‘Doorvechten is onze enige kans op een beter leven’

Reportage

In de vluchtelingenkampen in Algerije blijft de droom van een onafhankelijk Westelijke Sahara leven

‘Doorvechten is onze enige kans op een beter leven’

Algerijnen met vlaggen in de hand aan de rand van een straat
Algerijnen met vlaggen in de hand aan de rand van een straat

Een halve eeuw geleden stichten de Sahrawi hun eigen republiek in ballingschap. Maar een onafhankelijke staat in de Westelijke Sahara lijkt ver weg, zeker nu steeds meer landen de plannen van Marokko steunen. Daarbij zou de regio een eigen bestuur krijgen onder Marokkaanse soevereiniteit.

Met luide kreten begroeten vrouwen en kinderen de doortocht van de marathonlopers, langs het vluchtelingenkamp van Aousserd. Al snel verdwijnen de deelnemers over de zandheuvels. Zo’n tweehonderd lopers stonden aan de start van deze 26ste editie van de Sahara Marathon. Die loopwedstrijd vindt jaarlijks plaats in de vluchtelingenkampen van de Sahrawi in zuidwestelijk Algerije, die zijn vernoemd naar plaatsen in de Westelijke Sahara.  Het sportevenement lokt deelnemers uit Spanje, Italië en zelfs Japan. 

Voor co-organisatrice Ghelouka Brahim Bachir toont de marathon dat de Sahrawi capabel zijn om hun eigen staat te besturen. ‘Vijftig jaar geleden kwamen we hier toe zonder een habbekrats. Ondanks de ellende moet de buitenwereld zien hoe goed onze republiek functioneert. Wij zijn klaar om terug naar huis te keren en zelf de boel in handen te nemen.’

Op 27 februari vierde de Sahrawi Arabische Democratische Republiek (SADR) haar vijftigjarige bestaan. Die republiek werd gesticht in de vluchtelingkampen in Algerije, als gevolg van het conflict rond de Westelijke Sahara. Na het vertrek van de Spaanse kolonisator in 1975 besloot de Marokkaanse koning Hassan II het gebied te annexeren. 

Er brak een oorlog uit tussen Marokko en het Polisario Front. Dat is de militaire en politieke organisatie die ijvert voor een soevereine staat voor de Sahrawi, de oorspronkelijke bewoners van het gebied. Aan beide kanten kostte het conflict al het leven aan twintigduizend mensen. Ondertussen controleert Marokko al veertig jaar lang 80 procent van de Westelijke Sahara. De gevluchte Sahrawi kunnen hierdoor niet meer terug.  

Toch blijven veel Sahrawi die hoop koesteren. Zo wijst Brahim Bachir naar de vrouwen rondom haar. Na de doortocht van de lopers staan zij nog steeds met vlaggetjes van de SADR te zwaaien. ‘Kijk naar dat enthousiasme. We hebben niet zo vurig gestreden om een Marokkaanse regio te worden. Dat is voor ons onaanvaardbaar.’

Tekort aan basisproducten als linzen

Toch lijkt een onafhankelijke Sahrawi-staat in de Westelijke Sahara verder weg dan ooit. Het in 2007 geformuleerde Marokkaanse autonomieplan, waarbij de Westelijke Sahara een regio van Marokko met eigen bevoegdheden zou worden, kreeg vorig jaar in november steun van de Verenigde Naties. In oktober vorig jaar schaarde ook onze minister van Buitenlandse Maxime Prévot (Les Engagés) zich achter dat voorstel.  

Begin februari lag het Marokkaanse autonomieplan ook op de onderhandelingstafel, tijdens de vredesgesprekken die de Verenigde Staten in Madrid organiseerden. Langzaamaan stijgt de druk op het Polisario Front om toegevingen te doen. Zeker nu de situatie in de vluchtelingenkampen steeds nijpender wordt.  

Zo ogen de loodsen met voedselhulp zorgwekkend leeg. Het extra aanbod aan dadels voor tijdens de Ramadanperiode kan het tekort aan basisproducten zoals linzen amper verhullen. Dit jaar dreigt de financiële steun van de Europese Unie met een derde te verminderen, van negen tot ongeveer zes miljoen euro. Terwijl 80 procent van de 170.000 bewoners volledig afhankelijk is van voedselbedelingen.

Als voorzitter van de Sahrawi Rode Halve Maan coördineert Yahya Bouhoubeini de humanitaire hulp in de kampen. Hij benadrukt het verschil met de beginperiode van de republiek. ‘Toen moesten we werken onder Marokkaanse bombardementen. Epidemieën woekerden overal. Maar ik zal niet ontkennen dat de toekomst mij somber stemt. Het budget daalt en de prijzen stijgen. Met oorlogen in Oekraïne en Iran heeft niemand oog voor ons.’

Terwijl de hulp de laatste jaren afnam, groeide het aantal hongerige monden in de kampen. In 2020 laaide het geweld tussen Marokko en het Polisario Front weer op. ‘Na het staakt-het-vuren uit 1991 gingen sommige Sahrawi’s wonen in wat wij beschouwen als het bevrijde deel van de Westelijke Sahara. Maar de laatste zes jaar moesten ook zij weer vluchten voor het geweld’, zegt Bouhoubeini.

Een groepje mensen met Algerijnse vlaggen in de hand

Sahrawi viouwen met vlaggen van het Polisario Front (en de Sahrawi Arabische Democratische Republiek - SADR)

Goedkope elektriciteit

In de vluchtelingenkampen van de SADR zijn de Sahrawi wel veilig. Die bevinden zich namelijk op het grondgebied van Algerije, de aartsrivaal van Marokko. Daarnaast voorziet de Algerijnse staat hen van goedkope elektriciteit. Het dagelijkse bestuur van de kampen blijft in handen van het Polisario Front. 

De SADR heeft zelfs een eigen parlement en verschillende ministeries. Eind vorige eeuw erkenden 84 landen de SADR, voornamelijk uit het globale Zuiden. Maar door het succes van de Marokkaanse diplomatie trokken meerdere landen, zoals Congo en India, hun erkenning weer in en slonk het aantal tot een veertigtal. 

Het Polisario Front wilde geen vragen van MO* beantwoorden. De groep houdt strenge controle over het publieke leven in de SADR. In de kampen bestaat er weinig ruimte om openlijk over het Marokkaanse autonomieplan te discussiëren. Voor het Polisario Front is volledige onafhankelijkheid de enige juiste uitkomst. Veel van hun bestuurders hebben hier dan ook decennia voor gestreden. 

Die strijd drukt nog steeds zijn stempel op het dagelijkse leven in de SADR. Dat merkt Gaici Nah als geen ander. Als directeur van het agentschap SMACO leidt hij de ontmijningsacties in het deel van de Westelijke Sahara onder de controle van het Polisario Front.

De operatie van SMACO vindt plaats rond de 2500 kilometer lange grensmuur die Marokko in de jaren tachtig bouwde, zegt Nah. ‘Die zogenaamde “berm” is omsingeld met landmijnen. Sinds 2008 hebben we langs onze kant ongeveer 50.000 antipersoons- en antitankmijnen weggehaald. We schatten dat er nog zo’n paar miljoen onder de grond liggen.’

Tussen de exemplaren van de Sovjet-Unie liggen ook Belgische mijnen, zegt Nah. ‘Het gaat vooral om de 409 antipersoonsmijn van de Pourdreries Réunies de Belgique. Die fabrikant ging weliswaar al in 1990 failliet. Maar er zitten nog altijd 7000 à 8000 van hun mijnen in onze grond.’

In het Museum van het nationale verzet liggen ook een hoop van die mijnen uitgestald. Ze staan opgesteld naast stukgeschoten tanks en camions. Kortom: naast de oorlogsbuit van het Polisario Front. Bordjes tonen dat het vaak om Amerikaans of Frans legertuig gaat. 

In de exhibitiezaal van het museum weerklinkt opvallend veel Spaans. Twee dagen voor hun deelname aan de marathon krijgen de Spaanse deelnemers er een gegidste rondleiding. Tijdens zijn diavoorstelling neemt de gids naast het Marokkaanse leger ook de Verenigde Naties flink op de korrel. ‘Terwijl ons volk lijdt onder de oorlog zitten de mensen van MINURSO te niksen, met een vet betaald loon’, klinkt het fors. 

MINURSO is de missie van de Verenigde Naties, die is belast met het organiseren van een referendum over onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara. Dat is er nooit gekomen. Na haar start in 1991 slaagde de missie er nooit in om Marokko en het Polisario Front op één lijn te krijgen over wie er mocht stemmen.

Sinds beide rivaliserende partijen in 2020 de wapens weer oppakten, blijven de poorten van het VN-compound in het kamp van Rabouni gesloten voor buitenstaanders. Door die heropflakkering van het geweld lijkt de MINURSO-missie ten dode opgeschreven.

Na de drones en vrouwen

Bij de huidige gevechten gebruikt het Marokkaanse leger vooral drones van Israëlische of Turkse makelij. Daarmee voeren ze aanvallen uit op het stuk van de Westelijke-Sahara dat aan de andere kant van de berm ligt. Volgens cijfers van SMACO zijn er tussen 2021 en 2023 73 Marokkaanse droneaanvallen geweest. Daarbij zouden tachtig doden zijn gevallen. Recentere cijfers of data van onafhankelijke bronnen zijn helaas niet voorhanden. 

Zo’n droneaanval kostte enkele maanden geleden het leven van de echtgenoot van Zaïma Salami. Tijdens een legerpatrouille werd hij gedood, vertelt ze in het kamp van Smara, terwijl ze haar eenjarige zoontje in haar armen wiegt. Salami’s fonkelnieuwe huisje steekt duidelijk af tegen de vergeelde bouwsels in het kamp.

‘Na zijn dood hebben we dit huis voor haar gebouwd’, zegt Tawalo Ali. De veteraan woont vlak naast Salami en ontfermt zich over haar twee kinderen. ‘Haar man en ik hebben nog samen aan het front gezeten. Zijn kinderen beschouw ik als de mijne. We moeten elkaar steunen. Onze republiek heeft geen middelen om dat te doen. Als je geen ondersteuning krijgt van vrienden of buren, sta je er alleen voor.’

Een oudere vrouw,  Zaïma Salem, staat in een deuropening met een kind op de arm

De echtgenoot van Zaïma Salami werd tijdens een legerpatrouille gedood door een drone van het Marokkaanse leger.

De Sahrawi-vrouwen zijn het gewend om zware verantwoordelijkheid te dragen. Terwijl hun mannen aan het front zitten, regelen zij de voedselbedelingen of zetten ze zich in voor de gemeentepolitie. Als voorzitster van de vrouwenbeweging vindt Chaba Seini die taakverdeling vanzelfsprekend. ‘In onze cultuur draagt de vrouw de broeksriem. Na decennia van ballingschap zijn wij het gewoon om de leegte te vullen die onze mannen achterlaten. Zo nam ik deel aan het verzet onder de Spaanse kolonisator. Ik bezocht de gevangenen. In de kragen van mijn kleren verstopte ik geschreven boodschappen.’

Net als veel Sahrawi maakt ook Seini de vergelijking met Palestina. ‘De Gazanen hebben misschien een nog zwaarder leven dan de Sahrawi. De Israëlische bombardementen zijn een horror. Maar hun lot komt tenminste in de media. De wereld lijkt om hen te geven. Bij ons is dat niet het geval.’

Onhoudbare situatie

Ondanks de uitzichtloze situatie gaat de cyclus van het leven ook in de kampen door. Dat is merkbaar in de praktijk van vroedvrouw Nina Salem. Al meer dan veertig jaar zet zij hier kinderen op de wereld. Dankzij hulp van ngo’s, zoals Dokters van de Wereld, is het aantal miskramen gedaald. Toch blijven de erbarmelijke omstandigheden van de woestijn hun tol eisen, zegt Salem. ‘In dit klimaat groeit niets. Veel vrouwen verkeren in de voedselonzekerheid en kampen met ijzertekorten.’

Ook het lot van weduwen zoals Zaïma stemt Salem triest, maar ze blijft de gewapende strijd steunen. ‘Binnenkort zet ik de vierde generatie Sahrawi op de wereld die zal opgroeien in de vluchtelingenkampen. Afgelopen dagen was er nog eens een zandstorm, waardoor de daken wegwaaiden. In zulke omstandigheden kunnen we niet langer leven, maar de diplomatie laat het afweten. Doorvechten biedt ons de enige kans op een beter leven.’

Voor de jonge Sahrawi’s is het aantrekken van een legerplunje ook de beste kans op werk, want in de kampen zijn er amper banen. Zelfs in de Algerijnse ijzerertsmijn nabij het kamp van Dakhla kunnen ze niet aan de slag. Door hun vluchtelingenstatuut komen ze niet in aanmerking voor een werkvergunning. 

Ze kunnen wel terecht bij de lokale boksclub in Smara, om  hun frustraties van zich af te meppen. Aan de muren hangen posters van Muhammad Ali en de Algerijnse bokster Imane Khelif. In de ring delen de jongetjes flinke stoten uit aan elkaar. 

Met een strenge blik houdt hun trainer Mohammed Salem hen in de gaten. In tegenstelling tot zijn pupillen is boksen voor hem niet langer alleen een hobby. ‘In het begin hield het mij van de straat. Nu droom ik er vooral van ooit een professionele bokser te worden. Ik wil samen trainen met de Algerijnse toppers en hen verslaan. Om dan boven het podium hopelijk de vlag van onze eigen republiek te zien wapperen.’

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in