De vele tentakels van de Iraanse Revolutionaire Garde

En op het einde wint... de Revolutionaire Garde

© Belga

Leden van de Iraanse Revolutionaire wacht luisteren vanop hun bank naar een speech in het parlement

Het is intussen veertien maanden geleden dat de VS zich eenzijdig terugtrokken uit het nucleaire akkoord met Iran. De Iraanse economie wordt sindsdien doodgeknepen met nieuwe sancties, terwijl de militaire druk wordt opgedreven. Wat de Amerikanen hiermee ook willen bereiken, hun beleid kent niet alleen verliezers maar ook winnaars. En die winnaars kunnen voor een wel erg duistere toekomst zorgen.

Op de site van de Imam Khomeini Musalla-moskee kan je een speld horen vallen. Dit is de bouwwerf van wat ooit de grootste moskee ter wereld zou moeten worden, op een terrein dat groter is dan de heiligdommen van Mekka en Medina samen.

Behalve twee minaretten van 136 meter lijkt nog geen enkel gebouw op de site voltooid, al werd met de bouw aangevangen in 1995. Een soldaat trapt verveeld ballen tegen een betonnen buitenmuur. Eén van de kranen op het terrein draait traag van links naar rechts. ‘Het moet de wind zijn’, merkt mijn gids ironisch op.

De onvoltooide moskee is een bron van oneindige speculatie in Teheran. Sommigen denken dat de werken opzettelijk vertraagd worden, omdat het regime aan de bevolking wil tonen dat ze de religieuze idealen van de revolutie niet is vergeten.

Voor anderen is het een symptoom van de corruptie, chaos en lethargie waaraan het land ten prooi is gevallen. Iran is nu eenmaal een land waar billboards langs snelwegen omverwaaien, verkeerslichten het vaker niet dan wel doen en waar drilboren in het centrum van de stad pas om één uur ‘s nachts worden uitgehaald.

Zegel van de profeet

De jonge politicologe die me naar deze site heeft meegenomen, wil anoniem blijven. Voor het gemak zullen we haar Pardis noemen. Ze verloor net als talloze andere Iraanse jongeren haar job door de sancties die sinds augustus vorig jaar terug ingevoerd werden. Haar start-up in de bouwsector verloor na de herinvoering snel alle investeerders en moest de boeken toedoen.

Pardis heeft me niet meegenomen naar deze plek als aanklacht tegen het droogleggen van de economie door Amerikaanse haviken. Het gaat haar om het constructiebedrijf dat verantwoordelijk is voor de bouw van de Musalla-moskee. ‘Dat kan een detail lijken, maar is het niet’, verzekert ze me.

Het bedrijf heet Khatam al-Anbiya — letterlijk ‘zegel van de profeet’. Het heeft niet alleen moskeeën in aanbouw, het bouwt ook de nieuwe lijn 7 van de metro van Teheran en beheert het gros van de olie- en gasexploitatie van Iran.

Bouwbedrijf Khatam al-Anbiya maakt niet alleen gebruik van soldaten in legerdienst, het wordt ook bestuurd door een generaal in uniform.

Khatam al-Anbiya is daarnaast de grootste Iraanse speler in de heropbouw van Syrië, bouwde in het verleden raketlanceerplatformen in Venezuela en werd door zowel de VS, VN als de EU gesanctioneerd wegens nucleaire ambities, niet voor burgerdoeleinden. Niet bepaald wat je van een bouwbedrijf zou verwachten.

‘Bij mij ging er een lampje branden toen een vriend van me vertelde dat hij zijn legerdienst in de kantoren van het bedrijf moest doen. Hij kreeg er een administratieve functie’, vertelt Pardis.

Khatam al-Anbiya maakt niet alleen dankbaar gebruik van soldaten in legerdienst, het wordt ook bestuurd door een generaal in uniform. Die voert het bevel over een leger van 25.000 ingenieurs en ander personeel. Minstens tien procent van hen zijn lid van de Revolutionaire Garde, het militaire apparaat dat onder rechtstreeks bevel staat van hoogste leider ayatollah Ali Khamenei.

De Revolutionaire Garde maakt er allesbehalve een geheim van militaire operaties op te zetten en milities te financieren in Syrië, Libanon, Irak en Jemen. Volgens de Amerikaanse overheid worden met name de winsten van bouwconglomeraat Khatam al-Anbiya gebruikt om die operaties en milities te financieren.

© fotograaf bekend bij de redactie

Imam Khomeini Musallah, de grootste moskee ter wereld in (eeuwige) aanbouw

De constructie-jihad

Van de Musallah-moskee is het slechts een tiental kilometer rijden naar de volgende afspraak. In de eeuwige file die Teheran heet, doen we er meer dan een uur over. We rijden voorbij het centrale plein Haft-e-Tir, waar de heraanleg al zo lang aansleept dat de cementsilo’s omringd zijn door op maat gemaakte veelkleurige mozaïeken. Het oog wil ook wat.

Ondanks haar fletse aanblik van ongeïnspireerde flatgebouwen is Shahrak-e-Gharb één van de meest populaire luxewijken van de Iraanse hoofdstad. Een ondernemer die anoniem wil blijven (we noemen hem hier Ali) ontvangt ons er in zijn appartement met uitzicht op het Elboers-gebergte. Hij leidt een bedrijf in de telecommunicatie, een sector die, zo blijkt, ook in grote mate in handen is van de Revolutionaire Garde.

Om het een en ander te verduidelijken, neemt Ali ons even mee terug naar de Iraanse Revolutie, dit jaar exact veertig jaar geleden.

‘Het Iraanse leger was opgericht door de sjah en verklaarde zich neutraal toen die het land ontvluchtte. De leiders van de Iraanse Revolutie hadden dus hun eigen militair apparaat nodig: de Revolutionaire Garde. Die groeide ontstellend snel tijdens de Irak-Iranoorlog en na afloop wisten de leiders van de Revolutie niet goed wat ermee aan te vangen.’

De Revolutionaire Garde werd ingezet voor wat in de Iraanse revolutionaire grondwet omschreven staat als de ‘constructie-jihad’: de heilige strijd voor ontwikkeling. ‘Uit angst dat ze te veel politieke macht zouden opeisen, kreeg hun ingenieurskorps een bijna-monopolie over de heropbouw van het land na de oorlog’, zegt Ali. Zo zag Khatam al-Anbiya het levenslicht.

Incontournable

Dertig jaar later doet het bouwbedrijf volgens de eigen website zaken met 5000 Iraanse ondernemingen en stelt het direct of indirect een kwart miljoen landgenoten tewerk.

Volgens zelfstandige ondernemers als Ali maakt zo’n overwicht het erg moeilijk om zaken te doen in Iran, zelfs zonder sancties. ‘Wegens de nauwe banden met het regime krijgt Khatam al-Anbiya het gros van alle infrastructuurwerken uit handen van de overheid’, zegt hij. ‘Als kleine ondernemer heb je weinig andere keuze dan je naar hun wensen te schikken.’

‘Als je op de zwarte lijst van de Revolutionaire Garde terechtkomt, als je geen zaken meer kan doen met hen, dan kun je beter meteen de boeken toedoen.’

Die wensen gaan soms heel ver. ‘Collega’s van me in de staalproductie betalen vier procent van de prijs van elke verkochte kilogram aan officieren die voor Khatam al-Anbiya beslissen met welke leveranciers in zee gegaan wordt.’

‘Ik greep vorig jaar naast een openbare aanbesteding. De winnaar was een bedrijf uit het kamp van de Revolutionaire Garde. We werden verplicht om de opdracht alsnog uit te voeren voor hen, aan een prijs die 10.000 dollar lager lag dan wat we hadden begroot. Als we daar niet aan hadden toegegeven, waren we op de zwarte lijst terechtgekomen. Als je geen zaken meer kan doen met de Revolutionaire Garde, kun je beter meteen de boeken toedoen.’

De invloed van de Revolutionaire Garde op de Iraanse economie beperkt zich niet tot de bouwsector, al is hun economisch avontuur daar wel begonnen. In een reconstructie die Iraans onderzoeker Ali Alfoneh onlangs maakte voor het Arab Gulf States Institute in Washington, beschrijft hij hoe de Garde vanaf het eind van de Irak-Iranoorlog inkomsten uit het defensiebudget cumuleerde met betalingen voor elk uitgevoerd infrastructuurproject.

Alfoneh voegt er meteen aan toe dat de Revolutionaire Garde zich ook vanaf het begin ontfermde over de handel en smokkel in verboden producten. De massale inkomsten werden ondergebracht in eigen banken en financiële instellingen.

Die vormen nu nog steeds de ruggegraat van de Iraanse economie. Toen begin dit jaar in het Iraans parlement stemmen opgingen om de Revolutionaire Garde niet langer toe te laten haar eigen banken te runnen, dreigde even het volledige Iraanse banksysteem in te storten.

De ordediensten en defensie gingen ook voor de bijl. Zowat elke provinciale politiechef is het laatste decennium vervangen door een lid van de Garde.

Vanaf 2000 schakelde de Garde een versnelling hoger. De inkomsten werden ingezet om campagne te voeren voor leden en oorlogsveteranen tijdens verkiezingen.

Met succes: de Garde kreeg posten in handen op alle bestuursniveaus. Het kabinet van vorig president Ahmadinejad is het mooiste voorbeeld. Niet alleen was hij zelf oud-lid, zijn kabinet bestond voor zeventig procent uit officieren van de Revolutionaire Garde.

Onder de privatiseringsgolf die Ahmadinejad inzette, deed de Revolutionaire Garde zich voor als private speler en kocht ze zich in elke sector van de economie in, meestal beneden de marktprijs. Nu is ze incontournable in de energiesector, voeding, kledij en oliewinning.

Ook de ordediensten en defensie gingen voor de bijl. Zowat elke provinciale politiechef is het laatste decennium vervangen door een lid van de Garde. Het Iraanse leger heeft tijdens dezelfde periode zowat al haar commandanten en generaals vervangen zien worden door leden van de Revolutionaire Garde.

‘Smokkelbroeders’

Ondertussen werd ook de handel in verboden middelen naar een hoger niveau getild. Een onderzoeksjournalistiek stuk van Politico beschreef eind december 2017 hoe de Libanese Hezbollah in nauwe samenwerking met de Revolutionaire Garde een groot deel van de wereldwijde cocaïnetrafiek bestiert. Project Cassandra, het onderzoek naar deze activiteiten door de Amerikaanse Drug Enforcement Agency, werd van hogerhand stilgelegd om de nucleaire deal niet in gevaar te brengen.

Tasnim News Agency (CC BY 4.0)

Kennismaking met Saeed Mohammad (links), de nieuwe bevelhebber van Khatam al-Anbiya (2018) in aanwezigheid van Mohammad Ali Jafari (midden), opperbevelhebber van de Iraanse revolutionaire wacht

De economische almacht van een schaduwleger dat zich ondertussen inlaat met criminele activiteiten: het is een belangrijke reden waarom niet alleen Amerikaanse republikeinen vinden dat sancties een goed idee zijn.

De invloedrijke Ray Takeyh bijvoorbeeld, Iran-adviseur onder Hillary Clinton als Amerikaans buitenlandminister, heeft meermaals gepleit voor een herinvoering van de sancties. Want meer handel speelt enkel in het voordeel van de Revolutionaire Garde, omwille van haar sleutelpositie in elke sector van de economie.

Of het doodknijpen van de Iraanse economie de Revolutionaire Garde aan macht zal doen inboeten, is maar zeer de vraag.

De Garde is ook het machtsinstrument van de hoogste leider en het radicaal-religieuze gedeelte van het regime. Ze was verantwoordelijk voor het hardhandig neerslaan van de studentenprotesten in 1999 en de arrestatie en foltering van demonstranten tijdens en na de Groene Revolutie in 2009. Ze heeft de moord op andersdenkende intellectuelen, journalisten, politici en schrijvers op haar geweten.

Het versterken van een dergelijke organisatie is niet bepaald wat je van een westerse strategie mag verwachten. Maar of het doodknijpen van de Iraanse economie de Revolutionaire Garde aan macht zal doen inboeten, is maar zeer de vraag. ‘De Garde is net groter geworden onder de vorige sancties. Dat zal nu niet anders zijn.’

We zijn terug in Ali’s appartement in Shahrak-e-Gharb, bij een derde thee en tiende sigaret. ‘Niemand behalve zij had de knowhow en mankracht om smokkel op grote schaal te organiseren en zo de economie gaande te houden’, zegt de ondernemer. ‘Het regime maakte hier overigens geen geheim van. Ahmadinejad noemde hen in speeches en interviews al grappend zijn “smokkelbroeders”.’

Ali staat op van zijn zetel en wijst door het raam naar een plek in zijn wijk waar een shoppingcenter van 27 verdiepingen uit de grond had moeten rijzen. Het had het paradepaardje moeten worden van Babak Zanjani, een zakenman die onder de vorige sancties 17,5 miljard dollar het land wist binnen te sluizen door illegaal 24 miljoen vaten olie te verkopen. Vóór de sancties was hij een eenvoudige bankier, tot hij verzocht werd cash binnen te smokkelen. Wie hem dat vroeg? Khatam al-Anbiya.

Zanjani’s shoppingcenter is er nooit gekomen. Nadat een straat naast de bouwwerf meer dan veertig meter diep de grond in zonk, werden de werken stilgelegd.

Ali’s boodschap: ‘Sancties of niet, het regime en de Garde zullen altijd manieren vinden om zichzelf staande te houden. Sancties zijn bovendien de perfecte rechtvaardiging om te beknibbelen op uitgaven voor het algemeen goed en ondertussen zichzelf te verrijken.’

Verraad en sabotage

Toch leek er even wat hoop te zijn. Zoals vermeld gingen begin dit jaar stemmen op om de Revolutionaire Garde los te weken van de bankensector. Ook in januari werd de Garde verplicht om grote belangen in de telecom te verkopen.

Huidig president Hassan Rohani heeft zich sinds het begin van zijn eerste ambtstermijn ingespannen om de almacht van de Revolutionaire Garde in de Iraanse economie te breken. Dit om zuurstof te geven aan echt private spelers en werkgelegenheid te creëren.

Volgens Ali Alfoneh, de onderzoeker van het Arab Gulf States Institute in Washington, is het Rohani om veel meer te doen dan enkel de economie. Zijn analyse is een echo van wat politiek activisten in Teheran me vertellen: Rohani wil aan het eind van de rekening niet dat het politiek systeem van de Islamitische Republiek in gevaar komt. Maar het regime van de mullahs heeft volgens Rohani weinig overlevingskans als gesloten militaire dictatuur, en dat laatste is de richting waarin de Revolutionaire Garde het land duwt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Rohani en de kliek rond hem zijn de enige en nu eroderende bron van verzet tegen de totale machtsgreep van de Revolutionaire Garde’, laat Alfoneh per mail weten.

‘En net zij hebben hun politieke legitimiteit verwed op de nucleaire deal. De Revolutionaire Garde heeft de nucleaire onderhandelingen niet tegengehouden, maar ook niet publiekelijk gesteund. Nu beschuldigt ze Rohani en de nucleaire onderhandelaars van verraad omdat ze Irans nucleaire programma hebben prijsgegeven zonder iets terug te krijgen.’

Alfoneh heeft gegronde twijfels of de Revolutionaire Garde dat ook zelf gelooft. ‘De vraag is nooit geweest of er al dan niet moet gepraat worden met de VS, maar wie die onderhandelingen zal voeren. De democratisch verkozen regering of de Garde? Daar gaat de strijd tussen facties om: wie spreekt voor de Islamitische Republiek?’

Het enige dat wel duidelijk is, is dat president Rohani het onderspit moest delven. Van zijn openheidsretoriek naar het Westen blijft niets meer over.

In die context verwijst Alfoneh naar een terugkeer van de sabotagetactieken die rivaliserende facties er net na de revolutie in 1979 op nahielden. Wanneer onderhandelingen worden opgestart door één van beide facties, worden die door de andere gesaboteerd.

Dit gebeurde onder meer toen Rohani onderhandelingen opstartte met Saoedi-Arabië in 2016, waarop de Saoedische ambassade in Teheran bestormd werd en de onderhandelingen afgebroken werden. En er was de aanval op een Japanse tanker in de Straat van Hormuz tijdens de recente gesprekken tussen Rohani en de Japanese premier Shinzo Abe, maar of die ook tot deze categorie hoort, wil Alfoneh bevestigen noch ontkennen.

Het enige dat wel duidelijk is, is dat Rohani het onderspit heeft moeten delven. Van zijn openheidsretoriek naar het Westen blijft niets meer over.

‘We worden bedreigd’, zegt politicologe Pardis tijdens een laatste rit van Teheran naar de luchthaven, ‘en de druk blijft toenemen. Iedereen in het regime spreekt nu de taal van de Revolutionaire Garde, alles van buitenaf is een bedreiging. En uiteraard zijn er geen pogingen meer om de macht van de Garde te breken.’

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos.

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift