Verdeeldheid en verraad bij de Koerden in Irak

Reportage

Verdeeldheid en verraad bij de Koerden in Irak

Verdeeldheid en verraad bij de Koerden in Irak
Verdeeldheid en verraad bij de Koerden in Irak

In de Iraakse bergregio Sinjar zakken vriend en vijand steeds dieper weg in het Koerdische moeras. Een hele rist partijen, landen en coalities roeren zich in het gebied. Wat is er aan de hand? MO* ging ter plaatse op onderzoek.

‘Ik ben doodsbang’, zegt maïsboer Sjaheen aan de andere kant van de krakende lijn. Turkse gevechtsvliegtuigen hebben afgelopen nacht plots de Iraakse Sinjar-regio gebombardeerd. De schade: minstens vijf doden en meerdere gewonden. Sjaheen, geboren en getogen in het gebied, was binnen blijven zitten. Met de ramen en deuren gesloten. Op een nieuwe oorlog zit de 35-jarige Jezidi niet te wachten. ‘Ik wil er niets mee te maken hebben: ik wil onafhankelijk blijven.’

Waarom hoef ik hem niet te vragen. Dat heeft hij een paar weken terug al verteld, toen we elkaar voor het eerst ontmoetten aan de voet van het reusachtige Sinjar-gebergte. ‘Het is nu ieder voor zich’, had hij toen verbeten gezegd. Een opsomming van verraad en gefnuikt verzet volgde. De Koerdische Peshmerga-strijders die Sinjar sinds 2003 in handen hebben, hadden de benen genomen toen terreurgroep Islamitische Staat (IS) naar zijn huis oprukte in augustus 2014.

Bron: Le Carabinier 2016 ©

Bron: Le Carabinier 2016 ©​

De Koerdische partijen in Turkije en Iran

Of er waren de Arabische en Koerdische dorpsgenoten die niet net zoals Sjaheen vluchtten, maar zich doodleuk bij de extremistische groep hadden aangesloten. En er waren de Jezidi-buren die zijn maïsveld hadden ingepikt terwijl hij met zijn familie de bergen in was gevlucht, naar de hoogvlakte waar hij dagenlang klem had gezeten. 'Zonder eten of drinken, pal onder de brandende zomerzon.' En wist ik eigenlijk wel wat president Saddam Hoessein hier met de Jezidi’s had gedaan in de jaren tachtig?

‘Je nergens mee bemoeien’, concludeerde de boer die nu werkloos en meervoudig ontheemd is. ‘Dat is het beste.’

Maar je onttrekken aan geschillen is ontzettend moeilijk in Sinjar. En dat is niet per se omdat het door IS uitgeroepen kalifaat op nog geen vijf kilometer ten zuiden van Sinjar-Stad begint. Nee, de dreiging komt nu vooral van de andere kant van de berg: het noorden van de Sinjar-regio, de uitgestrekte vlakte waar Sjaheen verblijft. Het gebied werd al in december 2014 heroverd, een krap jaar voor de ontzetting van Sinjar-Stad in november 2015. Maar wie hier de baas is, is nog geen uitgemaakte zaak. Integendeel, de regio is het strijdtoneel van rivaliserende Koerdische partijen. En hun geruzie laat niemand ongemoeid.

Dat zit zo.

KDP vs PKK

Op papier koesteren de ongeveer 30 miljoen Koerden, verdeeld over Turkije, Irak, Syrië en Iran, één verlangen: de huidige grenzen in het Midden-Oosten omver werpen en een onafhankelijk Koerdistan stichten. Maar in praktijk zie je weinig terug van die eensgezindheid. De Koerden vormen een duizelingwekkend lappendeken van partijen en milities.

Zo ook in Sinjar.

Hier staan twee groepen lijnrecht tegenover elkaar. Aan de ene kant staat de KDP, de regeringspartij van Iraaks-Koerdistan, de semi-autonome regio in het noorden van Irak en hét succesproject van de Koerden tot nu toe. Sinds de val van Saddam Hoessein, in 2003, hebben zij Sinjar in handen. Aan de andere kant staat de PKK, de Turks-Koerdische Arbeiderspartij. Die heeft samen haar Syrisch-Koerdische zusterpartij, de YPG, drie kantons in Syrië.

De KDP en PKK azen beide op het symbolische leiderschap van “de Koerd”.

