water te drinken kregen.

Ahmed is vertrokken om voor zijn kinderen een beter leven te zoeken. Hij is al het geweld en de chaos finaal moe. Of het vandaag dan niet anders is dan in 2003? ‘Nee, het is krek hetzelfde. Ken je de uitdrukking ‘SSDD’? Same shit, different day. In het tijdperk van Saddam Hoessein was er dood, gevangenis, massagraven en armoede, oorlogen met Iran, Koeweit, de golfoorlogen, niks dan oorlog en dat is vandaag nog zo. Ik ben geboren in 1980 en heb niet veel anders gekend. Ik wil niet dat mijn kinderen zo’n leven hebben, ik wil een beter leven voor hen. Ik wil zo niet leven, ik ben heel moe.’

Alles verloren

‘Ze nemen je leven in een handomdraai. Je kan helemaal niets doen tegen onrecht. Ik wil gewoon veilig zijn.’ 

Al die tijd heeft hij het zonder morren verduurd. Maar twee maanden geleden ontvoerde een militie zijn broer voor losgeld. De politie kon hem uiteindelijk bevrijden maar de ontvoerders wreekten zich door Ahmeds huis te beschieten en af te branden. Hij verloor alles. Eén zoontje liet hij achter bij zijn vrouw, het andere bij zijn vader, en hij vertrok. Hij zegt dat hij moet huilen wanneer hij van zijn vrouw foto’s ontvangt, en ook nu is hij zichtbaar bewogen.

‘Van 2003 tot nu heb ik mijn land niet verlaten. Er zijn elke dag autobommen, bermbommen, dood en ontvoeringen, maar ik aanvaardde mijn leven, voor mijn kinderen, en ik had een goed salaris. Maar nu is het genoeg: het gevaar bevindt zich voor mij. Ze nemen je leven in een handomdraai. Je kan helemaal niets doen tegen onrecht. Ik wil gewoon veilig zijn.’

‘Geen migranten, voor de veiligheid van iedereen’

Even verderop, een dag later. Aan de rand van het Servische grensdorp Kanjiža heeft het gemeentebestuur een dag eerder een vluchtelingenkamp geopend. Tot dan kwamen de migranten samen in het kleine dorpscentrum en dat bleek voor overlast te zorgen. Naar verluidt werden moeders bang om hun kinderen alleen over het dorpsplein naar school te sturen. Onder geen beding mogen migranten het dorpscentrum meer in, tenzij naar de supermarkt.

© Hugo Aymar
Een groep die is opgesplitst laat een briefje achter voor de anderen die volgen.
© Hugo Aymar

Het kamp, niet meer dan een handvol tenten en mobiele toiletten en wasbakken, valt voorlopig onder de auspiciën van het Servische Commissariaat voor Vluchtelingen. Robert Lesmajster houdt er toezicht. ‘Voor de veiligheid en hygiëne van iedereen kan het niet meer getolereerd worden dat de migranten eender waar kamperen’, zegt hij aan de toegangspoort van het kamp. Servië kan het net meer alleen aan, zegt hij. Hij benadrukt dat het land lang niet voldoende middelen heeft om deze crisis het hoofd te bieden en dat men dringend fondsen van de EU nodig heeft:

Via speciale Facebookgroepen blijft hij op de hoogte van de laatste ontwikkelingen onderweg.

‘Ze hadden al veel langer moeten ingrijpen. Maar eigenlijk zou men eens diep moeten nadenken hoe dit allemaal ontstaan is. Ze hadden Khadaffi en Saddam niet graag en kwamen tussen. Wie het probleem in gang heeft gezet, heeft nu ook de verantwoordelijkheid het te stoppen. De oplossing ligt in het land van oorsprong van de migranten: deze mensen hebben daar werk, veiligheid en stabiliteit nodig.’

Kniptang

Later op de avond, wanneer het al donker is, komt een groep Syriërs toe met de bus vanuit Belgrado. Ze willen het kamp niet in want ze wachten nog op anderen om deze nacht samen naar de Hongaarse Szeged te gaan.

Moussa (22) uit Damascus is er met zijn twee zussen. In het gras buiten het kamp is hij druk in de weer met zijn smartphone. Van zijn broer die al in Duitsland verblijft heeft hij gedetailleerde digitale kaartjes ontvangen die met pijltjes, kruisjes en Arabische opschriften gemarkeerd zijn en de weg langs de Tiszarivier naar Hongarije haarfijn uitstippelen. Hij heeft ook een gps en via speciale Facebookgroepen blijft hij op de hoogte van de laatste ontwikkelingen onderweg.

Het hek dat de Hongaren aan het bouwen zijn, zou hem niet tegenhouden. Met een kniptang los je dat zo op, zegt hij. Iedereen raakt vanavond de grens over. Moussa trekt op met een vader van acht kinderen – Sjeik Abou Ahmed noemen ze hem schertsend - van twee tot twintig jaar oud. Hij stelt ze één voor één voor en ze moeten er allemaal om giechelen dat ik soms naar mijn notitieboekje moet teruggrijpen om een naam te herinneren. Ook Mohammed, een voetballer bij een vooraanstaande Syrische club die het wil maken in Duitsland, maakt deel uit van de groep.

‘Hongarije? Die kant uit!’

Even later komen er twee moeders bij zitten, met enkele kleine kinderen in hun kielzog. Soms slaapt er een kind even wat bij in hun armen of schoot. Moussa zegt dat ze uit Deir ez-Zor komen, een woestijnstad van zo’n 230.000 inwoners in het oosten van Syrië die voorlopig nog gecontroleerd wordt door het Syrische leger maar sinds juni omsingeld is door gevechtstroepen van Islamitische Staat, die al delen van de stad hebben ingenomen en vandaar verder willen doorstoten naar Damascus. Er vinden hevige gevechten plaats en de burgerbevolking ontvlucht een mogelijk terreurbewind van IS.

Veel kleine kinderen stappen schijnbaar onvermoeid door, maar vallen meteen in slaap wanneer de groep af en toe vijf minuten pauze houdt.

Moussa vertaalt dat één van de vrouwen net nog 100 euro moest afstaan aan een Servische politieagent. Ze wil niet op details ingaan. ‘Heel moe’, zegt ze.

Na een tijdje is de groep klaar om te vertrekken. Met een dertigtal stappen ze langs de gewestweg richting Martonoš, het laatste kleine gehucht aan de grens. Onderweg sluiten zich nog her en der kleine groepjes wachtenden bij hen aan. Veel kleine kinderen stappen schijnbaar onvermoeid door, maar vallen meteen in slaap wanneer de groep af en toe vijf minuten pauze houdt.

Plots houdt iedereen zijn adem in wanneer ze even verder in de berm twee politiewagens ontwaren. In het donker is het niet duidelijk met hoeveel ze zijn. De zwaailichten gaan aan, 4 agenten stappen uit en gebaren de groep een zijweg in. ‘Hongarije?’, roepen ze. ‘Die kant uit.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift