Een 285 kilometer lang kanaal zet de verhoudingen in Centraal-Azië op scherp

Reportage

Oezbekistan in waternood door Qosh Tepa-kanaal in buurland Afghanistan

Een 285 kilometer lang kanaal zet de verhoudingen in Centraal-Azië op scherp

beeld van een deel van het qosh Tepa-kanaal, zonder water
beeld van een deel van het qosh Tepa-kanaal, zonder water

Maria-Laura Van Gool

13 juli 202614 min leestijd

Een megaproject is het, het Qosh Tepa-kanaal van de Taliban. Het wordt aangelegd in Afghanistan maar wel gevuld met water van de Amu Darja, de grootste rivier in de regio, op de grens met Oezbekistan, zag MO*. Een ramp voor Oezbeekse boeren. En ook Europa kijkt nauwlettend toe, want conflict in Centraal-Azië zou ongelegen komen.

Wie Termez binnenrijdt, botst op een zorgvuldig onderhouden illusie. Langs de brede lanen buigen stadsarbeiders zich over pas aangelegde bloemperken, terwijl donkere naaldbomen er hoog boven uitsteken. Het contrast met het dorre landschap buiten de stad is scherp.

‘Groen in de stad is een erezaak voor de Oezbeekse regering’, vertelt fixer Jasur Turdiyev terwijl we door het stadspark wandelen. Het is een façade van een regime dat krampachtig probeert te verhullen dat het de controle over het groen steeds meer verliest.

De volgende ochtend trekken Jasur en ik het stoffige binnenland van Zuid-Oezbekistan in. Het is winter, maar de temperatuur loopt al snel op tot 24 graden, een voorbode van de verzengende hitte die hier in de zomer zal heersen.

Wanneer we onze bestemming Stantsiya Termez bereiken, op de grens met het district Termez, wandelt Oybek ons tegemoet. De zwarte randen onder de nagels van zijn ruwe handen verraden meteen zijn beroep. Oybek groeide hier op en leerde het land al van jongs af aan bewerken, aan de zijde van zijn vader. Trots leidt hij ons langs zijn groene plantage, waar de zoete geur van bloemen ons tegemoet waait. Hier verbouwt hij bloemen, fruit en groenten.

Toch is de dreigende watercrisis overal voelbaar. ‘Elke druppel die valt, houden we bij.’ Oybek wijst naar een diepe put op zijn erf. ‘Dat is grondwater.’ Even verderop laat hij een tweede reservoir zien, bedoeld om regenwater op te vangen.

Deze systemen kondigen een groeiend probleem aan. ‘Vorig jaar was het tekort echt merkbaar’, benadrukt Oybek. De irrigatiekanalen die generaties lang zekerheid boden, staan steeds vaker droog. ‘Elk beetje water dat we zelf kunnen opslaan, bepaalt het verschil tussen een geslaagde en een mislukte oogst.’

De aanhoudende droogte dwingt de regering tot streng toezicht. Registratiesystemen en strikte irrigatiequota zijn inmiddels de norm, met camera’s die elke waterstroom in de gaten houden.

Maar volgens waterexpert Bulat Yessekin is dat niet meer dan symptoombestrijding. ‘Oezbekistan redt het geen tien jaar meer op deze manier’, waarschuwt hij. ‘In deze regio hebben we de grenzen van onze aarde al ruimschoots overschreden.’

Twee vrouwen in Oezbekistan werken met zaailingen op een plantage.

Op de plantage van Oybek in Stantsiya Termez. ‘Elke druppel water die valt, houden we bij.’

Waar de nood het hoogst is

Hoe nijpend de situatie is, wordt duidelijk wanneer Jasur en ik het district Angor inrijden. Kilometers lang volgen we de grens met Afghanistan. Vijf rijen prikkeldraad scheiden het Oezbeekse grondgebied van de Amu Darja-rivier, ook wel gekend als ‘de Nijl van Centraal-Azië’. Ze vormt hier de formele grens, maar stroomt afwisselend op Afghaans en Oezbeeks grondgebied. En het debiet van de rivier neemt gestaag af.

Uiteindelijk bereiken we Naushakhar, een streng bewaakt militair gebied waar uitkijktorens en camera’s alles registreren. Zeven gigantische waterpompen rijzen op uit het stof. Hier wordt het water van de Amu Darja het Oezbeekse binnenland in gepompt. ‘Geen foto’s’, beveelt Ramazan, de beheerder van het terrein. Hij wil omwille van zijn functie ook niet dat we zijn achternaam vermelden.

Binnen staan de grote draaischijven stil. ‘We mogen hier niet pompen nu’, legt Ramazan uit. Het schaarse water moet naar het uitdrogende Aralmeer. ‘In het noorden van het land is de nood hoger’, zegt hij. Daar heeft de droogte de bodem zo verzilt dat de gezondheid van de bevolking in het gedrang komt, zo bleek in 2022 uit onderzoek door het plaatselijke gezondheidsministerie en de ngo's Artsen Zonder Grenzen en TIFO.

Zodra de overheid groen licht geeft, zullen de pompen weer op volle toeren draaien en stroomt het water naar het binnenland van de Surxondaryo-regio.

De grens tussen Oezbekistan en Afghanistan. Op de achtergrond de Amu Darjarivier

Rijen prikkeldraad scheiden hier het Oezbeekse grondgebied van de Amu Darja, de 'Nijl van Centraal-Azië'.

Minder water

Of de waterpompen in Naushakhar nog lang zullen draaien, is nog maar de vraag. De Taliban in Afghanistan leggen vlak bij de grens het Qosh Tepa-kanaal aan. Volledig op Afghaans grondgebied, maar het heeft wel directe gevolgen voor de waterhuishouding in de buurlanden.

Het kanaal moet maar liefst 285 kilometer lang en 100 meter breed worden. Daarmee zal het tegen 2028 zo’n 20% van het debiet van de waterstroom naar Noord-Afghanistan afleiden.

Groots project, grote zorgen

Het Qosh Tepa-kanaal moet water aanvoeren om van 550.000 hectare woestijngrond in Noord-Afghanistan vruchtbare landbouwgrond te maken.

Al een paar maanden na de machtsovername van de Taliban in 2021 kwam het plan weer op de agenda. In 2022 begon de aanleg ervan.

In 2023 stroomde er water door de eerste 108 kilometer van het kanaal. Inmiddels is ruim 200 kilometer uitgegraven. In 2028 moet het kanaal af zijn.

Experts trekken aan de alarmbel, omdat het kanaal rechtstreeks in de zandgrond wordt ingegraven, zonder betonnen fundering. Dat leidt tot waterverlies en verzilting in Afghanistan.

twee naast elkaar staande foto's van het Qosh-Tepa kanaal in Afghanistan en een brug over dat kanaal

Een afgewerkt deel van het Qosh-Tepa-kanaal in Afghanistan. Inmiddels is al ruim 200 van de geplande 285 kilometer kanaal uitgegraven.

Maar hydrologen schetsen een nog somberder scenario. In combinatie met de smeltende gletsjers en het dalende debiet van de rivier zou het kanaal tot wel 30% van het water kunnen opslorpen, toont een recente studie. De gevolgen voor stroomafwaarts gelegen landen zoals Oezbekistan en Turkmenistan zijn aanzienlijk. Want de rivier is van levensbelang voor de landbouw voor steden als Termez, Urgench en Bukhara en de omliggende regio’s.

Wanneer ik Ramazan vraag naar de mogelijke gevolgen van het Afghaanse project en de diplomatieke gesprekken hierover, reageert hij terughoudend. ‘De bevolking hier weet daar volgens mij niet veel over.’

Maar honderden kilometers verderop, in het dorpje Mijona, klinkt een heel ander verhaal. Daar ontmoeten we Gaibulo Bobo. Hij is 66 en boert al sinds zijn 24ste. Zijn vader werkte voor de Sovjetbrigade, waarna Gaibulo hem opvolgde. Nadat Oezbekistan in 1991 onafhankelijk was geworden, ging hij aan de slag als zelfstandige boer. Vandaag bezit hij dertig hectare landbouwgrond, voornamelijk voor de teelt van tarwe en katoen.

‘Onder de Sovjets was alles gecentraliseerd en kwamen investeringen van de staat. Nu dragen we zelf de financiële risico’s voor innovatie’, legt Gaibulo uit. Hij doelt daarmee op het technologisch inhaalmanoeuvre dat boeren moeten maken.

Er zijn internationale programma’s die grote infrastructuurwerken in Oezbekistan ondersteunen. Zo verstrekte de Wereldbank vorig jaar een lening van 200 miljoen dollar aan Oezbekistan om zijn waterinfrastructuur te moderniseren, bijvoorbeeld door kanalen te bekleden tegen waterverlies. Maar daar stopt de vernieuwing niet. Er zijn digitale flowmeters en complexe SCADA-systemen nodig, software die het waterbeheer rechtstreeks automatiseert. En daarvoor betaalt de boer zelf. Het zijn hoge kosten in een toch al fragiel evenwicht dat volledig afhankelijk blijft van de wateraanvoer uit de Amu-Darja.

Wanneer ik Gaibulo vraag naar het Qosh Tepa-kanaal, zucht hij diep. In tegenstelling tot wat Ramazan eerder suggereerde is hij zich wel degelijk bewust van het kanaal in Afghanistan. Toch sijpelt er volgens hem vanuit de overheid maar weinig officiële communicatie naar de boeren door. ‘We proberen het op te volgen, maar de informatie is schaars’, klinkt het.

kaart van Afganistan met het Qosh Tepa-kanaal en de omliggende landen

Voor Gaibulo en andere boeren is er weinig ruimte voor politieke speculatie. De focus ligt noodgedwongen op de oogst.

Want naast het watertekort bezorgt ook het toenemende zoutgehalte in de bodem de boeren kopzorgen. Het zoute grondwater zit in deze regio slechts op vijf tot tien meter diepte. Om effectief te kunnen zaaien, moet Gaibulo zijn land in de winter tot wel 25 cm onder water zetten, zodat het zout dieper de aardlagen insijpelt.

Op het platteland snijdt het mes dus aan twee kanten. De droogte verzilt de grond en het grondwater. Maar het water dat essentieel is om die grond te zuiveren, wordt kilometers verderop, over de grens, afgetapt.

De 66-jarige landbouwer Gailbullo poseert voor de foto op zijn omgeploegde akkers

Gaibulo Bobo (66) is al meer dan veertig jaar landbouwer in het dorpje Mijona. ‘Onder de Sovjets was alles gecentraliseerd en kwamen investeringen van de staat.’

Afghanistan dwingt overleg af

Voor Afghanistan betekent het nieuwe Qosh Tepa-kanaal geen dreiging maar hoop. Tijdens een taxirit van Termez naar de Oezbeekse stad Bukhara ontmoet ik Babrak, een Afghaanse ondernemer in de talksector. ‘Dit kanaal is de sleutel voor onze vooruitgang’, vertelt hij.

Hij benadrukt dat het kanaal geen bevlieging is van het huidige Talibanregime. ‘Je moet begrijpen dat dit ontwerp er vijftig jaar geleden al lag.’ De blauwdruk voor het Qosh Tepa-kanaal dateert inderdaad uit de jaren zeventig, onder de regering van toenmalig president Mohammed Daoud Khan.

Voor Babrak is de bouw van het kanaal dan ook geen waterroof, maar eerder een toe-eigening van dat waarvan de Sovjet-Unie ooit bepaalde dat Afghanistan er recht op had.

Volgens waterexpert Bulat Yessekin zit er een bewuste strategie achter de voortvarendheid van Afghanistan, juist vanwege zijn internationale isolement. Sinds de machtsovername door de Taliban in 2021 wordt het regime door vrijwel geen enkel land, behalve Rusland, officieel erkend, waardoor Afghanistan diplomatiek en financieel afgesneden raakte van de buitenwereld.

‘Afghanistan gebruikt het Qosh Tepa-kanaal als onderhandelingsmiddel, als hefboom om toch een plek op te eisen op het internationale toneel’, stelt hij.

Dat werkt omdat Afghanistan geen deel uitmaakt van de waterakkoorden die de verdeling van het water van de Amu Darja-rivier regelen. Het gaat daarbij om Protocol 566 uit de Sovjettijd en de daaropvolgende Overeenkomst van Almaty uit 1992, na de val van het Sovjetregime. De vijf voormalige Sovjetrepublieken verdeelden daarmee het water onderling op basis van hun landbouwbehoeften.

Maar Afghanistan werd destijds, door zijn aanhoudende burgeroorlog en een gebrek aan diplomatieke prioriteit van de vijf nieuwe staten, volledig buiten beschouwing gelaten.

‘Ondanks het feit dat de wereld het Talibanregime niet erkent, dwingt het de buurlanden met de aanleg van dit kanaal om hen als onvermijdelijke gesprekspartner te zien.’ Het kanaal is zo een middel van politieke druk en een eis tot regionaal overleg geworden.

Waternationalisme

De aanleg van het kanaal legt een diepe kloof in de regio bloot. Analisten van de Amerikaanse denktank Caspian Policy Center waarschuwen dat het project de waterveiligheid in de regio fundamenteel ondermijnt. Maar Afghanen zien er een symbool van vooruitgang in.

‘We proberen de tekorten op te vangen met water dat er in werkelijkheid niet meer is’, waarschuwt Bulat Yessekin. ‘Elke druppel die we met enorme pompen naar de ene regio sturen, betekent in een andere regio een verlies en kan kwetsbare ecosystemen zoals het Aralmeer definitief de genadeslag geven.’

Daarom is er volgens Yessekin dringend nood aan grensoverschrijdende samenwerking. Want tot op vandaag ontbreken duidelijke, formele structuren voor overleg en coördinatie tussen Afghanistan, dat het kanaal bouwt, en de landen die er grote impact van zullen ondervinden.

Het grensgebied tussen Afghanistan en Oezbekistan, met de Amu Darja-rivier en droge heuvels op de achtergrond.

De Amu Darja vormt de formele grens, maar stroomt afwisselend op Afghaans en Oezbeeks grondgebied. Het debiet van de rivier neemt gestaag af.

Volgens de waterexpert zit de grootste dreiging voor de stabiliteit in Centraal-Azië zelfs niet zo zeer in de fysieke waterschaarste, maar in het gebrek aan dialoog. Hij spreekt van ‘waternationalisme’: landen beschouwen water als nationaal bezit in plaats van als een gedeeld ecosysteem.

‘We zitten vast in een systeem waarin elk land zijn eigen overleving nastreeft, terwijl een rivier zich niets aantrekt van grenzen’, zegt hij. Zolang er geen objectief technisch platform bestaat waar experts uit alle betrokken landen, ook Afghanistan, samen rond de tafel zitten, blijft de regio volgens hem afstevenen op conflict.

Wat nodig is, aldus Yessekin, is een breuk met het huidige waterbeleid. Centraal-Aziatische overheden en internationale investeerders moeten de focus verschuiven naar natuurherstel. Concreet doelt Yessekin bijvoorbeeld op het diversifiëren van de teelt en de focus verschuiven van monocultuur naar herbebossing. Lokale boeren moeten ook ondersteuning krijgen bij duurzaam bodembeheer. Daarvoor moeten de vijf Centraal-Aziatische landen en Afghanistan de stroomgebieden als één geheel beschouwen en beheren.

In deze context groeit de vraag om internationale bemiddeling. Kazachstan stelde recent nog voor om een speciale waterorganisatie op te richten binnen de Verenigde Naties. Zo’n platform zou een grensoverschrijdende samenwerking over water moeten bevorderen en de ontbrekende brug kunnen slaan naar Kabul.

Want het wantrouwen in de regio is groot, maar deelnemen aan een multilateraal overleg is ook in het belang van Afghanistan zelf. Het land deelt zijn stroomgebieden niet alleen met Oezbekistan en Turkmenistan, via de Amu Darja-rivier, maar ook met Iran en Pakistan via de Helmand en de Hari Rud. Zonder onderlinge afspraken over waterverdeling dreigen spanningen met al deze buurlanden verder op te lopen.

Die dreiging is bovendien geen ver toekomstscenario meer. Door het Qosh Tepa-kanaal stroomt er nu al minder water naar Oezbekistan, en Iran waarschuwt geregeld voor toenemende droogte als gevolg van Afghaans watergebruik.

Strategische partner van Europa

De spanningen in Oezbekistan en de omringende landen staan ondertussen ook op de radar in Brussel. De Europese Unie beschouwde Centraal-Azië lange tijd vooral als ontwikkelingsregio, maar het besef groeit dat de landen in het gebied belangrijke strategische partners zijn. Central Asia emerging from the shadows, Centraal-Azië treedt uit de schaduw, zo betitelde het Clingendael Instituut vorig jaar zijn rapport over de relaties met de Europese Unie.

Het rapport stelt dat Centraal-Azië door de oorlog in Oekraïne en de noodzaak om Rusland te omzeilen een belangrijke schakel geworden in de Europese Global Gateway. Daarmee wil de EU onder meer nieuwe spoor- en energiecorridors door Kazachstan en Oezbekistan bouwen om Europese toeleveringsketens te beveiligen. Het moet de Europese tegenhanger worden van China’s Belt and Road Initiative.

Europa wil immers toegang tot grondstoffen die het nodig heeft voor zijn energietransitie, maar die toegang hangt rechtstreeks af van de waterveiligheid in de regio. Een grootschalig conflict over het Qosh Tepa-kanaal zou de Europese ambities in de regio direct ondermijnen.

De Europese Unie probeert zich daarom op te werpen als actieve bemiddelaar. Giulia Cretti, onderzoekster bij het Clingendael Instituut en medeauteur van het rapport, ziet die Europese betrokkenheid als een strategische zet. ‘De EU heeft een fundamenteel belang bij het ondersteunen van de energiesector en het watermanagement in Centraal-Azië’. Haar betrokkenheid focust op technische bijstand en kennisuitwisseling om de regio weerbaarder te maken.’

‘Als Europa hier alleen komt voor grondstoffen en olie, dan investeren ze in een corridor die binnen tien jaar niet meer zal bestaan.’

Volgens Cretti is de Europese ondersteuning ook essentieel om een strategisch toegangspunt te creëren in een regio waar de invloed traditioneel van Rusland en China komt. ‘Door in te zetten op concrete projecten zoals hernieuwbare energie en moderne irrigatietechnologie, kan de Europese Unie voor zichzelf een positie opbouwen,’ legt ze uit.

Maar de Europese ambities reiken verder dan dat, legt ze uit: ‘De EU steunt deze landen om de stabiliteit te waarborgen die nodig is om haar eigen strategische belangen en aanleverketens veilig te stellen op lange termijn.’

Ook Bulat Yessekin blijft sceptisch over de motieven van de Europese betrokkenheid. In de praktijk, zegt hij, primeren economische belangen vaak op ecologische. ‘Wij exporteren ons water naar Europa en China in de vorm van katoen en olie’, haalt hij de twee waterintensieve exportproducten aan.

Het geloof in steeds grotere dammen en steeds krachtigere pompen noemt hij een gevaarlijke illusie. ‘Overheden blijven inzetten op oplossingen op korte termijn. Winst en groeicijfers krijgen voorrang, terwijl we daarmee de natuurlijke watercyclus in de regio ontwrichten.’

Zijn boodschap aan Europa is dan ook scherp: ‘Als Europa hier alleen komt voor grondstoffen en olie, dan investeren ze in een corridor die binnen tien jaar niet meer zal bestaan.’ Volgens hem ligt de sleutel elders: ‘Water ís de corridor. De toekomst van Centraal-Azië staat of valt met de vraag of Europa dat water ook zo zal behandelen.’

Logo of Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek, with stylized "pd" in a pink square and text in bold pink font.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in