De KDP en PKK azen beide op het symbolische leiderschap van “de Koerd”. ‘Dat speelt al jaren’, benadrukt Tomáš Kaválek, een onderzoeker die voor het Middle East Research Institute in Erbil werkt. ‘Het is een oude strijd in een nieuw theater.’

Dat juist Sinjar hun nieuwste strijdtoneel is, heeft alles te maken met de opmars van IS. Want als de terroristische groep in augustus 2014 oprukt naar Sinjar-Stad, liet de KDP het afweten. Hun Peshmerga-strijders keerden om en namen de benen. Noodgedwongen schakelde Erbil hulp in van de buren, de PKK en YPG. Die staken de Syrische grens over en slaagden erin om, samen met de plaatselijke Jezidi-bevolking, de opmars van IS tot staan te brengen.

Maar het kwaad is dan al geschied. Terwijl duizenden gevluchte Jezidi’s klem komen te zitten op het door IS omsingelde Sinjar-gebergte, executeert IS beneden honderden mannen en kidnapt de groep vrouwen en meisjes om hen als seksslaaf te verkopen in het zogenaamde kalifaat. De Verenigde Naties spreken van genocide. Jezidi’s zelf hebben het over ‘de 74ste genocide’, verwijzend naar hun eeuwenlange onderdrukking.

Nu, ruim 2,5 jaar later, is de Sinjar-regio grotendeels heroverd en is de KDP teruggekeerd. Maar het verzoek aan de de PKK en de YPG om huiswaarts te keren, is aan dovemansoren gericht: de twee weigeren te vertrekken. ‘Sterker nog’, zegt Kaválek, 'ze zijn begonnen met het optuigen van een eigen overheidssysteem.’

En dus zie je langs de wegen in Sinjar, naast gele KDP-vlaggen, ook reusachtige portretten van de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan — tot grote frustratie van de KDP.

Maar dat is niet hele verhaal.

De externen: heers-en-verdeelpolitiek

Buurlanden Turkije en Iran volgen de ontwikkelingen tussen de KDP en PKK op de voet, want geen van beide zit te wachten op een onafhankelijk Koerdistan. Bovendien kijken de twee met argusogen naar elkaars groeiende invloedssfeer in Syrië en Irak.

En dus hangen Ankara en Teheran als twee marionettenspelers boven Sinjar, trekkend aan de touwtjes van het Koerdische kluwen. Het typeert de Koerdische politiek, stelt Kaválek: ‘In plaats van één blok te vormen, vallen ze telkens weer ten prooi aan de verdeel-en-heers-politiek van externen.’

Voor Turkije is Sinjar belangrijk omdat de PKK Ankara’s aartsvijand nummer één is. De groep, die in de VS en EU op de lijst voor terroristische organisaties staat, voert sinds de jaren tachtig een gewapende strijd tegen Turkije om zelfbeschikkingsrecht. Even was er sprake van een wapenstilstand, maar sinds de mislukte vredesbesprekingen in 2015 is het geweld tussen de twee weer losgebarsten.

Tot grote frustratie van Turkije heeft de PKK stellingen in het westen van Iraaks-Koerdistan, waaronder het hoofdkwartier in het Qandil-gebergte. Op een “tweede Qandil” zit Ankara niet te wachten, en dus staan de Turken in Sinjar aan de kant van KDP, die op hun beurt weer economisch leunen op Turkije vanwege hun investeringen in Iraaks-Koerdistan.

De PKK kijkt op zijn beurt weer benauwd naar die samenwerking, want afgelopen nacht bleek dat de Turken er niet voor terugdeinzen militair op te treden in Irak: het bombardeerde de Sinjar-regio om, naar eigen zeggen, ‘bedreigingen terug te dringen’.

Hierbij kwamen per ongeluk vijf Peshmerga’s om het leven. Erbil veroordeelt inmenging en noemt de actie ‘onacceptabel’. De regering wijst ook met een beschuldigende vinger naar de PKK die met zijn aanwezigheid olie op het vuur zou gooien.

Het is niet de eerste keer dat Turkije zich militair inmengt in Irak. Al jarenlang vliegen Turkse gevechtsvliegtuigen die over Qandil. En er is het Turkse militaire kamp in de buurt van Bashiqa, een dorpje vlak bij Mosoel.

Strategische landbrug voor Iran

Voor Iran liggen de kaarten iets anders. Teheran is goede maatjes met Bagdad en beide willen de invloedssfeer van Ankara terugdringen en Irak bijeenhouden. De Sinjar-regio is in de praktijk in handen van Koerdische groepen, maar op papier is het nog altijd Irakees grondgebied. En als het aan deze twee ligt, blijft dat ook zo. Zeker omdat Sinjar voor Iran een onmisbare schakel is voor de strategische “landbrug” die hen via Irak moet verbinden met Syrië.

Anders dan Turkije, beweegt Iran zich vooralsnog achter de schermen. Het land houdt de vinger vooral aan de pols via de sjiitische volksmilities die zijn ondergebracht in het Iraakse leger en die in Sinjar aan de frontlinie in het zuiden staan.

Tegelijk heeft Teheran weer banden aangehaald met de PUK, de oppositiepartij uit Iraaks-Koerdistan, die ook in Sinjar zit met een klein clubje Peshmerga’s.

Volgt u nog? Het wordt nóg duizelingwekkender.

De “locals”, een puur zakelijke relatie

Dan zijn er ook nog de Jezidi’s, de etnisch-religieuze gemeenschap die al eeuwenlang in Sinjar woont en steeds dieper wegzakt in het Koerdische moeras.

Vóór de komst van IS telde Sinjar zo’n 400,000 Jezidi’s, die de meerderheid vormden van de ganse bevolking. Velen van hen steunden de KDP.

Een jezidi-twintiger en voormalig Peshmerga-strijder over de KDP: ‘We zullen hen nooít meer vertrouwen.’

‘Die groep zag zichzelf echt als onderdeel van het Koerdische volk’, stelt Christine van den Toorn, directeur van de Amerikaanse Universiteit en onderzoeksinstituut IRIS in de Koerdisch-Iraakse oppositiestad Suleimaniya. ‘Maar dat is geen vanzelfsprekendheid meer. Die stilzwijgende overeenkomst tussen de Jezidi’s en de KDP sneuvelde toen de Peshmerga’s hen in 2014 lieten stikken.’

Of, zoals een Jezidi-twintiger en voormalig Peshmerga-strijder, het zegt: ‘We zullen hen nooít meer vertrouwen.’

Maar niet alle Jezidi’s denken er zo over. Sinds de herovering op IS is de gemeenschap op zoek naar een beschermheer, maar de idee wie daarvoor de beste kandidaat is, verschilt. Zo heeft een deel zich aangesloten bij de Yekîneyên Berxwedana Şingal (YBS), een in 2014 opgerichte zuster-militie van de PKK. De groep hoopt vurig dat Sinjar ooit een autonome regio wordt, net als Iraaks Koerdistan. Het liefst met een internationaal leger in de buurt, dat een oogje in het zeil houdt.

Kurdishstruggle (CC BY 2.0)

Jezidi YBS en PKK strijders

Kurdishstruggle (CC BY 2.0)​

Anderen kiezen liever voor de Hêza Parastina Êzîdxanê (HPE), een Jezidi-militie die ook ijvert voor autonomie, maar dat doet met de steun van Erbil.

Weer anderen keren terug naar de reguliere Peshmerga-brigades van de KDP die in de nabijgelegen stad Duhok een grote groep Jezidi’s in kampen opvangt.

‘Het conflict versplintert op lokaal niveau. Dat zie je nu overal in Irak.’

Dat de Jezidi-gemeenschap uiteenvalt en militariseert, is niet vreemd, meent Denise Natali, onderzoekster bij het Institute for National Strategic Studies van de National Defense University in Washington. ‘Het conflict versplintert op lokaal niveau. Dat zie je nu overal in Irak’, aldus de Amerikaanse.

Ook andere minderheden – Assyriërs, Turkmenen, Shabakken, Soennieten – zijn nu, na IS, op zoek naar een nieuwe beschermheer. Natali: ‘Deze groepen zijn niet economisch onafhankelijk en moeten zich dus optrekken aan grotere spelers zoals Erbil en de PKK.’ Wil je een heroverde regio zoals Sinjar begrijpen, dan moet je je dus niet blindstaren op het sektarische narratief — 'daar zijn deze groepen te verdeeld voor’ — maar kijken naar de partijen met macht en middelen. ‘Uiteindelijk gaat het om zakelijke relaties, om brood op de plank krijgen. Met andere woorden: wie kan je salaris betalen?’

Toegegeven, overzichtelijker wordt het niet. Het strijdtoneel in Sinjar telt nu meer dan acht gewapende groepen. En dat blijft zo zolang niet duidelijk is wie de dienst in Sinjar uitmaakt.

Maar is de situatie naast ingewikkeld, ook gewelddadig?

Plaatselijke brandjes

Naast de Turkse bombardement, zien we geen grote bewegingen. Of de KDP in de toekomst bereid is de PKK met geweld Sinjar uit te schoppen, blijft gissen. En het is ook afwachten of Turkije nogmaals ingrijpt.

Wel zeker is dat we in Sinjar, net als in andere delen in Irak, plaatselijke brandjes gaan zien: schermutselingen tussen onbekende partijen, gelinkt aan grotere spelers die op hun beurt banden hebben met nóg grotere spelers.

Wel zeker is dat in Sinjar, net als in andere delen in Irak, plaatselijke brandjes zullen komen: schermutselingen tussen onbekende partijen, gelinkt aan grotere spelers die op hun beurt banden hebben met nóg grotere spelers.

Een treurig voorbeeld hiervan is de recente botsing tussen de PKK-gesteunde YBS en de gendarmerie van de KDP in Sinjar. Volgens een gendarmerie-officier opende de YBS het vuur, terwijl de YBS claimt dat de gendarmerie begon. Wat volgde, is een urenlang vuurgevecht waarbij gewonden en mogelijk een dode vielen.

Nog geen week later is het weer raak: volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch schiet de gendarmerie “zonder legitieme reden” op een groep demonstranten die tegen de aanwezigheid van diezelfde gendarmerie protesteren. Het gevolg: één dode en zeven gewonden.

Is zo’n vuurgevecht nu belangrijk? Jazeker, en wel om twee redenen.

Kurdishstruggle (CC BY 2.0)

Jezidi en Duitse strijders van YBS

Kurdishstruggle (CC BY 2.0)​

Ten eerste toont het dat de strijd tussen de PKK en KDP niet los is te zien van Syrië. En er is nog één duizelingwekkend detail: de gendarmerie-eenheid, bekend als de “Rojava Peshmerga” of “Koerdische Nationale Raad”, is door de KDP opgericht om voeten aan de grond te krijgen in Syrië. Daar zit de PKK alvast niet op te wachten. De PKK heeft hen samen met de YPG Syrië uitgejaagd. Het is geen toeval dat juist die groep nu in Sinjar zit: de strijd tussen de KDP en de PKK is duidelijk nog niet gestreden. ‘Die kwestie loopt steeds hoger op’, ziet ook Natali. ‘Zeker omdat de oorlog in Syrië voortsleept, het Raqqa-offensief begint en de YPG nog steeds aan invloed wint.’

Ten tweede tonen de schermutselingen tussen de gendarmerie en de YBS dat ook kleine aanvaringen grote gevolgen kunnen hebben. Want dit “brandje” haalde de internationale krantenkolommen, toen bleek dat een belangrijke speler indirect betrokken was.

Zet je schrap en ontmoet de laatste groep die we nog niet besproken hadden: de internationale coalitie onder leiding van Amerika.

Duitse wapens in Sinjar

‘Koerdische milities strijden openlijk met Duitse wapens tegen Jezidi’s’, kopte het Duitse blad Der Spiegel kort na de aanvaring tussen de YBS en de KDP-gendarmerie. Op beelden, die Der Spiegel vastkreeg, is te zien hoe de Koerdische gendermarie-eenheid Duitse wapens gebruikte tegen de YBS. Wapens die de Koerden 2,5 jaar terug kregen om diezelfde groep, de Jezidi’s, te beschermen tegen IS.

De Koerdische regering zelf zegt de wapens van de internationale coalitie enkel te gebruiken voor de strijd tegen IS.

Hoe dat kan, brachten twee Duitse omroepen kort daarvoor aan het licht: wapens die Duitsland aan Koerdische strijders in Irak levert, worden tegen de afspraken in doorverkocht. Het land begon na parlementaire discussie in 2014 met wapenleveringen en stuurde naar schatting zo’n tienduizenden geweren, pistolen en bijbehorende munitie.

Dat het dus ook de internationale coalitie niet lukt om zich te onttrekken aan het Koerdische moeras, is geen verrassing. De denktank Crisis Group waarschuwde daar al voor in hun rapport in 2015. De denktank noemde de militaire hulp aan de Koerden ‘een noodoplossing zonder overkoepelende strategie’ die enkel onder ‘strikte voorwaarden’ en ‘streng toezicht’ zou moeten worden geleverd. Gebeurt dat niet, gooi je al snel olie op het Koerdische vuur. En dat is in Sinjar duidelijk het geval.

Duitsland probeert nu verhaal te halen bij de Koerden. Extra zuur is dat de Duitse minister van Defensie net voor de schietpartij, tijdens een bezoek in Erbil, de Peshmerga’s juist roemde als ‘zeer betrouwbaar’ en sprak van een ‘zeer positieve samenwerking’. De Koerdische regering zelf zegt de wapens van de internationale coalitie enkel te gebruiken voor de strijd tegen IS.

Geïsoleerd bestaan

In het noorden van Sinjar is de spanning te snijden. Maïsboer Sjaheen zet zich schrap voor een nieuwe bombardementen en vuurgevechten. ‘Het lijkt soms alsof er nog meer wapens in omloop zijn dan toen IS hier was.’ Maar de onstabiele veiligheidssituatie is niet het enige wat hem dwarszit. ‘Als je je niet met de politiek mengt, word je overgeslagen bij de hulp’, verzucht hij aan de andere kant van de lijn. ‘We hebben niets meer. We kunnen nergens naartoe.’

‘Het lijkt soms alsog er nog meer wapens in omloop zijn dan toen IS hier was.’

Wat niet helpt is dat de KDP, die de enige toegangspoort naar Sinjar beheert, lange tijd een officieuze blokkade opwierp om de “vreemde mogendheden” te dwarsbomen. De regio bleef verstoken van olie, voedsel en bouwmateriaal.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch noemde de officieuze maatregel ‘disproportioneel en schadelijk voor het herstel van de Jezidi’s’.

Ook de “dispuutvloek” die Sinjar al decennialang in z’n greep heeft, maakt de situatie niet draaglijker. Erbil en Badgad maken allebei aanspraak op de regio, geen van tweeën heeft ooit groot geld in de achtergestelde regio willen investeren. Nu het ook nog eens verwoest is, schuiven geen van beide geld opzij voor de wederopbouw.

Om het nog schrijnender te maken: al dat geruzie schrikt ook nog eens de hulporganisaties af.

Defend International (CC BY 2.0)

Jezidi vluchtelingen in Koerdistan in Noord-Irak

Defend International (CC BY 2.0)​

Op de deur van het vrouwenziekenhuis in Sinunu glom tijdens mijn laatste bezoek een grote sticker van een hulporganisatie. ‘Die komen al maanden niet meer’, had de hoofdarts van het vrouwenhospitaal me toevertrouwd. Ook de woordvoerder van Yazda, de plaatselijke hulporganisatie die als één van de weinigen hulp biedt in de regio, ziet dat hulporganisaties de regio maar moeilijk weten te vinden. ‘Volgens mij komen ze liever niet in dit soort gebieden’, zei hij vertwijfeld.

En dus ligt Sinjar, bijna 2,5 jaar na de herovering op IS, nog steeds grotendeels in puin. Enkel een handjevol inwoners keerde terug, voornamelijk Jezidi’s en een enkele christen. ‘De rest durft niet’, had een Jezidi-ambtenaar gegrinnikt.

Hoe graag Sjaheen ook wil, onafhankelijk zijn in Sinjar is een haast onmogelijke opgave. Maar zich alsnog inlaten met één na de vele clubjes en milities, weigert hij. ‘Misschien trekken we wel weer de bergen in’, denkt Sjaheen hardop na. Daar bivakkeren en een geïsoleerd bestaan op bouwen? Het is even stil. Dan klinkt er aan de andere kant van de lijn: ‘Misschien kun je alleen zo nog onafhankelijk zijn.’

Dit dossier kwam tot stand in het kader van ‘De geldstromen van MO*’. MO* zette zijn marketingbudget om in middelen voor onderzoeksjournalistiek. Daardoor kon dit dossier gefinancierd worden.​